Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Amsterdam, 19 juni 2026

ECLI:NL:RBAMS:2026:6843Zaaknummer C/13/789635 / FA RK 26/4852

Instantie
Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak
19 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
C/13/789635 / FA RK 26/4852
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

IBS afwijzing.

De rechtbank:

wijst het verzoekt tot voortzetting van de inbewaringstelling af.

Deze beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven door mr. M. van der Kaay, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Procesverloop
  2. 2 Beoordeling
  3. 3 Beslissing

beschikking

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd

zaaknummer / rekestnummer: C/13/789635 / FA RK 26/4852

Machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling

Beschikking van 19 juni 2026 naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1947,

wonende en verblijvende te [woonplaats], [adres],

hierna te noemen: betrokkene,

advocaat: mr. E. Bruijn te Amsterdam,

zorgaanbieder: Compaan, locatie [locatie].

1 Procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 17 juni 2026.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 juni 2026, in het gebouw van de zorgaanbieder. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:

- betrokkene;

- de raadsman;

- mw. [persoon 1], arts;

- mw. [persoon 2], specialist ouderengeneeskunde (via Teams);

- [persoon 3], verpleegkundige.

2 Beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 37 Wzd in samenhang gelezen met artikel 38 en artikel 39 Wzd kan de rechter op verzoek van het CIZ met betrekking tot een cliënt een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling verlenen, indien de burgemeester ten aanzien van deze cliënt op grond van artikel 29 lid 1 en 2 Wzd een last tot inbewaringstelling heeft afgegeven.

2.2.

De rechtbank is van oordeel dat het ernstig vermoeden bestaat dat het gedrag van de cliënt het gevolg is van zijn psychogeriatrische aandoening, te weten de ziekte van Alzheimer.

2.3.

Tijdens de mondelinge behandeling licht de arts toe dat toen betrokkene terugkwam van Aruba sprake was van verzet. Betrokkene probeerde tijdens de autorit de deur te openen en wilde bij aankomst niet naar binnen. De IBS is aangevraagd en er is gestart met haldol. Betrokkene vertoont geen verzet meer, het was een eenmalig incident. De bedoeling is om de haldol af te bouwen. Het is de vraag wat dat doet omdat er verschillende patronen kunnen zijn bij dementie. Mocht er een terugval zijn is er zonder IBS geen mogelijkheid om in te grijpen.

De raadsman heeft aangegeven dat er nu geen verzet meer is en het verzoek kan worden afgewezen. Als er geen vertrouwen is kan er alsnog opnieuw een IBS aangevraagd worden. Betrokkene heeft aangegeven het fijn te vinden op de plek waas ze is. Ze is goed ontvangen en voelt zich goed.

2.4.

Gelet op het voorgaande en hetgeen betrokkene zelf naar voren gebracht is de rechtbank van oordeel dat bij betrokkene geen sprake is van verzet. Ze heeft aangegeven graag te blijven waar ze is en heeft uitgelegd waarom zij toen van slag was. Daarmee is niet voldaan aan de wettelijke vereisten om de inbewaringstelling voort te zetten. Het verzoek dient derhalve afgewezen te worden.

3 Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoekt tot voortzetting van de inbewaringstelling af.

Deze beschikking is op 19 juni 2026 mondeling gegeven door mr. M. van der Kaay, rechter, en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door D.L. Overduin als griffier en op 26 juni 2026 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.