Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Gelderland, 10 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:8233Zaaknummer 05-079607-26
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 10 juli 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 05-079607-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gevangenisstraf van 36 maanden met aftrek van voorarrest voor negen diefstallen (in onder andere woningen in een verzorgingstehuis en in studentenwoningen). Sprake van meermalen recidive. Daarnaast veroordeling tot het betalen van schadevergoeding aan twee slachtoffers.
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Vorderingen benadeelde partijen [aangever 1] en [aangever 6]
veroordeelt verdachte in verband met de volgende feiten tot het betalen van schadevergoeding aan de volgende benadeelde partijen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf die datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente
1. [aangever 1] (feit 1) € 480,08februari 2026
2. [aangever 6] (feit 6) € 342,-januari 2026
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling
1. [aangever 1] (feit 1) € 480,08dagen
2. [aangever 6] (feit 6) € 342,-dagen
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
verklaart de benadeelde partij [aangever 6] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schade;
Vordering benadeelde partij [aangever 2] (feit 2)
wijst de vordering tot materiële schadevergoeding af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Verbeek, voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2026.
mr. S.A. Teger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
- 1 De inhoud van de tenlastelegging
- 3 De bewezenverklaring
- 4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
- 5 De strafbaarheid van de feiten
- 6 De strafbaarheid van de verdachte
- 7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
- 8 De beoordeling van de civiele vorderingen
- 9 De toegepaste wettelijke bepalingen
- 10 De beslissing
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/079607-26
Datum uitspraak: 10 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1971 in [geboortedatum] (Marokko),
op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats].
Raadsman: mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 juni 2026.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.hij op of omstreeks 25 februari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,een portemonnee en/of een rijbewijs en/of een identiteitskaart en/of eenkentekenbewijs, in elk geval een of meerdere pasjes, en/of een geldbedrag,te weten 120 euro aan contant geld, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen,
waarna hij, verdachte, op of omstreeks 25 februari 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 182,39 euro, heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
2.hij op of omstreeks 19 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een studentenkamer aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een laptop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] ,in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeftverschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van inklimming;
3.hij op of omstreeks 31 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een studentenkamer aan [adres], alwaar hij, verdachte, zichbuiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een geldbedrag en/of een of meerdere cadeaubonnen en/of een ofmeerdere blikjes cola en/of een of meerdere blikjes sinas en/of een zakM&M’s, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3], in elkgeval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeftverschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van braak;
4. hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een portemonnee en/of een geldbedrag, te weten 20 euro contant geld en/of eenzwarte tas en/of een of meerdere bankpassen en/of een rijbewijs, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4],
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,waarna hij, verdachte, op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 13 euro, heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
5.hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een betaalpas, in elk geval enig goed,dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen,waarna hij, verdachte, op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 87.77 euro, heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
6.hij op of omstreeks 29 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin woning aan [adres], alwaar hij, verdachte, zichbuiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een portemonnee en/of een OV-kaart en/of een bankpas en/of een of meerderecreditcards, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] en/of [aangever 7][aangever 7], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf, te weten dekamer van die [aangever 6], heeft verschaft door middel van braak,waarna hij, verdachte, op of omstreeks 29 januari 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 82,52 euro, heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
7.hij op of omstreeks 31 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een studentenkamer aan [adres], alwaar hij, verdachte, zichbuiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een tas en/of een laptop en/of een Remarkeble 2, in elk geval enig goed, dat/diegeheel of ten dele aan [aangever 8], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaften/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel vanbraak;
8.hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een agenda en/of een geldbedrag, te weten 2 euro contant geld, in elk geval eniggoed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 12], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
9.hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een pasjeshouder en/of een OV-kaart en/of een identiteitsbewijs en/of een ofmeerdere pasjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 9][aangever 9], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
10.hij op of omstreeks 7 februari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederlandin de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, te weten in de woninggelegen aan [adres], bij een ander, te weten bij [aangever 10][aangever 10], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijkis binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs [_6c2158c8-7d24-4f17-8395-6e2d2c621050]
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak van de feiten 1 en 8 bepleit, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van de overige feiten heeft hij geen bewijsverweer gevoerd.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten 2, 3 6, 7 en 10
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen feit 2:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2], p. 63-65;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juni 2026.
Bewijsmiddelen feit 3:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3], p. 85-87;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juni 2026.
Bewijsmiddelen feit 6:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6], p. 189-191;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juni 2026.
Bewijsmiddelen feit 7:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 8], p. 234-237;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juni 2026.
Bewijsmiddelen feit 10:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 11], p. 267-269;
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 juni 2026.
Feit 1
Aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij op 25 februari 2026 rond 12.00 uur zijn bedrijfsbus heeft geparkeerd in de steeg tussen de woningen gelegen aan [adres] en [adres] in Nijmegen. In de bus lag een tas op de vloer aan de bijrijderszijde, met daarin een portemonnee. Rond 14.15 uur werd aangever gebeld door zijn vrouw dat er geld werd gepind van hun rekening bij de Aldi, Action en de JK. Aangever is vervolgens naar de werkbus gelopen en zag dat de portemonnee uit de bedrijfsbus was weggenomen. In de portemonnee zaten twee pinpassen, een rijbewijs, een ID-kaart, een kentekenbewijs van de aanhanger en ongeveer € 120,- aan contant geld. Later bleek dat bij de Aldi twee keer is gepind voor € 41,14 en € 41,49, bij de Action bedragen van € 20,84, € 21,99, € 21,14 en € 21,79 en bij de JK is twee keer gepind voor € 6,50 en € 7,50.[_50a5c2a0-3085-4fd1-8395-35fec8b5ccab]
Uit de bankafschriften van aangever blijkt dat er twee bedragen zijn afgeschreven door de Aldi aan de Willemsweg 40 in Nijmegen om 12.48 uur en 12.50, door de Action aan de Graafseweg 45 in Nijmegen in totaal vier bedragen om 12:58, 12.59 en 13.03 uur en door de JK in Nijmegen één bedrag om 13.07 uur.[_02cf1dc5-6b50-4b0d-8a8e-dead8e4371d7]
Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon is geweest die op die dag op verschillende momenten geld heeft gepind bij de Aldi, de Action en de JK.[_2f8afc71-2d94-4f07-98d0-d4d0a04dff60]
Verdachte ontkent weliswaar dat hij de portemonnee uit de bus heeft gestolen en zegt dat hij de bankpas van iemand heeft gekregen, maar de re rechtbank acht die diefstal wel bewezen. Uit de aangifte en de bankafschriften van aangever volgt dat er minder dan een uur is verstreken tussen de diefstal van de portemonnee (met daarin onder andere de bankpassen) en het pinnen met die bankpas(sen) door verdachte. Verdachte heeft zowel bij de politie (waar hij nog ontkende die dag in Nijmegen te zijn geweest) als ter zitting geen aannemelijke of voldoende concrete verklaring voor het bezit van de bankpassen afgelegd. Hij zou de bankpassen niet uit de bus hebben gepakt maar van iemand hebben gekregen, maar hij heeft daarbij niet nader toegelicht wie dat dan was en waarom hij was gevraagd om met die passen te gaan pinnen. Gelet op het zeer korte tijdsbestek tussen de diefstal en het pinnen, de beperkte afstand tussen de plaats van het wegnemen van de bankpassen en genoemde winkels en het ontbreken van een aannemelijke verklaring voor het bezit van de bankpas, is de rechtbank van oordeel dat verdachte degene is geweest die de diefstal heeft gepleegd. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 heeft gepleegd.
Feiten 4, 5, 8 en 9
De rechtbank zal deze feiten, gelet op de samenhang daarvan, gezamenlijk behandelen.
Op 7 maart 2026 omstreeks 09.26 uur kreeg de politie het verzoek om te gaan naar het bejaardentehuis [naam] aan [adres] in Nijmegen. Er zouden daar meerdere slachtoffers zijn die spullen uit hun kamer misten en zij zouden een insluiper hebben overlopen. De insluiping zou hebben plaatsgevonden tussen 07.45 uur en 08.30 uur. Er werd een signalement door de bewoners opgegeven, te weten een licht getinte man van 1,60 tot 1,70 meter lang met een Marokkaans uiterlijk, een grijs zwart stoppelbaardje, zwart grijs half lang haar, tussen de 50 en 60 jaar oud en rotte tanden. Van aangever [aangever 4] kreeg de politie te horen dat er om 10:19 uur zou zijn gepind met zijn Rabobankpas bij het Shell tankstation aan de Neerbosscheweg in Nijmegen. Ook verklaarde aangever dat er een pas van zijn communiteit was weggenomen, maar dat hij niet wist van welke bank deze was. De politie is ter plaatse gegaan en de pompbediende gaf aan dat er een persoon is geweest die met een ING-bankpas heeft geprobeerd te pinnen, maar die persoon gaf aan dat de bankpas geblokkeerd was. Later heeft deze persoon sigaretten gekocht en het bedrag gepind met een Rabobank-bankpas voor een bedrag van € 13,-. De pompbediende overhandigde de politie een ING-bankpas, die door deze persoon was achtergelaten. Dit betrof een bankpas op naam van [naam] / [aangever 4] .[_c4b993bd-725b-434d-b59a-fadb59c8cd86]
Aangever [aangever 4] heeft verklaard dat hij op 7 maart 2026 als religieus overste verbleef in het bejaardentehuis aan [adres] in Nijmegen, alwaar hij een logeerkamer toegewezen had gekregen. Omstreeks 06.00 uur heeft hij zijn logeerkamer verlaten, zonder de deur af te sluiten. Omstreeks 08.00 uur kreeg hij te horen dat er een inbreker in het verzorgingshuis was. Hij zag vervolgens dat een zwarte leren portemonnee uit zijn jaszak was weggenomen, met daarin € 20,- aan contant geld, een bankpas van de Rabobank, een bankpas van de communiteit waar hij woont en een rijbewijs. Toen hij doorkreeg dat de pas was gestolen heeft hij de Rabobank gebeld. De medewerker van de bank gaf aan dat er € 13,- was gepind bij het Shell tankstation aan de Neerbosscheweg te Nijmegen.[_53a2e32c-e64e-49f9-8596-61d8fac643f2]
De camerabeelden van het Shell tankstation zijn verspreid onder politieagenten. Twee agenten hebben de persoon op de camerabeelden herkend als verdachte.[_f0f7e157-01ac-49ce-b305-0b70fa592ba6]
Aangever [aangever 5] heeft verklaard dat hij op 7 maart 2026 omstreeks 07.45 uur zijn woning verliet aan [adres] in Nijmegen. Zijn woning is gelegen in een verzamelgebouw van woningen (de rechtbank begrijpt [naam] ). Omstreeks 08.15 uur kwam hij terug in zijn woning en merkte direct dat er iemand in zijn woning was geweest. Zijn bureau was overhoop gehaald en ook de lades van zijn bureau stonden open. Twee kluisjes, die in de lade van het bureau lagen, waren opengebroken. Aangever zag dat de ING-bankpas was weggenomen gekoppeld aan rekeningnummer [rekeningnummer]. Hij heeft de ING gebeld en de medewerker gaf aan dat tweemaal geld was afgeschreven en dat er gepind was bij de supermarkt Aldi in Nijmegen op zaterdag 7 maart 2026, voor een bedrag van € 41,59 om 08.45 uur en € 46,18 om 09.00 uur.[_93b385ee-ec3a-4f16-90f5-3f159ddbc2ca]
Van de Aldi in Nijmegen zijn camerabeelden bekeken. Deze beelden zijn verspreid onder politieagenten. Twee agenten hebben de persoon op de camerabeelden herkend als verdachte.[_56654e7e-4f00-47fe-9753-78425564ab4f]
Aangever [aangever 12] is woonachtig aan [adres] te Nijmegen en hij woont in een bejaardenwoning met nog vele anderen. Het bejaardentehuis bestaat uit meerdere woningen met ieder een eigen huisnummer. Aangever heeft verklaard dat hij op 7 maart 2026 omstreeks 07.50 uur zijn woning verliet. Hij liet zijn achterdeur open op een kiertje om wat frisse lucht binnen te laten. Omstreeks 08.15 uur liep hij weer terug naar zijn woning en hij zag een onbekende man in zijn woning staan. Dit was een blanke man met een door de zon gekleurde huid, hij was rond de 50 jaar oud, had een beetje lange haren en hij sprak de Nederlandse taal met een niet verstaanbaar accent. De man is toen weggegaan. Aangever zag dat verschillende kasten en lades openstonden. In de keukenlade lag € 2,- aan contant geld. Ook miste aangever een klein zwarte leren agenda.[_d66058e2-1383-4144-a3f7-4d45fab16ee8]
Aangever [aangever 9] is woonachtig aan [adres] te Nijmegen, een bejaardentehuis dat bestaat uit meerdere woningen met ieder een eigen huisnummer. Hij heeft verklaard dat hij op 7 maart 2026 omstreeks 07.45 uur in bed lag. Hij hoorde dat er iemand in zijn kamer was en zag een man bij zijn voeteneinde staan. De man zei op zoek te zijn naar zijn opa. Aangever was verbaasd, zei “opa?”, de man mompelde nog wat en toen liep hij weg. Aangever miste een pasjeshouder met daarin een identiteitskaart, een OV-chipkaart en een aantal onbekende passen. De man had een getinte huidskleur en een donkere haarkleur.[_259b0bd5-af21-400b-a46b-d74b324d7f6c]
Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon is die op 7 maart 2026 te zien is op de camerabeelden van het Shell tankstation. Verdachte heeft verklaard dat hij op 7 maart 2026 twee keer in het bejaardentehuis aan de [adres] in Nijmegen is geweest, want de deur stond gewoon open. Hij heeft twee keer gepind met bankpassen die uit het bejaardentehuis afkomstig zijn.[_513d7ddc-6f54-4358-bae7-da0c09e2249e]
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt dat verdachte heeft bekend op genoemde dag in het bejaardentehuis te zijn geweest en twee keer met pinpassen, afkomstig uit het bejaardentehuis, geld te hebben opgenomen. Uit de aangiftes blijkt dat tussen 07.45 uur en 08.30 uur meerdere spullen zijn ontvreemd, waaronder bankpassen. Met één van de bankpassen is om 08.45 uur en om 09.00 uur bij de Aldi in Nijmegen gepind, dus iets meer dan een uur later. Op de camerabeelden van de Aldi is verdachte herkend door de politie. Een andere ontvreemde bankpas, de ING-bankpas van aangever [aangever 4], is bij het tankstation aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon is die op de camerabeelden van het tankstation te zien is.
De rechtbank is van oordeel dat de beschreven gebeurtenissen, gezamenlijk en in onderlinge samenhang bezien, leiden tot één conclusie: verdachte is op 7 maart 2026 tussen 07.45 uur en 08.30 uur in het bejaardentehuis [naam] aan de [adres] in Nijmegen geweest. Daar is hij verschillende kamers binnengegaan, heeft hij spullen weggenomen en vervolgens heeft hij met verschillende bankpassen gepind. Gezien het korte tijdsbestek tussen deze gebeurtenissen kan het niet anders dan dat verdachte betrokken was bij alle vier de feiten. Verdachte heeft voor het pinnen met de gestolen pinpassen geen aannemelijke en ontzenuwende verklaring over de herkomst van de pinpassen afgegeven, behalve dat hij deze van een ander heeft gekregen die ook in de buurt van [naam] zou zijn (geweest). In het dossier zijn echter geen aanwijzingen te vinden dat er rond die tijd nog iemand anders is geweest die zich daar ophield. Onder voorgaande omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank verdachte verantwoordelijk voor het wegnemen van de verschillende spullen uit de woningen van aangevers [aangever 4], [aangever 5], [aangever 12] en [aangever 9].
De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 4, 5, 8 en 9 ten laste gelegde feiten.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tot en met 10 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.hij op of omstreeks 25 februari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,een portemonnee en/of een rijbewijs en/of een identiteitskaart en/of eenkentekenbewijs, in elk geval en een of meerdere pasjes, en/of een geldbedrag,te weten 120 euro aan contant geld, in elk geval enig goed,
dat/die geheel of ten dele aan [aangever 1], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zichwederrechtelijk toe te eigenen,
waarna hij, verdachte, op of omstreeks 25 februari 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 182,39 euro [rb: toebehorende aan [aangever 1] ]], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
2.hij op of omstreeks 19 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een studentenkamer aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een laptop, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 2] ,in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeftverschaft en/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van inklimming;
3.hij op of omstreeks 31 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een studentenkamer aan [adres], alwaar hij, verdachte, zichbuiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een geldbedrag en/of een of meerdere cadeaubonnen en/of een ofmeerdere blikjes cola en/of een of meerdere blikjes sinas en/of een zakM&M’s, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 3], in elkgeval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeftverschaft en/of dat die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebrachtdoor middel van braak;
4. hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een portemonnee en/of een geldbedrag, te weten 20 euro contant geld en/of eenzwarte tas en/of een of meerdere bankpassen en/of een rijbewijs, in elk geval eniggoed,dat/die geheel of ten dele aan [aangever 4],
in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomenmet het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,waarna hij, verdachte, op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 13 euro [rb: toebehorende aan die [aangever 4] ], heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
5.hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een betaalpas, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 5], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijktoe te eigenen,waarna hij, verdachte, op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 87.77 83,18 euro, [rb: toebehorende aan die [aangever 5]] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
6.hij op of omstreeks 29 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin de woning aan [adres], alwaar hij, verdachte, zichbuiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een portemonnee en/of een OV-kaart en/of een bankpas en/of een of meerderecreditcards, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] en/of [aangever 7], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf, te weten dekamer van die [aangever 6], heeft verschaft door middel van braak,waarna hij, verdachte, op of omstreeks 29 januari 2026 te Nijmegen een giraalgeldbedrag, te weten 82,52 euro, [rb: toebehorende aan die [aangever 6]] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl hij, verdachte, dat/die weg te nemengoed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel;
7.hij op of omstreeks 31 januari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een studentenkamer aan [adres], alwaar hij, verdachte, zichbuiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een tas en/of een laptop en/of een Remarkeble 2, in elk geval enig goed, dat/diegeheel of ten dele aan [aangever 8], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeftweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,terwijl hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaften/of dat weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel vanbraak;
8.hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een agenda en/of een geldbedrag, te weten 2 euro contant geld, in elk geval eniggoed,dat/die geheel of ten dele aan [aangever 12], in elk geval aan een andertoebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
9.hij op of omstreeks 7 maart 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederland,in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, te wetenin een bejaardentehuis aan [adres], alwaar hij, verdachte,zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond,een pasjeshouder en/of een OV-kaart en/of een identiteitsbewijs en/of een ofmeerdere pasjes, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 9][aangever 9], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met hetoogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
10.hij op of omstreeks 7 februari 2026 te Nijmegen, in elk geval in Nederlandin de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, te weten in de woninggelegen aan [adres], bij een ander, te weten bij [aangever 10][aangever 10], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijkis binnengedrongen en/of wederrechtelijk aldaar heeft vertoefd.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
diefstal en
diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door valse sleutels
feit 2:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid
feit 3:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid
feit 4:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt,
en diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door valse sleutels
feit 5:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt,
en diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door valse sleutels
feit 6:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt,
en diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door valse sleutels
feit 7:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, terwijl deze diefstal vergezeld gaat van de in artikel 311, eerste lid, onder 5º, van het Wetboek van Strafrecht vermelde omstandigheid
feit 8:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt
feit 9:
diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt
feit 10:
in de woning bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen en wederrechtelijk vertoeven
5 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van het reeds ondergane voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Wel heeft hij naar voren gebracht dat verdachte bericht heeft gekregen van de Immigratie- en Naturalisatiedienst dat een traject is ingezet om zijn verblijfsrecht in Nederland te beëindigen. Er is nog geen definitief besluit. Verdachte ervaart daardoor stress.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van de feiten
Verdachte heeft in een tijdsbestek van nog geen drie maanden maar liefst negen diefstallen gepleegd. Hij pleegde deze diefstallen in woningen in een verzorgingstehuis en in studentenwoningen. Dit zijn plaatsen waar bejaarde en dus kwetsbare mensen en studenten wonen die zich veilig moeten kunnen voelen. Daarnaast heeft verdachte uit een bedrijfsbus spullen gestolen. Verdachte heeft bij zijn handelen alleen maar eigen financieel gewin tot doel gehad om zijn drugsverslaving te kunnen bekostigen en geen rekening gehouden met de gevolgen voor de slachtoffers. Verdachte heeft door deze feiten ook laten zien dat hij geen respect heeft voor het recht op eigendom van anderen. Deze feiten veroorzaken angst en wantrouwen bij de slachtoffers, van wie een aantal ook is geconfronteerd met verdachte terwijl hij in de woning aanwezig was, en bij de maatschappij in het geheel. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan huisvredebreuk.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 1 juni 2026. Hieruit blijkt dat verdachte veel vaker voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Er is derhalve sprake van meermalen recidive.
De straf
De rechtbank kijkt als uitgangspunt voor het bepalen van de straf naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken. Gelet op de ernst en hoeveelheid strafbare feiten, is de rechtbank van oordeel dat niet anders dan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden gereageerd. Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, alsmede gezien de aard en de ernst van de strafbare feiten, de omstandigheden waaronder die zijn gepleegd en de veelvuldige recidive van verdachte, acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden dan ook passend en geboden. De rechtbank komt tot een hogere strafoplegging dan door de officier van justitie is geëist, nu zij van oordeel is dat de door de officier van justitie geëiste straf onvoldoende recht doet aan de ernst van de gepleegde feiten.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8 De beoordeling van de civiele vorderingen
De benadeelde partij [aangever 1] heeft in verband met feit 1 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 480,08 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De benadeelde partij [aangever 2] heeft in verband met feit 2 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 115,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
De benadeelde partij [aangever 6] heeft in verband met feit 6 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 342,- aan materiële schade en € 150,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vorderingen van [aangever 1], [aangever 2] en het materiële gedeelte van de vordering van [aangever 6] op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vordering van [aangever 6] dient de benadeelde partij voor het immateriële deel niet-ontvankelijk verklaard te worden, nu daarvoor een onderbouwing ontbreekt.
De verdediging heeft zich ten aanzien van de vordering van [aangever 1] op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard, nu vrijspraak is gevraagd. Ten aanzien van de vordering van [aangever 2] is gevraagd de vordering niet-ontvankelijk te verklaren, nu uit de aangifte en de tenlastelegging volgt dat een laptop is gestolen, maar op de vordering wordt een vergoeding gevraagd voor Apple Airpods pro 2. Deze komen in het hele procesdossier niet terug. Ten aanzien van de vordering van [aangever 6] is gevraagd om de benadeelde partij voor wat betreft de immateriële schade niet-ontvankelijk te verklaren nu een enkele schending van een fundamenteel recht niet voldoende is voor de toekenning van immateriële schade.
Overweging van de rechtbank
[aangever 1] (feit 1)
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten (paspoort, rijbewijs, bedragen gepind door de dader, pasfoto ID/rijbewijs, nieuwe portemonnee en contant geld) zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering in zijn geheel, tot een bedrag van € 480,08, kan worden toegewezen. Verdachte is vanaf 25 februari 2026 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
[aangever 2] (feit 2)
Materiële schade
De rechtbank heeft verdachte schuldig bevonden aan de ten laste gelegde diefstal van een laptop, die aan [aangever 2] toebehoorde. Uit de vordering volgt dat [aangever 2] een schadepost indient voor gestolen Apple Airpods pro 2. De rechtbank overweegt dat er onvoldoende causaal verband bestaat tussen het bewezen verklaarde feit en de gevorderde schade, nu de gevorderde schade niet volgt uit de tenlastelegging, waarin alleen een laptop wordt genoemd, en ook niet uit het procesdossier. De rechtbank zal om die reden de vordering afwijzen.
[aangever 6] (feit 6)
Materiële schade
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 6 bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten (vervanging gestolen verblijfsvergunning, kosten vervangen gestolen NS chipkaart en gestolen contant geld) zijn voldoende onderbouwd en komen redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering in zijn geheel, tot een bedrag van € 342,-, kan worden toegewezen.
Immateriële schade
De door de benadeelde partij gevorderde immateriële schade is onvoldoende onderbouwd. De enkele stelling dat sprake is van een inbreuk op privacy en acute stress door verlies van goederen maakt niet dat reeds sprake is sprake van aantasting in persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106.b BW. De benadeelde partij zal in dat deel van de vordering dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering nog aan de burgerlijke rechter voorleggen.
Verdachte is vanaf 29 januari 2026 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 57, 138, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.
10 De beslissing
De rechtbank:
verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
Vorderingen benadeelde partijen [aangever 1] en [aangever 6]
veroordeelt verdachte in verband met de volgende feiten tot het betalen van schadevergoeding aan de volgende benadeelde partijen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf die datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
Benadeelde partij Bedrag Wettelijke rente
1. [aangever 1] (feit 1) € 480,08februari 2026
2. [aangever 6] (feit 6) € 342,-januari 2026
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Gijzeling
1. [aangever 1] (feit 1) € 480,08dagen
2. [aangever 6] (feit 6) € 342,-dagen
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
verklaart de benadeelde partij [aangever 6] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schade;
Vordering benadeelde partij [aangever 2] (feit 2)
wijst de vordering tot materiële schadevergoeding af.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Verbeek, voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Teger, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2026.
mr. S.A. Teger is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Voetnoten
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026089512, gesloten op 18 maart 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
- Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1], p. 25-26 en proces-verbaal van bevindingen p. 28.
- Proces-verbaal van bevindingen, p. 30-31.
- Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 juni 2026.
- Proces-verbaal van bevindingen, p. 117-118.
- Proces-verbaal van aangifte door [aangever 4], p. 114-116.
- Proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, p. 142-143 en 148-149.
- Proces-verbaal van aangifte door [aangever 5], p. 154-156.
- Proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar, p. 157-158 en 182-183.
- Proces-verbaal van aangifte door [aangever 12], p. 242-243.
- Proces-verbaal van aangifte door [aangever 9], p. 261-262.
- Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 26 juni 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.