Uitspraak · Arbeidsrecht

Rechtbank Midden-Nederland, 13 oktober 2026

ECLI:NL:RBMNE:2026:7421Zaaknummer 12290480 \ AE VERZ 26-35

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
13 oktober 2026
Publicatiedatum
27 oktober 2026
Zaaknummer
12290480 \ AE VERZ 26-35
Rechtsgebied
Civiel recht, Arbeidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Amersfoort
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

WWZ. Ontbinding arbeidsovereenkomst op de g-grond, geen billijke vergoeding, wel transitievergoeding

5 De beslissing

De kantonrechter

in de verzoeken van KBN:

5.1

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2026,

5.2

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen,

5.3

wijst het meer of anders verzochte af,

in de voorwaardelijke tegenverzoeken van [verweerster]:

5.4

veroordeelt KBN om aan [verweerster] om uiterlijk een maand na het einde van het dienstverband een transitievergoeding te betalen van € 16.827,30 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd,

5.5

veroordeelt KBN tot het verstrekken van een correcte eindafrekening,

5.6

veroordeelt KBN, nadat de eindafrekening is opgemaakt, tot betaling van hetgeen in het kader van de eindafrekening is verschuldigd aan loon-, vakantie-, eindejaars-, verlof-, en cao-aanspraken, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, voor zover verschuldigd, en de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,

5.7

veroordeelt KBN tot afgifte aan [verweerster] van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7:656 BW,

5.8

bepaalt dat KBN uitsluitend met toestemming van [verweerster] referenties mag verstrekken,

5.9

compenseert de proceskosten in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen,

5.10

verklaart de veroordeling onder 5.4 uitvoerbaar bij voorraad,[_6e352a4e-d8b6-49a0-a9d2-e4fa56f8a2a2]

5.11

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op

13 oktober 2026.

1257

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De kern van de zaak
  3. 3 De achtergrond
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Amersfoort

Zaaknummer / rekestnummer: 12290480 \ AE VERZ 26-35

Beschikking van 13 oktober 2026

in de zaak van

de vereniging

KARATE-DO BOND NEDERLAND,

statutair gevestigd in Bunschoten-Spakenburg,

verzoekster, verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek,

hierna te noemen: KBN,

gemachtigde: mr. R.D. Ouwerling,

tegen

[verweerster],

wonende in [woonplaats],

verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek,

hierna te noemen: [verweerster],

gemachtigde: P. Raven

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van 29 juni 2026 met producties 1-20;

- het verweerschrift en voorwaardelijk tegenverzoek met producties 1-20;

- de producties 21-38 van KBN;

- de producties 38-41 van KBN;

- het verzoek van KBN om verlenging van de spreektijd. De kantonrechter heeft dit verzoek gehonoreerd.

1.2

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 september 2026. Namens KBN waren aanwezig mevrouw [A], [functie 1] van KBN, en (via Teams) de heer [B], voormalig [functie 2] van KBN. KBN werd bijgestaan door

mr. Ouwerling. [verweerster] was aanwezig, vergezeld door haar partner en haar ouders. Zij werd bijgestaan door mr. Raven. Partijen hebben spreekaantekeningen overgelegd.

De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er op de mondelinge behandeling is besproken.

1.3

De beschikking is bepaald op vandaag.

2 De kern van de zaak

2.1

[verweerster], 32 jaar oud, is op 1 augustus 2016 in dienst getreden bij KBN. De functie van [verweerster] is [functie 3] / [.] Bondsbureau. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2026, omdat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. De ontstane situatie is niet het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, niet van KBN en niet van [verweerster]. Daarom heeft [verweerster] recht op de transitievergoeding. Die is € 16.827,30 bruto. KBN hoeft geen billijke vergoeding aan [verweerster] te betalen. Verder wordt KBN veroordeeld om een getuigschrift af te geven, om een correcte eindafrekening te verstrekken en om uit te betalen dat wat in het kader van de eindafrekening verschuldigd is, behalve de overuren. Wat betreft de proceskosten wordt bepaald dat ieder van partijen de eigen kosten moet dragen.

3 De achtergrond

3.1

KBN is de landelijke sportbond voor karate in Nederland. KBN behartigt de belangen van de karatesport en houdt zich bezig met de organisatorische en inhoudelijke ondersteuning daarvan. De activiteiten van KBN bestaan onder meer uit het organiseren van wedstrijden, het ondersteunen van talentontwikkeling, het verzorgen van opleidingen, het faciliteren van breedtesportactiviteiten, het opleiden van scheidsrechters en het organiseren van Dan-graadexamens. KBN heeft ongeveer 7600 individuele leden en 180 sportscholen hebben zich bij KBN aangesloten.

3.2

Binnen KBN bestaat een Wedstrijd Organisatie Commissie (hierna: de WOC). De WOC is in opdracht van KBN belast met de coördinatie en organisatie van onder meer de Open Nederlandse Kampioenschappen en de Nederlandse Kampioenschappen Karate. Bij andere toernooien, zoals OAV- en Vanentoernooien vervult de WOC een ondersteunende rol.

3.3

[verweerster] is als vrijwilliger betrokken bij de WOC, evenals haar partner en voorheen haar vader.

3.4

In april 2025 vond op initiatief van KBN een evaluatie plaats met de WOC over de Open for Youth ( DO4Y) in november 2024.

3.5

Op 10 april 2025 heeft [verweerster] zich ziekgemeld.

3.6

Op 9 mei 2025 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen partijen. Naar aanleiding van de door [verweerster] aangedragen punten, waaronder een integriteitskwestie, heeft KBN [verweerster] op 13 mei 2025 een vijf-stappenplan voorgesteld, waaronder de stappen ‘Integriteit & Samenwerking’ en ‘Mediator’.[_9fcd5f07-d806-4c34-af2e-5dbdc817ca2a]

3.7

Op 18 juni 2025 heeft [verweerster] een melding gedaan bij het Instituut Sportrechtspraak (hierna: ISR) over een (voormalig) [functie 2] van KBN.

3.8

Op 14 juli 2025 heeft KBN opdracht gegeven aan [bedrijfsnaam] (hierna: [bedrijfsnaam]) tot het uitvoeren van een integriteitsonderzoek. Het onderzoek is op 13 maart 2026 afgerond. In het onderzoeksrapport staat over de aanleiding voor het integriteitsonderzoek het volgende:

“(…)

Het bestuur van KBN heeft verschillende meldingen gekregen van vermeend ongewenst gedrag van individuele personen en/of organisatieonderdelen van de KBN. (…) Concreet houden die meldingen in:

 Het uitvoeren van nevenwerkzaamheden zonder medeweten van KBN-bestuur.

 Het niet correct gebruik maken van KBN-apparatuur en materiaal conform de KBN-regels.

 Het niet (volledig) verstrekken van aan de KBN toebehorende inloggegevens.

 Het laten doen van privébetalingen door sportschoolhouders aan privérekeningen van een WOC- [functie 3] .”

3.9

[bedrijfsnaam] heeft over de verhouding tussen KBN en de WOC de volgende analyse gegeven, voor zover hier van belang:

“ De WOC fungeerde als een autonoom opererende commissie, bestaande uit betrokken en gemotiveerde vrijwilligers met een groot hart voor de sport. (…) Binnen de WOC bestonden meerdere persoonlijke relaties: een stel, Y [ [verweerster], opmerking kantonrechter] en haar partner, en een ex-getrouwd stel. Deze samenstelling heeft door de jaren heen geleid tot een hecht opererende groep met een sterke onderlinge band. De WOC ontwikkelde daarbij een houding van zelfstandigheid en was zich niet/nauwelijks bewust van de bestuurlijke verantwoordelijkheid. Y vervulde daarnaast een dubbele rol. Enerzijds als vrijwilliger binnen de WOC, anderzijds als betaald [functie 3] van het bondsbureau. Deze combinatie van rollen bracht een aanzienlijke werkdruk met zich. Y toonde een groot verantwoordelijkheidsgevoel voor haar taken en nam daarbij een centrale positie in binnen de WOC, terwijl er een onverenigbaarheid van functies ontstond. Het is [functie 3] van de KBN, niet zijnde bestuurders, niet toegestaan om deel te nemen aan enig andere commissie gelieerd aan de KBN in de rol van vrijwilliger.

Het bestuur heeft door de jaren heen onvoldoende zicht gehad op de wijze waarop de WOC opereerde. Dit gebrek aan toezicht creëerde ruimte voor de WOC. De WOC voelde zich vrij om zelfstandig te opereren, terwijl deze vrijheid feitelijk het gevolg was van te beperkte sturing door het bestuur.

(…)

Er is sprake geweest van een botsing tussen een autonoom gegroeide commissie en het formele gezag. Het bestuur wilde op verschillende momenten meer grip krijgen op de WOC: tijdens de evaluatie in april en later toen zij inzicht wilden in de rol van Sportdata Nederland en toegang tot de inlogcodes van toernooien. Dit botste echter op de bestaande werkwijze en leidde tot onbegrip bij de WOC-leden. (…)

Het is daarnaast goed om te onderkennen dat het niet alleen een interpersoonlijk conflict is, maar gevolg is van organisatorische tekortkomingen in de governance. (…) Het ontbreken van transparante rapportagelijnen en het beperkte toezicht van het bestuur op de WOC hebben ertoe geleid dat deze commissie feitelijk buiten de reguliere governance-structuur is gaan opereren.”

3.10

[bedrijfsnaam] heeft de onderzoeksbevindingen samengevat als volgt:

“ Samenvattend heeft Y gedurende lange tijd geopereerd in een positie tussen haar functie bij KBN, de WOC en de privé-activiteiten uitgevoerd waar zij ook (extra) voor betaald is. De scheiding tussen functies was in praktijk niet duidelijk. Zo maakte zij gebruik van KBN-apparatuur terwijl zij stelde privé werkzaam te zijn, ontving zij privébetalingen van een sportschoolhouder die meende de WOC van de KBN te betalen en hield zij controle over inloggegevens van KBN door te verwijzen naar een ‘Sportdata Nederland’, die niet van de KBN zouden zijn. Deze werkwijze heeft – toen het bestuur hier kennis van kreeg – bij het bestuur (…) geleid tot vragen (…). Er was een gebrek aan transparantie richting het bestuur en een situatie waarin Y feitelijk de beschikking had over middelen en contacten van de KBN terwijl zij hier persoonlijk ook gebruik van maakte zonder dat het bestuur (…) hiervan op de hoogte was. De onderzoekers concluderen dat Y in meerdere gevallen in strijd heeft gehandeld met geldende regelgeving. Het bestuur had tegelijkertijd meer oog moeten hebben voor de eventuele kwetsbaarheden in de governancestructuur.”

3.11

Op 17 juli 2026 heeft de bedrijfsarts geadviseerd [verweerster] hersteld te melden.

Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.12

KBN legt aan haar ontbindingsverzoek ten grondslag dat [verweerster] niet de openheid, transparantie en medewerking heeft gegeven die van een [functie 3] in een sleutelpositie binnen KBN mochten worden verwacht. Volgens KBN bevestigen de conclusies in het [bedrijfsnaam] -rapport de zorgen van KBN over wezenlijke integriteits-vraagstukken, over rolvermenging, onduidelijkheid over de hoedanigheid waarin [verweerster] optrad, over het gebruik van KBN-middelen, over het beheer van aan KBN toebehorende inloggegevens en over het ontvangen van privé-betalingen in een context waarin derden ervan uitgingen dat zij met de WOC van KBN van doen hadden. Tegen de achtergrond van de kleine omvang van het bondsbureau en de centrale positie van [verweerster] binnen de organisatie en het noodzakelijke vertrouwen dat KBN in haar enige vaste [functie 3] moest kunnen stellen, raken deze bevindingen aan de kern van de arbeidsovereenkomst en kan van KBN niet verwacht worden dat zij de arbeidsovereenkomst met [verweerster] laat voortduren.

3.13

[verweerster] is het niet eens met het verzoek en vindt dat het moet worden afgewezen. Zij voert aan dat KBN van een jarenlange bekende en door opeenvolgende besturen geaccepteerde praktijk rond de WOC en Sportdata, achteraf een individuele integriteitskwestie van [verweerster] als persoon heeft gemaakt. Verder is er door keuzes van KBN een stilstand in het herstel van de arbeidsverhouding ontstaan en is een en ander verder op scherp gezet door een facebookbericht van (voormalig) [functie 2] [B].

3.14

Als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbindt, verzoekt [verweerster] om toekenning van de wettelijke transitievergoeding, en een aanvulling daarop van 50%. Ook verzoekt [verweerster] om een billijke vergoeding van € 50.000,- bruto omdat de ontbinding in haar visie het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van KBN.

4 De beoordeling

De overeenkomst wordt ontbonden

4.1

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet is bepaald wat een redelijke grond is.[_060209b0-e251-403e-b7c3-7916897cc66c] Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt.[_5e74945a-db61-4469-ab9b-dced8b0c5286]

4.2

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Er is voldaan aan de voorwaarden voor opzegging en het beroep van [verweerster] op het opzegverbod (tijdens ziekte) gaat niet op.[_53e6aad0-9eb8-4949-a43d-b25f782bccc3]

De redenen die KBN voor haar verzoek om ontbinding heeft gegeven (zie 3.12) staan los van de ziekte van [verweerster]. Ook als de ziekte van [verweerster] wordt weggedacht zijn die redenen aanwezig. Bovendien heeft de bedrijfsarts kort na de indiending van het verzoekschrift geadviseerd om [verweerster] per 17 juli 2026 weer beter te melden. [verweerster] heeft dat niet weersproken zodat ervan uit moet worden gegaan dat zij niet ziek is.

Het [bedrijfsnaam] -rapport

4.3

De bevindingen in het externe [bedrijfsnaam] -onderzoek vormen een belangrijke pijler onder het ontbindingsverzoek van KBN. Vooropgesteld wordt dat er geen reden is voor twijfel aan de juistheid van de bevindingen en conclusies in het onderzoeksrapport.

4.4

[bedrijfsnaam] heeft gedurende langere tijd een groot aantal documenten bestudeerd en in het rapport benoemd. Er zijn interviews gehouden met [verweerster], drie bestuursleden, en een getuige. [bedrijfsnaam] heeft hoor en wederhoor toegepast en heeft haar bevindingen vervolgens getoetst aan de toepasselijke wet- en regelgeving, de Cao Sport, en de regelgeving binnen KBN. Ook heeft [bedrijfsnaam] zelf geflecteerd op het onderzoek. Het onderzoek is dus zorgvuldig uitgevoerd.

4.5

De door [verweerster] in het verweerschrift gemaakte opmerkingen over het onderzoek maken dit niet anders. Volgens [verweerster] kunnen de meldingen die aanleiding waren voor het onderzoek niet los worden gezien van haar melding tegen de voormalige [functie 1] van KBN bij het Instituut Sportrechtspraak (ISR). [bedrijfsnaam] heeft na onderzoek echter geconcludeerd dat de meldingen elkaar weliswaar in de tijd opvolgen, maar dat niet aannemelijk is gemaakt dat het één onlosmakelijk uit het ander is gevolgd. De kantonrechter heeft geen aanleiding om daar anders over te oordelen, gelet op de andere bevindingen in het rapport.

4.6

[verweerster] heeft nog opgemerkt dat [bedrijfsnaam] niet heeft kunnen verifiëren of de bij het onderzoek betrokken WhatsAppberichten over bepaalde betalingen wel of niet van haar partner afkomstig zijn. [verweerster] heeft aan die constatering geen rechtsgevolg verbonden. Of de partner van [verweerster] wel of niet de afzender is van deze berichten is ook niet relevant. [verweerster] betwist immers niet dat er daggeldvergoedingen werden uitbetaald aan [functie 3] van Sportdata. Voor zover [verweerster] van mening is dat er meer getuigen gehoord hadden moet worden volgt de kantonrechter haar niet. Daarbij wordt opgemerkt dat [verweerster] zelf geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om getuigen aan te dragen in het onderzoek.[_7751752a-6317-40c6-b86d-f4dafc795fd8]

4.7

Ook overigens is niet gesteld of gebleken dat de bevindingen uit het onderzoek niet kloppen. De kantonrechter begrijpt dat [verweerster] het niet eens is met de kwalificatie van de bevindingen door KBN en de (arbeidsrechtelijke) conclusies die KBN (mede) op basis van dit rapport getrokken heeft. Daarover zal de kantonrechter hierna oordelen.

Geen ernstige verwijtbaarheid (de e-grond)

4.8

Om tot ontbinding over te gaan wegens verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer moet sprake zijn van zodanig verwijtbaar handelen, dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook moet het voor ontbinding wegens verwijtbaar handelen voor de werknemer duidelijk zijn wat door de werkgever als ontoelaatbaar gedrag wordt beschouwd. Daarvan is in dit geval geen sprake.

4.9

Dat [verweerster] een dubbele rol heeft, enerzijds als betaald [functie 3] van het bondsbureau en anderzijds als vrijwilliger binnen de WOC (zie r.o. 3.9.) staat niet ter discussie. Duidelijk is ook dat dat heeft geleid tot potentiële belangenverstrengeling en onduidelijkheid over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Zo heeft [verweerster] op, bijvoorbeeld, de Rotterdam Cup op 31 mei en 1 juni 2025 nevenwerkzaamheden (voor de WOC of Sportdata) uitgevoerd met gebruik van KBN-apparatuur en hebben er in 2024 en 2025 privébetalingen door een sportschoolhouder plaatsgevonden buiten KBN om, terwijl de sportschoolhouder veronderstelde die betalingen aan de WOC van KBN te hebben gedaan. Verder staat vast dat KBN [verweerster] meerdere keren heeft gevraagd om inloggegevens en dat [verweerster] die, om haar moverende redenen, niet tijdig en niet volledig ter beschikking heeft gesteld.

4.10

Vooropgesteld wordt dat die dubbele rol en de daarmee gepaard gaande onbetaalde en betaalde werkzaamheden, waarvoor een ondubbelzinnige toestemming van het bestuur ontbrak, in strijd zijn met de KBN-regels en de Cao Sport. De kantonrechter is het met KBN eens dat dat een onwenselijke en niet transparante praktijk is, zeker in het licht van de WBTR[_e35952af-ae4e-4816-8fa1-d091bbd61d66] op grond waarvan KBN belangenverstrengeling binnen haar organisatie dient te voorkomen, zoals KBN op de mondelinge behandeling heeft toegelicht.

4.11

Voor het oordeel dat het aandeel van [verweerster] in deze onwenselijke praktijk moet worden aangemerkt als (ernstig) verwijtbaar handelen bestaat echter geen grond. Vier oud-bestuursleden van KBN hebben immers verklaard dat het bestuur van KBN bij indiensttreding van [verweerster] op de hoogte was van de nevenactiviteiten van [verweerster] binnen de WOC en daarmee heeft ingestemd.[_27626f99-b832-4780-98b0-cf10880511de] In het rapport van [bedrijfsnaam] wordt deze gang van zaken bevestigd. [bedrijfsnaam] concludeert dat sprake is van ‘organisatorische tekortkomingen in de governance’. Het bestuur wist dus dat [verweerster] een positie innam binnen de WOC terwijl er een onverenigbaarheid van functies bestond. Volgens het protocol vrijwillige dubbelfuncties van KBN van 7 februari 2018 was het voor [verweerster] niet toegestaan om deel te nemen aan enige andere commissie gelieerd aan de KBN in de rol van vrijwilliger. KBN heeft daar gedurende meerdere jaren geen actie op ondernomen.

4.12

De dubbelrol van [verweerster] is tijdens een voortgangsgesprek op 14 september 2022 met haar besproken[_2cb78ff1-435b-432d-86ef-24dee47af587] maar nergens blijkt uit dat KBN in de jaren daarna [verweerster] op de onwenselijkheid van haar dubbelrol heeft aangesproken, laat staan concrete stappen heeft ondernomen om de regels te handhaven. Dit wordt onderschreven met de constatering van [bedrijfsnaam] dat sprake was van beperkt toezicht door KBN waardoor de WOC feitelijk opereerde buiten de reguliere governance-structuur. Pas in 2025 probeerde KBN aantoonbaar meer grip te krijgen op de rol van de WOC.

Tegen die achtergrond kan niet worden geconcludeerd dat de handelwijze van [verweerster], waartegen voorgaande besturen geen bezwaar hebben gemaakt, in 2025 (ernstig) verwijtbaar handelen van [verweerster] oplevert. Naar aanleiding de evaluatie van de Open for Youth ( DO4Y) is vanuit KBN verder meer gericht gekeken naar enkele betalingen aan [verweerster] buiten KBN om. Voldoende aannemelijk is geworden dat aan [verweerster], via een gezamenlijke rekening met haar partner, onkosten en daggeldvergoedingen zijn voldaan.

Gelet op de gedurende vele jaren bestaande praktijk is het aannemelijk dat [verweerster] ook op die punten meende gerechtvaardigd te handelen vanuit haar rol bij de WOC of Sportdata. Dat geldt ook voor het niet tijdig of niet volledig ter beschikking stellen van inloggegevens aan KBN. [bedrijfsnaam] heeft onweersproken geconcludeerd dat KBN de eigenaar is van de inloggegevens zodat [verweerster] die weliswaar op eerste verzoek van KBN had moeten verstrekken. Ook voor wat betreft de ontvangen betalingen had [verweerster] transparant moeten zijn in plaats van daarover ontwijkend en wisselend te verklaren. In de gegeven omstandigheden mag haar dat echter niet zo zwaar worden aangerekend als KBN nu doet.

De arbeidsverhouding tussen partijen is ernstig en duurzaam verstoord

4.13

Subsidiair stelt KBN dat de redelijke grond voor ontbinding is gelegen in een verstoorde arbeidsverhouding.[_1166c438-8504-4967-88eb-6961293f79a1] De kantonrechter oordeelt dat daar sprake van is. Zelfs als KBN een aandeel heeft gehad in het ontstaan van het conflict, zoals [verweerster] heeft aangevoerd, komt de kantonrechter tot de constatering dat het vertrouwen dat nodig is voor een goede samenwerking er over en weer niet meer is.

4.14

De kantonrechter overweegt dat KBN, mede gelet op de toepasselijke wet- en regelgeving en vragen vanuit haar leden, de vrijheid heeft om een nieuw kader te schetsen voor de WOC en de rol van [verweerster] daarin te begrenzen. Uit de gedingstukken kan worden afgeleid dat KBN vanaf 2025 heeft geprobeerd het gesprek hierover met [verweerster] (en de WOC) te voeren. Halverwege mei 2025, na de ziekmelding van [verweerster], leek de inzet van beide partijen gericht te zijn op een nieuwe vormgeving van de taken en verantwoordelijkheden waarbij integriteit en samenwerking belangrijke bespreekpunten vormden.[_fc5de9df-ddbf-4954-ad95-244807fefaf7]

4.15

De kantonrechter volgt KBN in de stelling dat die (positieve) houding van [verweerster] tijdens de onderzoeksperiode van [bedrijfsnaam] is veranderd en dat er veel onderling wantrouwen is ontstaan. [verweerster] heeft dat niet weersproken en het blijkt ook uit de reflectie van [bedrijfsnaam] op het onderzoek.[_10caa882-b945-4c4f-849e-2997fac703fa] De kantonrechter begrijpt dat [verweerster] zich aangevallen heeft gevoeld door het onderzoek, waarvan de aanleiding, in haar visie, samenhing met haar melding over een [functie 2] bij ISR. [bedrijfsnaam] heeft dat verband echter niet kunnen vaststellen en [verweerster] heeft niet aannemelijk gemaakt dat dat anders ligt (zie hierboven onder 4.5).

4.16

Voor zover [verweerster] het er niet mee eens is dat KBN het onderzoek naar de signalen heeft uitbesteed aan [bedrijfsnaam], overweegt de kantonrechter dat KBN dat vanuit goed werkgeverschap mocht doen, juist om de context waarin de meldingen zijn gedaan zorgvuldig te laten onderzoeken en objectief vast te laten stellen of de signalen klopten. Van [verweerster] mocht op haar beurt, als goed werknemer, verwacht worden dat zij open en transparant aan [bedrijfsnaam] had uitgelegd waar de kwestie volgens haar over ging. Dat is niet gebeurd. [verweerster] heeft tegenover [bedrijfsnaam] verklaard dat haar deelname aan het onderzoek vooral is ingegeven door druk vanuit het bestuur en dat zij zelf geen intrinsieke motivatie had voor een gesprek.

4.17

Naast deze houding van [verweerster] tijdens het onderzoek zijn er de onderzoeksbevindingen van [bedrijfsnaam] op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat [verweerster] zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven (en geeft) van haar functie als [functie 3] en het feit dat zij als vrijwilliger bij de WOC of Sportdata nu eenmaal formeel toestemming nodig had voor het gebruik van KBN-middelen en/of voor het ontvangen van gelden voor opbouwactiviteiten tijdens toernooien. Met het niet verschaffen van bepaalde inloggegevens aan KBN tijdens haar ziekteperiode wordt dat beeld bevestigd. Daardoor is de arbeidsrelatie en het onderling vertrouwen verder onder druk komen te staan.

4.18

De na het [bedrijfsnaam] -onderzoek opgestarte mediation, waarin volgens KBN de onderzoeksbevindingen zijn besproken, is op 23 mei 2026 geëindigd en heeft niet tot een oplossing van de ontstane vertrouwensbreuk geleid. Dat laat zien dat er geen gezamenlijke basis meer is voor de toekomst. Ook op de zitting is het de kantonrechter niet gebleken welke mogelijkheden er nog zouden zijn voor het herstellen van het noodzakelijke vertrouwen. De [functie 1] van KBN, mevrouw [A], heeft op de zitting herhaald dat er voor het bestuur een onwerkbare situatie is ontstaan en dat het vertrouwen er niet meer is. Zij bevestigde, daar naar gevraagd, dat het nieuw aangetreden bestuur het ontbindingsverzoek ondersteunt.

4.19

De conclusie is dan ook dat de arbeidsverhouding als ernstig en duurzaam verstoord moet worden beschouwd. Die verstoring is zodanig dat van KBN in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

De i-grond hoeft niet beoordeeld te worden

4.20

Omdat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden op de zogenoemde g-grond, komt de kantonrechter niet toe aan beoordeling van de i-grond als meer subsidiaire grond voor het ontbindingsverzoek (en het daarmee samenhangende tegenverzoek tot betaling van een extra vergoeding).

[verweerster] kan niet worden herplaatst

4.21

Herplaatsing van [verweerster] op een andere plek in de organisatie binnen een redelijke termijn ligt niet in de rede, gezien de kern van de problematiek die aan de verstoorde verhouding ten grondslag ligt én de kleine organisatie van KBN met slechts één functie van [functie 3] bondsbureau. Met de andere, binnen KBN bestaande, functie van sportcoach houdt [verweerster] zich niet bezig, zo verklaarde zij op de mondelinge behandeling. Een herplaatsing in die functie is dus niet aan de orde.

De arbeidsovereenkomst eindigt op 1 december 2026

4.22

Het einde van de arbeidsovereenkomst wordt bepaald op 1 december 2026.[_06c8601b-0b95-474d-95e3-8bc49b971725] Daarbij is rekening gehouden met een opzegtermijn van drie maanden. De proceduretijd is hierop in mindering gebracht, met dien verstande dat een termijn van een maand resteert.

KBN heeft verzocht te bepalen dat de arbeidsovereenkomst op de kortst mogelijke termijn wordt ontbonden maar daar gaat de kantonrechter niet in mee. Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verweerster] is immers geen sprake.

KBN moet een transitievergoeding betalen

4.23

Omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten aan de zijde van [verweerster], heeft [verweerster] recht op de transitievergoeding. Er bestaat geen aanleiding om aan [verweerster] een extra vergoeding toe te kennen. De arbeidsovereenkomst wordt namelijk ontbonden op de g-grond (verstoorde arbeidsverhouding). Een cumulatievergoeding van 50% is dan niet aan de orde.

4.24

Het verzoek om KBN te veroordelen tot betaling van die transitievergoeding wordt daarom toegewezen tot een bedrag van € 16.827,30 bruto. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt ook toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.[_e83a4066-d34a-4ee7-8c15-a2525e474a1f]

KBN hoeft geen billijke vergoeding te betalen

4.25

[verweerster] meent dat KBN ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en maakt daarom aanspraak op een billijke vergoeding. Dat verzoek wijst de kantonrechter af. Een billijke vergoeding kan namelijk alleen worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever.[_0b926d34-b94a-4d96-88e9-8f9e775a7b9e] Die hoge lat is niet gehaald.

4.26

Uit wat hiervoor is overwogen blijkt dat de verstoorde arbeidsrelatie door toedoen van zowel KBN als [verweerster] is ontstaan. Bij KBN heeft het jarenlang ontbroken aan toezicht op de WOC waardoor de onwenselijke situatie van de dubbelrol van [verweerster] te lang heeft kunnen voortbestaan. Vanaf het moment dat KBN wel grip probeerde te krijgen op de situatie en deze wilde veranderen stuitte zij eerst op weerstand bij de WOC en daarna op weerstand bij [verweerster] tijdens het [bedrijfsnaam] -onderzoek. [verweerster] heeft de beslissing van KBN om [bedrijfsnaam] onderzoek te laten doen als een aanval op haar integriteit ervaren, terwijl KBN in de onafhankelijkheid van [bedrijfsnaam] juist getracht heeft een oplossing te vinden zonder de verhoudingen verder op het spits te willen drijven, zo stelde KBN op de zitting. De kantonrechter heeft geen aanleiding om daar anders over te oordelen. Verder is van belang dat ISR een maatregel aan de voormalige [functie 1] (door middel van een geaccepteerde schikking) heeft opgelegd en dat hij is teruggetreden uit het bestuur van KBN. Desondanks bleef het wantrouwen van [verweerster] ten aanzien van het bestuur KBN bestaan. Daardoor zijn partijen verder uit elkaar gedreven en is het wederzijdse onbegrip groter geworden. Ook een mediation-traject heeft de lucht tussen partijen niet kunnen klaren, met een onvermijdelijke breuk tot gevolg.

4.27

[verweerster] heeft verder nog gewezen op de openbare uitlating op Facebook door een ander voormalig [functie 2], vooruitlopend op de onderzoeksresultaten van [bedrijfsnaam]. Ondanks het feit dat het [functie 2] dit op persoonlijke titel zou hebben gedaan en het geen zittende bestuurder van KBN betrof, had dit bericht achterwege moeten blijven. Het voormalig [functie 2] heeft de betreffende passage na een sommatie door de voormalig advocaat van [verweerster] ook aangepast en daarna (september 2025) is het nooit meer tussen partijen ter sprake geweest, zoals KBN onweersproken heeft gesteld. Daarom is dit geen omstandigheid die kwalificeert als ernstig verwijtbaar handelen van KBN.

Geen intrekkingstermijn

4.28

KBN hoeft geen gelegenheid te krijgen het verzoek tot ontbinding in te trekken, omdat aan de ontbinding geen billijke vergoeding wordt verbonden.

De overige verzoeken van [verweerster]

4.29

Het verzoek om een deugdelijke eindafrekening wordt toegewezen. Het is de verantwoordelijkheid van KBN om die aan het einde van het dienstverband op te maken.

4.30

[verweerster] verzoekt ook om uitbetaling van alle openstaande loon-, vakantie-, verlof-, overuren en cao-aanspraken. Dit verzoek wordt toegewezen als onder de beslissing staat vermeld. De kantonrechter is het met KBN eens dat de overurenclaim van [verweerster] in strijd is met de goede procesorde. KBN is op een laat moment in deze procedure met de door [verweerster] aangehaalde overuren geconfronteerd. Om de juistheid van die vordering vast te kunnen stellen moeten urenregistraties, roosters en loonadministratie worden bestudeerd, waarbij ook de bestaande afspraken over compensatie een rol spelen. Zo was [verweerster] tijdens de zomermaanden drie dagen per week werkzaam in plaats van vijf dagen, juist om overuren te compenseren. Die werkwijze staat ook in de Cao Sport. [verweerster] weerspreekt dat niet. Volgens haar is er ondanks die afspraak nog steeds een surplus aan overuren maar dat heeft zij niet geconcretiseerd. Onder die omstandigheden kan de kantonrechter het verzoek ten aanzien van de overuren niet toewijzen.

4.31

Tenslotte heeft [verweerster] verzocht om KBN te veroordelen tot het verstrekken van een positief getuigschrift als bedoeld in artikel 7:656 BW en om te bepalen dat KBN uitsluitend met toestemming van [verweerster] referenties verstrekt. Dat laatste heeft KBN niet betwist zodat dat deel van het verzoek wordt toegewezen.

4.32

[verweerster] heeft niet omschreven wat zij onder een positief getuigschrift verstaat zodat het verzochte, mede gelet op het bezwaar van KBN tegen toewijzing daarvan, onvoldoende bepaald is. Omdat KBN wettelijk verplicht is tot afgifte van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7:656 BW wijst de kantonrechter het verzoek in die zin toe.

Proceskosten

4.33

De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat de aard van de zaak daartoe aanleiding geeft en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

5 De beslissing

De kantonrechter

in de verzoeken van KBN:

5.1

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2026,

5.2

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen,

5.3

wijst het meer of anders verzochte af,

in de voorwaardelijke tegenverzoeken van [verweerster]:

5.4

veroordeelt KBN om aan [verweerster] om uiterlijk een maand na het einde van het dienstverband een transitievergoeding te betalen van € 16.827,30 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd,

5.5

veroordeelt KBN tot het verstrekken van een correcte eindafrekening,

5.6

veroordeelt KBN, nadat de eindafrekening is opgemaakt, tot betaling van hetgeen in het kader van de eindafrekening is verschuldigd aan loon-, vakantie-, eindejaars-, verlof-, en cao-aanspraken, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW, voor zover verschuldigd, en de wettelijke rente vanaf de opeisbaarheid tot de dag van algehele voldoening,

5.7

veroordeelt KBN tot afgifte aan [verweerster] van een getuigschrift als bedoeld in artikel 7:656 BW,

5.8

bepaalt dat KBN uitsluitend met toestemming van [verweerster] referenties mag verstrekken,

5.9

compenseert de proceskosten in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen,

5.10

verklaart de veroordeling onder 5.4 uitvoerbaar bij voorraad,[_6e352a4e-d8b6-49a0-a9d2-e4fa56f8a2a2]

5.11

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door C.J.M. Hendriks en in het openbaar uitgesproken op

13 oktober 2026.

1257

Voetnoten

  1. Zie productie 14 van KBN
  2. Artikel 7:669 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
  3. Artikel 7:669 lid 1 BW
  4. Artikel 7:671b lid 2 BW
  5. Pagina 6 van het onderzoeksrapport van [bedrijfsnaam]
  6. Wet bestuur en toezicht rechtspersonen voor verenigingen en stichtingen
  7. Producties 1 van [verweerster]
  8. Productie 21-38 KBN: “6. Het is uiteindelijk ook wenselijk dat [verweerster (voornaam)] hier meer naar de achtergrond kan ivm haar rol als KBN bondsbureau verantwoordelijke.”
  9. Artikel 7:669 lid 3 onder g BW
  10. Zie de mailwisseling in productie 14 van KBN
  11. Onderdeel 1.3 in het rapport van [bedrijfsnaam]
  12. Artikel 7:671b lid 9 BW
  13. Artikel 7:686a BW
  14. Artikel 7:671b lid 9 onder c BW
  15. Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.