Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Den Haag, 30 april 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:2880Zaaknummer 2200493919
- Instantie
- Gerechtshof Den Haag
- Datum uitspraak
- 30 april 2021
- Publicatiedatum
- 12 oktober 2022
- Zaaknummer
- 2200493919
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
gepubliceerd naar aanleiding arrest HR
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
mr. A.J.M. Kaptein
Volledige tekst
Gerechtshof Den Haag
enkelvoudige kamer voor strafzaken
Rolnummer: 22-004939-19
Parketnummer: 96-152528-19
TEGENSPRAAK
Uitspraak van mr. A.J.M. Kaptein van 30 april 2021 in de zaak tegen de verdachte:
[naam verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboortestad] (Nederlandse Antillen),
BRP-adres: [adres verdachte].
Kwalificatie
Het bewezenverklaarde levert op:
overtreding van artikel 8, derde lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994 (765 microgram).
Pleegdatum en pleegplaats:
gepleegd op 27 juni 2019 te Rotterdam.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a, 24c en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 3 (drie) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
mr. A.J.M. Kaptein
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 8 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 23 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 63 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 176 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 179 WVW meer uitspraken over dit artikel
Samenhangende uitspraken
- ECLI:NL:HR:2022:1202 http://psi.rechtspraak.nl/cassatie
Aangehaald in
- ECLI:NL:HR:2022:1202 Hoge Raad, 27 september 2022 (strafrecht)
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.