Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Overijssel, 2 oktober 2024
ECLI:NL:RBOVE:2024:5113Zaaknummer 08-265272-24
- Instantie
- Rechtbank Overijssel
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2024
- Publicatiedatum
- 3 oktober 2024
- Zaaknummer
- 08-265272-24
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Raadkamer
- Zittingsplaats
- Almelo
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De raadkamer verlengt de termijn van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 60 dagen.
Beslissing
De raadkamer:
verlengt de termijn van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 60 (zestig) dagen.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 2 oktober 2024 door:
mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, kinderrechter,
mr. R.G.J. Gehring en mr. I. Piksen, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van M.K. Barin, griffier.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-265272-24
Bevel verlenging gevangenhouding van de raadkamer d.d. 2 oktober 2024
(artikel 66 Wetboek van Strafvordering, jeugdstrafrecht)
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats],
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres],
nu gedetineerd in [locatie].
Raadsman mr. J. Ruarus.
Procedure
Op 28 augustus 2024 is tegen de verdachte een bevel tot gevangenhouding verleend.
De officier van justitie heeft verlenging van de geldigheidsduur van dit bevel gevorderd voor de duur van 30 dagen.
De raadkamer heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte de raadsman, de vader en de heer [naam] van de Raad voor de Kinderbescherming, gehoord.
Beoordeling
Na onderzoek is gebleken dat de verdenking, de ernstige bezwaren en de grond(en) als bedoeld in artikel 67a van het Wetboek van Strafvordering, die tot het bevel tot gevangenhouding van de verdachte ter zake van de onder feit 2 op de vordering tot inbewaringstelling tenlastegelegde poging tot doodslag c.q. poging zware mishandeling hebben geleid, ook op dit moment nog bestaan. Verdachte beroept zich bij vragen over de medeverdachte op zijn zwijgrecht terwijl in het dossier belastende whatsapp-gesprekken zijn gevoegd over een voorgenomen beroving. Niettegenstaande de ontkenning van verdachte dat hij geschoten zou hebben, is de raadkamer van oordeel dat er voldoende ernstige bezwaren tegen verdachte zijn ter zake van minst genomen het medeplegen van poging doodslag c.q. poging zware mishandeling.
De raadkamer is van oordeel dat een situatie als bedoeld in artikel 67a, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op dit moment nog niet aan de orde is.
De raadkamer neemt de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 van het Wetboek van Strafvordering in aanmerking.
Beslissing
De raadkamer:
verlengt de termijn van het bevel tot gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 60 (zestig) dagen.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 2 oktober 2024 door:
mr. B.W.M. Hendriks, voorzitter, kinderrechter,
mr. R.G.J. Gehring en mr. I. Piksen, kinderrechters,
in tegenwoordigheid van M.K. Barin, griffier.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.