Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 19 april 2021
ECLI:NL:RVS:2021:881Zaaknummer 202101833/1/V1 en 202101833/2/V1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 19 april 2021
- Publicatiedatum
- 28 april 2021
- Zaaknummer
- 202101833/1/V1 en 202101833/2/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 1 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Het beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:986, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten).
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 'sHertogenbosch, van 12 maart 2021 in zaak nr. NL21.1959;
III. verklaart het beroep ongegrond;
IV. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2021
210
Volledige tekst
202101833/1/V1 en 202101833/2/V1.
Datum uitspraak: 19 april 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 'sHertogenbosch, van 12 maart 2021 in zaak nr. NL21.1959 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 1 februari 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 12 maart 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.T.W. van Dijk, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. In de grieven klaagt de vreemdeling terecht dat de rechtbank ten onrechte het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard. Hoewel het beroep één dag te laat is ingediend, heeft de rechtbank in de door de vreemdeling aangevoerde omstandigheden ten onrechte geen aanleiding gezien voor het oordeel dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de vreemdeling in verzuim is geweest.
2. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De voorzieningenrechter beoordeelt het beroep.
3. Het beroep gaat over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 8 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:986, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. De vreemdeling doet een beroep op passages in het AIDA-rapport "Country Report: Italy 2019 Update" van de European Council on Refugees and Exiles van 27 mei 2020 en op het in januari 2020 verschenen rapport ‘Reception condition in Italy’ van SFH/OSAR. Uit die rapporten komt geen wezenlijk ander beeld van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten naar voren dan volgt uit de landeninformatie die reeds bij voornoemde uitspraak van 8 april 2020 is betrokken. Verder is niet gebleken dat de uitbraak van het coronavirus op dit moment maakt dat de zorg- en opvangvoorzieningen voor asielzoekers in Italië niet aan de eisen voldoen of dat Italië als gevolg van de uitbraak van het coronavirus zijn internationale verplichtingen niet langer zal nakomen. De vreemdeling voert verder geen omstandigheden aan die het oordeel rechtvaardigen dat overdacht aan Italië van bijzondere hardheid getuigt.
4. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep gegrond;
II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 'sHertogenbosch, van 12 maart 2021 in zaak nr. NL21.1959;
III. verklaart het beroep ongegrond;
IV. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. van Goeverden-Clarenbeek, griffier.
De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Van Goeverden-Clarenbeek
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 19 april 2021
210
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7251 Rechtbank Den Haag, 17 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3408 Rechtbank Den Haag, 14 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3410 Rechtbank Den Haag, 14 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2728 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2731 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2737 Rechtbank Den Haag, 7 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1685 Rechtbank Den Haag, 14 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:533 Rechtbank Den Haag, 19 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14626 Rechtbank Den Haag, 29 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:13901 Rechtbank Den Haag, 21 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15497 Rechtbank Den Haag, 21 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15498 Rechtbank Den Haag, 21 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15448 Rechtbank Den Haag, 7 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12311 Rechtbank Den Haag, 17 november 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15443 Rechtbank Den Haag, 15 november 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15243 Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15249 Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:2892 Raad van State, 7 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11139 Rechtbank Den Haag, 6 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:2846 Raad van State, 4 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10132 Rechtbank Den Haag, 3 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10218 Rechtbank Den Haag, 30 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15027 Rechtbank Den Haag, 28 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14793 Rechtbank Den Haag, 15 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:2497 Raad van State, 26 augustus 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:5698 Rechtbank Den Haag, 8 juni 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:918 Raad van State, 28 maart 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:1057 Rechtbank Den Haag, 9 februari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:2660 Rechtbank Den Haag, 7 februari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:365 Raad van State, 7 februari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:49 Raad van State, 10 januari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:38 Raad van State, 6 januari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:17021 Rechtbank Den Haag, 30 december 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16948 Rechtbank Den Haag, 16 december 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16904 Rechtbank Den Haag, 2 december 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16892 Rechtbank Den Haag, 1 december 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2021:2738 Raad van State, 26 november 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16806 Rechtbank Den Haag, 9 november 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:12747 Rechtbank Den Haag, 1 november 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:12746 Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16748 Rechtbank Den Haag, 25 oktober 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:9282 Rechtbank Den Haag, 23 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16321 Rechtbank Den Haag, 20 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16520 Rechtbank Den Haag, 11 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16331 Rechtbank Den Haag, 5 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16518 Rechtbank Den Haag, 4 augustus 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16163 Rechtbank Den Haag, 30 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16282 Rechtbank Den Haag, 29 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:16284 Rechtbank Den Haag, 29 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:7268 Rechtbank Den Haag, 12 juli 2021 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2021:6235 Rechtbank Den Haag, 26 mei 2021 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.