Hoofdstuk 2 Visie van de gemeente
2.1 Algemene visie
2.1.1 Doelstelling
De doelen van het beleid in hoofdlijn:
1Een goede kwaliteit van de horeca bevorderen en eventuele negatieve effecten tegengaan;
2Heldere, actuele en handhaafbare regels stellen;
3Alcoholmatiging en het tegengaan van drugsgebruik.
Hierbij is maatwerk de insteek voor alle categorieën van horeca in de gemeente Wijk bij Duurstede. Met horeca:
✓ als trekker voor het centrum,
✓ als ondersteuner van het winkelklimaat in de gemeente,
✓ als trekker voor het recreatieve en toeristische klimaat en
✓ als extra inkomstenbron voor de recreatieve en agrarische sector,
Het moet bijdragen dat nieuwe ontwikkelingen een kans krijgen. Het horeca-aanbod blijft daardoor gedifferentieerd.
Hoofdstuk 4 Ruimtelijk Wijk bij Duurstede
4.2 Gebiedsgericht beleid
4.2.1 Deelgebieden
In de gemeente Wijk bij Duurstede zijn verschillende soorten horecabedrijven gevestigd met een verspreiding over verschillende gebieden. Ieder deelgebied is hierbij uniek met commerciële en niet commerciële horeca.
Binnenstad Wijk bij Duurstede
De binnenstad van Wijk bij Duurstede is als het hart van onze boeiende beleefstad. Een historische binnenstad trekt immers bezoekers, consumenten, ondernemers en bewoners en onderscheidt van andere steden. Door het belang van diversiteit zijn zowel verschillende soorten horeca, maar ook mengformules (detailhandel met ondergeschikte horeca) mogelijk. In het bestemmingsplan is dit opgenomen in categorie 1 en 2. De specifieke gebruiksregels geven aan wat de maximale (vloer)oppervlakte mag zijn voor de horeca.
Stadshaven (Rivierenfront)
Voor het beheer en de exploitatie van de Stadshaven is de wens uitgesproken om een horecavoorziening te realiseren.
Hiermee wordt de Stadshaven bij de historische binnenstad getrokken, die zich eveneens kenmerkt door de aanwezigheid van aantrekkelijke horecavoorzieningen. Het is de bedoeling om een dergelijke voorziening concreet op te nemen in een nieuw bestemmingsplan.
Een horecavoorziening op deze locatie wordt uitsluitend onder strikte voorwaarden toegestaan. Zo moet het passen binnen het Rijksbeschermde stadsgezicht en mogen de aanwezige waarden van het Unesco werelderfgoed (Limes en Hollandse Waterlinie) niet worden aangetast. Wanneer er sprake is van een drijvende voorziening, dan komt daar nog bij dat deze enkel op de beoogde locatie mag liggen buiten het hoogwater- en stormseizoen (doorgaans van 1 november tot 1 april).
Daarnaast is er voor de voormalige loods, naast de inrit van het oostelijke parkeerterrein, in 2017 een omgevingsvergunning verleend voor een Bed & Breakfast. De vergunning is onherroepelijk en zal worden verwerkt in het nieuwe bestemmingsplan als verblijfsrecreatie.
Buurtcentra in Wijk bij Duurstede
Voor de locaties De Horden en De Heul is horeca mogelijk als nevenactiviteit (1A), als nevenactiviteit/daghoreca (1B1) en zelfstandig (2A en 2B). In de specifieke gebruiksregels is de maximale (vloer)oppervlakte opgenomen per horecabedrijf.
Dorpskern Cothen
Op grond van het geldende bestemmingsplan mag binnen de bestemming ‘gemengd1’ een horecabedrijf zich vestigen tot ten hoogste categorie 2. In de specifieke gebruiksregels is de maximale oppervlakte opgenomen. Bij detailhandel is ondergeschikte horeca toegestaan, onder de voorwaarden dat het alleen mag in de vorm van verkoop van eigen producten en de oppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van de vloeroppervlakte, met een maximum van 40 m².
Dorpskern Langbroek
Op grond van het geldende bestemmingsplan mag binnen de bestemming ‘Gemengd’ een horecabedrijf zich vestigen tot ten hoogste categorie 1 en 2.
Woonwijken en bedrijventerreinen
Ten aanzien van woonwijken en bedrijventerreinen is er geen zelfstandige horeca aanwezig. Voor bedrijventerreinen is er sprake van maatwerk om te kijken of er eventueel iets mogelijk is.
Het buitengebied – multifunctioneel gebied
In het buitengebied is in de basis alleen horeca als nevenactiviteit onder voorwaarden mogelijk. Er mag hierbij maximaal 100 m² worden gebruikt voor de horeca. Een terras maakt onderdeel uit van deze oppervlakte. In het bestemmingsplan zijn voor een aantal locaties specifieke beschrijvingen opgenomen ten aanzien van de nevenactiviteit. Hierin staan ook vastgestelde afwijkingen met betrekking tot de gebruiksoppervlakte.
Zelfstandige horeca is in het buitengebied alleen mogelijk bij locaties die daarvoor specifiek in het bestemmingsplan zijn aangeduid. Een voorbeeld hiervan zijn de landgoederen.
Het buitengebied – primair agrarisch gebied
In het buitengebied is horeca als nevenactiviteit onder voorwaarden mogelijk en bij voorkeur ten behoeve van recreatie. Er mag hierbij maximaal 100 m² voor de horeca worden gebruikt. Een terras maakt onderdeel uit van deze oppervlakte. In het bestemmingsplan zijn voor een aantal locaties specifieke beschrijvingen opgenomen ten aanzien van de nevenactiviteit. Hierin staan ook vastgestelde afwijkingen met betrekking tot de gebruiksoppervlakte. Zelfstandige horeca is echter niet wenselijk.
4.3 Horeca als zelfstandige functie en als nevenactiviteit
4.3.1 Spelregels
Horeca bij een agrarisch of recreatief bedrijf in het buitengebied is mogelijk, mits de ondernemer aan de volgende criteria voldoet:
1.
De horeca-activiteit moet passen binnen het geldende bestemmingsplan.
2.
De horeca is ondergeschikt aan de agrarische of recreatieve hoofdactiviteit. Het hoofdbedrijf is de belangrijkste activiteit (ook qua omzet) en de horeca-activiteit is bijzaak. Bedrijven met een uitzondering hierop zijn specifiek in het bestemmingsplan opgenomen.
3.
Een beperking in bezoekersaantal en sluitingstijd kan in het bestemmingsplan zijn opgenomen.
4.
Er geldt een beperking in de oppervlakte van de ondergeschikte horeca-activiteit. Dit is opgenomen in het bestemmingsplan. Een terras maakt onderdeel uit van deze oppervlakte.
6.
De verstrekking van alcoholhoudende dranken vindt alleen plaats wanneer er een alcoholwetvergunning is.
7.
De ondergeschikte horeca-activiteit moet voldoen aan alle wet- en regelgeving.
8.
Er kan, als daarvoor ruimte bestaat, een beperkt buitenterras staan ten behoeve van de ondergeschikte horeca-activiteit.
4.3.2 Horeca en wonen
Een horeca-activiteit bij de bestemming “wonen” is in beginsel niet mogelijk. Een uitzondering hiervoor geldt voor bed & breakfast bedrijven. Hierbij is de horeca ondergeschikt voor gasten. In het bestemmingsplan moet dit voor een adres zijn aangeduid. In andere gevallen is horeca hier niet wenselijk. Het zorgt voor een te grote druk op de hoofdbestemming, met alle onwenselijke gevolgen.
Denk hierbij aan:
✓ geur- en geluidsoverlast,
✓ een aantrekkende werking van verkeer en
✓ problemen in relatie tot de openbare orde en veiligheid.
4.3.3 Horeca en landgoederen
Landgoederen bepalen in positieve mate het gezicht van de gemeente. Ondanks dat deze in het buitengebied zijn gevestigd, is als uitzondering zelfstandige horeca hierbij mogelijk. Wat er in de praktijk op een locatie precies kan plaatsvinden hangt daarbij af wat er ten aanzien van een adres is opgenomen in het bestemmingsplan of een eventuele afwijking van het bestemmingsplan via een omgevingsvergunning.
4.4 Ondergeschikte horeca bij detailhandel - daghoreca
4.4.1 Spelregels
Ondergeschikte horeca bij detailhandel is mogelijk, onder de volgende voorwaarden:
1.
De ondergeschikte horeca-activiteit moet passen binnen het geldende bestemmingsplan.
2.
De horeca is ondergeschikt aan de andere verkopen. De detailhandel is de belangrijkste activiteit (ook qua omzet) en de horeca-activiteit is bijzaak.
3.
De opening- en sluitingstijden van de ondergeschikte horeca-activiteit zijn in ieder geval hetzelfde als die van de hoofdfunctie.
4.
De ondergeschikte horeca-activiteiten (inclusief zitgelegenheid of terras) mag niet meer dan 25% zijn van de netto vloeroppervlakte (de publieksruimte) van de inrichting waarin de hoofdactiviteit plaatsvindt.
5.
De verstrekking van alcoholhoudende dranken voor gebruik op locatie is alleen mogelijk met een alcoholwetvergunning. De inrichting moet dan aan specifiek eisen voldoen op grond van het Bouwbesluit en de Alcoholwet en volledig zijn afgezonderd van de detailhandel.
6.
De ondergeschikte horeca-activiteit moet voldoen aan alle wet- en regelgeving.
7.
Er kan, als daarvoor ruimte bestaat, een beperkt buitenterras staan als ondersteuning van de ondergeschikte horeca-activiteit.
Hoofdstuk 5 Uitvoering horeca
5.2 Exploitatie en alcohol
5.2.1 Exploitatievergunning of vrijstelling
Om een openbare inrichting te mogen exploiteren is er een vergunning of vrijstelling nodig van de burgemeester. Maar wat is eigenlijk een openbare inrichting?
In onze APV staat de volgende begripsbepaling:
“In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt”.
Dat een terras ook onderdeel is van de openbare inrichting wordt duidelijk door het volgende deel bij de begripsbepaling.
“Een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van de besloten ruimte”.
5.2.2 Deregulering
Voor het exploiteren van een openbare inrichting in de gemeente Wijk bij Duurstede geldt een vergunningstelsel, maar alleen voor inrichtingen die:
•niet onder de Alcoholwet vallen, dit in verband met de Bibob-toets;
•wel onder de Alcoholwet vallen en in het verleden voor ernstige overlast hebben gezorgd.
Openbare inrichtingen die geen ernstige overlast veroorzaken en waar sprake is van een alcoholwetvergunning komen in aanmerking voor een vrijstelling van de vergunningplicht. Dit is opgenomen in de APV.
Meer over de vrijstelling en de voorwaarden die daarvoor gelden, maar ook over bedrijven waarvoor helemaal geen vergunningplicht geldt gaat het in paragraaf 5.2.9 en 5.2.10 van dit hoofdstuk.
5.2.3 Afhaalzaken en bezorgen
Bedrijven waar alleen de bereiding of verkoop plaatsvindt van etenswaren voor gebruik elders, vallen niet onder de definitie van een ‘openbare inrichting’, zoals opgenomen in de APV.
Het gaat bijvoorbeeld om traiteurs, pizzabakkers, sushi- of shoarmazaken die alleen maaltijden op bestelling thuis afleveren en/of waar de consument de maaltijden uitsluitend afhaalt. Er is dus geen sprake van eten/drinken op locatie. Dergelijke bedrijven hebben geen vergunning of vrijstelling nodig op grond van de APV, tenzij deze branche specifiek wordt aangewezen in de verordening. Voor het afhalen van eten/drinken op een dergelijke locatie is de Winkeltijdenwet van toepassing als sluitingstijd.
Wanneer er sprake is van een gecombineerde situatie (bezorgen/afhaal en eten/drinken) dan hangt het van de oppervlakte van de horeca (eten/drinken op locatie) en de omzet af of er sprake is van een vergunningplicht op grond van de APV. Is de horeca een hoofdactiviteit (zowel in oppervlakte als omzet) en het afhalen/bezorgen een nevenactiviteit dan geldt er een vergunningplicht of vrijstelling van de vergunningplicht.
Is het afhalen/bezorgen een hoofdactiviteit (zowel in oppervlakte als omzet) en de horeca een nevenactiviteit dan is er geen vergunning of vrijstelling nodig. Uiteraard moet dit alles wel mogelijk zijn op grond van het bestemmingsplan. De Alcoholwet gaat er over of het verstrekken van alcoholhoudende drank (voor gebruik elders of gebruik op locatie) mogelijk is.
5.2.4 Vergunningstelsel
De exploitatievergunning is, op grond van de APV, in de basis een vergunning die het woon- en leefklimaat moet beschermen. Een vergunningstelsel maakt het mogelijk vooraf te toetsen of de exploitatie van een openbare inrichting niet botst met het woon- en leefklimaat en de openbare orde op een locatie. Ook maakt een stelsel het mogelijk om voorschriften op te nemen in een vergunning, om in de praktijk overlast zoveel als mogelijk te voorkomen of te beperken.
Bij de preventieve toets is het dus niet alleen van belang te onderzoeken in welke mate van een bedrijf overlast te verwachten valt, maar ook of de komst van een bedrijf de leefbaarheid en het karakter van een buurt eventueel aantast.
Wat overlast precies is, is een moeilijk definieerbaar en vaak subjectief begrip. In de praktijk gaat het veelal om het gedrag van bezoekers in of bij een openbare inrichting of geluid.
Omdat een terras onderdeel is van de inrichting geldt dat voor zowel de locatie binnen als het terras buiten de woon- of leefsituatie in de omgeving niet negatief mag worden beïnvloed. Vanaf paragraaf 5.6 en in bijlage 4 wordt toegelicht op welke wijze de beoordeling plaatsvindt.
Het kan in de praktijk dus voorkomen dat de burgemeester een vergunning gedeeltelijk verleent. Bijvoorbeeld wel een exploitatievergunning, maar geen terras als onderdeel. Uiteraard moet op grond van de Algemene wet bestuursrecht hiervoor wel een goede motivering plaatsvinden.
Overigens is een horeca-exploitatievergunning in beginsel voor onbepaalde tijd geldig. Wanneer de burgemeester toch een tijdsduur wil verbinden aan de vergunning, dan is het alleen bij een dwingende reden van algemeen belang toegestaan een termijn te stellen. Een dergelijke stap moet ook goed zijn gemotiveerd.
5.2.5 Toetsen van een vergunningaanvraag
Naast een toets op grond van het bestemmingsplan kijkt de burgemeester bij de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag naar de mogelijke invloed van een bedrijf op het woon- en leefklimaat en het karakter van de (winkel)straat of buurt. Ook de wijze van exploiteren speelt een rol.
Over het algemeen geldt dat een restaurant een andere uitstraling en invloed heeft op het woon- en leefklimaat dan bijvoorbeeld een café of discotheek. De verhouding tot al in de omgeving aanwezige horecabedrijven speelt in de praktijk een rol.
Bij het vooraf toetsen van de exploitatie is het niet alleen van belang in welke mate van het bedrijf eventueel overlast te verwachten valt, maar ook of de komst van een bedrijf de leefbaarheid en het karakter van de locatie aantast.
Het is hierbij belangrijk om diverse aspecten vooraf te bekijken zoals:
✓ de openingstijden, de mate van geluidsproductie, mogelijkheid tot vuil/rommel op straat,
✓ de mate van stank, de mate van geluidsproductie van (terras)bezoekers en vertrekkende klanten.
Onderdeel van een inhoudelijke toets is ook een procedure op grond van de Wet Bibob. Dit onderwerp is opgenomen in paragraaf 6.1.1 van hoofdstuk 6 en in bijlage 1 van dit beleid.
5.2.6 Diverse eisen
Om in aanmerking te komen voor een horeca-exploitatievergunning moet aan een aantal eisen worden voldaan. In de praktijk:
✓ mag de vestiging van de openbare inrichting niet in strijd zijn met een geldend bestemmingsplan.
✓ mag de woon- of leefsituatie in de omgeving niet nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting. Om dit te beoordelen houdt de burgemeester rekening met:
•het karakter van de straat en wijk waarin het bedrijf ligt of zal liggen,
•de aard van de openbare inrichting,
•de spanning waaraan het woonmilieu op locatie blootstaat of zal komen te staan door de exploitatie van het bedrijf en de wijze van de bedrijfsvoering door de exploitant.
✓ mag de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of de openbare orde of veiligheid niet nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van een terras en het terras moet voldoen aan nadere gestelde eisen.
✓ moet de exploitant of leidinggevende van goed levensgedrag zijn.
5.2.7 Inrichtingseisen
In relatie tot de APV zijn voor openbare inrichtingen de regels van toepassing zoals opgenomen in het Bouwbesluit en een bestemmingsplan.
5.2.8 Levensgedrag van de ondernemer en leidinggevenden
De ondernemer(s) en leidinggevenden van een openbare inrichting hebben een bijzondere verantwoordelijkheid. De manier waarop de exploitatie plaatsvindt kan een verstoring van de openbare orde mogelijk maken of een nadelige beïnvloeding hebben voor het omliggende woon- en leefklimaat.
De verantwoordelijkheid voor het exploiteren van een openbare inrichting brengt met zich mee dat de gemeente concrete eisen stelt. Van leidinggevenden die zelf strafbare feiten hebben gepleegd is het namelijk de vraag of zij voldoende in staat zijn om klanten aan te spreken op de naleving van bepaalde normen en waarden.
Bij de inhoudelijke beoordeling van eventuele antecedenten kijken we naar:
•Het aantal strafbare feiten;
•wanneer de feiten zijn gepleegd en
•of de betrokken persoon voor deze strafbare feiten binnen de laatste 5 jaar meer dan één keer onherroepelijk is veroordeeld.
Omdat de APV niet in het Besluit justitiële gegevens is opgenomen, betekent het dat de burgemeester hiervoor geen gegevens uit het justitiële documentatieregister kan opvragen in het kader van een horeca-exploitatievergunning.
Voor de beoordeling van het levensgedrag van personen in een alcoholvrij bedrijf kan uitsluitend informatie worden gevraagd die eventueel bekend zijn in de Politieregisters. Het opvragen van informatie vindt dan plaats op grond van de Wet politiegegevens.
Een andere optie is om van een ondernemer en leidinggevenden een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te vragen. Dit moet echter wel in de APV staan om het als onderdeel van de procedure toe te passen. Dit is niet het geval in de APV van de gemeente Wijk bij Duurstede.
5.2.9 Geen vergunningplicht
In de gemeente Wijk bij Duurstede geldt voor een categorie bedrijven geen vergunningplicht. Deze bedrijven staan in de APV en worden in het kader op de volgende pagina weergegeven.
Dat er voor de bedrijven geen vergunningplicht geldt komt omdat bij deze categorie niet snel een aantasting van het woon- en leefklimaat wordt verwacht en/of problemen op grond van de openbare orde en veiligheid. De horeca heeft bij deze bedrijven altijd een ondergeschikte betekenis.
Er is geen vergunningplicht voor:
•een winkel, als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
•zorginstellingen
•musea
•een bedrijfskantine en bedrijfsrestaurant
•bed and breakfast bedrijven
•conferentie- of vergaderaccommodaties
•paracommerciële rechtspersonen zoals bedoeld in de Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede (zoals buurthuizen en sportverenigingen)
5.2.10 Vrijstelling vergunningplicht
Daarnaast is er een categorie openbare inrichtingen waarbij de burgemeester op verzoek of ambtshalve vrijstelling kan verlenen van de vergunningplicht. Dit is van toepassing voor openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn op grond van artikel 1 van de Alcoholwet, en dus in het bezit van een alcoholwetvergunning. De zogenaamde ‘natte horeca’.
Wanneer deze bedrijven in de afgelopen 6 maanden geen ernstige overlast hebben gegeven, kan de burgemeester een vrijstelling verlenen van de vergunningplicht. Dit is vastgelegd in de APV. De horeca-exploitatievergunning fungeert bij dit systeem alleen als stok achter de deur voor de natte horecabedrijven die ernstige overlast geven. Tegen de verlening van een vrijstelling staat bezwaar en beroep open.
De burgemeester kan de vrijstelling ambtshalve verlenen. Daardoor hoeft de vergunninghouder de vrijstelling niet aan te vragen. Geeft een openbare inrichting toch ernstige overlast, dan is het mogelijk de vrijstelling in te trekken. Het bedrijf heeft dan alsnog een vergunning nodig en moet die ook aanvragen.
Openbare inrichtingen die zich nieuw in de gemeente willen vestigen krijgen in beginsel dus het vertrouwen. Ze ontvangen een vrijstelling voor een proefperiode van 6 maanden, wat is gerelateerd aan de periode zoals aangegeven in de APV. Als het bedrijf in die periode geen ernstige overlast veroorzaakt, kan het dezelfde permanente vrijstelling krijgen als de andere aanwezige bedrijven. Als het bedrijf wel overlast veroorzaakt valt het alsnog onder de vergunningplicht.
De vrijstelling van de vergunningplicht is ook van toepassing voor een terras van het bedrijf waarvoor de vrijstelling van toepassing is, omdat een terras onderdeel is van de inrichting. Omdat het bestuursorgaan aan een vrijstelling geen voorschriften kan verbinden zijn voor de terrassen die daar onder vallen voor het plaatsen alleen de bepalingen in de beleidsregels voor terrassen van toepassing. Wanneer de gemeente een vrijstelling voor deze terrassen niet wenselijk vindt dan kan de APV hierop worden aangepast met een bepaling, waardoor er bijvoorbeeld alleen voor het terras een vergunningplicht geldt.
Alcohol
De Alcoholwet is een belangrijke wet voor de horeca. Het reguleert de distributie van alcoholhoudende drank onder het publiek.
De wet is ervoor om de verkoop van alcohol op een verantwoorde manier te laten plaatsvinden. Het richt zich met name op de verkopers (verstrekkers) van alcohol in horeca, sportkantines en slijtersbedrijven. Het toezicht op de naleving ligt bij de gemeente.
De wet maakt onderscheid tussen een:
Horecabedrijf
Bedrijf waar bedrijfsmatig of anders dan om niet (tegen betaling) alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt.
Slijtersbedrijf
Bedrijf dat bedrijfsmatig of anders dan om niet (tegen betaling) alcoholhoudende drank verstrekt aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse.
Paracommerciële rechtspersoon
Een rechtspersoon, geen NV of BV, met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.
Bijvoorbeeld een buurthuis, sportclub, welzijnsinstelling
Paragraaf 5.3 vertelt meer over de vergunningplicht voor paracommerciële rechtspersonen en de activiteiten die ze mogen organiseren.
5.2.11 Beoordelingsruimte voor de burgemeester
De wijze waarop we een aanvraag inhoudelijk toetsen staat in bijlage 1. In de Alcoholwet is opgenomen wanneer de burgemeester de gevraagde vergunning moet weigeren. Bijvoorbeeld wanneer een leidinggevende of de inrichting niet voldoen aan de wettelijke eisen.
In de wet staan ook de gevallen wanneer de burgemeester meer ruimte heeft voor een eigen afweging. Wanneer er geen weigeringsgronden zijn, dan bestaat er geen vrije keuze voor het al dan niet verlenen van de vergunning. Er geldt dan namelijk een wettelijke verplichting om deze af te geven.
5.2.12 Administratieve lasten
Om de administratieve lasten voor de natuurlijke persoon of rechtspersoon te beperken is er voor een wijziging van een leidinggevende of wijziging van de inrichting alleen sprake van een melding. Een melding vindt plaats bij de gemeente met het daarvoor bestemde (online) formulier zoals beschikbaar via de website van de gemeente Wijk bij Duurstede.
5.2.13 Proeverijen
In het Alcoholbesluit staat een bepaling dat een gemeente via een verordening vrijstelling kan verlenen om slijtersbedrijven proeverijen te laten organiseren. Dit mag alleen buiten de dagen of tijden dat de slijtlokaliteit regulier open is. Het is in de gemeente Wijk bij Duurstede dus alleen mogelijk wanneer in een verordening een concreet aantal proeverijen wordt vastgesteld.
Op basis van het Alcoholbesluit mag er in een slijtlokaliteit overigens maximaal 1 proeverij per dag plaatsvinden, en maximaal 3 proeverijen per week.
Tijdens een proeverij is het niet mogelijk bedrijfsmatig of anders dan om niet (tegen betaling) alcoholhoudende en alcoholvrije drank te verstrekken voor gebruik op een andere locatie. Uitzondering hierop geldt alleen voor de alcoholhoudende en alcoholvrije drank die in het kader van de proeverij zelf wordt verstrekt (voor gebruik ter plaatse) aan de deelnemers van de proeverij.
5.3 Paracommerciële rechtspersonen
5.3.1 Vergunning
Op grond van de APV geldt er voor een paracommerciële rechtspersoon geen plicht tot een horeca-exploitatievergunning. Voor het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse is dat wel het geval.
Een belangrijk artikel is dat een gemeente in een verordening regels moet opnemen om oneerlijke concurrentie met de commerciële horeca te voorkomen. In de wet staat letterlijk “er worden regels gesteld”. Dit betekent dat de gemeenteraad de verplichting heeft om een gemeentelijke verordening vast te stellen waarin regels staan die ervoor zorgen dat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat. Hiervoor heeft de gemeente Wijk bij Duurstede de Verordening Paracommercie Wijk bij Duurstede. In paragraaf 5.4 komt dit terug.
5.3.2 Beoordelingsruimte voor de burgemeester
De wijze waarop we een aanvraag inhoudelijk toetsen staat in bijlage 1. In de Alcoholwet is opgenomen wanneer de burgemeester de gevraagde vergunning moet weigeren. Bijvoorbeeld wanneer een leidinggevende of de inrichting niet voldoen aan de wettelijke eisen.
In de wet staan ook de gevallen wanneer de burgemeester meer ruimte heeft voor een eigen afweging. Wanneer er geen weigeringsgronden zijn, dan bestaat er geen vrije keuze voor het al dan niet verlenen van de vergunning. Er geldt dan namelijk een wettelijke verplichting om deze af te geven.
5.3.3 De besluitvormingsprocedure
In tegenstelling tot de procedure voor de commerciële horeca is in de Alcoholwet opgenomen dat bij de voorbereiding van een beslissing tot verlening van een vergunning aan een paracommerciële rechtspersoon afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing is.
Dit betekent dat er eerst een ontwerpbesluit voor een periode van 6 weken ter inzage ligt. Eventuele zienswijzen neemt de burgemeester mee bij de definitieve besluitvorming.
5.5 Openingstijd openbare inrichtingen
5.5.1 Venstertijd
Om te voorkomen dat horecabezoekers in de nacht tussen 01.30 uur en 04.00 uur openbare inrichtingen bezoeken en daarbij eventueel overlast op straat veroorzaken is in de bepaling voor de nachtvergunning opgenomen dat na 01:30 uur er geen nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten tot de openbare inrichting. Op verzoek kan de burgemeester een ontheffing verlenen ten aanzien van de sluitingstijden.
Voor horeca als onderdeel van een winkel, als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, zijn de sluitingstijden van toepassing op grond van de Winkeltijdenwet.
Voor terrassen gelden, zoals gezegd, afzonderlijke sluitingstijden. Deze staan in paragraaf 5.6.4.
5.6 Terrassen
5.6.1 Soorten terrassen
Het plaatsen van een terras is mogelijk bij:
✓ een openbare inrichting zoals omschreven in de begripsbepaling van de APV.
✓ detailhandel, met een openbare inrichting als nevenactiviteit (ondergeschikte horeca).
Wanneer een terras onderdeel is van de openbare inrichting dan valt het met betrekking tot de procedure onder de horeca-exploitatievergunning.
Bij de inhoudelijk beoordeling van een aanvraag om één of meerdere terrassen te mogen plaatsen is het van belang om de volgende vraagstukken inhoudelijk te toetsen:
1.
Is het plaatsen van het terras mogelijk volgens het bestemmingsplan?
2.
Brengt de locatie de verkeersveiligheid niet in gevaar?
3.
Zorgt het plaatsen van een terras en daaraan verbonden objecten voor een gevaar in het kader van de brandveiligheid?
4.
Is op de locatie nog een goed onderhoud en beheer van de weg mogelijk?
5.
Veroorzaakt de situering geen overlast?
Naast de beoordeling van een aanvraag op grond van de APV kan er ook sprake zijn van een toets op grond van de Alcoholwet wanneer het de bedoeling is om op het terras alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse.
Voor het gebruik van alcohol op een terras moet deze ook op de alcoholwetvergunning staan. De Alcoholwet geeft hierbij aan dat het terras moet staan “in de onmiddellijke nabijheid” van het horecabedrijf (openbare inrichting). Een nadere toelichting over het begrip “in de onmiddellijke nabijheid” staat in de volgende paragraaf.
5.6.2 Terrassen in de onmiddellijke nabijheid
Bij een verzoek van een openbare inrichting om een terras op een locatie te plaatsen die niet direct aansluit op/aan de gevel van het pand zijn er verschillende criteria om te beoordelen of dit mogelijk is. In de praktijk betreft het altijd maatwerk.
In relatie tot de APV (plaatsen terras) zijn hierbij de 5 vraagstukken van belang zoals aangegeven in paragraaf 5.6.1. Ten aanzien van de Alcoholwet is het belangrijk de vraag te stellen wat we verstaan onder “onmiddellijke nabijheid”.
Om te beoordelen of een terras bij een openbare inrichting (horecabedrijf) in de onmiddellijke nabijheid staat is het belangrijk te kijken:
1.
naar de exacte locatie van het terras
2.
of het terras zonder omwegen bereikbaar is
3.
de aard van de inrichting
Voorbeeld
Een horecabedrijf wil een terras plaatsen op een plein tegenover de inrichting. Het is de bedoeling dat bezoekers daar de mogelijkheid hebben te eten en drinken, waaronder alcoholhoudende dranken.
De burgemeester toetst als bevoegd bestuursorgaan op grond van de APV of het mogelijk is een terras te plaatsen op de gevraagde locatie. Hierbij wordt er gekeken naar het bestemmingsplan en de (verkeers)veiligheid. In relatie tot het verstrekken van alcoholhoudende dranken vindt een inhoudelijke toets plaats op grond van de Alcoholwet.
In de wet staat dat een verleende vergunning alleen geldt ten aanzien van het verstrekken van alcoholhoudende drank op die gedeelten van de openbare weg, waar dat verstrekken door de burgemeester uitdrukkelijk is toegestaan.
Het in de Alcoholwet neergelegde criterium van “onmiddellijke nabijheid” is alleen relevant voor de vraag of op het terras het verstrekken van alcoholhoudende drank is toegestaan. Of het plaatsen van het terras op zichzelf mogelijk is, vindt plaats bij de inhoudelijke beoordeling op grond van de APV.
Wanneer de burgemeester tot het oordeel komt dat het geen probleem is een terras op grond van de APV te plaatsen, dan moet het eerst worden bijgeschreven op de alcoholwetvergunning voordat het schenken (verstrekken) daar mag plaatsvinden.
5.6.3 Terrassen bij horecabedrijven onderdeel van een winkel
Bij de vraag of een terras bij een winkel mag staan zijn de 5 vraagstukken van toepassing om te toetsen, zoals aangegeven bij paragraaf 5.6.1.
Wanneer het de bedoeling is om alcoholhoudende dranken te verstrekken op een terras bij een winkel dan is er sprake van een vergunningplicht op grond van de Alcoholwet. Een terras op de alcoholwetvergunning is daarbij alleen mogelijk wanneer het terras onmiddellijk aansluit aan een horecalokaliteit. Dit is een wettelijke bepaling.
Wanneer een winkel (met horecabedrijf als onderdeel) een terras wil plaatsen op een locatie dat niet direct aansluit aan een horecalokaliteit, dan is het dus misschien wel mogelijk om het terras op grond van de APV te plaatsen, maar het verstrekken van alcoholhoudende drank kan niet plaatsvinden door de bepaling van de Alcoholwet.
5.6.4 Openings- en sluitingstijd terrassen
In de APV van de gemeente Wijk bij Duurstede heeft de gemeenteraad de openings- en sluitingstijden vastgesteld van terrassen bij openbare inrichtingen.
Vanuit Koninklijke Horeca Nederland is de wens uitgesproken om de sluitingstijd van terrassen gelijk te trekken aan de algemene sluitingstijden van openbare inrichtingen en de openingstijd in de ochtend ruimer te formuleren. Het Horecabeleid verzet zich hier niet tegen, maar de bevoegdheid hiervoor ligt bij de gemeenteraad om de verordening hier al dan niet op aan te passen. In de uitvoeringsparagraaf (bijlage 9) is hiervoor een aanbeveling gedaan.
Tevens zijn ook de volgende bepalingen van toepassing:
✓ Voor een terras in de Peperstraat geldt dezelfde sluitingstijd als voor een winkel, op grond van de Winkeltijdenwet.
✓ Voor terrassen die deel uitmaken van paracommerciële rechtspersonen geldt de sluitingstijd zoals opgenomen in de daarvoor bestemde verordening.
✓ Voor terrassen bij winkels (met horeca als nevenactiviteit) is de sluitingstijd altijd gebaseerd op de Winkeltijdenwet.
Hoofdstuk 6 Thema’s horeca
6.1 Openbare orde en veiligheid
6.1.1 Veiligheid
Het begrip ‘veiligheid’ kent verschillende raakvlakken en is belangrijk voor zowel de horecabranche, gemeente als partners. Alle partijen hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid, maar een goede samenwerking is daarbij essentieel.
IVP (Integraal Veiligheidsplan) en uitvoeringsprogramma
Een Integraal Veiligheidsplan (IVP) is een plan op hoofdlijnen waarin gemeenten en (veiligheids)partners hun prioriteiten op het gebied van veiligheid vaststellen en afspraken voor een langere periode vastleggen. Ook al hebben gemeenten geen wettelijke plicht een IVP te maken, bijna elke gemeente in Nederland heeft het.
Goede afspraken met politie, Openbaar Ministerie en andere partners zijn belangrijk om goed te sturen op veiligheid. De burgemeester heeft wettelijke bevoegdheden op grond van de Gemeentewet en het gezag over de politie om de openbare orde te handhaven. De gemeenteraad beslist over de prioriteiten en speerpunten (kaders).
De gemeente Wijk bij Duurstede heeft samen met de gemeenten Renswoude, Rhenen, Utrechtse Heuvelrug en Veenendaal, de politie, OM, veiligheidspartners en het maatschappelijk middenveld 1 plan vastgesteld, in plaats van alle gemeenten afzonderlijk.
5IVP’s betekent namelijk een veelheid aan prioriteiten voor de politie, en daardoor dus een versnipperde inzet. Door samen te werken met een gezamenlijk gedragen aanpak wordt zowel strafrechtelijk als bestuursrechtelijk criminaliteit aangepakt.
Het college van burgemeester en wethouders stelt daarnaast iedere 2 jaar een uitvoeringsprogramma vast. Hierin staan activiteiten die we samen met de partners lokaal uitvoeren om de ambities uit het IVP te behalen.
Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus
Openbare inrichtingen die 1 of meer portiers in dienst hebben die beveiligingswerkzaamheden verrichten moeten in het bezit zijn van een vergunning van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, voor het in stand brengen van een particuliere beveiligingsorganisatie.
Wanneer de exploitant van een openbare inrichting de portier(s) van een beveiligingsbedrijf of uitzendbureau inzet, dan is deze derde partij vergunningplichtig. De vergunningplicht vloeit voort uit de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus. Het brengt met zich mee dat portiers moeten voldoen aan verschillende eisen van vakbekwaamheid en betrouwbaarheid.
Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
In de APV staan meerdere bepalingen in directe relatie tot de (openbare en) veiligheid, zoals:
Samenscholing en ongeregeldheden
Afwijking sluitingstijd, tijdelijke sluiting
Verboden gedragingen in een openbare inrichting
Verboden drankgebruik
Verboden lachgasgebruik
Messen en steekwapens
Het college van burgemeester en wethouders kan een gebied aanwijzen waar het voor personen van 18 jaar en ouder verboden is op een openbare plaats alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. De binnenstad van Wijk bij Duurstede is als gebied hiervoor aangewezen.
Het verbod is niet van toepassing voor een terras dat onderdeel is van een alcoholwetvergunning en een andere plaats dan een horecabedrijf waarvoor een ontheffing geldt op grond van artikel 35 Alcoholwet, zoals bij evenementen.
Bij het onderwerp ‘Messen en steekwapens’ is het voor het bevoegde bestuursorgaan mogelijk wegen aan te wijzen, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, waar een verbod geldt om messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. Er zijn er in de gemeente Wijk bij Duurstede formeel geen wegen aangewezen ten aanzien van dit verbod.
Landelijke wetgeving Wet Bibob
De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) beoogt te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert door het (onbewust) verstrekken van vergunningen voor illegale praktijken.
De horeca wordt af en toe geconfronteerd met een ondernemer of bedrijf met criminele achtergronden. De Wet Bibob maakt het onder andere mogelijk om vergunningen te weigeren of in te trekken als sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld.
De Wet Bibob is dus een belangrijk middel om een bijdrage te leveren aan de preventie en bestrijding van criminaliteit. De gemeente Wijk bij Duurstede heeft Bibob beleidsregels die een verdere uitwerking geven aan de wet. In het kader van de wet en beleidsregels stelt de gemeente bij een aanvraag voor een alcoholwetvergunningen en horeca-exploitatievergunningen (APV) uitgebreid vragen over de onderneming of persoon.
Bij twijfel over de informatie of wanneer er sprake is van onduidelijke constructies, is het mogelijk het RIEC en/of het Landelijk Bureau Bibob (LBB) in te schakelen voor nader advies.
Landelijke wetgeving Bouwbesluit
Voorschriften en regels over brandveiligheid staan in het Bouwbesluit. Landelijk is ook geregeld wanneer een omgevingsvergunning brandveilig gebruik of gebruiksmelding nodig is voor een gebouw. De grondslag voor een omgevingsvergunning brandveilig gebruik is het Besluit omgevingsrecht, onderdeel van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De grondslag van een gebruiksmelding is het Bouwbesluit.
Landelijke wetgeving Besluit brandveilig gebruik en de basishulpverlening overige plaatsen (BGBOP)
Het BGBOP geeft regels over het brandveilig gebruik van voor mensen toegankelijke plaatsen, voor zover dit niet in andere wetgeving is geregeld. Daarnaast bevat dit besluit regels over de zogenoemde basishulpverlening op plaatsen. Veel van de regels gaan over plaatsen waar groepen mensen in georganiseerd verband bij elkaar zijn, zoals evenementen.
6.1.2 Horecaconvenant
Wanneer er sprake is van overlast in of bij de horeca dan bestaat er een mogelijkheid om een Horecaconvenant af te sluiten tussen individuele horeca-inrichtingen, gemeente en politie.
Een Horecaconvenant beschrijft de rechten en verplichtingen van de horecaondernemer met betrekking tot zijn of haar horecabedrijf en de directe omgeving, de gemeente, Justitie en politie. Opgenomen bepalingen zien toe op de naleving van bijvoorbeeld de wettelijke geluidsnormen, alcoholgebruik, drugsgebruik en de openbare orde. Daarnaast is het mogelijk dat een convenant bepalingen bevat die niet in de wet staan. Zoals een verbod om glaswerk mee naar buiten te nemen.
Feitelijk gaat het om een uitwerking van gedragsregels waaraan alle partijen zich verbinden. Hierdoor wordt een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor veilig uitgaan gecreëerd. Het is mogelijk een Horecaconvenant terugkerend te evalueren, waarbij een aanpassing mogelijk is aan de hand van actuele ontwikkelingen en/of wensen van de betrokken partijen.
6.1.3 Evenementen
De gemeente Wijk bij Duurstede is trots op haar grote geschiedenis en op haar grote hoeveelheid evenementen. Jaarlijks worden vele evenementen georganiseerd. Deze variëren van muziekfeesten, activiteiten voor de jeugd en braderieën tot diverse tochten en wedstrijden. Om de evenementen gestructureerd en veilig te laten verlopen is de regelgeving gebundeld in een Evenementenbeleid.
Het beleid biedt informatie en kaders over het proces om een evenement te organiseren, locaties voor evenementen in de gemeente Wijk bij Duurstede en het waarborgen van de veiligheid. Ook zijn er regels om geluidsoverlast bij evenementen te voorkomen c.q. beperken.
Bij evenementen wordt regelmatig alcohol verstrekt. De burgemeester kan op aanvraag, op grond van de Alcoholwet, een ontheffing verlenen voor het verstrekken van zwakalcoholhoudende drank buiten een inrichting. Sterke drank is niet toegestaan.
Bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard
In de Alcoholwet is de beschrijving opgenomen dat het gaat om bijzondere gelegenheden van zeer tijdelijke aard, voor een aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen. Uit de parlementaire geschiedenis van het wetsartikel wordt het begrip “bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard” verduidelijkt door te spreken van tijdelijke evenementen zoals braderieën, kermissen, jaarmarkten, sportfeesten en dergelijke.
Uit de voorbeelden en formuleringen volgt dat we onder het begrip bijzondere gelegenheid niet alleen afzonderlijke activiteiten verstaan als één evenement in de zin van de Alcoholwet, maar ook een geheel van op elkaar afgestemde activiteiten.
Of een activiteit een bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard is, is altijd een afweging die de burgemeester maakt.
Aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen
In de wet is een duidelijk maximum gesteld aan de periode waarbinnen het mogelijk is zwakalcoholhoudende dranken te verstrekken op basis van een ontheffing op grond van de Alcoholwet.
De parlementaire geschiedenis leert dat de wetgever niet heeft bedoeld om de duur van het evenement te beperken, maar slechts de duur van een ontheffing om zwakalcoholhoudende drank te verstrekken. Dat betekent dat een evenement misschien wel langer dan 12 dagen kan duren (wanneer het bestemmingsplan dit ook toestaat), maar dat er slechts 1 ontheffing kan worden verleend voor een aaneengesloten periode van maximaal 12 dagen. Het splitsen van een ontheffing in afzonderlijke perioden is strijdig met de uitvoering van de wettelijke bepaling, zelfs wanneer de perioden samen niet langer duren dan 12 dagen.
Voorschriften en beperkingen
De burgemeester kan aan een ontheffing op grond van de Alcoholwet voorschriften en beperkingen verbinden. Deze staan in bijlage 8.
6.1.4 Collectieve en incidentele festiviteiten
Openbare inrichtingen moeten op het gebied van geluid voldoen aan de regels die in het Activiteitenbesluit staan. De voorschriften zijn hierbij zo strikt, dat deze al snel worden overtreden wanneer in een inrichting een feest plaatsvindt met bijvoorbeeld livemuziek.
Door de maatschappelijke functie die openbare inrichtingen vervullen geeft het Activiteitenbesluit de mogelijkheid om vrijstelling te verlenen van de voorschriften op het gebied van geluid.
De vaste geluidsnormen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit zijn daarom niet van toepassing op dagen of dagdelen in verband met de viering van:
a.festiviteiten die op grond van een gemeentelijke verordening zijn aangewezen, in de gebieden in de gemeente waarvoor de verordening geldt.
b.andere festiviteiten die plaatsvinden in een inrichting, waarbij het aantal op grond van een gemeentelijke verordening aan te wijzen dagen of dagdelen per gebied of categorie van inrichtingen kan verschillen en niet meer bedragen dan 12 per kalenderjaar.
Het college van burgemeester en wethouders van Wijk bij Duurstede wijst jaarlijks een aantal activiteiten/evenementen aan als collectieve festiviteit. Horecaondernemers krijgen hierdoor de mogelijkheid om af te wijken van de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit.
Tijdens de collectieve festiviteiten geldt dat:
✓ de eindtijd voor muziek in een inrichting gelijk is aan de sluitingstijden zoals opgenomen in de APV.
✓ de geluidsnorm is vastgesteld op een vastgesteld aantal dB(A) op de gevel van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten.
Incidentele festiviteiten
Een incidentele festiviteit is een festiviteit gebonden aan 1 of een klein aantal inrichtingen. In de praktijk gaat het vaak om live-muziek. In het Activiteitenbesluit is bepaald dat het maximumaantal incidentele festiviteiten waarbij de voorschriften niet gelden 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar betreft.
Het betreft hierbij een maximum. De gemeenteraad heeft de bevoegdheid om, rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden, het aantal te verlagen. De gemeente Wijk bij Duurstede heeft in de APV geen maximumstelsel opgenomen. Het college van burgemeester en wethouders heeft daardoor de bevoegdheid om een maximumaantal dagen of dagdelen aan te wijzen. Dit mogen er door de wettelijke bepaling dus niet meer zijn dan 12 dagen of dagdelen per jaar.
Uitgangspunt blijft zowel bij collectieve als incidentele festiviteiten dat overmatige geluidhinder zo veel als mogelijk wordt voorkomen. Het is mogelijk voor het college om op grond van de APV voorwaarden te verbinden aan de festiviteiten.
Om gebruik te maken van de regeling voor incidentele festiviteiten moet de exploitant van een openbare inrichting een melding doen bij de gemeente. De basis van deze verplichting staat in de APV. De bepaling geldt voor alle openbare inrichtingen, met uitzondering van Kasteel Duurstede. Hiervoor staan in de APV afzonderlijke regels voor incidente festiviteiten.
Bij de beoordeling van een melding voor een incidentele festiviteit worden de volgende vraagstukken betrokken:
✓ Is er ooit overlast geconstateerd en hoe vaak?
✓ Komen eventuele klachten van meerdere personen?
✓ Gaat het om live-muziek of het gebruik van een geluidsinstallatie?
✓ Hoe is de liggen van de inrichting ten opzichte van omwonenden?
✓ Hoeveel andere muziekactiviteiten vinden gelijktijdig plaats?
✓ Wat zijn de overlastbeperkende voorzieningen in de inrichting?
✓ Tot welk tijdstip vindt de muziek plaats?
6.1.5 Aanpak bij klachten
Bij de exploitatie van horeca is het altijd mogelijk dat er een bepaalde vorm van overlast wordt ervaren. Inrichtingen die onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen verschillen namelijk ook van elkaar, in zowel omvang als impact voor de omgeving.
Dit betekent dat een norm wat voor het ene bedrijf passend is, een probleem kan opleveren voor een ander bedrijf. Of het in de praktijk daarbij gaat om bijvoorbeeld geluid, aanwezige/vertrekkende bezoekers of andere aspecten hangt in de praktijk vaak af van de soort inrichting en de activiteiten.
Voor de gemeente Wijk bij Duurstede behandelt de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) milieuklachten die door bedrijven zijn veroorzaakt.
Voorbeelden:
✓ Geluidsoverlast: muziek, laden en lossen, evenementen, werkzaamheden.
✓ Stofoverlast door op- en overslag.
✓ Bodemvervuiling door lekkage of verkeerde opslag.
✓ Lichtverontreiniging door onder andere reclameverlichting en sportverlichting.
Om een goed beeld te krijgen van aan horeca gerelateerde klachten heeft de ODRU namens de gemeente een speciaal klachtenformulier op hun website geplaatst. Na ontvangst van een klacht neemt de ODRU contact op met de persoon die het heeft ingediend. Tegelijk bespreekt het de klacht ook met de gemeente.
6.1.6 Toegankelijkheid
In de horeca is het van groot belang om de toegankelijkheid te vergroten. Voor een grote groep mensen met een beperking is het vaak moeilijk om naar een café, hotel, snackbar of restaurant te gaan als deze niet toegankelijk is.
Door deze groep en hun familie en vrienden beter te bedienen, worden niet alleen zij geholpen maar ook de horecaondernemers zelf. Hun doelgroep breidt zich namelijk uit en het bedrijfsimago verbetert.
Wanneer mensen met een beperkingen de mogelijkheid hebben eenvoudig gebruik te maken van producten en diensten en zich welkom voelen, heeft dat positieve gevolgen.
VN-verdrag
Sinds 14 juli 2016 geldt het VN-verdrag Handicap in Nederland. In het VN-verdrag wordt gesproken over het opheffen van de belemmeringen die mensen met beperkingen in de samenleving tegenkomen, zodat iedereen gelijkwaardig mee kan doen.
De uitwerking van het VN-verdrag staat in Nederland in de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (Wgbh/cz). Het betreft een wettelijke norm voor toegankelijkheid die regelt dat alle ondernemers geleidelijk de ‘algemene toegankelijkheid’ van hun bedrijf voor gehandicapten moeten vergroten tenzij dat voor de ondernemer een onevenredige belasting vormt.
Als een persoon met een handicap verzoekt om een eenvoudige voorziening of maatregel te treffen (voor toegankelijkheid) dan moet de ondernemer daarmee instemmen als dat voor hem/het bedrijf niet onevenredig belastend en/of disproportioneel is.
6.2 Volksgezondheid
6.2.1 Kansspelautomaten (gokverslaving)
Voor de aanwezigheid van speelautomaten (kansspelautomaten) is een vergunning nodig op grond van de Wet op de kansspelen.
Deze wet bevat onder andere regels die betrekking hebben op het verlenen van een vergunning voor een speelautomaat. De uitwerking van het aantal kansspelautomaten dat in een inrichting mag worden geplaatst staat in de APV. Hoogdrempelige inrichtingen mogen maximaal 2 kansspelautomaten plaatsen. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan.
De Wet op de kansspelen verstaat onder een hoogdrempelige inrichting:
✓ Een inrichting die in het bezit is van een geldige alcoholwetvergunning
✓ Een bezoek aan deze ruimte staat op zichzelf. Er vinden geen andere activiteiten plaats
✓ De activiteiten zijn in belangrijke mate gericht op personen van 18 jaar of ouder
Een laagdrempelige inrichting is een inrichting die niet voldoet aan de criteria van een hoogdrempelige inrichting. Bijvoorbeeld een snackbar of broodjeszaak. In bijlage 1 staat een nadere toelichting en hoe de inhoudelijke beoordeling plaatsvindt.
6.2.2 Alcoholmatigingsbeleid
Op grond van de Alcoholwet heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor de controle op de naleving van de wet en is de verplichting opgenomen dat de gemeenteraad iedere 4 jaar een preventie- en handhavingsplan alcohol vaststelt.
Het Preventie- en Handhavingsplan (PHP) laat zien welke acties en maatregelen de gemeente Wijk bij Duurstede onderneemt om alcoholgebruik onder jongeren te voorkomen en terug te dringen. Het plan is tot stand gekomen in samenwerking met verschillende partners zoals de politie, de GGD en onderwijsinstellingen.
Alleen met een combinatie van (alcohol)preventie, regelgeving en handhaving kunnen wij het gebruik van alcohol onder jongeren effectief tegengaan. Dit houdt dan ook in dat we meerdere afdelingen binnen onze gemeente – en ook meerdere type maatregelen
–in zetten bij de aanpak van alcoholproblematiek.
In de Maatschappelijke agenda Wijk bij Duurstede staan de beleidskaders van de gemeente voor het hele sociaal domein, wat uitgaat van draagkracht en draaglast van inwoners. Hierachter zit de gedachte dat de gemeentelijke inzet vooral gericht is op het versterken en behouden van draagkracht enerzijds en het beperken van de draaglast anderzijds. Preventie is daarvan een belangrijk onderdeel.
Het plan is integraal, meetbaar en betrekt een breed scala aan gemeentelijke diensten waarbij alcoholgebruik en de preventie ervan met name onder de jongeren, om de hoek komt kijken. Preventie van en voorlichting over alcoholgebruik verdienen volledig onze aandacht.
Happy hours
Happy hours zijn over het algemeen afgebakende tijden waarop alcohol tegen een lage prijs wordt aangeboden. Dit zorgt voor een direct en indirecte stimulering van consumptie van alcohol, wat haaks staat op de doelstelling tot alcoholmatiging.
Op grond van de Alcoholwet kan een gemeente ter bescherming van de volksgezondheid of in het belang van de openbare orde via een verordening grote prijsacties verbieden/reguleren voor alcoholhoudende drank voor gebruik op locatie en die kortdurend van aard zijn. Prijs en betaalbaarheid zijn namelijk belangrijke factoren voor alcoholconsumptie.
In de wet staat een bepaling om in een verordening Happy hours in te kaderen. Het daarin genoemde kortingspercentage (minder dan 60% van de gangbare prijs in het horecalokaal) ligt boven de winstmarges op de verkoop van alcoholhoudende dranken bij de horeca.
Prijsacties supermarkten, slijtersbedrijven en webshops
Alcoholhoudende dranken voor gebruik elders dan ter plaatse worden door verstrekkers zoals supermarkten, slijters en webshops regelmatig met een actie aangeboden. Voor verstrekkers is een prijsactie een manier om consumenten te verleiden om naar de winkel of webshop te komen.
In de Alcoholwet staat dat het verboden is om bedrijfsmatig of anders dan om niet (tegen betaling) alcoholhoudende drank aan te bieden of te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van een maand of korter lager is dan 75% van de normale bij het verkooppunt.
Ook is het verboden om bedrijfsmatig of anders dan om niet (tegen betaling) alcoholhoudende drank aan te bieden of te vertrekken voor gebruik elders dan ter plaatse waarbij de indruk wordt gewekt dat de prijs 75% lager is dan wat normaal van toepassing is.
6.2.3 Drugs
Om bij handel van drugs vanuit een inrichting handhavend te kunnen optreden staat in de APV een bepaling met een verwijzing naar artikel 13b van de Opiumwet. Dit betekent dat wanneer binnen een inrichting wordt gehandeld in drugs, een tijdelijke en zelfs definitieve sluiting mogelijk is (Damoclesbeleid).
Zoals beschreven in de Regionale Veiligheidsstrategie Midden-Nederland vormt georganiseerde ondermijnende criminaliteit in de regio Midden-Nederland een groot probleem. Daar waar andere vormen van criminaliteit (zoals bijvoorbeeld woninginbraken en straatroven) de afgelopen jaren afnemen, lijkt de problematiek rondom de ondermijnende criminaliteit zeker niet minder te worden.
Ondermijnende criminaliteit is alom aanwezig in wijken, dorpen en het buitengebied. Dat is ook de reden dat de aanpak ervan één van de drie speerpunten van het basisteam Heuvelrug (gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Rhenen, Renswoude en Wijk bij Duurstede) vormt. De gemeenten binnen het basisteam werken samen met politie, OM, het RIEC en andere partners om ondermijnende criminaliteit aan te pakken.
Om daadkrachtig en effectief maar ook zorgvuldig en uniform te kunnen handhaven op grond van artikel 13b Opiumwet heeft de burgemeester van de gemeente Wijk bij Duurstede nadere beleidsregels vastgesteld. In deze beleidsregels staat weergegeven hoe de burgemeester omgaat met de bevoegdheid op grond van artikel 13b Opiumwet ten aanzien van woningen en lokalen en daarbij behorende erven.
Doel van het beleid:
✓ De burgemeester handvaten bieden bij het handhaven op grond van artikel 13b Opiumwet.
✓ Overtredingen van de Opiumwet te beëindigen ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat in de gemeente Wijk bij Duurstede.
✓ Te voorzien in passende bestuurlijke maatregelen die aansluiten bij de aard en ernst van de overtredingen van de Opiumwet (proportionaliteit en subsidiariteit).
✓ Te voorzien in een transparant handhavingsbeleid om rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te kunnen waarborgen.
✓ Locaties waar criminele activiteiten plaatsvinden weg te nemen, het criminele proces te verstoren en een signaal af te geven dat naast een preventieve werking ook de aantrekkingskracht van andere criminele activiteiten moet tegengaan.
✓ De handhavingsactiviteiten van de gemeente, politie en OM op elkaar af te stemmen.
Lachgas
Daarnaast is in de APV van de gemeente Wijk bij Duurstede opgenomen dat het verboden is op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of (voor het gebruik) voorwerpen of stoffen bij zich te hebben wanneer dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- en leefklimaat nadelig beïnvloeden of hinder veroorzaken. Op grond van de APV kan het college van burgemeester en wethouders hierbij via een aanwijzingsbesluit in de gemeente gebieden aanwijzen.
Vanuit de Rijksoverheid wordt er gewerkt om lachgas op lijst II van de Opiumwet te plaatsen, wat betekent dat de handel, het bezit en de productie van lachgas voor recreatief gebruik vanaf dan landelijk verboden zal zijn.
Bijlage 1 Uitwerking van de juridische kaders
Omgevingswet
De invoering van de nieuwe Omgevingswet vanaf 2023 betekent een grootschalige herstructurering van verschillende wet- en regelgeving. De Omgevingswet bundelt bijvoorbeeld 26 bestaande wetten voor onder meer bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Zo gaat de Wet milieubeheer op in de Omgevingswet en gaan bestemmingsplannen en bepaalde regels die in de APV staan op in één Omgevingsplan. Bij de overgang naar de Omgevingswet geldt uiteraard deze nieuwe wetgeving, ook al verwijst deze beleidsnota in de praktijk nog naar de oude regelgeving.
Activiteitenbesluit milieubeheer
Het Activiteitenbesluit bevat diverse voorschriften die van belang zijn voor het horecabeleid van de gemeente Wijk bij Duurstede. Het gaat om bepalingen ten aanzien van:
Algemene overlast
In het Besluit is voorgeschreven dat maatregelen moeten worden
genomen om overlast door komende en vertrekkende bezoekers te voorkomen of te beperken. Deze maatregelen kunnen onder andere betrekking hebben op het houden van toezicht in de directe omgeving van de inrichting.
Geluidsnormen
Het besluit bevat standaard geluidsnormen, waarvan het bevoegd gezag (mits goed gemotiveerd) kan afwijken. De afwijkende normen moeten worden vastgesteld op basis van een maatwerkbepaling.
Ontheffing van geluidsnormen en/of lichtvoorschriften
Het bevoegd gezag kan een ontheffing verlenen van de geluidsnormen en/of de lichtvoorschriften voor collectieve en incidentele festiviteiten. De collectieve festiviteiten moeten zijn aangewezen via een gemeentelijke verordening (APV). Ook het aantal dagen waarop een ontheffing voor incidentele festiviteiten mogelijk is moet in de verordening zijn opgenomen. Op grond van het Activiteitenbesluit geldt een landelijke norm van maximaal 12 dagen.
Terrassen
Het bevoegd gezag kan maatwerkbepalingen opstellen ten aanzien van de situering en/of periode van openstelling van een terras
Gemeentewet
Op grond van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden, maar ook op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven.
Daarnaast is de burgemeester verantwoordelijk voor de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het toezicht zoals hiervoor beschreven. De bevoegdheid is nader uitgewerkt in de APV waarin het is verboden zonder vergunning of vrijstelling van de burgemeester een openbare inrichting te exploiteren.
Algemene Plaatselijke Verordening
De APV van de gemeente Wijk bij Duurstede bevat diverse artikelen met onderwerpen die in het horecabeleid aan de orde komen, zoals:
Exploiteren openbare inrichting
Voor het exploiteren van een openbare inrichting waar het mogelijk is op locatie eten en drinken direct te nuttigen is een vergunning vereist van de burgemeester (artikel 2:28 APV). Ten aanzien van een aantal locaties geldt geen vergunningplicht zoals een openbare inrichting als nevenactiviteit van een winkel.
Openbare inrichtingen die in het bezit zijn van een Alcoholwetvergunning komen onder voorwaarden in aanmerking van een vrijstelling van de vergunningplicht.
Terrassen
Een terras bij/aansluitend aan de openbare inrichting (horecabedrijf) is daarvan ook onderdeel. Dit betekent dat de vergunningplicht of vrijstelling van de vergunningplicht ook hiervoor geldt (artikel 2:28 APV).
Voor openbare inrichtingen gevestigd in een winkel, waarbij de horeca een nevenactiviteit betreft, geldt geen vergunningplicht op grond van de APV (artikel 2:28, lid 4).
Wanneer een terras wordt geplaatst op een locatie die niet direct aan de gevel van een inrichting sluit, dan kan er een ontheffing op grond van artikel 2:10 APV vereist zijn. Dit is afhankelijk van de exacte locatie van het terras.
Sluitingstijden
Voor openbare inrichting zijn sluitingstijden opgenomen. Het gaat hier uitsluitend om commerciële bedrijven (artikel 2:29 APV).
De burgemeester kan een nachtvergunning verlenen voor openbare inrichtingen met een alcoholwetvergunning om op zaterdagen, zondagen en collectieve dagen tussen 01.30 uur en 04.00 uur publiek in de inrichting te laten verblijven. Hierbij geldt dan wel de voorwaarde dat er na 01.30 uur geen nieuwe bezoekers meer worden toegelaten.
De sluitingstijden zijn niet van toepassing voor paracommerciële rechtspersonen. Voor deze instellingen is een bepaling over de sluitingstijd opgenomen in de Verordening paracommercie.
Terrassen mogen op grond van de huidige verordening niet worden geplaatst in de periode van november tot en met februari. Om een terras bijvoorbeeld het hele jaar te plaatsen dient de verordening daarop te worden aangepast.
Ook zijn er in het artikel afzonderlijke sluitingstijden voor terrassen opgenomen. In algemene zin mogen terrassen van 10:00 uur tot 24:00 uur (maandag-vrijdag) of tot 01:00 uur (zaterdag-zondag) zijn geopend. Voor terrassen aan de Peperstraat gelden de bepalingen van de Winkeltijdenwet. De sluitingstijd van terrassen van para commerciële rechtspersonen is opgenomen in de Verordening paracommercie.
Aanwijzing gebieden verboden drankgebruik
Het is voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben (artikel 2:48 APV). Bij besluit van 22 juni 2010 heeft het college van burgemeester en wethouders hiervoor de binnenstad aangewezen.
Lachgas
Het is verboden op een openbare plaats lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, wanneer dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken (artikel 2:48a, lid 1 APV).
Ook is het verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied lachgas recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben (artikel 2:48a, lid 2 APV).
Wapenbezit (messen)
Het is verboden op door het bevoegde bestuursorgaan aangewezen wegen, met inbegrip van daaraan gelegen voor publiek toegankelijke gebouwen, messen of andere zaken die als steekwapen kunnen worden gebruikt bij zich te hebben. Er zijn door het college geen wegen aangewezen. (artikel 2:54 APV)
Collectieve en incidentele festiviteiten
De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. (artikel 4:2 APV)
Het is een inrichting toegestaan op een door het college te bepalen maximum aantal dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. (artikel 4:3 APV)
In afwijking van artikel 4.3, eerste lid, is het binnen de inrichtingsgrenzen van het Kasteel Duurstede, gelegen aan Langs de Wal 6 te Wijk bij Duurstede, toegestaan op een door het college te bepalen maximum aantal dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2:17a, 2.19, 2:19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste vier weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan het college. (artikel 4:4 APV)
Alcoholwet
De Alcoholwet is bedoeld om de verkoop van alcohol op een verantwoorde manier te laten gebeuren. De wet richt zich met name op de verkopers (verstrekkers) van alcohol in horeca, sportkantines en slijtersbedrijven. Het toezicht op de naleving ligt bij de gemeente. In de wet wordt onderscheid gemaakt in:
Horecabedrijf
Bedrijf waar bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse wordt verstrekt.
Slijtersbedrijf
Bedrijf dat bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank verstrekt aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse.
Paracommerciële rechtspersoon
Een rechtspersoon niet zijne een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf.
Bijvoorbeeld een buurthuis, sportclub, welzijnsinstelling
Nadere regels die voortvloeien uit de wet zijn opgenomen in:
•het Alcoholbesluit
•de Alcoholregeling
Het Alcoholbesluit bevat nadere regels die voortvloeien uit de Alcoholwet. Hierbij gaat het over:
•de eisen van zedelijk gedrag van leidinggevenden
•een omschrijving wat een slijtersbedrijf is
•regels voor een leeftijdsverificatiesysteem bij verkoop van alcohol op afstand
•het (beperkt) mogelijk maken van proeverijen in slijtersbedrijven
•de bestuurlijke boete
•sociale hygiëne
De Alcoholregeling bevat nadere regels die voortvloeien uit de Alcoholwet. Hierbij gaat het onder andere over:
•de verbindingslokaliteit van slijtersbedrijven
•de wijze waarop de aanvraag voor een vergunning of ontheffing plaatsvindt (model A, B en C)
•het toezicht op de naleving van de Alcoholwet
De afgelopen jaren heeft de wet een aantal belangrijke wijzigingen ondergaan, zoals:
✓ Het voorkomen van gezondheidsschade door alcohol bij jongeren;
✓ Het terugdringen van verstoring van de openbare orde door alcoholmisbruik onder jongeren;
✓ Een aanpassing van de leeftijdsgrens van 16 jaar naar 18 jaar, voor het kopen en in het openbaar meenemen en nuttigen van alcoholhoudende drank;
✓ Regels voor paracommerciële rechtspersonen in een verordening. De regels hebben betrekking op schenktijden en het voorkomen van oneerlijke concurrentie met de commerciële horeca, zoals activiteiten die niet met de paracommerciële activiteiten te maken hebben.
Toetsen van een aanvraag commercieel
Natuurlijke personen en rechtspersonen die alcoholhoudende drank willen verstrekken voor gebruik ter plaatse (horecabedrijf) of voor gebruik elders dan ter plaatse (slijtersbedrijf) vragen een vergunning bij de gemeente met de daarvoor bestemde (online) formulieren zoals beschikbaar via de website van de gemeente Wijk bij Duurstede.
Bij de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag toetst de burgemeester onder andere of een inrichting voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Alcoholwet en het Bouwbesluit. Daarnaast vindt er ten aanzien van de leidinggevenden een antecedentenonderzoek plaats in het kader van het zedelijk gedrag (via Justid) en levensgedrag (via Politie).
Eisen aan leidinggevenden
In artikel 8 Alcoholwet is opgenomen aan welke eisen leidinggevenden van een horecabedrijf en slijtersbedrijf moeten voldoen. Zo moeten leidinggevenden:
✓ Minimaal 21 jaar zijn;
✓ Niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;
✓ Niet onder curatele staan;
✓ Voldoen aan de eisen van zedelijk gedrag;
✓ Beschikken over voldoende kennis en inzicht met betrekking tot sociale hygiëne.
In het Alcoholbesluit zijn criteria opgenomen waaraan een leidinggevende moet voldoen in het kader van het zedelijk gedrag. Hierbij gaat het altijd om onherroepelijke veroordelingen waarbij de inhoudelijke toets plaatsvindt aan de hand van informatie van Justid. De burgemeester kan hierbij allen terugkijken naar een periode van de afgelopen 5 jaar.
Met betrekking tot het levensgedrag zijn er niet direct strakke kaders. De burgemeester kan voor de beoordeling ook informatie gebruiken op basis van de Wet politiegegevens. Een leidinggevende hoeft dus hierbij niet direct onherroepelijk te zijn veroordeeld.
Bouwbesluit
In artikel 10, lid 5 van de Alcoholwet is opgenomen dat de gestelde eisen over een inrichting gelden in aanvulling op wat er al is geregeld in de artikelen 2, 3, 5, 6 en 120 van de Woningwet (lees: Bouwbesluit 2012).
De oppervlakte-eisen voor horecalokalen en slijtlokalen zijn wel behouden in de Alcoholwet en opgenomen in artikel 10, lid 2 en lid 3.
Met het schrappen van het voormalige Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet (hierna: Besluit) is voor inrichtingen alleen nog het Bouwbesluit van toepassing. In het voormalige Besluit werden eisen gesteld aan de hoogte van een horecalokaal, de aanwezigheid van toiletten, elektriciteit, water en mechanische ventilatie-inrichting. Deze eisen kwamen echter bovenop de regels die al zijn opgenomen in het Bouwbesluit.
In het Bouwbesluit zijn de volgende onderwerpen uitgewerkt:
-Drinkwater (artikel 6.11 en 6.12)
-Hoogte (artikel 4.3, lid 6 en 4.7, lid 1)
-Toiletten (artikel 4.8, artikel 4.9, artikel 4.13)
Afscheiding slijtersbedrijf en neringruimte
Het voormalige besluit had ook een specifieke eis voor slijtersbedrijf die in de huidige Alcoholwet is opgenomen. Het betreft het scheiden van de slijtlokaliteit met andere bedrijfsactiviteiten door een verbindingsruimte. Deze eis heeft in de praktijk vooral betrekking op supermarkten die in een afgesloten ruimte ook sterke drank verkopen met een slijtersvergunning.
Voor deze afscheiding van functies bevat het Bouwbesluit geen eisen, wat zou betekenen dat door het schrappen van het hiervoor aangehaalde besluit er geen regels meer zouden gelden voor de tussenruimte tussen de slijtlokaliteit en de andere ruimte.
Daarom is dit deel uit het besluit gehaald en opgenomen in artikel 10 Alcoholwet en nader uitgewerkt in artikel 1.2 van de Alcoholregeling. Om te zorgen dat een slijtlokaliteit niet rechtstreeks in verbinding staat met een neringruimte moet er een verkoopvrije ruimte als sluis worden aangebracht tussen de slijtlokaliteit en neringruimte.
De bepaling is opgenomen om te voorkomen dat een slijtlokaliteit onderdeel gaat uitmaken van de neringruimte. Door het aanbrengen van een verbindingslokaliteit wordt voorkomen dat alcoholhoudende drank in de verkoopstrategie van winkels in andere goederen een rol kan gaan spelen. Dit wordt trafficking genoemd.
Gemeenten hebben daarnaast ook de vrijheid om over de minimale oppervlakten van horeca- en slijtersbedrijven eisen te stellen bij gemeentelijke verordening.
Inrichting en terrassen
Wanneer op een terras alcoholhoudende drank wordt verstrekt voor gebruik ter plaatse dan is er een vergunning vereist op grond van de Alcoholwet. Voor terrassen bij reguliere horecabedrijven moet dat plaatsvinden in de onmiddellijke nabijheid. Voor een terras bij een winkel geldt de voorwaarde dat het onmiddellijk moet aansluiten aan de horecalokaliteit (artikel 7, lid 3 Alcoholwet).
Wanneer een winkel een terras wil plaatsen dat niet direct aan de gevel van het pand wordt geplaatst, dan is dit misschien wel mogelijk op grond van de APV, maar kan er geen alcoholhoudende drank worden verstrekt voor gebruik ter plaatse. De Alcoholwet staat dit immers niet toe.
Toetsen van een aanvraag paracommercieel
Paracommerciële rechtspersonen die zwakalcoholhoudende drank willen verstrekken voor gebruik ter plaatse vragen een vergunning via de wijze zoals door de gemeente is voorgeschreven en met de daarvoor bestemde (online) formulieren zoals beschikbaar via de website van de gemeente Wijk bij Duurstede.
Bij de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag wordt getoetst of een inrichting voldoet aan de vereisten zoals opgenomen in de Alcoholwet en het Bouwbesluit.
Daarnaast vindt er ten aanzien van de leidinggevenden een antecedentenonderzoek plaats in het kader van het zedelijk gedrag (via Justid) en levensgedrag (via Politie). Voor paracommerciele rechtspersonen geldt op grond van de wet de verplichting dat er 2 leidinggevenden op het aanhangsel van de vergunning moeten staan.
Tevens vindt er ook een inhoudelijke toetst plaats ten aanzien van de volgende aspecten:
•de statuten van de rechtspersoon
•de doelstelling van de rechtspersoon
•of de eventuele vrijwilligers een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik hebben gevolgd.
Bestuursreglement (paracommercieel)
Daarnaast moet het bestuur van de rechtspersoon altijd een bestuursreglement vaststellen over de wijze waarop het verstrekken van alcoholhoudende drank plaatsvindt. Eventuele barvrijwilligers mogen aanwezig zijn zonder de leidinggevende die op het aanhangsel van de vergunning staat, maar moeten daarvoor wel een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA) hebben gehad.
Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede
Bij gemeentelijke verordening worden regels gesteld om oneerlijke mededinging te voorkomen. Paracommerciële rechtspersonen moeten zich daar aan houden bij het verstrekken van alcoholhoudende drank. De gemeenteraad moet een dergelijke verordening vaststellen op grond van artikel 4 Alcoholwet. De huidige verordening is door de raad in 2013 vastgesteld.
De regels hebben in elk geval betrekking op de volgende onderwerpen:
a.De tijden waarbij in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt;
b.In de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen;
c.In de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.
Preventie- en handhavingsplan alcohol
De gemeenteraad stelt elke 4 jaar een preventie- en handhavingsplan alcohol vast. De basis hiervan is artikel 43 Alcoholwet. Dit gebeurt gelijktijdig met de vaststelling van de nota gemeentelijk gezondheidsbeleid, als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid. Het plan kan tussentijds worden gewijzigd. Het huidige plan loopt dit jaar af.
Wet op de kansspelen
Voor de aanwezigheid van speelautomaten (kansspelautomaten) is een vergunning nodig op grond van de Wet op de kansspelen.
Deze wet bevat onder andere regels die betrekking hebben op het verlenen van een vergunning voor een speelautomaat. De uitwerking van het aantal kansspelautomaten in de gemeente Wijk bij Duurstede is geregeld in de APV. Hierin wordt aangegeven dat in hoogdrempelige inrichtingen maximaal twee kansspelautomaten zijn toegestaan. In laagdrempelige inrichtingen zijn geen kansspelautomaten toegestaan.
De Wet op de kansspelen verstaat onder een hoogdrempelige inrichting:
✓ Een inrichting die in het bezit is van een geldige alcoholwetvergunning
✓ Een bezoek aan deze ruimte staat op zichzelf. Er vinden geen andere activiteiten plaats
✓ De activiteiten zijn in belangrijke mate gericht op personen van 18 jaar of ouder
Een laagdrempelige inrichting is een inrichting die niet voldoet aan de criteria van een hoogdrempelige inrichting.
Overzicht soorten laagdrempelige inrichtingen
Mede op grond van de jurisprudentie worden de volgende inrichtingen als laagdrempelig aangemerkt:
Laagdrempelige inrichtingen
Café met biljart- en snookeractiviteiten
Café/cafetaria
Café/discotheek
Café/sportevenementenhal
Café/gemeenschapshuis
Café/restaurant met afhaalgedeelte
Café/snookercentrum
Café/kegel/bowlingcentrum
Café/restaurant/bowlingzaal/biljartruimte
Café/camping
Café/petit restaurant
Café/tennishal
Café/zwembad
Restaurant/bowling
Discotheek
Kantine/snackbar op camping
Cafetaria
Snackbar
Kegelcentrum
Coffeeshop
Broodjeshuis
Lunchroom
Grillroom
Shoarmazaak
Snookercentrum
Sportcomplex
Gemeenschapscentrum/zalenverhuur
Restaurant/vergaderzaal/zwembad
Cafetaria/zwembad
Kantine in de sporthal
Kantine in de dansschool
Sportcentrum met bar/restaurant/winkel
Sportcentrum met bar/restaurant/dansschool
Hotel/restaurant/winkel
Sporthallen/café/restaurant
Pizzeria
In het algemeen geldt dat cafés en restaurants hoogdrempelig zijn en dat discotheken, eetcafés, cafetaria’s en snackbars als laagdrempelig worden aangemerkt. Maar het is niet altijd even duidelijk of een inrichting als hoog- of laagdrempelig moet worden aangeduid.
Bij de volgende typen horecabedrijven bestaat regelmatig onduidelijkheid over de hoog- of laagdrempeligheid:
1Eetgelegenheden
2Cafés met (internet)faciliteiten
3Samengestelde inrichtingen
1.Eetgelegenheden
Een eetgelegenheid is hoogdrempelig, tenzij:
-Het café een zelfstandige stroom bezoekers, anders dan voor cafébezoek (namelijk eters) aantrekt en het geserveerde eten geen driecomponentenmaaltijd is. Dit wil zeggen niet bestaande uit de 3 warme componenten. Een maaltijd bestaande uit vlees, patat en salade en/of plateservice is geen complete maaltijd. Plateservice met 3 warme componenten (vlees/vis/vegetarisch, pasta/aardappels/rijst en warme, verse groente) voldoet wel aan het criterium.
-De ondernemer zich tevens richt op een zelfstandige stroom ontbijters of lunchers. Het omzetcriterium kan dan van belang zijn, al is het niet doorslaggevend. Met de menukaart waarmee de ondernemer zich richt op een zelfstandige stroom (ontbijt/lunch)bezoekers, moet hij/zij een bepaald percentage van de omzet genereren voordat de inrichting laagdrempelig wordt (20%). Wanneer de omzet door deze etenswaren minder dan 20% ten opzichte van de totale omzet aan etenswaren en dranken blijft, leidt dit niet tot het predicaat laagdrempelig wanneer wel aan de overige eisen van een hoogdrempelige inrichting is voldaan. De bewijslast van de omzetpercentages ligt bij de ondernemer. Deze moet nauwkeurig bijhouden wat en hoeveel er wordt verkocht. Dit moet bij de aanvraag voor een vergunning worden gedocumenteerd met een schriftelijke verklaring van een accountant.
-Er sprake is van toonbankverkoop (vitrine in de inrichting en betalen voor of direct na levering), ook al kan de klant gebruik maken van tafels en stoelen.
-Er uiterlijke kenmerken zijn die van een beoogd restaurant een laagdrempelige inrichting maken. De aankleding is gericht op kortstondig verblijf, gebruik van foto’s van maaltijden aan de gevel, presentatie is gericht op een snelle hap.
-Het restaurant ook afhaalmogelijkheden heeft (pizzeria’s waar je ook pizza’s kan ophalen om elders te eten). De afhaalmogelijkheid maakt het restaurant niet laagdrempelig wanneer er een voldoende afscheiding is (zie ook onder 3. samengestelde inrichtingen) en de klant niet gedwongen wordt via het restaurantgedeelte het afhaalgedeelte te bereiken.
-Het zich op bepaalde tijden richt op een specifiek publiek. Voorbeelden zijn het restaurant dat ook lunches verzorgt, het café dat iedere zondagmiddag livemuziek heeft (tenzij dit ondersteunend is aan het cafébezoek), enz.
-Er een menukaart aanwezig is, waaruit blijkt dat de ondernemer zich (juist) richt op ontbijters en lunchers, en daarmee een zelfstandige stroom bezoekers aantrekt. Een kaart met alleen borrelhappen (bitterballen, kaas, olijven, enz.) maakt de zaak laagdrempelig.
Andere punten die van invloed kunnen zijn:
-Is er een kok aanwezig?
-Hoeveel driecomponentenmaaltijden worden er daadwerkelijk besteld?
-Wat zijn de openingstijden (minimaal tot 22:00 uur)?
2.Cafés met (internet)faciliteiten
Wanneer in een café meer dan 3 computers staan, is dit volgens de NVWA dienstverlening. Dienstverlening is in combinatie met het verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse niet toegestaan op grond van de Alcoholwet. Dit maakt de inrichting alleen om die reden al laagdrempelig.
Een café met maximaal 3 internetaansluitingen kan wel hoogdrempelig zijn, wanneer het aan de overige vereisten voor hoogdrempelige inrichtingen voldoet.
De grens van 3 internetaansluitingen is gekozen aan de hand van het aantal pooltafels in een poolcafé (artikel 2 Speelautomatenbesluit). Met meer dan 3 pooltafels is het poolcafé laagdrempelig. Het trekt dan een zelfstandige stroom bezoekers.
Hetzelfde geldt voor cafés waar meer dan 3 dartboards hangen, enz. Voor de beoordeling van het café wordt het aantal dartboards en pooltafels bij elkaar opgeteld, wanneer deze allebei aanwezig zijn. 2 pooltafels en 1 dartboard is dus hoogdrempelig (als het aan de overige criteria voldoet), 2 pooltafels en 2 dartboards maakt het café laagdrempelig.
3.Samengestelde inrichtingen
Een samengestelde inrichting is een inrichting die bestaat uit verschillende ruimten waarin hoog- en laagdrempelige activiteiten plaatsvinden. Het is mogelijk dat in 1 inrichting zich meerdere lokaliteiten bevinden. Bijvoorbeeld: snackbar en café
In de regel geldt dat de hele inrichting aangeduid wordt als laagdrempelig. Hierop wordt een uitzondering gemaakt als de ruimten kunnen worden aangemerkt als afzonderlijke horecalokaliteiten in de zin van artikel 1 van de Alcoholwet.
Het café wordt in dat geval wel aangemerkt als hoogdrempelig. Voor de afscheiding tussen de afzonderlijke horecalokaliteiten is de Alcoholwet van toepassing. Bij de afscheidingen gaat het erom dat het laagdrempelige deel te bereiken is zonder dat de klant hiervoor het hoogdrempelige deel moet betreden.
Wet Bibob
De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) is bedoeld om te voorkomen dat de vergunning die een overheid verleend wordt misbruikt voor criminele doeleinden.
Overheden kunnen vergunningen, subsidies en opdrachten weigeren of intrekken als deze gebruikt worden voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld. De wet Bibob geeft overheden daarom een mogelijkheid om de integriteit van bedrijven en personen met wie zij zakendoen, te controleren.
Spelregels
Alle aanvragers van horeca gerelateerde vergunningen zijn verplicht een Bibob-vragenlijst in te vullen. Dit betekent dat de aanvrager inzicht moet geven in de financiële administratie, de eigendomsverhoudingen in het bedrijf, het personeelsbeleid en de herkomst van het vermogen. Naar aanleiding van de aangeleverde informatie wordt de aanvraag gecontroleerd aan de hand van het Bibob-beleid.
Bij twijfel over de juistheid van de informatie of als er sprake is van onduidelijke constructies wordt eerst het RIEC ingeschakeld voor nadere advisering. Daarnaast bestaat ook de mogelijkheid het Landelijk Bureau Bibob om advies te vragen.
Europese Dienstenrichtlijn
Horeca moet worden beschouwd als een dienst en daarmee valt de functie onder de Europese Dienstenrichtlijn. Deze richtlijn schrijft voor dat horeca zich net als een dienst in theorie vrij moet kunnen vestigen. Vestigingsbeperkingen via een horeca categorisering zijn toegestaan mits voldaan wordt aan de voorwaarden (zie volgend kader).
Het discriminatieverbod is niet van toepassing omdat bestemmingsplannen voor iedereen gelden. Voor een verdere toelichting op de toepassing van de Dienstenrichtlijn wordt verwezen naar de Handreiking Dienstenrichtlijn.
Onderbouwing Dienstenrichtlijn
Als er sprake is van het beperken van het vestigen van een horecabedrijf, de branchering ervan of een oppervlaktebeperking, is de Dienstenrichtlijn van toepassing. De aan een dienst te stellen beperkingen (zoals een ruimtelijk beperkende horecacategorisering) moeten aan de volgende eisen voldoen:
a.Discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel (n.v.t.).
b.Noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang.
c.Evenredigheid: wordt uitgesplitst in de volgende aspecten die op basis van specifieke gegevens nader onderbouwd moeten worden:
•Handelt de gemeente coherent en systematisch om het nagestreefde doel te bereiken?
•Is de maatregel effectief om het nagestreefde doel te bereiken?
•Gaat de maatregel niet verder dan nodig om het nagestreefde doel te bereiken?
•Zijn er (aantoonbaar) geen andere, minder beperkende maatregelen mogelijk?
Uit jurisprudentie blijkt dat de zwaarte van de onderbouwingslast ligt bij het ‘brede pakket aan vestigingsmaatregelen’ van de gemeente. Dit betekent dat de horeca categorieën niet los van het door gemeente gevoerde beleid kunnen worden gezien.
Beleidsregels artikel 13b Opiumwet gemeente Wijk bij Duurstede
Zoals omschreven in de Regionale Veiligheidsstrategie Midden-Nederland vormt georganiseerde ondermijnende criminaliteit in regio Midden-Nederland een groot probleem. Daar waar andere vormen van criminaliteit (zoals bijvoorbeeld woninginbraken en straatroven) de afgelopen jaren afnemen, lijkt de problematiek rondom de ondermijnende criminaliteit zeker niet minder te worden.
Ondermijnende criminaliteit is alom aanwezig in wijken, dorpen en het buitengebied. Dat is ook de reden dat de aanpak ervan één van de drie speerpunten van het basisteam Heuvelrug (gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Rhenen, Renswoude en Wijk bij Duurstede) vormt. De gemeenten binnen het basisteam werken samen met politie, OM, het RIEC en andere partners om ondermijnende criminaliteit aan te pakken.
Doel van het beleid
✓ De burgemeester handvaten bieden bij het handhaven op grond van artikel 13b Opiumwet.
✓ Overtredingen van de Opiumwet te beëindigen ter bescherming van onder andere de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat in de gemeente Wijk bij Duurstede;
✓ Te voorzien in passende bestuurlijke maatregelen die aansluiten bij de aard en de ernst van de overtredingen van de Opiumwet (proportionaliteit en subsidiariteit);
✓ Locaties waar criminele activiteiten plaatsvinden weg te nemen, het criminele proces te verstoren en een signaal af te geven dat naast een preventieve werking ook de aantrekkingskracht van andere criminele activiteiten moet tegengaan;
✓ De handhavingsactiviteiten van de politie, het openbaar ministerie en de gemeente op elkaar af te stemmen en complementair te laten zijn.
Bijlage 3 indeling horeca-categorieën
De kern Wijk bij Duurstede (binnenstad en buurtcentra) en het buitengebied:
Categorie 1A
Horeca als nevenactiviteit
Paracommercieel
Horeca is ondersteunend aan de hoofdfunctie, ondergeschikt aan de hoofdactiviteiten (qua oppervlakte, personeel en financieel), geen zelfstandige functie (ook niet door de indeling van het gebouw). Openingstijden paracommerciële rechtspersoon aanhouden.
Bijvoorbeeld: drinken na het sporten, hapje eten bij buurthuisactiviteit
Categorie 1B1
Horeca als nevenactiviteit
Commercieel,
stedelijk (daghoreca)
Horeca is niet gerelateerd aan de hoofdfunctie. Hiervoor zijn de openingstijden van de Winkeltijdenwet van toepassing. Dit betekent uiterlijk tot 22:00 uur.
Bijvoorbeeld: koffiecorner in een winkel
Categorie 1B2
Horeca als nevenactiviteit
Commercieel, buitengebied
(multifunctioneel en agrarisch)
Daghoreca in het buitengebied al dan niet gerelateerd aan de hoofdfunctie. Horeca ondersteunend aan de hoofdfunctie, ondergeschikt aan de hoofdactiviteit (qua oppervlakte, qua personeel en financieel).
De oppervlakte van bebouwing en terras bedragen gezamenlijk niet meer dan 100 m². Open tot 20:00 uur.
Bijvoorbeeld: lunchen bij de boer, drankje na het boerengolf
Categorie 2
Zelfstandige horeca
Horeca die uitgeoefend als een op zichzelf staande activiteit. verstrekt. Openingstijden op basis APV.
Binnen de horecacategorie is sprake van een oplopende schaal als het gaat om type bezoekers en het veroorzaken van overlast.
Voor categorie 2 (zelfstandige horeca) is er een onderverdeling:
Categorie 2A
Zelfstandige horeca met een kleinschalig bereik (qua aantal personen en/of qua geur- of geluidshinder)
Bijvoorbeeld:
•Brasserie
•Restaurant, bistro
•Hotel < 30 personen
Categorie 2B
Zelfstandige horeca met een groter bereik (met name qua geur- of geluidshinder)
Bijvoorbeeld:
•Snackbar, cafetaria
•Grillroom
•Fast-food-restaurant
•Automatiek
Categorie 2C
Zelfstandige horeca met een grootschalig bereik (met name qua aantal personen en/of qua geur- of geluidhinder)
Bijvoorbeeld:
•Café / bar
•Groot hotel > 30 personen
•Zaalhuur
•Partycentrum
Categorie 2D
Zelfstandige horeca met het meest intensieve (piek-) gebruik (qua aantal personen en/of qua geur- of geluidshinder)
Bijvoorbeeld:
•Bar (-dancing)
•Discotheek
Voor de kernen Cothen en Langbroek zijn de volgende categorieën van toepassing
Categorie 1
Hoofdzakelijk:
Het bereiden of verstrekken van etenswaren voor consumptie ter plaatse. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
Hotel – Restaurant – Broodjeszaak – Croissanterie – Bistro – Crêperie – Lunchroom – Koffie-/theehuis, koffiebar, tearoom – IJssalon.
Categorie 2
Hoofdzakelijk:
Het bereiden of verstrekken van etenswaren voor consumptie ter plaatse en voor elders dan ter plaatse. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
Traiteur – Cafetaria – Snackbar – Grillroom – Shoarma – Fast-food-restaurant – Automatiek – Snelbuffet – Proeflokaal – Biljartcentrum – Zaalverhuur.
Categorie 3
Hoofdzakelijk:
Het verstrekken van dranken of het ten gehore brengen van muziek en gelegenheid geven tot dansen. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
Discotheek – Bar-dancing – Café – Bar – Bierhuis.
Bijlage 4 Beleidsregels terrassen
Beleidsregel van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede met regels voor terrassen (Beleidsregels terrassen Wijk bij Duurstede)
de burgemeester van de gemeente Wijk bij Duurstede en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
overwegende dat:
•In de Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede voorwaarden worden gesteld ten aanzien van het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg, waarover het college algemene regels kan stellen en ontheffing kan verlenen;
•er, daar waar sprake is van een terras, op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede, een exploitatievergunning nodig is;
•voor zowel de ondernemer als voor de gemeente het gewenst is over te gaan tot vaststelling van beleidsregels.
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrechtsrecht en de artikelen 1:1 tot en met 1:8, 2:10, 2:27, 2:28, 2:29 en 2:30 van de Algemene Plaatselijke Verordening van Wijk bij Duurstede.
overwegende dat het in het kader van de woon- en leefsituatie in de omgeving van een inrichting en uit een oogpunt van openbare orde, in het belang van de bruikbaarheid of een doelmatig en veilig gebruik van de weg en het doelmatig beheer en onderhoud daarvan, alsmede de bescherming van het beschermde stadsgezicht, de monumentale waarden en de gewenste beeldkwaliteit van het beschermde stadsgezicht, de monumentale waarden en de gewenste beeldkwaliteit, wenselijk is regels te stellen voor het hebben en houden van terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden;
besluiten:
vast te stellen de Beleidsregels Terrassen Wijk bij Duurstede 2022.
Artikel 1Begripsbepalingen
De begripsbepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede zijn van toepassing. In aanvulling daarop:
bestuursorgaan
burgemeester of college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijk bij Duurstede, ieder voor zover bevoegd;
APV
Algemene Plaatselijke Verordening Wijk bij Duurstede;
Terras
een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt;
of een deel van het detailhandelsbedrijf dat buiten de besloten ruimte van het bedrijf ligt waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken worden geschonken en / of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt.
Gevelterras
een terras dat direct aan de gevel van het bijbehorende horecabedrijf is gelegen;
Eilandterras
een terras dat los van de gevel is gelegen, voor of in de directe nabijheid van het betreffende pand.
Bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming direct of indirect met de grond verbonden is, direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren.
Exploitant
De natuurlijke of rechtspersoon van een openbare inrichting en detailhandel.
Artikel 2Toepassingsbereik
Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op (incidentele) terrassen die worden opgesteld in verband met een afgegeven evenementenvergunning.
Artikel 3Algemene bepalingen
Het plaatsen van een terras bij een openbare inrichting en/of detailhandel wordt altijd getoetst aan de regels van het bestemmingsplan dat van toepassing is en de APV.
Wanneer een onderdeel van een terras omschreven kan worden als bouwwerk, kan er een omgevingsvergunning vereist zijn. Hieronder vallen onder andere terrasschermen, zonneschermen, markiezen, reclame-uitingen aan gevels en parasols met een vaste verankering in de bestrating. Een exploitant draagt zelf de verantwoordelijkheid vooraf te controleren of er een omgevingsvergunning nodig is.
Voor reclame-uitingen aan de gevels, (verwarmings)elementen en verlichting bij monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten is er een omgevingsvergunning vereist. Een exploitant draagt hiervoor zelf de verantwoordelijkheid.
Artikel 4Terrassenseizoen
Terrassen mogen het hele jaar door worden geëxploiteerd.
Artikel 5Openingstijden terrassen
a.De tijd dat een terras, als onderdeel van een openbare inrichting, geopend mag zijn is opgenomen in de APV.
b.Terrassen aan de Peperstraat mogen open blijven tot de tijden zoals vernoemd in de Winkeltijdenwet.
c.Voor een terras als onderdeel van detailhandel is de Winkeltijdenwet van toepassing.
d.Voor paracommerciële rechtspersonen gelden de tijden die gekoppeld zijn aan de instelling / vereniging en zoals opgenomen in de daarvoor bestemde verordening.
e.De Burgemeester kan op grond van de APV ontheffing verlenen van de sluitingstijd voor een terras als onderdeel van een openbare inrichting.
Artikel 6Gebruik terras
De situering en de omvang van een terras op het openbare gebied moeten zodanig zijn dat er voldoende ruimte overblijft om de voetgangersstromen te verwerken, om rolstoelgebruikers, kinderwagens, etc. te kunnen laten passeren en er geen overlast is voor het overige verkeer, inclusief het calamiteitenverkeer. Om dit te bereiken worden eisen gesteld aan de omvang van het terras. Op pleinen kunnen meer mogelijkheden worden geboden.
a.Een terras wordt geplaatst zoals aangegeven op de terraskaart en situatietekening.
b.De exploitant plaatst en houdt het terrasmeubilair binnen de vastgestelde grenzen van het terras.
c.Een terras op de openbare weg voor gemotoriseerd verkeer is verboden. De burgemeester kan hierop gemotiveerd uitzonderingen maken;
d.voor voetgangers moet een doorloop blijven van minimaal 2,5 meter in verband met veiligheid en bereikbaarheid.
e.voor de Maleborduurstraat kan uitzondering worden gemaakt (tot minimaal 1,5 meter) waarbij rekening gehouden moet worden met de benodigde ontsluiting voor hulpdiensten;
f.Wanneer in de bestrating een ‘geleidelijn’ voor visueel gehandicapten is aangebracht moet deze lijn, inclusief bijbehorende speciale bestrating, in ieder geval vrij blijven van obstakels.
g.In- en uitgangen, nooduitgangen en dergelijke moeten altijd vrij blijven.
h.(Ondergrondse) brandkranen, bluswaterwinplaatsen en nutsvoorzieningen moeten worden vrijgehouden, en wel zo dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.
i.Er moet altijd een vrije doorgang met een breedte van minimaal 3,50 meter en een minimale hoogte van 4,20 meter zijn om een onbelemmerde doorgang van hulpverlenende diensten te kunnen verzekeren.
j.Een terras is tijdens het gebruik in de avonduren vanaf het moment dat het begint te schemeren voldoende verlicht.
k.Er mag zonder toestemming van het bestuursorgaan geen tent op het terras worden geplaatst.
Artikel 7Afval
De exploitant zorgt ervoor dat het terras vrij van afval is en blijft. Zwerfvuil afkomstig van het terras of in de directe nabijheid van het terras, wordt direct door de vergunninghouder verwijderd
Artikel 8Glaswerk en gebruik plastic bekers
a.Tijdens evenementen mogen op de terrassen in de omgeving van het evenement uitsluitend plastic bekers dan wel evenementenglas gebruikt worden.
b.De ondernemer ziet er op toe dat glaswerk niet van het terras af gaat.
Artikel 9Terras als nevenfunctie
Een terras als nevenfunctie bij een winkel, agrarisch bedrijf en recreatief bedrijf is mogelijk wanneer het bestemmingsplan dit toestaat. Daarbij wordt onder “zitgelegenheid” alle vormen verstaan, ook bijvoorbeeld een eenvoudige bank.
Artikel 10Tappunt
a.Het plaatsen van een tappunt voor het serveren van alcoholhoudende dranken is alleen toegestaan, wanneer het terras is opgenomen in de alcoholwetvergunning.
b.Het is niet toegestaan om een tappunt buiten het terras te plaatsen zonder een door de burgemeester afgegeven ontheffing artikel 35 Alcoholwet.
Artikel 11Verwarming en verlichting
De gemeente Wijk bij Duurstede heeft de ambitie uitgesproken om in 2030 CO² klimaatneutraal te zijn. Dit kan door de uitstoot van broeikasgassen te reduceren, over te stappen op duurzame energiebronnen en resterende uitstoot te compenseren.
In dit kader is voor het bedrijfsleven een belangrijke rol weggelegd. De gemeente hecht aan veilige en duurzame terrasverwarming en aan veilige en passende verlichting.
Nieuwe terrasverwarming is alleen toegestaan in een energiezuinige variant. Bestaande terrasverwarming mag, maar moet bij natuurlijke vervangingsmomenten worden vervangen door een energiezuinige variant.
Electrische-, infrarood- en gasverwarming aan de gevel is toegestaan. Hiervoor moet altijd een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor zover het gaat om monumenten en voor panden in de beschermde stads- en dorpsgezichten. Het gebruik van terrasverwarming die in een markies, zonnescherm of parasol zijn verwerkt is toegestaan.
Voor verwarming en verlichting gelden de volgende regels:
a.Verwarmingselementen en verlichtingsbronnen moeten voldoen aan de in de Nederlandse wet gestelde NEN-EN veiligheidsnormen. Verwarmingselementen en verlichtingsbronnen moeten beveiligd zijn tegen omvallen en omstoten.
Voor het gebruik van (elektrische) verwarming en verlichting zijn kabels en leidingen nodig:
b.Het is niet toegestaan om kabels en leidingen in de openbare ruimte aan te brengen zonder toestemming van de gemeente. Voor kabels en leidingen is – naast de landelijke wet- en regelgeving – de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (hierna: AVOI) gemeente Wijk bij Duurstede van toepassing.
c.De terrasverlichting mag enkel gericht zijn op het terras en geen hinder geven voor de directe (woon)omgeving.
De volgende maatregelen worden sterk aanbevolen:
✓ Stem het aantal terrasverwarmers af op het te verwarmen terrasoppervlak
✓ Pas aan-/uitschakelaars toe op terrassen die niet voortdurend gebruikt worden (bijvoorbeeld rokersruimte)
✓ Kies voor een terrasverwarmer aan de gevel in plaats van losstaande. Dit is efficiënter doordat de warmte vastgehouden wordt door de muur
✓ Voorzie elektrische terrasverwarmers van dimmers. Hiermee kan de temperatuur van de terrasverwarmers aangepast worden aan de buitentemperatuur. Het toepassen van een dimmer voorkomt of beperkt het gas of elektriciteitsverbruik van terrasverwarmers. Het is dus zowel financieel aantrekkelijk als goed voor het milieu.
✓ De aanwezigheid van een bewegingsmelder of een in- en uitschakelaar per verwarmingselement én het gebruik van groene stroom zodat het klimaat zo min mogelijk wordt belast.
Artikel 12Voorkomen schade
De exploitant van het terras neemt alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen om te voorkomen dat de gemeente of derden door het gebruik van een terras enige schade lijden. De kosten van herstel van gemeente-eigendommen worden bij de exploitant in rekening gebracht.
Artikel 13Eisen aan een terras
De gemeente Wijk bij Duurstede besteedt veel aandacht aan de inrichting en het gebruik van de openbare ruimte. De inrichting van terrassen is daar een onderdeel van. Het terrasmeubilair moet daarom zoveel mogelijk in gedekte kleuren en in een natuurlijke soort (hout, riet, rotan) zijn uitgevoerd.
Artikel 14Terrasschotten
In de periode dat terrassen mogen worden geplaatst is het weer niet altijd aangenaam. Het is echter niet de bedoeling dat terrassen veranderen in volledig met schotten omgeven ruimtes met een altijd zomers binnenklimaat. Buiten zitten moet ook echt „buiten zitten‟ blijven.
Om er toch voor te zorgen dat bezoekers uit de wind kunnen zitten, kan het onder voorwaarden mogelijk zijn om terrasschotten te plaatsen. Dit moet altijd in overleg met de gemeente plaatsvinden.
Voor terrasschotten aan de gevel geldt:
•dat deze mogen worden geplaatst zo diep als het gevelterras tot een maximum van 4 meter;
•ze mogen niet parallel aan de weg worden geplaatst;
•ze mogen maximaal 1,5 meter hoog zijn waarbij het gedeelte vanaf 1 meter boven maaiveld transparant dient te zijn uitgevoerd;
•wanneer nut en noodzaak daarvan wordt aangetoond kunnen onder voorwaarden schotten tot maximaal 2 meter hoogte worden toegestaan. Hiervan dient het gedeelte vanaf 1 meter boven maaiveld transparant te zijn uitgevoerd;
•de terrasschotten moeten eenvoudig verplaatsbaar en verwijderbaar zijn;
•de terrasschotten moeten beschikken over een hoogwaardige kwaliteit;
•reclame is alleen toegestaan op maximaal 5% van de oppervlakte van het gedeelte tot 1 meter boven maaiveld;
Terrasschotten niet direct aan de gevel (bijvoorbeeld bij straat- of pleinterrassen) zijn alleen toegestaan mits daarvoor nut en noodzaak kan worden aangetoond, de schotten beschikken over een deugdelijke kwaliteit en ze inpasbaar zijn in de specifieke omgeving van het terras.
Artikel 15Beschutting
Zonneschermen en luifels aan de gevel van een horeca-inrichting maken geen deel uit van de terrasvergunning. Hiervoor dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Het aanbrengen van flappen aan zonneschermen, luifels en markiezen is nooit toegestaan.
Parasols zijn mogelijk onder de volgende voorwaarden:
•een parasol in uitgeklapte toestand mag de doorgang niet belemmeren en het buurterras of de rijbaan nooit overdekken/overlappen;
•in beginsel mogen parasols in uitgeklapte toestand geen grotere maatvoering hebben dan ca. 4 x 4 meter, dan wel geen grotere doorsnede hebben dan 4,5 meter (de totale oppervlakte van een parasol mag maximaal 16 vierkante meter zijn). De maximale maatvoering is echter altijd afhankelijk van het toegewezen terrasoppervlak;
•de maximale hoogte van de bovenzijde van een parasol is tot de 1e verdiepingsvloer van de inrichting;
•de afstand van de buitenrand van de uitgeklapte parasols tot aan de buitengrens van het terras bedraagt minimaal 0,25 meter. Bij ensembles mogen de parasols aaneengeschakeld worden geplaatst;
•in verband met zichtlijnen zijn parasols in één lijn opgesteld en van dezelfde vorm;
•parasols zijn uitgevoerd in tentdoek of vergelijkbaar materiaal;
•er mogen geen flappen worden aangebracht aan parasols of tussen parasols, gevels of andere objecten. Wel mogen de parasols aan elkaar vastgemaakt worden doormiddel van een regengoot;
•de hoogte vanaf de grond tot aan de onderkant van het parasoldoek bedraagt minimaal 2,2 meter;
•er mag één tint parasol per terras worden gebruikt, passend bij de luifel, zonnescherm of markies;
•bij ensembles wordt het parasoldoek gekozen uit één kleurpalet;
•op de parasol is reclame toegestaan. De grootte van de reclame op de parasol is maximaal 5 % van elk segment;
•parasols moeten ‘s nachts en op sluitingsdagen worden ingeklapt.
Artikel 16Accessoires
Binnen de vergunde terrasoppervlakte is het toegestaan om terras gerelateerde accessoires te plaatsen die in esthetisch opzicht één geheel vormen met het terrasmeubilair. Daarbij geldt voor plantenbakken dat deze een maximale oppervlakte van 0,2 m² mogen hebben waarbij de plantenbak inclusief beplanting niet hoger mag zijn dan ca. 1 meter. Plantenbakken mogen geen afschermende werking hebben en dienen daarom zowel qua situering als qua vorm zicht te blijven geven op het terras.
Ook menuborden mogen maximaal 1 meter hoog zijn en ze mogen niet bevestigd worden aan de gevel van monumentale panden, bomen, lantaarnpalen e.d. Menuborden mogen alleen worden geplaatst binnen de terrasgrenzen.
Een serveermeubel moet qua verschijning passen binnen de totale inrichting van het terras. Op een dergelijk meubel is geen reclamevoering toegestaan. Het serveermeubel moet worden opgesteld binnen de terrasgrenzen.
Verder is het op een terras niet toegestaan om geluidsboxen, vlonders of vloerbedekking te plaatsen.
Artikel 17Cameratoezicht
Wanneer er cameratoezicht komt, zal de inrichting hierop afgestemd moeten zijn. Camera’s mogen dus niet geblokkeerd raken door de inrichting van een terras.
Artikel 18Muziek
Muziek (live of mechanische) is niet toegestaan op het terras. Het college van burgemeester en wethouders kan hiervoor een ontheffing verlenen op grond van de APV.
Artikel 19Terras na sluitingstijd
Binnen 1 uur na sluitingstijd van het terras moeten alle stoelen en tafels zodanig worden opgeruimd dat er geen gebruik meer van kan worden gemaakt (wellicht gecomprimeerd en met behulp van kettingen / stalen- draad) en dat de parasols en zonweringen vanaf dat tijdstip geheel ingeklapt / gerold / gevouwen of verwijderd zijn.
Artikel 20Naleving voorschriften
Wanneer de voorschriften van de vergunning, de algemene regels uit de APV en/of deze beleidsregels worden overschreden kan er door de gemeente handhavend worden opgetreden. Hierbij kunnen de volgende maatregelen worden genomen:
a.eerste overtreding: de BOA of de politiefunctionaris maakt een proces-verbaal. De exploitant wordt schriftelijk gewaarschuwd;
b.bij een tweede overtreding wordt een aanzegging tot dwangsom opgelegd (binnen 1 jaar);
c.bij een derde overtreding wordt de dwangsom verbeurd verklaard en wordt de (exploitatie)vergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken of opgeschort (binnen 1 jaar).
Artikel 21Werkzaamheden op of in nabijheid van het terras.
a.Het terras met aanvullende voorzieningen (zoals menuborden, plantenbakken) mag niet worden geplaatst of geplaatst worden gehouden, indien op de locatie van het terras of in de directe nabijheid (onderhouds-)werkzaamheden moeten worden verricht dan wel wanneer er machinaal geveegd wordt van gemeentewege.
b.Wanneer de gemeente of een bedrijf (bijvoorbeeld een nutsbedrijf) werkzaamheden moet uitvoeren aan of onder de bestrating van het terras of aan objecten in de directe nabijheid van een terras, is de gemeente niet aansprakelijk voor mogelijke schade in verband met het afbreken en opbouwen van het terras en een mogelijk verminderde omzet.
Artikel 22Evenementen
In het kader van een evenement is het mogelijk dat een terras (al dan niet gedeeltelijk) niet kan worden geplaatst. Een evenementenorganisator stemt dit altijd eerst af met de exploitant en gemeente. Minimaal 2 weken voor een evenement wordt door de burgemeester aangegeven of de exploitatie van een terras kan plaatsvinden tijdens een evenement.
Artikel 23Schade
a.Wanneer er schade is toegebracht door de vergunninghouder aan de openbare weg op de plaats waar het terras is / was gelegen moeten door de vergunninghouder de schade en / of herstelkosten worden vergoed.
b.Wanneer door de exploitant direct dan wel indirect schade wordt toegebracht doordat werkzaamheden aan (objecten) op de openbare weg op de plaats van het terras dan wel in de directe nabijheid van het terras niet kunnen worden uitgevoerd, moeten door de exploitant de schade en / of herstelkosten worden vergoed.
c.De gemeente is gevrijwaard van alle schade welke voortvloeit uit de exploitatie van het terras.
Artikel 24Opvolging aanwijzingen
Aanwijzingen in het kader van het algemene belang (waaronder de bescherming van (kunst)objecten), de openbare orde of veiligheid van politie, brandweer en / of daartoe bevoegde medewerkers van de gemeente, dienen onmiddellijk te worden opgevolgd.
Deze aanwijzingen kunnen onder andere betrekking hebben op het geheel of gedeeltelijk verplaatsen dan wel verwijderen van het geplaatste terras en / of de daarop aanwezige objecten.
Artikel 25Verandering van inrichting van het openbaar gebied
Bij reconstructies en herinrichtingen en dergelijke in het openbaar gebied, kan het zijn dat de vergunning wordt ingetrokken dan wel gewijzigd. De vergunninghouder heeft geen recht op schadevergoeding.
Artikel 26Overgangsbepaling
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon met een geldige vergunning voor het exploiteren van een terras heeft op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregels het recht op voortzetting van de exploitatie van dat terras op de wijze zoals die in de vergunning is vastgelegd voor de duur van de geldigheid van die vergunning. Zaken die niet in een geldende vergunning zijn vastgelegd vallen niet onder het overgangsrecht. Vanaf het moment dat dit nieuwe beleid is vastgesteld en bekendgemaakt zijn deze nieuwe regels van toepassing.
Artikel 27Hardheidsclausule
Met deze beleidsregels wil de gemeente Wijk bij Duurstede duidelijkheid verschaffen over de regels, voorwaarden en criteria die van toepassing zijn op het voeren van een terras binnen de gemeente. In specifieke, bijzondere of onvoorziene omstandigheden kan het college dan wel de burgemeester besluiten van deze beleidsregels af te wijken.
Artikel 28Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking op de eerste dag nadat de bekendmaking heeft plaatsgevonden.
Artikel 29Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels terrassen Wijk bij Duurstede 2022.
Wijk bij Duurstede, 13 september 2022,
de burgemeester van Wijk bij Duurstede,
Iris Meerts
Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,
Rob Brekelmans
de burgemeester,
Iris Meerts
Bijlage 6 Voorschriften en beperkingen artikel 35 Alcoholwet
De volgende voorschriften zijn (al dan niet gedeeltelijk) van toepassing voor een ontheffing artikel 35 Alcoholwet:
1Deze ontheffing (of een kopie) is altijd aanwezig op de locatie waar de drankverstrekking plaatsvindt.
2Bij het gebruik van de ontheffing mag er geen sterke drank op het evenemententerrein zijn. Het publiek mag dit ook niet meenemen.
3Bij de toegang tot het terrein staat duidelijk de leeftijdsgrens aangegeven voor het verstrekken van drank met alcohol.
4Bij het gebruik van deze ontheffing moet de leidinggevende aanwezig zijn op het evenemententerrein. De leidinggevende moet toezien op de naleving van de in de ontheffing opgenomen voorschriften.
5Het is verboden alcoholhoudende drank te verstrekken aan een persoon onder de 18 jaar.
6Personen van 18 jaar en ouder mogen hun drank niet doorgeven aan minderjarigen (onder 18 jaar).
7De vaststelling van de leeftijd, zoals aangegeven in punt 5 en 6:
a.vindt plaats aan de hand van een paspoort, identiteitskaart, rijbewijs of vreemdelingenpas;
b.hoeft niet wanneer het om een persoon gaat waarvan duidelijk is dat deze de vereiste leeftijd heeft bereikt.
8Personen die voor u werken mogen niet dronken zijn of onder invloed van andere psychotrope stoffen.
9U moet personen weren of verwijderen die:
a.duidelijk dronken zijn,
b.onder invloed van psychotrope stoffen verkeren of
c.die door hun gedrag aanstoot geven.
10Zwakalcoholhoudende dranken mag u niet verstrekken aan:
a.een persoon die overduidelijk dronken is of
b.onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert;
11U mag geen drank met alcohol verstrekken wanneer de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid in gevaar komt.
12Er moet voor het publiek altijd alcoholvrije dranken verkrijgbaar blijven.
13In gebouwen verlicht en ventileert u de ruimte zo lang er publiek aanwezig is. U zorgt dat deze ruimte van alle kanten goed te overzien is (voor zover van toepassing).
14U verstrekt dranken in plastic bekers. Het gebruik van glas mag niet.
15U mag geen mobiele tappunten gebruiken, waaronder begrepen de zogenaamde ‘rugzaktap’ en de navulslang.
16Alle aanwijzingen van of namens de gemeente en politie moet u altijd opvolgen.
17De burgemeester trekt deze ontheffing in wanneer u de regels niet nakomt.
Bijlage 7 Bestuursrechtelijke middelen handhaving
Bestuursdwang
De Gemeentewet kent aan het gemeentebestuur een algemene bevoegdheid toe tot het uitoefenen van bestuursdwang. De regels over de toepassing van het bestuursdwang zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Bestuursdwang betekent dat door of vanwege een bestuursorgaan feitelijk wordt opgetreden tegen een situatie die in strijd is met enig wettelijk voorschrift. Met ‘feitelijk’ optreden of handelen wordt verstaan het doen wegnemen, opruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of het treffen van maatregelen om verder nadelige gevolgen van de overtreding te voorkomen.
Met bestuursdwang wordt dus beoogd om een bestaande (onwettige) situatie in overeenstemming te brengen met de bestuursrechtelijke voorschriften. De kosten van de toepassing van bestuursdwang kunnen worden verhaald op de overtreder.
Dwangsom
Een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen is ook bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom. Dat betekent dat de overtreder wordt aangeschreven om de overtreding te beëindigen of voortzetting of herhaling te voorkomen. Dit op straffe van het verbeuren van één of meerdere bedragen. De bestuursdwang- en de dwangsombevoegdheid kunnen niet gelijktijdig worden toegepast. Er kan dus geen last onder dwangsom worden opgelegd zolang voor dezelfde overtreding een beschikking tot toepassing van bestuursdwang van kracht is. Deze laatste beslissing zou dan eerst moeten worden ingetrokken. Beide handhavingsmiddelen kunnen dus wel achtereenvolgens worden toegepast.
Bestuurlijke boete
Op grond van artikel 44a van de Alcoholwet is de burgemeester bevoegd om voor de daarin genoemde overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Het opmaken van een bestuurlijke boete op basis van de Alcoholwet wordt gedaan door een door de burgemeester aangewezen toezichthouder. De bestuurlijke boete is onderdeel van de handhaving in het bestuursrecht.
Het is een bestraffende sanctie waarvan de hoogte is vastgelegd in de sanctietabel Drank- en Horecawet en horeca-exploitatie Gemeente Wijk bij Duurstede, mei 2018.
In de hiervoor aangehaalde sanctietabel is ook de hoogte vastgesteld van overtredingen in relatie tot de horeca-exploitatievergunning en sluitingstijden op grond van de APV.
Toegang tot een ruimte verbieden
Op grond van artikel 36 Alcoholwet kan de burgemeester personen de toegang ontzeggen tot een ruimte waarin in strijd met de wet alcoholhoudende dranken worden verstrekt.
Schorsen vergunning
Op grond van artikel 32, lid 1 Alcoholwet kan de burgemeester een vergunning voor ten hoogste 12 weken schorsen.
Aanleiding van deze bepaling is dat het bevoegde bestuursorgaan op diverse gronden van artikel 31 de vergunning kan intrekken, maar de ervaring heeft geleerd dat dit in concrete situaties een te drastisch middel wordt gevonden. Deze schorsing bestaat alleen voor de facultatieve intrekkingsgronden (artikel 31, lid 2 en 3).
De lengte van de schorsingsperiode kan de burgemeester afstemmen op de ernst van de overtreding. Het instrument leidt tot een flexibele inzet van sancties en daardoor een betere handhaving van de wet.
Sluiting van een inrichting
In bepaalde situaties kunnen horeca-inrichtingen worden gesloten. Bijvoorbeeld als een inrichting niet beschikt over de benodigde vergunning(en). De sluiting kan plaatsvinden voor bepaalde (3 maanden of een jaar) of onbepaalde tijd. Sluiting van ene horeca-inrichting kan zijn gebaseerd op:
➢ Artikel 174, lid 2 Gemeentewet (ordemaatregel in het kader veiligheid en gezondheid);
➢ Artikel 2:30 APV (in het belang van de openbare orde, veiligheid en gezondheid);
➢ Artikel 13b Opiumwet (wegens handel in drugs);
➢ Artikel 125 Gemeentewet (handhaving regels welke door de burgemeester dan wel het college worden uitgevoerd).
Tijdelijk opleggen van andere sluitingstijden
Op grond van de bepaling in de APV kan de burgemeester in het belang van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de gezondheid aan één of meerdere horecabedrijven tijdelijk andere sluitingstijden opleggen.
Intrekken vergunning
Wanneer de vergunninghouder een overtreding begaat is het mogelijk dat als sanctie de vergunning geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken. Het intrekken van de vergunning kan bijvoorbeeld zijn gebaseerd op de Alcoholwet, APV of andere wet- en regelgeving. Het intrekken van de vergunning moet gezien worden als “ultimum remedium” ofwel, een sluitstuk op een handhavingstraject.
Bijlage 8 Handhavingsprotocol bij de horeca
Overtredingen op grond van de APV
Overtredingen en misdrijven
Politie en/of BOA
Burgemeester
Openbaar Ministerie
Bijzonderheden
Artikel 2:28, lid 1 APV
Het exploiteren van een openbare inrichting zonder of zonder geldige vergunning (legalisatie is mogelijk).
1econstatering :
-Schriftelijke waarschuwing
-Mutatie aan de burgemeester
2econstatering
-Mutatie aan burgemeester t.b.v. voornemen last onder dwangsom
3econstatering
-Mutatie aan burgmeester oplegging last onder dwangsom
Na ontvangst mutatie:
Aanschrijving /waarschuwing om binnen 2 weken een (nieuwe) aanvraag in te dienen. Tevens vermelden dat bij een volgende constatering een voornemen last onder dwangsom zal volgen.
Bij nalaten indienen aanvraag en voortduring overtreding.
Voornemen last onder dwangsom
Na eventuele zienswijze belangenafweging maken en een last onder dwangsom opleggen.
Vervolging conform richtlijn na opmaak PV.
Binnen de gemeente Wijk bij Duurstede is het gebruikelijk dat indien een natuurlijke of rechtspersoon een bestaande openbare inrichting overneemt, zij al voor publiek geopend kan zijn tijdens de behandeling van de aanvraag voor de vergunning.
Voorwaarden zijn wel dat de aanvraag volledig is en er zich in het verleden geen probleemsituaties op het adres van de inrichting hebben voorgedaan.
Bij een nieuwe inrichting moet eerst worden nagegaan of het bestemmingsplan vestiging (uitbreiding en/of verandering soort) horeca toestaat in het betreffende pand. Wanneer een vestiging volgens het bestemmingsplan niet direct is toegestaan en onderzocht moet worden of legalisering mogelijk is, dan is sluiting in afwachting van mogelijke legalisering noodzakelijk vanwege de onvoorziene impact op de woon- en leefomgeving, ruimtelijke ordening en openbare orde en veiligheid.
Artikel 2:28, lid 1 APV
Het exploiteren van een openbare inrichting zonder of zonder geldige vergunning (legalisatie is niet mogelijk).
1econstatering:
-Mondelinge waarschuwing
-Mutatie aan de burgemeester
2econstatering:
-Mutatie aan burgmeester
Indien horeca niet past binnen bestemmingsplan:
Na ontvangst mutatie:
Aanschrijving /waarschuwing directe staking exploitatie bedrijf/terras. Tevens vermelden dat bij volgende constatering last onder bestuursdwang volgt (sluiting inrichting of intrekking exploitatievergunning met gevolg sluiting inrichting wordt gestart).
(Spoedeisende) bestuursdwang toepassen (sluiting inrichting), begunstigingstermijn max 2 weken.
Bij terras intrekking exploitatievergunning starten.
Overtredingen en misdrijven
Politie en/of BOA
Burgemeester
Openbaar Ministerie
Bijzonderheden
Artikel 2:29, APV
Overtreding van:
-De bepaling dat het verboden is om bezoekers toe te laten of te laten verblijven buiten de in de APV genoemde openings- en sluitingstijden (lid 1, 2 en 4);
-Een voorschrift verbonden aan de exploitatievergunning (waaronder het terras) voor wat betreft de sluitingstijd (lid 3);
-Een voorschrift verbonden aan een ontheffing openings- en sluitingstijd (lid 5)
1econstatering
-Mondelinge waarschuwing
-Mutatie aan burgemeester
2econstatering
-Mutatie aan burgemeester t.b.v. voorbereiden dwangsom
3econstatering
-Mutatie aan burgemeester t.b.v. oplegging last onder dwangsom
Na ontvangst 1e mutatie:
Waarschuwingsbrief om voorschriften of beperkingen per direct na te leven. Tevens vermelden dat bij een volgende constatering een voornemen last onder dwangsom zal volgen.
Na ontvangst 2e mutatie:
Aanschrijving om voorschriften of beperkingen per direct na te leven. Tegelijkertijd voornemen kenbaar maken tot last onder dwangsom.
Na afloop zienswijze termijn:
Belangenafweging maken en een last onder dwangsom opleggen.
Vervolging conform richtlijn na opmaak PV.
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de overtreding en de grootte van het bedrijf. Ook het maximum is hiervan afhankelijk.
Artikel 2:30 APV
Een opgelegde beperking van de in de APV genoemde openings- en sluitingstijden of andere vastgestelde tijden voor een inrichting of daarbij behorend terras (lid 1)
Elke volgende constatering binnen 1 jaar:
-Mutatie aan burgemeester i.v.m. inning dwangsom
Na ontvangst van elke mutatie van overtreding na inwerkingtreding dwangsombeschikking:
Inning dwangsom.
Na verbeuring maximale dwangsom: Aanzegging tot bestuursdwangbeschikking, inhoudende tijdelijk geen gebruik maken van de vergunning door sluiting voor een weekend, maand of maximaal 3 maanden (afhankelijk van zwaarte van overtreding)
Overtredingen en misdrijven
Politie en/of BOA
Burgemeester
Openbaar Ministerie
Bijzonderheden
Artikel 2:31, APV
Verbod voor bezoekers van een inrichting om gedurende de tijd dat dit bedrijf op grond van artikel 2:29 en 2:30 gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.
Bij 1e constatering overtreding:
-Mondelinge waarschuwing
-Mutatie aan burgemeester
Bij elke volgende constatering overtreding:
-Mutatie aan burgemeester
Na ontvangst 1e mutatie:
Waarschuwingsbrief naar de exploitant om beter toe te zien op naleving verbod en dat bij 2e constatering de bezoekers zullen worden geverbaliseerd.
Na ontvangst 2e en volgende mutaties:
Waarschuwingsbrief aan exploitant om beter toe te zien op naleving verbod en dat bij iedere constatering de bezoekers zullen worden geverbaliseerd.
Vervolging conform richtlijn na opmaak PV.
Overtredingen en misdrijven
Politie en/of BOA
Burgemeester
Openbaar Ministerie
Bijzonderheden
Artikel 2:31 onder a, APV
Het verstoren van de orde in een openbare inrichting.
Niet ingrijpende verstoring, maar wel verwijtbaar aan exploitant en te voorkomen door maatregelen te treffen door exploitant.
1econstatering
-Mutatie aan burgemeester
2econstatering
-Mutatie aan burgemeester
3econstatering
-Mutatie aan burgemeester
Na ontvangst 1e mutatie:
Waarschuwingsbrief in geval van verwijtbaarheid van de leidinggevende.
Na ontvangst 2e mutatie:
Aanschrijving om zodanige maatregelen te treffen dat dergelijke verstoringen niet meer voor kunnen komen. Tegelijkertijd voornemen last onder dwangsom.
Na afloop zienswijze termijn:
Belangenafweging maken en dwangsombeschikking vaststellen en bekendmaken.
Na ontvangst van elke mutatie van een overtreding na inwerkingtreding dwangsombeschikking:
Inning last onder dwangsom.
Na verbeuring maximale dwangsom: aanzegging tot bestuursdwangbesluit (tijdelijke sluiting of beperking sluitingstijd).
Vervolging conform richtlijn na opmaak PV.
De hoogte van de dwangsom is afhankelijk van de overtreding en de grootte van het bedrijf. Ook het maximum is hiervan afhankelijk.
Overtredingen en misdrijven
Politie en/of BOA
Burgemeester
Openbaar Ministerie
Bijzonderheden
Artikel 2:31 APV jo. Artikel 174 Gemeentewet
Verstoring openbare orde in de inrichting
Categorie 1:
-Schietincident
-Steekincident
-Aantreffen wapen(s)
-Langdurige overlast
-Geweld (door personeel of bezoekers)
-Schijnbeheer
Categorie 2:
-Heling
-Discriminatie
-Overlast in en vanuit de inrichting (incl. terras)
-Niet gecertificeerde portier(s) o.g.v. Wpbr
-Tewerkstellen van personen zonder verblijfstitel (illegale werknemers)
De opsomming per categorie is niet limitatief
1ekeer en volgende keren categorie 1:
-Bij acute noodzaak toepassing procedure spoedbesluit
-Bij minder acute noodzaak (ter beoordeling van burgemeester), verbaliseren en mutatie aan burgemeester
1ekeer en volgende keren categorie 2:
-Verbaliseren
-Mutatie aan burgemeester
Na ontvangst mutatie categorie 1:
-Bij 1e keer: omzetten spoedsluiting van politie in bestuursdwangbeschikking (na belangenafweging) bestaande uit tijdelijke sluiting voor 3 maanden aaneensluitend.
-Bij 2e keer: bestuursdwangbeschikking (na belangenafweging) tot sluiting voor 6 of 12 maanden.
-Bij 3e keer: bestuursdwangbeschikking (na belangenafweging) tot sluiting voor onbepaalde tijd onder gelijktijdige intrekking van de exploitatievergunning of vrijstelling.
Na ontvangst mutatie categorie 2:
-Na 1e en 2e keer: bestuurlijke waarschuwing
-Na 3e keer: intrekking vergunning en/of sluiting voor bepaalde duur.
Vervolging conform richtlijn na opmaak PV.
Let op: bij overtreding van artikel 13b Opiumwet is toepassing van artikel 174 Gemeentewet vereist in plaats van toepassing van artikel 2:31 APV.
Alert zijn op regels m.b.t. portiers (Wpbr).
Nota bene: het incident moet in relatie staan tot de exploitatie van de inrichting en verwijtbaar zijn aan de exploitant.
Overtredingen en misdrijven
Politie en/of BOA
Burgemeester (en wethouders)
Openbaar Ministerie
Bijzonderheden
Artikel 4:3 en 4:4, APV
Het niet doen van een melding aan burgemeester en wethouders voor het houden van een incidentele festiviteiten in de inrichting.
Bij 1e constatering
-Mondelinge waarschuwing
-Mutatie aan de burgemeester
Schriftelijke waarschuwing dat in het vervolg een melding moet worden gedaan. Wanneer het maximum aantal meldingen is overschreden moet de incidentele festiviteit worden verboden.
Overtredingen op grond van de Alcoholwet
Vier categorieën van handhavingsacties bij overtredingen Alcoholwet
Overtredingen die betrekking hebben op de vergunningplichtige domeinen (horeca, paracommercie en slijterijen) zijn onderverdeeld in een viertal categorieën:
-Categorie 1: Het verstrekken van alcoholhoudende dranken zonder vergunning;
-Categorie 2: Het verstrekken van alcoholhoudende dranken aan jongeren onder de 18 jaar;
-Categorie 3: Overtredingen die direct van invloed zijn op de gezondheid van jongeren en/of openbare orde;
-Categorie 4: Overige overtredingen.
Voor iedere categorie is een stappenplan opgesteld. Dit protocol betreft een niet limitatieve opsomming van verschillende overtredingen met het daarbij horende stappenplan. Dat betekent dat niet alle overtredingen van de Alcoholwet in dit model zijn opgenomen. Dit is ingegeven om zo gericht mogelijk de beschikbare handhavingscapaciteit in te zetten.
Dat betekent niet dat niet zal worden opgetreden tegen overtredingen van bepalingen die niet zijn opgenomen in dit handhavingsprotocol. Indien een overtreding wordt geconstateerd zal worden aangesloten bij het reguliere handhavingstraject (twee-stappen model) waarbij de meest geëigende bestuurlijke handhavingsmaatregel zal worden toegepast. De verschillende handhavingsstappen worden hieronder per categorie benoemd.
Categorie 1: Het verstrekken van alcoholhoudende drank zonder vergunning
Toezichthouder
Gemeente (burgemeester)
1econstatering; waarschuwing (alcoholverstrekking dient onmiddellijk te worden gestaakt)
(zie toezichthouder)
2een verdere constatering (binnen een jaar na vorige constatering): proces-verbaal opmaken en dossier naar burgemeester (alcoholverstrekking dient onmiddellijk te worden gestaakt)
Sluiting inrichting onbepaalde tijd (artikel 174 Gemeentewet)
Categorie 2: Overtredingen die te maken hebben met leeftijdsgrenzen
Toezichthouder
Gemeente (burgemeester)
1econstatering: bestuurlijke boete
(zie toezichthouder)
2econstatering (binnen jaar na vorige constatering): verhoging van de bestuurlijke boete met 50%.
(zie toezichthouder)
3econstatering (binnen jaar na 2e constatering): proces-verbaal opmaken en dossier naar burgemeester
Intrekken Alcoholwetvergunning
Categorie 3: Overtredingen die direct van invloed zijn op gezondheid van jongeren en/of openbare orde
Toezichthouder
Gemeente (burgemeester)
1econstatering: waarschuwing
(zie toezichthouder)
2econstatering (binnen een jaar na vorige constatering): proces-verbaal opmaken en dossier naar burgemeester
Schorsen Alcoholwetvergunning voor 12 weken
3econstatering (binnen een jaar na vorige constatering): proces-verbaal opmaken en dossier naar burgemeester
Intrekken Alcoholwetvergunning
Categorie 4: Overige overtredingen
Toezichthouder
Gemeente (burgemeester)
1econstatering: waarschuwing
(zie toezichthouder)
2econstatering: waarschuwing
(zie toezichthouder)
3econstatering: (binnen een jaar na vorige constatering): proces-verbaal opmaken en dossier naar burgemeester
Schorsen Alcoholwetvergunning voor 4 weken
4econstatering (binnen een jaar na vorige constatering): proces-verbaal opmaken en dossier naar burgemeester
Schorsen Alcoholwetvergunning voor 12 weken
5econstatering (binnen een jaar na vorige constatering): proces-verbaal opmaken en dossier naar burgemeester
Intrekken Alcoholwetvergunning
In het volgende schema worden de handhavingsacties benoemd gekoppeld aan de relevante overtredingen voor wat betreft de horeca, slijterijen en paracommercie.
Horeca
Overtreding
Omschrijving artikel
Categorie
Bijzonderheden
Artikel 3
Zonder (rechtsgeldige)
vergunning alcohol verstrekken
Categorie 1
Binnen de gemeente Wijk bij Duurstede is het gebruikelijk dat indien een natuurlijke of rechtspersoon een bestaande openbare inrichting overneemt, zij al voor publiek geopend kan zijn tijdens de behandeling van de aanvraag voor de vergunning.
Voorwaarden zijn wel dat de aanvraag volledig is en er zich in het verleden geen probleemsituaties op het adres van de inrichting hebben voorgedaan.
Artikel 8
Leidinggevende voldoet niet langer aan de aan hem gestelde vereisten
Categorie 1
Artikel 10
Inrichting voldoet niet langer aan gestelde vereisten
Categorie 1
Artikel 20 lid 1
Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren onder 18 jaar zonder daarbij de leeftijd vast te stellen
Categorie 2
Artikel 20 lid 4
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert.
Categorie 3
Artikel 20 lid 5
Het is verboden in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een horecalokaliteit.
Categorie 3
Artikel 12 lid 1
Verbod verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik anders dan in de in de vergunning vermelde lokaliteit (tenzij aflevering op hotelkamers plaatsvindt)
Categorie 4
Artikel 13 lid 1
*Indien ook sprake is van overtreding van artikel 35 lid 1 Alcoholwet (ontheffing bij evenement) wordt de handhaving op dat artikel gebaseerd.
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik elders dan in die lokaliteit of terras
Categorie 4
Artikel 20 lid 3
Het niet duidelijk aangeven van leeftijdsgrenzen in voor publiek toegankelijke inrichtingen
Categorie 4
Artikel 24 lid 3
Het is verboden in een horecalokaliteit, als daar dranken worden verstrekt, jongeren jonger dan 16 te laten werken
Categorie 4
Slijterijen
Overtreding
Omschrijving artikel
Categorie
Artikel 3
Zonder (rechtsgeldige) vergunning alcohol verstrekken
Categorie 1
Artikel 8
Leidinggevende voldoet niet langer aan de aan hem gestelde vereisten
Categorie 1
Artikel 10
Inrichting voldoet niet langer aan gestelde vereisten
Categorie 1
Artikel 20 lid 1
Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren onder 18 jaar zonder daarbij de leeftijd vast te stellen
Categorie 2
Artikel 2a
Verbod alcoholhoudende drank aan te bieden of te verstrekken voor gebruik elders dan ter plaatse tegen een prijs die voor een periode van een maand of korter lager is dan 75% van de prijs die in het betreffende verkooppunt gewoonlijk wordt gevraagd of waarbij de indruk wordt gewekt dat de prijs lager is dan 75% van de prijs die gewoonlijk wordt gevraagd
Categorie 3
Artikel 20 lid 4
Het is verboden in een slijtlokaliteit de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert.
Categorie 3
Artikel 20 lid 5
Het is verboden in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een slijtlokaliteit
Categorie 3
Artikel 12 lid 1
Verbod verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik anders dan in de in de vergunning vermelde lokaliteit (tenzij aflevering op hotelkamers plaatsvindt)
Categorie 4
Artikel 14 lid 1
Indien ook sprake is van overtreding van artikel 35 lid 1 HDW (ontheffing bij evenement) wordt de
handhaving op dat artikel gebaseerd.
Verbod op het verrichten van andere bedrijfsactiviteiten dan die horen bij een slijterij
Categorie 4
Artikel 14a
Verbod om bij het aanbieden en verstrekken van sterke drank in het kader van verkoop op afstand in de rechtmatige uitoefening van het slijtersbedrijf, gelijktijdig andere bedrijfsactiviteiten dan die welke tot het slijtersbedrijf behoren uit te oefenen
Categorie 4
Artikel 20 lid 3
Het niet duidelijk aangeven van leeftijdsgrenzen in voor publiek toegankelijke inrichtingen
Categorie 4
Artikel 24 lid 3
Het is verboden in een slijtlokaliteit, als daar dranken worden verstrekt, jongeren jonger dan 16 te laten werken
Categorie 4
Paracommercie
Overtreding
Omschrijving artikel
Categorie
Artikel 3
Zonder (rechtsgeldige) vergunning alcohol verstrekken
Categorie 1
Artikel 8
Leidinggevende voldoet niet langer aan de aan hem gestelde vereisten
Categorie 1
Artikel 10
Inrichting voldoet niet langer aan gestelde vereisten
Categorie 1
Artikel 20 lid 1
Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren onder 18 jaar zonder daarbij de leeftijd vast te stellen
Categorie 2
Artikel 20 lid 4
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras de aanwezigheid toe te laten van een persoon die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeert.
Categorie 3
Artikel 20 lid 5
Het is verboden in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen dienst te doen in een horecalokaliteit.
Categorie 3
Artikel 12 lid 1
Verbod verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik anders dan in de in de vergunning vermelde lokaliteit (tenzij aflevering op hotelkamers plaatsvindt)
Categorie 4
Artikel 13 lid 1
Indien ook sprake is van overtreding van artikel 35 lid 1 HDW (ontheffing bij evenement) wordt de handhaving op dat artikel gebaseerd.
Het is verboden in een horecalokaliteit of op een terras alcoholhoudende drank te verstrekken voor gebruik elders dan in die lokaliteit of terras
Categorie 4
Artikel 20 lid 3
Het niet duidelijk aangeven van leeftijdsgrenzen in voor publiek toegankelijke inrichtingen
Categorie 4
Artikel 24 lid 3
Het is verboden in een horecalokaliteit, als daar dranken worden verstrekt, jongeren jonger dan 16 te laten werken
Categorie 4
Handhavingsacties bij niet vergunningplichtige bedrijven (bijvoorbeeld supermarkten)
Overtreding
Omschrijving
Actie
Artikel 20 lid 1
* Indien de overtreding plaatsvindt met inzet van testaankopers, ontvangt de ondernemer bij de eerste overtreding een waarschuwingsbrief. Vanaf de tweede constatering binnen een jaar worden de reguliere handhavingsstappen gevolgd.
Verstrekken alcoholhoudende drank aan jongeren onder de 18 jaar zonder daarbij de leeftijd vast te stellen
Toezichthouder
1econstatering: bestuurlijke boete
2econstatering (binnen een jaar na vorige constatering): bestuurlijke boete verhoogd met 50%
Artikel 44
‘Three- strikes- out maatregel
Burgemeester
3econstatering (binnen een jaar na 1e constatering): ontzeggen bevoegdheid verkoop zwak-alcoholhoudende drank voor 12 weken.
Artikel 25 lid 1 onder a en b
Onder a: Alcoholhoudende drank aanwezig hebben in een ruimte die voor publiek geopend is.
Onder b: Alcoholhoudende drank in voorraad hebben in voor het publiek niet toegankelijke delen
1econstatering: waarschuwing
2econstatering (binnen jaar na vorige constatering): bestuurlijke boete
3econstatering (binnen jaar na vorige constatering): verhoging van de bestuurlijke boete met 50%.
Artikel 25 lid 2
Toelaten dat alcoholhoudende drank in een voor publiek geopende ruimte wordt genuttigd.
1econstatering: bestuurlijke boete
2econstatering (binnen jaar na vorige constatering): verhoging van de bestuurlijke boete met 50%
3econstatering (binnen jaar na vorige constatering): proces verbaal naar burgemeester
Handhavingsacties bij overtreding van de regels gesteld in de ‘Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013’.
De Alcoholwet verplicht gemeenten in artikel 4 tot het opstellen van een gemeentelijke verordening waarin regels worden gesteld ter voorkoming van oneerlijke mededinging waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. In de gemeente Wijk bij Duurstede zijn deze regels opgenomen in de ‘Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013’. Hieronder worden de handhavingsacties benoemd gekoppeld aan de relevante overtredingen als opgenomen in de verordening.
Artikel 7 Activiteiten zonder vergunning
Wanneer een paracommerciële rechtspersoon zonder vergunning horeca-activiteiten uitoefent, dan zal het volgende handhavingtraject worden gevolgd om de illegale situatie op te heffen:
1na constatering zal het bestuur van de rechtspersoon worden aangeschreven om de illegale activiteiten onmiddellijk te beëindigen en beëindigd te houden. Tevens zal hen de mogelijkheid worden geboden om binnen veertien dagen een vergunning aan te vragen;
2is na het verstrijken van de termijn geen gehoor gegeven aan de aanschrijving, dan zal door de burgemeester een voornemen tot sluiting worden uitgevaardigd. Gedurende twee weken wordt het bestuur in staat gesteld om hun zienswijze op het voornemen aan de gemeente kenbaar te maken;
3wordt tijdens de zienswijze-procedure een plausibele verklaring geboden voor het uitblijven van een vergunningaanvraag, dan wordt het bestuur een laatste termijn van veertien dagen geboden om een vergunning aan te vragen. Is er geen geldige reden voor het uitblijven van een aanvraag, dan kan de burgemeester besluiten om: a. een bestuurlijke boete ex artikel 44a van de Alcoholwet op te leggen; b. de inrichting te sluiten.
Artikel 8 Strijdige activiteiten
Als betreffende een in artikel 4 Alcoholwet bedoelde rechtspersoon een constatering is gedaan van enige overtreding(en) van het bepaalde van de ‘Verordening paracommercie Wijk bij Duurstede 2013’, dan zal het onderstaande handhavingstraject worden gevolgd:
1na de eerste constatering zal het bestuur van de rechtspersoon worden aangeschreven om de illegale activiteiten onmiddellijk te beëindigen en beëindigd te houden. Tevens zal op de mogelijkheid worden gewezen ontheffing aan te vragen;
2na de tweede constatering volgt een vooraankondiging last onder dwangsom waarbij de rechtspersoon op de overtreding wordt gewezen en waarbij wordt aangekondigd dat bij een volgende overtreding een last onder dwangsom of bestuurlijke boete kan worden opgelegd;
3na de volgende constatering binnen een periode van één jaar na de laatste waarschuwing wordt een last onder dwangsom (artikel 5:32b Algemene wet bestuursrecht) dan wel een bestuurlijke boete (artikel 44a Alcoholwet) opgelegd;
4Indien de last onder dwangsom of de bestuurlijke boete is verbeurd en de illegale activiteiten vinden nog steeds doorgang, dan is de burgemeester bevoegd tot intrekking van de vergunning (artikel 31, lid 2 Alcoholwet, artikel 175 Gemeentewet). Wanneer de vergunning wordt ingetrokken dan wordt op grond van artikel 31, lid 4 Alcoholwet de bevoegdheid om aan de betrokken instelling een nieuwe vergunning te verlenen opgeschort tot één jaar nadat het besluit tot intrekking onherroepelijk is geworden.
Bijlage 9 uitvoeringsparagraaf
Op de volgende onderdelen vraagt dit horecabeleid om verschillende uitvoeringsmaatregelen:
•Eventuele aanpassing huidige APV op onderdelen. Door de formulering in de huidige verordening is er bijvoorbeeld nog een terrasseizoen, wijkt de sluitingstijd van terrassen af met de rest van een openbare inrichting en is het niet mogelijk om voorschriften te stellen aan terrassen die vallen onder de vrijstelling van de horeca-exploitatievergunning. Tevens is het op basis van de huidige bepalingen niet mogelijk een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te vragen.
•Eventuele aanpassing huidige APV omdat er ten aanzien van collectieve en incidentele festiviteiten geen maximumstelsel is opgenomen. Door de huidige formulering moet het bevoegde bestuursorgaan jaarlijks het maximumstelsel van zowel collectieve als incidentele festiviteiten vaststellen met een besluit.
•Het actualiseren van het aanwijzingsbesluit van de APV (o.a. gebieden lachgas).
•Het actualiseren van de Verordening paracommercie gemeente Wijk bij Duurstede.
•Het actualiseren van het handhavingsplan van de gemeente Wijk bij Duurstede.
•Het actualiseren van de Bibob beleidsregels van de gemeente Wijk bij Duurstede.
•Het actualiseren van de Beleidsnota geluid bij evenementen en festiviteiten.
•Het opnemen van een verbod in een verordening (APV of afzonderlijke verordening) om alcoholhoudende dranken te verstrekken tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is dan 60% van de prijs die in een horecalokaliteit of op het betreffende terras normaal wordt gevraagd (artikel 25d Alcoholwet).
•Het opnemen van een vrijstellingsregeling in een verordening (APV of afzonderlijke verordening) ten behoeve van proeverijen in slijtlokaliteiten buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier geopend zijn. In het Alcoholbesluit is een maximumstelsel opgenomen van het aantal proeverijen wat mogelijk is (artikel 25e Alcoholwet).
•Het optimaliseren van de informatievoorziening voor de horeca op de website van de gemeente over de wet- en regelgeving en uitleg over de verschillende procedures voor een ontheffing, vergunning of vrijstelling.
•Het ontwikkelen van nieuwe (online) aanvraagformulieren voor een ontheffing, vergunning of vrijstelling op grond van de APV, Alcoholwet en/of andere van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
•Bij het ontwikkelen van de (online) aanvraagformulieren gelijktijdig onderzoeken of alle bijlagen, zoals deze tot zover worden gevraagd, op de huidige wijze moet worden ingediend.
•Het ontwikkelen van checklists die natuurlijke en (paracommerciële) rechtspersonen kunnen gebruiken ter ondersteuning bij een aanvraag voor een ontheffing, vergunning of vrijstelling.