Besluit OM-afdoening

B OM

Huidige tekst

Artikel 4.2 B OM

Geldt sinds 1 januari 2024

Voor zaken betreffende de in artikel 4.3 aangewezen strafbare feiten wordt de strafbeschikkingsbevoegdheid toegekend aan de volgende lichamen of personen: a.de directeuren van de omgevingsdiensten, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit; b.de dagelijkse besturen van de waterschappen voor feiten vermeld in bijlage II van dit besluit; c.de hoofdingenieurs-directeur van de regionale en landelijke diensten van Rijkswaterstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor feiten vermeld in bijlage II van dit besluit; d.de inspecteur-generaal van de Inspectie voor Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit; e.de inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit besluit; f.de algemeen directeur van de Belastingdienst/Douane voor de feiten vermeld in hoofdstuk 1 van bijlage II van dit Besluit; g.de voorzitter van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Kernenergiewet voor de feiten vermeld in bijlage II van dit Besluit.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2014:26Raad van State, 15 januari 2014 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 20 maart 2012 heeft het college "Het opleggen van een bestuurlijke strafbeschikking" toegevoegd aan het mandaatregister 2012, dat behoort bij de Ambtelijke bevoegdhedenregeling…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.