Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 9 februari 2022

ECLI:NL:RBDHA:2022:1057Zaaknummer NL21.19982

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 februari 2022
Publicatiedatum
15 februari 2022
Zaaknummer
NL21.19982
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak, Dublin Italië, ongegrond

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. In beroep is niet gemotiveerd bestreden dat Italië de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Het niet reageren door de Italiaanse autoriteiten op het tijdige overnameverzoek van Nederland staat, zoals verweerder stelt, gelijk aan de aanvaarding van dat overnameverzoek. De aanwezigheid in Nederland van een familielid van eiser is hierop niet van invloed, aangezien niet is gebleken dat dit een familielid is in de zin van artikel 16 van de Dublinverordening1.

1 Verordening (EU) nr. 604/2013.

2. Verweerder heeft verder in zijn voornemen voldoende gemotiveerd dat er geen beletselen zijn voor de overdracht van eiser aan Italië. In het bestreden besluit heeft verweerder hiervoor kunnen verwijzen naar het voornemen, aangezien eisers zienswijze in grote lijnen een herhaling is van zijn verklaringen tijdens het gehoor aanmeldfase.

3. Gegeven het fictieve claimakkoord wordt aangenomen dat de Italiaanse autoriteiten het asielverzoek van eiser met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen in behandeling zullen nemen. Volgens vaste rechtspraak2 mag ook in het geval van Italië in beginsel worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De gestelde omstandigheid dat in Italië onder valse voorwendselen eisers vingerafdrukken zijn afgenomen, is geen reden om in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken. Het uitgangspunt is immers dat eiser hierover kan klagen in Italië. Het tegendeel heeft hij niet aannemelijk gemaakt.

4. Verweerder stelt terecht dat eiser overigens ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat in Italië sprake is van tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen die aan overdracht in de weg staan. Voor wat betreft eisers persoonlijke ervaringen heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser op eigen initiatief uit Italië is vertrokken zonder eerst de asielprocedure te doorlopen en zonder te klagen over de behandeling die hem in Italië ten deel zou zijn gevallen.

5. Verweerder heeft mede gelet op het voorgaande kunnen overwegen dat in eisers geval niet is gebleken van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan overdracht aan Italië van onevenredige hardheid getuigt. Voor zover eiser in dit verband heeft benadrukt dat in Nederland familieleden van zijn echtgenote verblijven, heeft verweerder dat niet als een relevante bijzonderheid hoeven aanmerken. Dit is geen reden om de aanvraag aan zich te trekken. Ook de asielaanvraag van eisers echtgenote is niet in behandeling genomen. Zij zal dus ook niet in Nederland worden toegelaten.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier.

2 Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2021:464 en ECLI:NL:RVS:2021:881.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR19156962

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [naam eiser], eiser v-nummer: [V-nummer]
  2. Procesverloop
  3. Beslissing
  4. Overwegingen
  5. Documentcode: DSR19156962
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.19982

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser], eiser v-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. M. Grigorjan),

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. R.A.P.M. van der Zanden).

Procesverloop

Bij besluit van 21 december 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat Italië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL21.19983, op 4 februari 2022 op zitting behandeld. Eiser is, met bericht van verhindering, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. In beroep is niet gemotiveerd bestreden dat Italië de verantwoordelijke lidstaat is voor de behandeling van eisers verzoek om internationale bescherming. Het niet reageren door de Italiaanse autoriteiten op het tijdige overnameverzoek van Nederland staat, zoals verweerder stelt, gelijk aan de aanvaarding van dat overnameverzoek. De aanwezigheid in Nederland van een familielid van eiser is hierop niet van invloed, aangezien niet is gebleken dat dit een familielid is in de zin van artikel 16 van de Dublinverordening1.

1 Verordening (EU) nr. 604/2013.

2. Verweerder heeft verder in zijn voornemen voldoende gemotiveerd dat er geen beletselen zijn voor de overdracht van eiser aan Italië. In het bestreden besluit heeft verweerder hiervoor kunnen verwijzen naar het voornemen, aangezien eisers zienswijze in grote lijnen een herhaling is van zijn verklaringen tijdens het gehoor aanmeldfase.

3. Gegeven het fictieve claimakkoord wordt aangenomen dat de Italiaanse autoriteiten het asielverzoek van eiser met inachtneming van de Europese asielrichtlijnen in behandeling zullen nemen. Volgens vaste rechtspraak2 mag ook in het geval van Italië in beginsel worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De gestelde omstandigheid dat in Italië onder valse voorwendselen eisers vingerafdrukken zijn afgenomen, is geen reden om in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken. Het uitgangspunt is immers dat eiser hierover kan klagen in Italië. Het tegendeel heeft hij niet aannemelijk gemaakt.

4. Verweerder stelt terecht dat eiser overigens ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat in Italië sprake is van tekortkomingen in de asielprocedure en opvangvoorzieningen die aan overdracht in de weg staan. Voor wat betreft eisers persoonlijke ervaringen heeft verweerder er terecht op gewezen dat eiser op eigen initiatief uit Italië is vertrokken zonder eerst de asielprocedure te doorlopen en zonder te klagen over de behandeling die hem in Italië ten deel zou zijn gevallen.

5. Verweerder heeft mede gelet op het voorgaande kunnen overwegen dat in eisers geval niet is gebleken van bijzondere individuele omstandigheden op grond waarvan overdracht aan Italië van onevenredige hardheid getuigt. Voor zover eiser in dit verband heeft benadrukt dat in Nederland familieleden van zijn echtgenote verblijven, heeft verweerder dat niet als een relevante bijzonderheid hoeven aanmerken. Dit is geen reden om de aanvraag aan zich te trekken. Ook de asielaanvraag van eisers echtgenote is niet in behandeling genomen. Zij zal dus ook niet in Nederland worden toegelaten.

6. Het beroep is ongegrond.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2022 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier.

2 Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2021:464 en ECLI:NL:RVS:2021:881.

Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR19156962

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.