Uitspraak · Materieel strafrecht
Rechtbank Amsterdam, 6 augustus 2026
ECLI:NL:RBAMS:2026:10583Zaaknummer 13-228123-25 (A) en 13-227273-25 (B) en 13-254634-25 (C) en 13-270393-25 (D) en 13-344580-25 (E)
- Instantie
- Rechtbank Amsterdam
- Datum uitspraak
- 6 augustus 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- 13-228123-25 (A) en 13-227273-25 (B) en 13-254634-25 (C) en 13-270393-25 (D) en 13-344580-25 (E)
- Rechtsgebied
- Strafrecht, Materieel strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
De verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan bedreiging. Een bedreiging met een mes, zoals in dit geval, veroorzaakt veelal gevoelens van angst en onveiligheid bij degene tegen wie de bedreiging is gericht. De verdachte heeft zich tevens samen met anderen meermaals schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en (poging tot) afpersing. De slachtoffers hebben last gehad van gevoelens van angst en onveiligheid op straat en nachtmerries, hetgeen ook blijkt uit de ingediende vorderingen van de benadeelde partijen. De verdachte heeft zich tenslotte ook schuldig gemaakt aan een diefstal, waarvoor geldt dat dit een zeer hinderlijk feit is.
12 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het in zaak C onder feit 2 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is aangegeven.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Zaak A
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
Zaak B, zaak C feit 1, zaak D feit 2
telkens:
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen
Zaak C feit 2 subsidiair
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Zaak D feit 1 primair
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Zaak E
diefstal
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart de verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van 120 (honderdtwintig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Beveelt dat een gedeelte, groot 70 (zeventig) dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat de
veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zal meewerken aan de begeleiding van en zich houden aan de aanwijzingen door de jeugdreclassering gegeven, te weten William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering;
- zal meewerken aan het (vakantie)programma van School2Care, tenzij hij een baantje heeft voor ten minste 24 uur per week.
- zal meewerken aan het vinden en behouden van passend onderwijs/dagbesteding en volgens rooster naar school/dagbesteding zal gaan;
- zal meewerken aan het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van werk en/of sport;
- zal meewerken aan hulpverlening van Levvel en/of soortgelijke/aanvullende hulpverlening als de jeugdreclassering dit nodig acht;
- zal meewerken aan begeleiding van [jeugdorganisatie] of een soortgelijke organisatie.
Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat de veroordeelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en zich meldt bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een leerstraf, te weten TACt Plus, voor de duur van 35 (vijfendertig) uren.
Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 17 (zeventien) dagen.
Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen
Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], hoofdelijk toe tot een bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 27 juni 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de moeder van de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Veroordeelt de moeder van de verdachte aan [benadeelde partij 1] het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.
Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], hoofdelijk toe tot een bedrag van € 351,90 (zegge: driehonderdeenenvijftig euro en negentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 12 augustus 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de moeder van de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Veroordeelt de moeder van de verdachte aan [benadeelde partij 2] het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3], hoofdelijk toe tot een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro), bestaande uit € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro) aan materiële schade en € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 13 augustus 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de moeder van de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Veroordeelt de moeder van de verdachte aan [benadeelde partij 3] het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in zaak A.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.J.M. Marseille, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. I.M. Nusselder en S. Groot, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N. Entius, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 augustus 2026.
[…]
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Team Familie & Jeugd
Parketnummers: 13.228123.25 (zaak A), 13-227273-25 (zaak B), 13-254634-25 (zaak C), 13-270393-25 (zaak D) en 13-344580-25 (zaak E) (ter terechtzitting gevoegd)
Datum uitspraak: 6 augustus 2026
Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de zaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2011,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres].
1 Onderzoek ter terechtzitting
De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting achter gesloten deuren van 23 juli 2026.
De rechtbank heeft de zaken, die bij afzonderlijke dagvaardingen onder de bovenvermelde parketnummers zijn aangebracht, gevoegd. Deze zaken worden hierna als respectievelijk zaak A, zaak B, zaak C, zaak D en zaak E aangeduid.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Alsemgeest en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.
Voorts heeft de rechtbank kennisgenomen van wat onder meer door [mederwerker de Raad], namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), [medewerker WSS], namens de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: WSS) en door de pleegmoeder van de verdachte naar voren is gebracht.
2 Tenlastelegging
Aan de verdachte is – kort gezegd en na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
Zaak A
Bedreiging met een mes van [slachtoffer 5] op 26 augustus 2025 te Amstelveen;
Zaak B
Diefstal met geweld in vereniging van New Balance schoenen van [benadeelde partij 1] op 27 juni 2025 te Amstelveen;
Zaak C
Feit 1: diefstal met geweld in vereniging van een iPhone van [benadeelde partij 2] op 12 augustus 2025 te Amstelveen;
Feit 2 primair: diefstal met geweld in vereniging van een fatbike en/of één of meerdere iPhone(s) en/of een ketting van [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1], op 13 augustus 2025 te Amstelveen;
Feit 2 subsidiair: afpersing met geweld en/of bedreiging met geweld in vereniging van een fatbike en/of één of meerdere iPhone(s) en/of een ketting van [benadeelde partij 3] en/of [slachtoffer 1], op 13 augustus 2025 te Amstelveen;
Zaak D
Feit 1 primair: poging tot afpersing met geweld en/of bedreiging met geweld in vereniging van een telefoon van [slachtoffer 2] op 10 oktober 2025 te Amstelveen;
Feit 1 subsidiair: poging tot diefstal met geweld in vereniging van een telefoon van [slachtoffer 2] op 10 oktober 2025 te Amstelveen;
Feit 2: diefstal met geweld in vereniging van een Apple Watch van [slachtoffer 3] en een powerbank en/of Apple Airpods van [slachtoffer 4] op 10 oktober 2025 te Amstelveen;
Zaak E
Diefstal van één of meerdere broodjes bij de Albert Heijn op 17 december 2025 te Amstelveen.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3 Voorvragen
De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4 Waardering van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in zaak A, zaak B, zaak D onder feit 1 primair en onder feit 2 en in zaak E ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Met betrekking tot zaak B is de officier van justitie van mening dat de verdachte partieel moet worden vrijgesproken van het schoppen tegen het hoofd van [benadeelde partij 1], omdat dit niet bewezen kan worden.
Ten aanzien van zaak C heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van feit 1 en de onder feit 2 subsidiair tenlastegelegde afpersing in vereniging en tot vrijspraak van de onder feit 2 primair tenlastegelegde diefstal in vereniging.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen bewijsverweren gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat de feiten ten laste gelegd in zaak A, zaak B, zaak C onder feit 1, zaak D onder feit 1 primair en feit 2, alsmede het feit in zaak E wettig en overtuigend bewezen zijn. De verdachte heeft de feiten bekend, en zijn verklaring wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen in de dossiers. Met de officier van justitie is de rechtbank hierbij van oordeel dat in zaak B niet bewezen is dat sprake is geweest van schoppen tegen het hoofd van [benadeelde partij 1]. Daarom wordt de verdachte daarvan partieel vrijgesproken.
Ten aanzien van zaak C onder feit 2 is de rechtbank, eveneens met de officier van justitie, van oordeel dat het handelen van de verdachte en de medeverdachte(n) als afpersing dient te worden gekwalificeerd. Dat betekent dat de verdachte van het primair ten laste gelegde onder feit 2 wordt vrijgesproken. Het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde is wettig en overtuigend bewezen.
5 Bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de bewijsmiddelen bewezen dat de verdachte
Zaak A
op 26 augustus 2025 te Amstelveen
[slachtoffer 5] heeft bedreigd
met enig misdrijf tegen het leven gericht,
door een mes te tonen en deze in de richting van [slachtoffer 5] te houden en
[slachtoffer 5] daarbij aan te kijken;
Zaak B
op 27 juni 2025 te Amstelveen,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, New Balance
schoenen, die geheel aan [benadeelde partij 1], toebehoorden heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en
bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor
te bereiden of gemakkelijk te maken, door die [benadeelde partij 1]
- dreigend de woorden "He kom eens hier, loop even met ons mee", "Waarom doe
je zo stoer, hoezo wil je mijn mattie snitchen", "Geef je telefoon en log uit, als je dat
niet doet krijg je beatings",
toe te voegen, en
- meerdere malen te duwen tegen het lichaam en
- een maal op de grond te gooien en
- meerdere malen te slaan en klappen en stompen tegen het lichaam
en hoofd en
- meerdere malen te schoppen en trappen tegen het lichaam
en
- zijn New Balance schoenen uit te trekken en mee te nemen;
Zaak C
Feit 1
op 12 augustus 2025 te Amstelveen
tezamen en in vereniging met een ander,
een iPhone, die geheel aan [benadeelde partij 2],
toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk
toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van
geweld en bedreiging met geweld tegen [benadeelde partij 2], gepleegd met het oogmerk
om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
- naast die [benadeelde partij 2] te gaan fietsen en
- die [benadeelde partij 2] dreigend de woorden "geef me je telefoon of ik ga een mes op je
trekken", toe te voegen en
- de fiets van die [benadeelde partij 2] te blokkeren en
- die [benadeelde partij 2] bij zijn kraag vast te pakken en
- met zijn hand in de broekzak van die [benadeelde partij 2] te graaien en
- die [benadeelde partij 2] dreigend de woorden "als je de volgende keer lastig gaat doen dan
maak ik je dood", toe te voegen;
Feit 2 subsidiair
op 13 augustus 2025 te Amstelveen,
tezamen en in vereniging met een ander,
met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een fatbike en meerdere iPhones en een ketting, die geheel aan die [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] toebehoorden door - naast die [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] te fietsen en die [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] af te snijden en die [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] dreigend de woorden "stop even", toe te voegen en
- die [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] dreigend de woorden "geef jullie telefoons", toe te voegen en
- een mes op en tegen en in de buurt van de buikstreek van die [slachtoffer 1] te richten en te houden en
- die [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] dreigend de woorden "geef mij je ketting", toe te voegen en
- die [slachtoffer 1] bij zijn shirt vast te pakken en te duwen en
- die [benadeelde partij 3] en [slachtoffer 1] dreigend de woorden "jullie hebben geluk, want normaal steek ik mensen", toe te voegen;
Zaak D
Feit 1 primair
op 10 oktober 2025 te Amstelveen
tezamen en in vereniging met anderen,
ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen
misdrijf om met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te
bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot
de afgifte van een telefoon, die geheel aan die
[slachtoffer 2] toebehoorde,
- de fiets van [slachtoffer 2] heeft vastgepakt en heeft gezegd: “Waar is je telefoon, geef mij
jouw telefoon, wat heb je allemaal bij je?”, en
- zijn hand in zijn tasje heeft gehouden en die [slachtoffer 2] heeft aangekeken en heeft
gezegd: ”Ik ga je dood maken.”, en direct daarna heeft afgeteld van 10 naar 0 en
- die [slachtoffer 2] heeft tegengehouden toen hij weg probeerde te gaan en
- die [slachtoffer 2] meermaals heeft geslagen tegen zijn hoofd en heeft geschopt en
geslagen tegen zijn lichaam terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag en
- de fiets van die [slachtoffer 2] op slot heeft gezet en zijn fietssleutels op de grond heeft
gegooid en
- met vuisten omhoog in gevechtshouding rondom die [slachtoffer 2] heeft gestaan,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
Feit 2
op 10 oktober 2025 te Amstelveen
tezamen en in vereniging met anderen,
een Apple Watch die geheel aan [slachtoffer 3],
toebehoorde en een powerbank en Apple Airpods, die geheel aan [slachtoffer 4], toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, door
- die [slachtoffer 3] van zijn fiets te duwen en zijn fiets in de bosjes te gooien en
- die [slachtoffer 3] op dreigende toon te vragen om zijn zakken leeg te maken en
- de zakken van die [slachtoffer 3] leeg te halen en
- die [slachtoffer 3] bij de keel te grijpen en te slaan en
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon te vragen om zijn zakken leeg te maken en
- die [slachtoffer 4] op dreigende toon te vragen om zijn telefoon te ontgrendelen en de
functie “find my airpods” uit te schakelen en
- met een speelgoedmes in richting van de buik van die [slachtoffer 4] te wijzen en
- met een speelgoedmes in de buik van die [slachtoffer 4] te prikken;
Zaak E
op 17 december 2025 te Amstelveen
meerdere broodjes, die geheel aan
Albert Heijn ([filiaal]) toebehoorden heeft
weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
6 Bewijs
De rechtbank grondt haar beslissing dat de verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.
Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.
7 Strafbaarheid van de feiten
De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.
8 Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.
9 Motivering van de straf
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat de verdachte ter zake van de door haar in zaak A, B, C, D en E bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 120 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 70 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Aan dat voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden te worden opgelegd zoals door de hulpverlening geadviseerd. Daarnaast dient aan de verdachte een leerstraf van 35 uur (in de vorm van TACt Plus) te worden opgelegd. Tot slot heeft de officier van justitie gevraagd om de bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft verzocht in zaak A geen straf op te leggen aan de verdachte, vanwege de context waarin het feit heeft plaatsgevonden. De aangever is namelijk in de dagen voorafgaand aan het incident herhaaldelijk ongevraagd bij de woning van de verdachte geweest, ondanks verzoeken van de moeder van de verdachte om niet terug te keren, waarna de situatie escaleerde. Daarnaast had de aangever mogelijk een wapen bij zich.
Ook moet er naar mening van de raadsvrouw strafvermindering volgen, omdat er in zaak B sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Sv. De raadsvrouw heeft hierover het volgende naar voren gebracht.
In zaak B zijn er bij de verdachte transportboeien omgelegd, maar er is niet vastgelegd of er concrete feiten of omstandigheden aanwezig waren die het gebruik van transportboeien redelijkerwijs noodzakelijk maakten. Dit blijkt ook niet uit andere omstandigheden uit het dossier. Artikel 23 van de Ambtsinstructie vereist dat de verbalisanten de omstandigheden vermelden die het gebruik van transportboeien rechtvaardigen. Er kan daarom niet worden vastgesteld of het aanleggen van de transportboeien noodzakelijk of proportioneel was. Het gebruik van de transportboeien is volgens de raadsvrouw onrechtmatig geweest en levert een onherstelbaar vormverzuim op. Het nadeel dat de verdachte als gevolg hiervan heeft ondervonden, is ongemak en schending van zijn lichamelijke integriteit. De verdachte was nog maar 13 jaar. De raadsvrouw heeft bepleit dat dit vormverzuim leidt tot strafvermindering en zij verzoekt een stevig signaal af te geven tegen lichtvaardig gebruik van transportboeien.
Ten aanzien van de eventuele op te leggen bijzondere voorwaarden stelt de raadsvrouw dat er een duidelijk kader moet komen met bijzondere voorwaarden, maar zonder avondklok omdat die te belastend is voor de gehele duur van de proeftijd. Verder wordt verzocht om alleen specifieke, duidelijk omschreven hulpverlening als voorwaarde(n) op te nemen, omdat het anders onduidelijk is wat de noodzaak ervan is.
Tenslotte heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat er, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, geen jeugddetentie moet volgen langer dan de duur van het voorarrest, ook niet in voorwaardelijke zin. Mocht de rechtbank wel een jeugddetentie opleggen, dan verzoekt de raadsvrouw in het vonnis te adviseren dat de jeugddetentie in een Kleinschalige Voorziening ten uitvoer wordt gelegd.
Oordeel van de rechtbank
De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.
De ernst van de feiten
De verdachte heeft zich onder andere schuldig gemaakt aan bedreiging. De aangever was bang dat de verdachte de bedreiging daadwerkelijk ten uitvoer zou brengen. Een bedreiging met een mes, zoals in dit geval, veroorzaakt veelal gevoelens van angst en onveiligheid bij degene tegen wie de bedreiging is gericht. De verdachte heeft zich tevens samen met anderen meermaals schuldig gemaakt aan diefstal met geweld en (poging tot) afpersing. De verdachte heeft op geen enkele manier rekening gehouden met de gevolgen voor de slachtoffers en heeft enkel oog gehad voor zijn eigen belang. De slachtoffers hebben last gehad van gevoelens van angst en onveiligheid op straat en nachtmerries, hetgeen ook blijkt uit de ingediende vorderingen van de benadeelde partijen. Dergelijke feiten, gepleegd op de openbare weg, wakkeren daarnaast gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers aan. De verdachte heeft zich tenslotte ook schuldig gemaakt aan een diefstal, waarvoor geldt dat dit een zeer hinderlijk feit is. De verdachte heeft zich ook dit geval niet bekommerd om de gevolgen en door het plegen van dit feit voor overlast gezorgd.
De rechtbank rekent de verdachte al het voorgaande ernstig aan.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een Uittreksel Justitiële Documentatied.d. 25 juni 2026 waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder strafrechtelijk is veroordeeld. Hij zal dan ook worden aangemerkt als first offender.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van de rapportages en berichtgeving, die in het kader van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zijn opgemaakt.
Ter zitting heeft de Raad naar voren gebracht dat het gaat om ernstige feiten waarbij de verdachte betrokken is geweest. Echter spreekt de Raad ook waardering uit voor de houding van de verdachte tijdens de zitting en zijn positieve ontwikkeling in de afgelopen maand. De Raad adviseert een leerstraf, te weten de gedragsinterventie TACt Plus, op te leggen, gericht op het versterken van de weerbaarheid en beïnvloedbaarheid van de verdachte. Levvel kan hierbij mogelijk aanvullende ondersteuning bieden. Gezien de ernst van de feiten en het schorsingsverleden van de verdachte is een stevige stok achter de deur van belang. Om deze reden adviseert de Raad een voorwaardelijke jeugddetentie met bijzondere voorwaarden op te leggen. Als voorwaarden wordt geadviseerd aan te sluiten bij de laatstelijk geldende schorsingsvoorwaarden, waarbij de avondklok en ondersteuning vanuit De Viersprong achterwege kunnen blijven. De avondklok is niet meer noodzakelijk vanwege goede gemaakte afspraken. Subsidiair wordt geadviseerd een werkstraf op te leggen, met de kanttekening dat de verdachte hiermee niet overbelast mag raken.
De deskundige vanuit de WSS heeft zich ter zitting aangesloten bij het advies van de Raad. De verdachte start binnenkort met een agressietraining op school, wat belangrijk is om hem vaardigheden te bieden om met zijn boosheid om te gaan. Bij eventuele oplegging van de TACt plus-leerstraf, zal deze training op de achtergrond komen te staan. Levvel zal de begeleiding na de training voortzetten.
Vormverzuim
De verdachte is in zaak B aangehouden op verdenking van diefstal met geweld in vereniging. De rechtbank stelt vast dat bij de verdachte na zijn aanhouding bij het vervoer handboeien zijn aangelegd. Elke politieambtenaar moet bij het boeien afwegen of dit een door de wet toegelaten doel dient en of het noodzakelijk is. Deze afweging moet de politieambtenaar duidelijk opschrijven, zodat zij controleerbaar is. Uit het dossier blijkt dat als reden voor het gebruik van handboeien is geverbaliseerd: ‘gevaar voor de veiligheid of het leven van derden. Verdachte schroomt geen geweld’. Een nadere toelichting ontbreekt. Deze motivering acht de rechtbank onvoldoende, temeer omdat de verdachte een blanco strafblad had. Dat betekent dat sprake is van een vormverzuim.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat het boeien, zoals de raadsvrouw naar voren heeft gebracht, ongemak heeft opgeleverd voor de verdachte, acht de rechtbank het verzuim niet van die mate dat zij daaraan een rechtsgevolg in de vorm van strafvermindering verbindt. De rechtbank volstaat met de constatering dat sprake is van een vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering zonder daar een rechtsgevolg aan te verbinden.
De straf
De rechtbank ziet met name in de ernst van de feiten, waarbij de verdachte heeft bedreigd, gestolen, afgeperst en zich agressief tegenover anderen heeft gedragen, aanleiding om aan de verdachte een jeugddetentie op te leggen. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat door de deskundigen voldoende is onderbouwd dat de verdachte hulp nodig heeft bij het vergroten van zijn vaardigheden om zo ook de kans op herhaling op nieuwe strafbare feiten te verkleinen en dat een stevige stok achter de deur, in de zin van een voorwaardelijke jeugddetentie, van belang is. Daarentegen ziet de rechtbank ook reden om in zaak A in strafverminderende zin rekening te houden met de rol van de aangever, zoals door de raadsvrouw bepleit.
Alle hiervoor genoemde omstandigheden afwegende zal de rechtbank, conform de eis van de officier van justitie, een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest opleggen en een voorwaardelijke jeugddetentie met daaraan de na te noemen bijzondere voorwaarden om herhaling van strafbare feiten te voorkomen. Ook zal de rechtbank een taakstraf in de vorm van een leerstraf, te weten de gedragsinterventie TACt Plus, aan de verdachte opleggen.
Gelet op het recidiverisico is de rechtbank van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte zonder toezicht, behandeling en begeleiding wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam. Daarom zal de rechtbank ook bevelen dat de hierna te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
10 De benadeelde partijen
Zaak B
Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 1]
De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert € 440,- aan materiële schadevergoeding, € 2.180,- aan immateriële schadevergoeding en € 125,- aan proceskosten.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij in de vordering met betrekking tot de materiële schade en de proceskosten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Uit het dossier blijkt namelijk dat de benadeelde partij zijn schoenen heeft teruggekregen en de overige materiële schade en de proceskosten zijn onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de officier van justitie dit bedrag te matigen tot € 750,-.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de vordering betwist. De sneakers zijn dezelfde dag nog aan de benadeelde partij teruggegeven zonder zichtbare schade. De overige materiële schade is onvoldoende onderbouwd. Met betrekking tot de proceskosten ontbreekt een aantoonbaar verband met het ten laste gelegde en ook zijn deze kosten onvoldoende onderbouwd.
Wat betreft de immateriële schade verzoekt de raadsvrouw het gevorderde bedrag te matigen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is – met de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de materiële schade en de proceskosten niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De behandeling van de vordering levert voor dit gedeelte een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd, het toelaten van nadere bewijslevering en het laten houden van een nader debat daarover, zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan het resterende deel van zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Verder staat vast dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 750,-De benadeelde partij wordt in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van in totaal € 750,- toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 27 juni 2025.
De rechtbank veroordeelt de moeder van de verdachte in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
Omdat de verdachte de onrechtmatige daad ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met in ieder geval één ander heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De vordering wordt daarom hoofdelijk toegewezen.
Zaak C
Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 2]
De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert € 351,90 aan materiële schadevergoeding.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering in zijn geheel toewijsbaar is.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen opmerkingen gemaakt over de vordering.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de vordering voor toewijzing vatbaar is en wijst de vordering toe, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment dat de schade is ontstaan, te weten 12 augustus 2025.
De rechtbank veroordeelt de moeder van de verdachte in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
Omdat de verdachte de onrechtmatige daad ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met in ieder geval één ander heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De vordering wordt daarom hoofdelijk toegewezen.
Ten aanzien van de benadeelde partij [benadeelde partij 3]
De benadeelde partij [benadeelde partij 3] vordert € 400,- aan materiële schadevergoeding en
€ 3.000,- aan immateriële schadevergoeding.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij met betrekking tot de kosten voor de telefoon voor toewijzing vatbaar is. Wat betreft de kosten van de ketting en het verlies van arbeidsvermogen dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu deze kosten onvoldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de immateriële schade verzoekt de officier van justitie het gevorderde bedrag te matigen tot € 750,-.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw is van mening dat de gevorderde kosten voor het verlies van arbeidsvermogen onvoldoende zijn onderbouwd, omdat onduidelijk is welke schade hierdoor is ontstaan. Zij verzoekt de benadeelde partij op dit punt in de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. Daarnaast betwist de raadsvrouw de waarde van de gevorderde ketting, en verzoekt zij om deze reden het gevorderde bedrag van de ketting te matigen tot een bedrag van € 5,-. Tenslotte verzoekt de raadsvrouw het gevorderde bedrag aan immateriële schade te matigen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de kosten voor de telefoon voor toewijzing vatbaar zijn en wijst die post zoals gevorderd toe. De benadeelde partij zal voor het overige gedeelte van de materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De behandeling van de vordering levert voor het overige deel een onevenredige belasting van het strafgeding op omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd, het toelaten van nadere bewijslevering en het laten houden van een nader debat daarover, zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden. De benadeelde partij kan het resterende deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Verder staat vast dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Op grond van de door de benadeelde partij gestelde omstandigheden en rekening houdend met de vergoedingen die in soortgelijke zaken worden toegekend, begroot de rechtbank de immateriële schadevergoeding naar billijkheid op € 750,-De benadeelde partij wordt voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in de vordering.
De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van in totaal € 1.000,- toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 13 augustus 2025.
De rechtbank veroordeelt de moeder van de verdachte in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.
Omdat de verdachte de onrechtmatige daad ter zake waarvan schadevergoeding zal worden toegekend samen met in ieder geval één ander heeft gepleegd, zijn zij daarvoor ieder hoofdelijk aansprakelijk. De vordering wordt daarom hoofdelijk toegewezen.
11 Toepasselijke wettelijke voorschriften
De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 45, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 285, 310, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
12 Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het in zaak C onder feit 2 primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is aangegeven.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op:
Zaak A
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht
Zaak B, zaak C feit 1, zaak D feit 2
telkens:
diefstal, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of die diefstal gemakkelijk te maken, gepleegd door twee of meer verenigde personen
Zaak C feit 2 subsidiair
afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Zaak D feit 1 primair
poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen
Zaak E
diefstal
Verklaart het bewezene strafbaar.
Verklaart de verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie van 120 (honderdtwintig) dagen.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Beveelt dat een gedeelte, groot 70 (zeventig) dagen, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
Stelt de proeftijd vast op 2 (twee) jaren onder de algemene voorwaarde dat de
veroordeelde:
- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zal meewerken aan de begeleiding van en zich houden aan de aanwijzingen door de jeugdreclassering gegeven, te weten William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering;
- zal meewerken aan het (vakantie)programma van School2Care, tenzij hij een baantje heeft voor ten minste 24 uur per week.
- zal meewerken aan het vinden en behouden van passend onderwijs/dagbesteding en volgens rooster naar school/dagbesteding zal gaan;
- zal meewerken aan het vinden en behouden van een positieve vrijetijdsbesteding in de vorm van werk en/of sport;
- zal meewerken aan hulpverlening van Levvel en/of soortgelijke/aanvullende hulpverlening als de jeugdreclassering dit nodig acht;
- zal meewerken aan begeleiding van [jeugdorganisatie] of een soortgelijke organisatie.
Van rechtswege gelden tevens de voorwaarden dat de veroordeelde:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het door de jeugdreclassering te houden toezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en zich meldt bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
Geeft opdracht aan de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit een leerstraf, te weten TACt Plus, voor de duur van 35 (vijfendertig) uren.
Beveelt dat, als de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 17 (zeventien) dagen.
Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen
Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 1]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1], hoofdelijk toe tot een bedrag van € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro), bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 27 juni 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de moeder van de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Veroordeelt de moeder van de verdachte aan [benadeelde partij 1] het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.
Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 2]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2], hoofdelijk toe tot een bedrag van € 351,90 (zegge: driehonderdeenenvijftig euro en negentig eurocent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 12 augustus 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de moeder van de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Veroordeelt de moeder van de verdachte aan [benadeelde partij 2] het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
Ten aanzien van benadeelde partij [benadeelde partij 3]
Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 3], hoofdelijk toe tot een bedrag van € 1.000,- (zegge: duizend euro), bestaande uit € 250,- (zegge: tweehonderdvijftig euro) aan materiële schade en € 750,- (zegge: zevenhonderdvijftig euro) aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade, te weten 13 augustus 2025, tot aan de dag van de algehele voldoening.
Veroordeelt de moeder van de verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.
Veroordeelt de moeder van de verdachte aan [benadeelde partij 3] het toegewezen bedrag te betalen, behoudens voor zover deze vordering reeds door of namens anderen is betaald.
Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in zijn vordering is.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis in zaak A.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.J.M. Marseille, voorzitter tevens kinderrechter,
mrs. I.M. Nusselder en S. Groot, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. N. Entius, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 augustus 2026.
[…]
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 359a Sv meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 45 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77g Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77i Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77m Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77n Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77x Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77y Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77z Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77aa Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 77gg Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 285 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 310 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 312 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 317 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 1 WID meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.