Uitspraak · Strafrecht
Gerechtshof Amsterdam, 20 september 2016
ECLI:NL:GHAMS:2016:5616Zaaknummer 96-179322-15
- Instantie
- Gerechtshof Amsterdam
- Datum uitspraak
- 20 september 2016
- Publicatiedatum
- 30 december 2016
- Zaaknummer
- 96-179322-15
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Hoger beroep
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Contact met politie zonder tolk. Verweer tot niet-ontvankelijkheid van het OM verworpen omdat de verdachte heeft verklaard dat hij niets met de verbalisant te maken wilde hebben en ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet wilde meeewerken.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 10 (tien) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in bijzijn van S. Pesch, griffier.
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
parketnummer eerste aanleg: 96-179322-15
datum vonnis: 24 november 2015
parketnummer hoger beroep: 23-004763-15
datum arrest: 20 september 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 20 september 2016 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op 29 juli 1979 te [geboorteplaats]
adres: [adres].
Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
De raadsman heeft betoogd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard nu het contact van de politie met de verdachte heeft plaatsgevonden zonder bijstand van een tolk terwijl de verdachte de Nederlandse taal onvoldoende machtig is om te begrijpen wat er van hem wordt verwacht en daardoor de rechten van de verdachte zijn geschonden.
Het hof verwerpt dit verweer. Niet alleen heeft de politie geverbaliseerd dat de verdachte de Nederlandse taal sprak en begreep en genoteerd dat de verdachte verklaarde dat hij niets met verbalisant te maken wilde hebben, maar ook heeft de verdachte ter terechtzitting van het hof met bijstand van een tolk verklaard dat hij niet wilde meewerken omdat de politie onvriendelijk was en tegen hem schreeuwde. Het hof concludeert daaruit dat de verdachte wel degelijk wist wat er van hem werd verwacht en dat de rechten van de verdachte niet zijn geschonden.
Kwalificatie van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
overtreding van artikel 163, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.
gepleegdop 3 september 2015 te Amsterdam.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 1.000,00 (duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in 10 (tien) termijnen van 1 maand, elke termijn groot € 100,00 (honderd euro).
Ontzegt de verdachte ter zake van het bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.
Bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 vóór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.
Gewezen door mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in bijzijn van S. Pesch, griffier.
mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
Wetsartikelen in deze uitspraak
- Artikel 163 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14b Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 14c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 23 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24 Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24a Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 24c Sr meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 176 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 179 WVW meer uitspraken over dit artikel
- Artikel 164 WVW meer uitspraken over dit artikel
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.