Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Noord-Nederland, 17 maart 2020

ECLI:NL:RBNNE:2020:1183Zaaknummer 8264867

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17 maart 2020
Publicatiedatum
18 maart 2020
Zaaknummer
8264867
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Assen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis in het kader van ambtshalve toetsing. Eerdere procedure tussen partijen geweest, maar uit de dagvaarding blijkt niet duidelijk wat er destijds is gevorderd en toegewezen; vonnis en dagvaarding opgevraagd. Ook specificatie van de ontvangen betalingen opgevraagd.

BESLISSING

De kantonrechter:

1. beveelt eisende partij om bij akte de onder 2.3 bedoelde toelichting te verstrekken, te nemen op de rol van dinsdag 14 april 2020;

2. bepaalt dat bij wijziging van de eis dan wel de gronden daarvoor, eisende partij dit vonnis en hetgeen op grond van dit vonnis in het geding wordt gebracht aan gedaagde partij moet betekenen, en gedaagde partij daarbij moet oproepen om te verschijnen op de hiervoor bedoelde rolzitting;

3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020.

typ/conc: 15484/ak

coll:

Volledige tekst

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 8264867 \ CV EXPL 20-187

vonnis van de kantonrechter van 17 maart 2020

in de zaak van

de naamloze vennootschap N.V. Univè Zorg,

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Arnhem,

eisende partij,

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarder & Incasso,

tegen

[gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

tegen wie verstek is verleend.

1 Verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennis genomen van de dagvaarding van 7 januari 2020 met producties. Gedaagde partij is niet verschenen en heeft evenmin schriftelijk gereageerd of om aanhouding van de procedure verzocht.

2 Gronden van de beslissing

Aan dagvaarding te stellen eisen

2.1.

Gedaagde partij is een natuurlijk persoon. Natuurlijke personen zijn in de regel consument en op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daarom niet is gevraagd (‘ambtshalve toepassing’). De dagvaarding dient voldoende informatie te verschaffen om de rechter in staat te stellen te beoordelen of de vordering niet onrechtmatig of ongegrond is en daarbij tevens te beslissen of er aanleiding is tot ambtshalve toepassing van het geldend consumentenrecht.

Bevel om stellingen toe te lichten en bewijsstukken in het geding te brengen

2.2.

De in dit geding uitgebrachte dagvaarding verschaft naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende informatie om de gegrondheid van de vordering te kunnen beoordelen en voldoet daarmee niet aan de eisen van artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Op grond van artikel 22 Rv. is de rechter bevoegd een toelichting op bepaalde stellingen te vragen en te bevelen dat op de zaak betrekking hebbende bescheiden worden overgelegd.

2.3.

De kantonrechter zal eisende partij bevelen de vordering nader te onderbouwen, al dan niet gebruikmakend van het op rechtspraak.nl te vinden formulier (https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/landelijk-informatieformulier-ambtshalve-toetsen-consumentenzaken.pdf#search=informatieformulier).

Eisende partij dient in ieder geval de volgende informatie te verstrekken:

- een kopie van het vonnis van 19 december 2017 en de bijbehorende dagvaarding inclusief producties;

- een specificatie van de in productie 1 genoemde "Declaratie 50817488" ad € 12,69

- een specificatie waaruit niet alleen blijkt welke premiebedragen en declaraties wanneer aan gedaagde in rekening zijn gebracht (naar de kantonrechter begrijpt in totaal € 1.003,64 vanaf september 2016 tot en met augustus 2017), maar ook wanneer daarop welke bedragen van gedaagde zijn ontvangen (naar de kantonrechter begrijpt in totaal € 924,24) en waarop die bedragen zijn afgeboekt.

Betekening

2.4.

Indien sprake is van een wijziging van eis of de gronden daarvan, dient eisende partij dit vonnis en de akte aan gedaagde partij te betekenen en gedaagde partij op te roepen om op de hierna te noemen rolzitting te verschijnen om voort te procederen in de zaak. De kosten van betekening blijven voor rekening van eisende partij.

Gevolgen niet voldoen aan het bevel

2.5.

Indien aan de hierboven bedoelde opdrachten niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Rv. de gevolgen verbinden die hij geraden acht.

2.6.

Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

BESLISSING

De kantonrechter:

1. beveelt eisende partij om bij akte de onder 2.3 bedoelde toelichting te verstrekken, te nemen op de rol van dinsdag 14 april 2020;

2. bepaalt dat bij wijziging van de eis dan wel de gronden daarvoor, eisende partij dit vonnis en hetgeen op grond van dit vonnis in het geding wordt gebracht aan gedaagde partij moet betekenen, en gedaagde partij daarbij moet oproepen om te verschijnen op de hiervoor bedoelde rolzitting;

3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.E. van Rossum en in het openbaar uitgesproken op 17 maart 2020.

typ/conc: 15484/ak

coll:

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.