Uitspraak · Strafrecht

Gerechtshof Amsterdam, 10 juli 2026

ECLI:NL:GHAMS:2026:1944Zaaknummer 23-002740-25

Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
23-002740-25
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Hoger beroep
Zittingsplaats
Amsterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Unus-arrest. Vernietiging vonnis waarvan beroep (378a). Veroordeling ter zake van overtreding van art. 163 lid 6 WVW 1994 (weigeren bloedonderzoek). Geldboete € 1000,00 (5 termijnen) + OBM 270 dagen, waarvan 231 dagen VW m.a. + proeftijd 2 jrn. Afwijzing vordering TUL.

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 200,00 (tweehonderd euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 270 (tweehonderdzeventig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 231 (tweehonderdeenendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 96-173482-22:

Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (Utrecht) van 18 september 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 augustus 2023, parketnummer 96-173482-22, voorwaardelijk opgelegde geldboete ter hoogte van 400,00 euro.

Gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, in bijzijn van mr. S.S.I. Jackson, griffier.

mr. L.M.G. de Weerd

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Kwalificatie van het bewezenverklaarde
  2. Toepasselijke wettelijke voorschriften
  3. BESLISSING

afdeling strafrecht

parketnummer(s) eerste aanleg: 96-165342-25 en 96-173482-22 (TUL)

parketnummer hoger beroep: 23-002740-25

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer,

van 10 juli 2026 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 12 november 2025 in de zaak tegen de verdachte:

naam: [verdachte 1]

voornamen: [verdachte 2]

geboren: op [geboortedag] 2000 te [geboorteplaats]

adres: [adres].

Kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

overtreding van artikel 163, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

gepleegdop 21 april 2025 te Haarlem.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Bepaalt dat het totaal van de geldboetes mag worden voldaan in 5 (vijf) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 200,00 (tweehonderd euro).

Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 270 (tweehonderdzeventig) dagen.

Bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging, groot 231 (tweehonderdeenendertig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 96-173482-22:

Wijst af de vordering van de officier van justitie van het Parket Centrale Verwerking Openbaar Ministerie (Utrecht) van 18 september 2025, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 21 augustus 2023, parketnummer 96-173482-22, voorwaardelijk opgelegde geldboete ter hoogte van 400,00 euro.

Gewezen door mr. L.M.G. de Weerd, in bijzijn van mr. S.S.I. Jackson, griffier.

mr. L.M.G. de Weerd

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.