Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Raad van State, 26 november 2021
ECLI:NL:RVS:2021:2738Zaaknummer 202106240/1/V1
- Instantie
- Raad van State
- Datum uitspraak
- 26 november 2021
- Publicatiedatum
- 8 december 2021
- Zaaknummer
- 202106240/1/V1
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzitter, en mr. A. Kuijer en
mr. C.C.W. Lange, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.G.M. Laarhoven, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Laarhoven
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2021
392
Volledige tekst
202106240/1/V1.
Datum uitspraak: 26 november 2021
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 24 september 2021 in zaak nr. NL21.13790 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 24 september 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. C.G. Matze, advocaat te Breda, hoger beroep ingesteld.
Overwegingen
1. Het hoger beroep gaat onder meer over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 19 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:881, over de situatie in Italië voor Dublinclaimanten). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het door de vreemdeling aangehaalde AIDA-rapport "Country Report: Italy 2020 Update" van de European Council on Refugees and Exiles (ECRE) van 3 juni 2021 geen wezenlijk ander beeld schetst van de situatie in Italië voor Dublinclaimanten dan uit de landeninformatie volgt die al bij voornoemde uitspraak van 19 april 2021 is betrokken.
2. Voor het overige leidt het hoger beroep evenmin tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).
3. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, voorzitter, en mr. A. Kuijer en
mr. C.C.W. Lange, leden, in tegenwoordigheid van mr. B.G.M. Laarhoven, griffier.
De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.
w.g. Laarhoven
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 26 november 2021
392
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Aangehaald in
- ECLI:NL:RBDHA:2023:5354 Rechtbank Den Haag, 6 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4816 Rechtbank Den Haag, 4 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7793 Rechtbank Den Haag, 3 april 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7842 Rechtbank Den Haag, 24 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:7790 Rechtbank Den Haag, 13 maart 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3799 Rechtbank Den Haag, 28 februari 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3806 Rechtbank Den Haag, 28 februari 2023 (bestuursrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4918 Rechtbank Den Haag, 28 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4921 Rechtbank Den Haag, 28 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:4928 Rechtbank Den Haag, 28 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2182 Rechtbank Den Haag, 24 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3104 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3162 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3164 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3166 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3168 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3266 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3268 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3273 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3277 Rechtbank Den Haag, 22 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1938 Rechtbank Den Haag, 20 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3275 Rechtbank Den Haag, 17 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3464 Rechtbank Den Haag, 3 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:3097 Rechtbank Den Haag, 2 februari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2482 Rechtbank Den Haag, 25 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2443 Rechtbank Den Haag, 23 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:2451 Rechtbank Den Haag, 23 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:1831 Rechtbank Den Haag, 13 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:225 Rechtbank Den Haag, 13 januari 2023 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14626 Rechtbank Den Haag, 29 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15497 Rechtbank Den Haag, 21 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15498 Rechtbank Den Haag, 21 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15629 Rechtbank Den Haag, 16 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15308 Rechtbank Den Haag, 15 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15312 Rechtbank Den Haag, 15 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15448 Rechtbank Den Haag, 7 december 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:12311 Rechtbank Den Haag, 17 november 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15443 Rechtbank Den Haag, 15 november 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15093 Rechtbank Den Haag, 8 november 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15245 Rechtbank Den Haag, 24 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15243 Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15248 Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15249 Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15109 Rechtbank Den Haag, 18 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14973 Rechtbank Den Haag, 13 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14992 Rechtbank Den Haag, 13 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:2902 Raad van State, 10 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:10132 Rechtbank Den Haag, 3 oktober 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:15012 Rechtbank Den Haag, 21 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:9718 Rechtbank Den Haag, 20 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:14793 Rechtbank Den Haag, 15 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:2657 Raad van State, 12 september 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:2115 Raad van State, 25 juli 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:5698 Rechtbank Den Haag, 8 juni 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:11230 Rechtbank Den Haag, 9 maart 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:376 Raad van State, 8 februari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RBDHA:2022:2660 Rechtbank Den Haag, 7 februari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:43 Raad van State, 7 januari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:19 Raad van State, 5 januari 2022 (vreemdelingenrecht)
- ECLI:NL:RVS:2022:20 Raad van State, 5 januari 2022 (vreemdelingenrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.