Waterschapswetten

Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024

Hoogheemraadschap van Rijnland · geldt sinds 20 februari 2025

Aanhef

Bekendmaking

Dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland hebben op 12 december 2023 het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024 vastgesteld.

Besluit

Dijkgraaf en hoogheemraden en de dijkgraaf van het hoogheemraadschap van Rijnland,

ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft,

gelet op artikelen 55, 88 en 94 van de Waterschapswet en de artikelen 10:1 tot en met 10:12 van de Algemene wet bestuursrecht;

besluiten:

vast te stellen het navolgende Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

1bestuursorgaan: de verenigde vergadering, dijkgraaf en hoogheemraden of de dijkgraaf;

2college: dijkgraaf en hoogheemraden van Rijnland, oftewel het dagelijks bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland;

3mandaat: de bevoegdheid om namens het college onder verantwoordelijkheid van het college en met inachtneming van aanwijzingen en richtlijnen van het college besluiten te nemen, stukken van het college vast te leggen en te ondertekenen;

4ondermandaat: een door de secretaris-algemeen directeur aan een daartoe aangewezen medewerker gegeven bevoegdheid om namens het college onder verantwoordelijkheid van het college en met inachtneming van aanwijzingen en richtlijnen van het college besluiten te nemen, stukken van het college vast te leggen en te ondertekenen;

5Rijnland: het hoogheemraadschap van Rijnland;

6secretaris-algemeen directeur; de secretaris, bedoeld in artikel 53 Waterschapswet, tevens algemeen directeur van Rijnland, zoals omschreven in het Organisatiestatuut van Rijnland;

7verenigde vergadering: het algemeen bestuur van Rijnland, bedoeld in artikel 8 van het Reglement van bestuur voor het hoogheemraadschap van Rijnland;

8volmacht: de bevoegdheid om in naam van de dijkgraaf de met privaatrechtelijke rechtshandelingen samenhangende stukken te ondertekenen.

Artikel 2 Doel

Doel van het verlenen van mandaat en volmacht is:

•verbetering van dienstverlening;

•verduidelijking van verantwoordelijkheden;

•verkorting van procedures;

•verhoging van de doelmatigheid van de organisatie.

Hoofdstuk 2 Bestuurlijk mandaat

Artikel 3 Mandaatverlening

1Ieder lid van het college met de portefeuille waarbinnen besluiten op bezwaarschriften op grond van de Algemene wet bestuursrecht vallen, wordt mandaat verleend om tezamen met diens plaatsvervanger die besluiten nemen conform het advies van de Bezwaarschriftencommissie Rijnland.

2Tot het in het eerste lid bedoelde mandaat behoort niet het nemen van besluiten die op grond van het bepaalde in hoofdstuk 3 en 4 in ambtelijk mandaat kunnen worden afgedaan.

3In geval van afwezigheid van de leden van het college aan wie in het eerste lid mandaat is verleend, kan het mandaat worden uitgeoefend door een ander collegelid.

Artikel 4 Vakantiemandaat

1Ieder lid van het college wordt mandaat verleend en is gemachtigd om gedurende de zomervakantie en de kerstvakantie van de regio’s noord en midden de bevoegdheden uit te oefenen die toekomen aan het college, voor zover dit naar zijn oordeel geen uitstel kan dulden en collegiale besluitvorming niet noodzakelijk is.

2Het mandaat komt toe aan de leden van het college gezamenlijk die ten tijde van het nemen van het besluit in het gebied van Rijnland aanwezig zijn en niet verhinderd zijn.

3De secretaris-algemeen directeur zorgt ervoor dat de op grond van het eerste lid in mandaat genomen besluiten in de eerstvolgende vergadering van het college worden bekrachtigd.

Artikel 5 Ondertekening

Een krachtens mandaat genomen besluit, conform artikel 3 en 4, wordt door de gemandateerde als volgt ondertekend:

"Dijkgraaf en Hoogheemraden

namens dezen,

(handtekening)

(naam)

(functie)

(handtekening)

(naam)

(functie)"

Artikel 6 Rapportage

Het college wordt in de eerstvolgende vergadering in kennis gesteld van de besluiten die in bestuurlijk mandaat zijn genomen.

Hoofdstuk 3 Ambtelijk mandaat

Artikel 7 Mandaatverlening

1De in hoofdstuk 4 van dit besluit opgenomen bevoegdheden en de ondertekening van genoemde stukken wordt opgedragen aan de secretaris-algemeen directeur.

2De secretaris-algemeen directeur brengt tenminste eenmaal per jaar aan het college verslag uit over de wijze waarop hij gebruik heeft gemaakt van de krachtens het eerste lid aan hem opgedragen bevoegdheden.

3Het college kan aan het mandaat nadere voorschriften verbinden.

Artikel 8 Ondermandaat

1De secretaris-algemeen directeur kan het hem verleende mandaat, tenzij dat expliciet niet is toegestaan, door middel van een ondermandaat opdragen aan door hem aan te wijzen medewerkers.

2De in het eerste lid bedoelde medewerkers kunnen het hen verleende ondermandaat, tenzij dat expliciet is toegestaan, niet door middel van ondermandaat opdragen aan door hen aan te wijzen andere medewerkers.

3De ondermandaten zijn opgenomen in het Besluit Ondermandaten Rijnland.

4De secretaris-algemeen directeur kan aan het ondermandaat nadere voorschriften verbinden.

Artikel 9 Plaatsvervanging

Bij afwezigheid van de secretaris-algemeen directeur wordt diens bevoegdheid als algemeen directeur uitgeoefend door een door het college aan te wijzen plaatsvervanger. Onder afwezigheid wordt verstaan: afwezigheid wegens verlof of wegens ziekte.

Artikel 10 Financieel mandaat

Indien de uitoefening van een mandaat tevens het beslissen over de besteding van budgetten met zich meebrengt, geschiedt dit overeenkomstig het bepaalde in de Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie van het hoogheemraadschap van Rijnland en de Budgethoudersregeling Rijnland.

Artikel 11 Uitzonderingen op mandaat

1Een mandaat kan niet worden gegeven voor:

a.het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften;

b.het vaststellen van beleidsregels;

c.het beslissen op niet-fiscale beroep- of bezwaarschriften.

2Een mandaat geldt niet voor:

a.zaken die een bestuurlijke afweging vereisen, waaronder wordt begrepen zaken die leiden tot afwijking of aanvulling van een eerder vastgestelde beleidslijn, afdoening van die zaken niet voorziene financiële of andere belangrijke consequenties hebben of indien dit door het college kenbaar is gemaakt;

b.gevallen waarin Rijnland aan zichzelf een vergunning verleent en daarbij tevens sprake is van een afwijking van de ter zake gestelde beleidskaders.

Artikel 12 Wijziging wetten en regelingen

De in hoofdstuk 3 en 4 van dit besluit opgenomen mandaten worden geacht te zijn gewijzigd voor zoveel en op het tijdstip dat de hierin genoemde wetten en regelingen zijn gewijzigd.

Artikel 13 Volmacht

De dijkgraaf verleent volmacht om namens hem de met privaatrechtelijke rechtshandelingen samenhangende geschriften te ondertekenen voor zover voortvloeiend uit de uitoefening van de krachtens dit besluit gemandateerde of ondergemandateerde bevoegdheden.

Artikel 14 Ondertekening

1Een krachtens mandaat genomen besluit alsmede de op de gemandateerde bevoegdheden betrekking hebbende brieven worden door de gemandateerde als volgt ondertekend:

"Dijkgraaf en Hoogheemraden

namens dezen,

(handtekening)

(naam)

(functie)"

2Het in een document vastleggen van een privaatrechtelijke rechtshandeling door de gemandateerde of ondergemandateerde medewerkers als bedoeld in artikel 13, geschiedt onder vermelding van in ieder geval de volgende in het hoofd van het document te vermelden tekst:

"Het hoogheemraadschap van Rijnland, gevestigd te Leiden, vertegenwoordigd door (functienaam) van (naam organisatieonderdeel), de heer/mevrouw (naam met eventuele titulatuur), hierna te noemen: Rijnland"

3Het slot van het in het tweede lid bedoelde document vermeldt in ieder geval de volgende tekst:

"Aldus opgemaakt en in (...)voud ondertekend,

te: (plaatsnaam)

op: (datum)

(handtekening)

(naam)"

4Bij plaatsvervanging van de mandaat- of volmachthouder wordt ondertekend overeenkomstig het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid van dit artikel.

Hoofdstuk 4: Mandaten

Artikel 15 Financiën

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het aangaan van langgeldleningen tot een bedrag als aangegeven in de vastgestelde begroting van het hoogheemraadschap van het desbetreffende jaar.

2Het aangaan van rekening-courantovereenkomsten tot een kredietlimiet als aangegeven in de vastgestelde begroting van Rijnland van het desbetreffende jaar.

3Het verlenen van vermindering of kwijtschelding aan hen die hebben aangenomen ten behoeve van het hoogheemraadschap iets te doen of te leveren voor zover een en ander een bedrag van € 25.000 niet te boven gaat.

4Het aantekenen van bezwaar tegen en/of akkoord gaan met door gemeenten afgegeven beschikkingen met betrekking tot de vastgestelde WOZ-waarde van Rijnlandse eigendommen (gebouwen, woningen en installaties).

5Het uitlenen, beleggen of herbeleggen van kasgelden.

6Het doen van af- en overschrijvingen per waterschapstaak, voor zover het budget onvoorzien in de exploitatiebegroting niet wordt aangesproken en het niet ten koste gaat van de (afgesproken) prestaties.

7Het bepalen van voorschotten en afrekeningen van kosten van wateronttrekkingen aan en waterlozingen op Rijnlands boezem.

8Het bepalen van voorschotten en afrekeningen grensoverschrijdend afvalwater.

9Het doen van aangiften loonheffing, omzetbelasting, vennootschapsbelasting en verhuurdersheffing.

10Het doen uitgaan van dwangbevelen.

11Het verrichten van handelingen die noodzakelijk zijn om voor een bepaald tijdvak en voor een bepaalde hoeveelheid een energieprijs vast te kunnen leggen.

Artikel 16 Onroerende goederen

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het kopen, ruilen en vervreemden van onroerende goederen;

2het aangaan en verlenen, wijzigen en beëindigen van persoonlijke en zakelijke gebruiks- en genotsrechten en het aangaan, wijzigen en beëindigen van verhuringen, verpachtingen en ingebruikgevingen tot een maximumbedrag van € 25.000 per geval per jaar;

3het kwijtschelden van vorderingen wegens huur, pacht en gebruik van onroerende eigendommen van het hoogheemraadschap;

alles voor zover nodig een passend krediet is verleend en bij koop tot een koopprijs van ten hoogste € 100.000 per geval per jaar en bij verkoop tot een verkoopprijs van ten hoogste € 350.000 per geval per jaar. Deze beperking geldt niet voor de verkoop van aangewezen dienstwoningen.

Artikel 17 (Buiten) Gerechtelijke procedures

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het nemen van procesbesluiten inzake tegen het hoogheemraadschap of een besluit van een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap ingestelde rechtsgedingen voor burgerlijke en administratieve gerechten.

2Het nemen van procesbesluiten inzake rechtsgedingen voor burgerlijke of administratieve gerechten, waarbij het hoogheemraadschap of een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap als belanghebbende als bedoeld in artikel 8:26 Algemene wet bestuursrecht kan worden aangemerkt.

3Het nemen van procesbesluiten ter zake van het voeren van rechtsgedingen voor burgerlijke en administratieve gerechten, waaronder begrepen het indienen van bezwaar of het instellen van beroep, indien deze rechtsgedingen strekken of mede strekken tot uitvoering van door een bestuursorgaan van het hoogheemraadschap genomen besluiten.

4Het aangaan van dadingen en het sluiten van andere schriftelijke overeenkomsten, waarbij door tegemoetkoming van beide zijden een publiekrechtelijke, privaatrechtelijke of strafrechtelijke procedure kan worden voorkomen of beëindigd.

Artikel 18 Verlenging of verdaging van de beslistermijn

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het verlengen van de beslistermijn zoals bedoeld in artikel 3:18 en 4:14 van de Algemene wet bestuursrecht.

2Het verdagen van een beslissing als bedoeld in artikel 4.4 van de Wet open overheid.

3Het verdagen van een beslissing op bezwaar zoals bedoeld in artikel 7:10 van de Algemene wet bestuursrecht.

4Het verdagen van de afhandeling van een klacht zoals bedoeld in artikel 9:11 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 19 Gedoogplicht

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot het opleggen van een gedoogplicht zoals bedoeld in artikel 10.13 en 10.17 van de Omgevingswet.

Artikel 20 Nadeelcompensatie

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het krachtens artikel 15.1 van de Omgevingswet en de Nadeelcompensatieverordening Rijnland of krachtens titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht toekennen van nadeelcompensatie tot een bedrag van maximaal € 25.000 per verzoek.

2Het krachtens artikel 15.1 van de Omgevingswet en de Nadeelcompensatieverordening Rijnland of krachtens titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht afwijzen van een verzoek om nadeelcompensatie.

Artikel 21 Nadere besluiten ter uitvoering van besluiten van het college of de verenigde vergadering

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

Het nemen van nadere besluiten ter uitvoering van besluiten van het college of de verenigde vergadering.

Artikel 22 Budgetten (Contracten)

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

Het met inachtneming van de Budgethoudersregeling Rijnland geven van opdrachten, doen van bestellingen van goederen en diensten en het goedkeuren van facturen zonder verplichting.

Artikel 23 Personeel

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het - zonder de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat - als bestuurder in de zin van de Wet op de Ondernemingsraden vaststellen, wijzigen dan wel intrekken van regelingen, systemen en procedures zoals bedoeld in artikel 27, eerste lid Wet op de Ondernemingsraden.

2Het - zonder de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat, en met inachtneming van de ter zake geldende regelingen - uitvoering geven aan de bepalingen in hoofdstuk 7 van de cao Werken voor waterschappen.

3Het met inachtneming van de ter zake geldende regelingen uitvoering geven aan de overige bepalingen in de cao Werken voor waterschappen.

4Het met inachtneming van de ter zake geldende regelingen uitvoering geven aan de bepalingen in het Sociaal Statuut.

5Het - zonder de bevoegdheid tot het verlenen van ondermandaat en met inachtneming van de ter zake geldende regelingen - uitvoering geven aan het door het college vastgestelde integriteitsbeleid en de overige verplichtingen van overheidswerkgevers zoals bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Ambtenarenwet 2017.

Artikel 24 Correspondentie

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het voeren van correspondentie van beleidsgevoelige aard.

2Het voeren van correspondentie van niet-beleidsgevoelige aard en standaardbrieven.

3Het besluiten en voeren van correspondentie ter zake van de bedrijfsvoering van Rijnland, waaronder begrepen de inrichting van de ambtelijke organisatie.

4Toezending ter goedkeuring of ter informatie aan besturen van overheidslichamen van besluiten of standpunten van dijkgraaf en hoogheemraden of de verenigde vergadering.

5Het besluiten tot het inwinnen van extern advies, alsmede het selecteren van en het voeren van correspondentie met deze adviseurs.

Artikel 25 Plantoetsing, Vergunningverlening & Handhaving

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur, met inachtneming van artikel 13.9 van het Omgevingsbesluit, de bevoegdheid tot:

1Het afstemmen van taken en bevoegdheden op die van andere bestuursorganen zoals bedoeld in de artikelen 2.2 en 2.3 van de Omgevingswet.

2Het stellen van maatwerkvoorschriften of het verbinden van voorschriften aan een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit zoals bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet.

3Het verlenen van toestemming voor het op aanvraag treffen van een gelijkwaardige maatregel zoals bedoeld in artikel 4.7 van de Omgevingswet.

4Het met inachtneming van afdeling 16.5 van de Omgevingswet en paragraaf 3.3.1 van de Waterschapsverordening beslissen op een vergunningaanvraag voor een wateractiviteit zoals bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, en artikel 5.3 van de Omgevingswet.

5Het actualiseren, wijzigen, intrekken en reviseren van een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit zoals bedoeld in paragraaf 5.1.5. van de Omgevingswet.

6Het vaststellen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit zoals bedoeld in artikel 16.43, derde lid, van de Omgevingswet.

7Het indienen van een zienswijze op plannen, besluiten en beleidsvoornemens van andere bestuursorganen die met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht ter inzage zijn gelegd.

8Het uitbrengen van adviezen over en het instemmen met besluiten van andere bestuursorganen zoals bedoeld in artikel 16.15 rep. 16.16 van de Omgevingswet.

9Het verlenen van vaarvergunningen zoals bedoeld in artikel 3 van de Vaarwegenverordening Rijnland 2019.

10Het vaststellen van verkeersbesluiten op grond van artikel 5 van de Scheepvaartverkeerswet.

11Het op grond van artikel 7 van de Scheepvaartverkeerswet verlenen van ontheffingen van een gebod of verbod, aangegeven met een verkeersteken.

12Het nemen van besluiten op grond van artikel 1 van de Wrakkenwet.

13Het verzoek afwijken van de datum waarop onderhoud moet zijn uitgevoerd zoals bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Onderhoudsverordening van Rijnland.

14Handhaving:

a.Het op grond van artikel 61 van de Waterschapswet uitvoering geven aan hoofdstuk 18 van de Omgevingswet en de Waterschapsverordening van Rijnland in samenhang met afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

b.Het uitvoering geven aan artikel 257ba Wetboek van Strafvordering juncto artikel 4.2 sub b Besluit OM-afdoening.

Artikel 26 Subsidieregelingen

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het uitvoeren van subsidieregelingen van Rijnland.

2Het toekennen van bijdragen aan derden ter hoogte van maximaal 25% van de begrote kosten van incidentele activiteiten indien deze activiteiten:

a.binnen het gebied van Rijnland worden ontplooid of daarop betrekking hebben en

b.aan water, de taken van Rijnland of Rijnland als organisatie zijn gerelateerd.

3Het aanvragen van subsidies bij andere bestuursorganen.

Artikel 27 Archivering

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen, overeenkomstig artikel 7 van de Archiefwet 1995 en artikel 6, eerste en tweede lid van het Archiefbesluit 1995.

2Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

3Het vervreemden van archiefbescheiden overeenkomstig artikel 8, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 7, eerste en tweede lid, en artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

4Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

5Het overbrengen van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 12 eerste lid van de Archiefwet 1995 en artikel 9, eerste, tweede en derde lid van het Archiefbesluit 1995.

6Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 13, eerste lid, van de Archiefwet 1995.

7Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 13, derde en vierde lid, van de Archiefwet 1995.

8Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de archiefbewaarplaats, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

9Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 8 van het Archiefbesluit 1995.

10Het stellen of opheffen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 15, eerste tot en met derde lid, en artikel 16, tweede lid, van de Archiefwet 1995 en artikel 10 van het Archiefbesluit 1995.

11Het opmaken van een verklaring van conversie of migratie, zoals bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de Archiefregeling.

12Het op verzoek buiten toepassing laten van gestelde beperkingen indien het belang van de gestelde beperking niet opweegt tegen het belang van de verzoeker tot raadpleging of gebruik van de archiefbescheiden, overeenkomstig artikel 15, derde lid, van de Archiefwet 1995.

13Het nemen van besluiten over de uitleen van kunstvoorwerpen.

Artikel 28 Besluiten op verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

1Het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

2Het nemen van besluiten op grond van de Wet Politiegegevens.

Artikel 29 Besluiten op verzoeken op grond van de Wet open overheid

Het college mandateert aan de secretaris-algemeen directeur de bevoegdheid tot:

Het nemen van besluiten op verzoeken op grond van de Wet open overheid.

Hoofdstuk 5: Inwerkingtreding

Artikel 30 Inwerkingtreding; citeertitel

1Het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2020 wordt ingetrokken op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2Dit besluit treedt in werking op de dag van inwerkingtreding van de Omgevingswet

3Dit besluit kan worden aangehaald als het Mandaat- en Volmachtbesluit Rijnland 2024.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.