Aanhef
Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre tot vaststelling van beleidsregels voor de uitvoering van de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.52 en 4.17 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP), artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP), de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP), artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht, de circulaire BRP en Briefadres van de minister van BZK en het Protocol voor ondersteuning door Burgerzaken aan achterblijvers in geval van vermissing;
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waalre;
overwegende dat,
het gewenst is om een beleidsregels vast te stellen omtrent registratie van een briefadres
1om kwetsbare groepen zonder woonadres te registreren met een briefadres
2om de burgers zo goed mogelijk te informeren over rechten en plichten die verbonden zijn aan een briefadres
3om duidelijkheid te scheppen bij de toepassing van de regels
4het oneigenlijk gebruik van een briefadres tegen te gaan
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen de volgende beleidsregels:
Beleidsregels briefadres gemeente Waalre
Artikel 1. Begrippen
In deze regeling wordt verstaan onder:
briefadres: het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen (artikel 1.1, onder p, Wet BRP) en waar, indien het post van de overheid betreft, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 2.45, lid 3 Wet BRP).
briefadresgever: de ingezetene in de Basisregistratie Personen of rechtspersoon bij wie het briefadres wordt gehouden (artikel 1.1, onder r Wet BRP).
briefadreshouder: de ingezetene in de Basisregistratie Personen die een briefadres houdt.
gezinshuishouden: twee personen die volgens de Basisregistratie Personen een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan of gehuwd zijn, met of zonder kind(eren); twee personen die door het overleggen van een door een notaris opgemaakt samenlevingscontract hebben aangetoond dat zij een gemeenschappelijke huishouding voeren, met of zonder kind(eren); een alleenstaande ouder met kind(eren).
aanvrager: degene die een verzoek indient om het houden van een briefadres.
Artikel 2. Redenen aangifte briefadres
Redenen voor de aangifte van een briefadres zijn:
Het ontbreken van een woonadres vanwege:
1Dak- of thuisloosheid.
2Een korte overbrugging tussen twee woonadressen.
3De uitoefening van een ambulant beroep.
4Een kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derde van de tijd.
5Een verblijf in het buitenland van korter dan twee jaar en beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft.
6Sprake van een langdurig vermiste persoon.
7Het wonen in een voertuig zonder vaste stand- of ligplaats.
8Verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen).
9Verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 van de Wet BRP (instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van de kinderbescherming en penitentiaire instellingen).
10Verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41, Wet BRP).
11Het behoren tot een kwetsbare groep, zoals verwarde personen.
Artikel 3. Voorwaarden
1De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.
2De aanvrager is verplicht om in persoon bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken te overleggen.
3Onder ‘benodigde stukken’ als bedoeld in het tweede lid wordt in ieder geval verstaan:
a.Een ingevuld en ondertekend aangifteformulier (vragenlijst) briefadres met reden voor de aangifte met een geldig identiteitsbewijs.
b.Een administratie waarin de verblijfsadressen – en/of plaatsen met verblijfsduur gespecificeerd opgegeven wordt.
c.De te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is.
d.Een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever.
e.Een bewijs dat de aanvrager op zoek is naar een nieuwe woning, zoals inschrijving en reacties op woningsites, reacties (loting)woningen, bezichtigingen, afwijzingen op woningen tenzij er al een nieuwe woning in het vooruitzicht is. Indien er al een woning in het vooruitzicht is, dan volstaat een kopie huur- of koopcontract.
f.Bewijs dat de aanvrager geen vast verblijfadres heeft, zoals ondertekende verklaringen van een bewoner van de adressen waar aanvrager komende periode verblijft, met een geldig identiteitsbewijs.
g.Een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres wordt gevraagd op grond van artikel 2 lid 1a tot en met 1g.
4Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 1, sub g., bij verblijf op een boot: een bewijs van schipperslogboek, een bewijs van betalingen sluizen, een werkgeversverklaring. Indien de schipper in loondienst is of zelfstandig: bewijs van opdracht/vaarovereenkomst.
5Bij beroepsvaart door een binnenvaartschipper: registratieteken (RDW), bewijs van schipperslogboek, bewijs van betalingen sluizen, werkgeversverklaring indien de schipper in loondienst is, bewijs van opdracht/ vaarovereenkomst indien de schipper zelfstandig is.
6Bij recreatievaart: foto van het vaartuig, naam van het vaartuig, aanmeerplaatsen en de duur per aanmeerlocatie, kopie contract vaste ligplaats.
7Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 1, sub b, en indien de aanvrager een vertraging oploopt bij het bouwen van een woning, dient een bewijs van de aannemer te worden overgelegd waaruit deze vertraging blijkt.
8Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2, lid1, sub j en k, dient de noodzakelijkheid te blijken uit een onderliggend dossier.
9Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 1, sub j, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.
10Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 1, sub c en e, dient de aanvrager als bewijs een overeenkomst of een contract te overleggen.
11Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 1, sub d, dient de aanvrager bewijsstukken te overleggen zoals tickets, hotelbetalingen en pinbetalingen in het buitenland.
12Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 3, dient de aanvrager een bewijs van deelname aan een voortgangstraject te overleggen.
13Lid 10 van dit artikel is niet van toepassing als de briefadresgever het college van burgemeester en wethouders betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP. De contactpersoon van de rechtspersoon moet schriftelijk goedkeuring hebben gegeven voor deze aangifte.
14Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2, onder 1, sub j, is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.
15De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden.
Artikel 4. Volledige aangifte
1De aangifte is volledig als alle benodigde gegevens zijn ingeleverd.
2Als één of meer gegevens ontbreken, dan wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.
3Als de aangifte niet binnen de in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, dan kan op verzoek van de aanvrager de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen.
4Als de aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte aangevuld wordt of wanneer uitstel wordt gevraagd, wordt de aangifte buiten behandeling gesteld.
Artikel 5. Weigeringsgronden
Het is in ieder geval niet mogelijk om ingeschreven te worden op een briefadres, als:
1De aanvrager een woonadres heeft.
2Er in de aangifte geen legitieme reden is opgegeven.
3De aanvrager langer dan acht maanden gedurende één jaar in het buitenland verblijft en niet beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft.
4De aanvrager beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft.
5Er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever.
6Het briefadres een adres betreft waarop al aan twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens of een alleenstaande en een gezinshuishouden een briefadres is verleend met inachtneming van de uitzonderingen bedoeld in artikel 3, lid 11.
7Het briefadres geen bestaand adres betreft.
8Het briefadres een postbus is.
9Het briefadres wordt verleend op grond van artikel 2 lid 4 en de verklaring van de burgemeester zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 ontbreekt.
10Er sprake is van permanente bewoning van een recreatieverblijf, bijvoorbeeld een chalet, stacaravan, huisje op volkstuinen of zomerhuisje. Dan is er namelijk sprake van een woonadres zoals bedoeld in de Wet BRP.
Artikel 6. Vermoedelijke termijn briefadres
1Bij de aangifte wordt een termijn voor het gebruik van het briefadres vastgesteld.
•In de situatie als bedoeld in artikel 2, onder 1, sub b, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal zes maanden. Na deze periode is de aanvrager zelf verplicht om een nieuw verzoek in te dienen. Deze termijn kan telkens met maximaal zes maanden worden verlengd.
•In de situatie als bedoeld in artikel 2, onder 1, sub d en e, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat de aanvrager buiten Nederland zal verblijven.
•In de situatie als bedoeld in artikel 2, onder 2 en 3, kan een vermoedelijke termijn worden bepaald voor de duur die de aanvrager in een instelling verblijft.
•In de situatie als bedoeld in artikel 2, onder 1, sub f, zal een vermoedelijke termijn worden bepaald aan de hand van het onderliggend dossier.
2Als de aanvrager voor het aflopen van de termijn zoals bedoeld in het eerste en tweede lid geen woonadres heeft gekozen, wordt door de aanvrager een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen. De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 en 5.
3In de situatie zoals bedoeld in artikel 2 lid 1, sub j, mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht.
4Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en die een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na de verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.
5Als na afloop van de in het eerste lid genoemde termijnen geen verzoek tot verlenging briefadres is gedaan door de aanvrager of de ontvangen aangifte van verlenging geen reden is om het briefadres te verlengen, dan wordt een onderzoek gestart naar de juistheid van de adresgegevens in de BRP.
6Van elk briefadres wordt een dossier bijgehouden. Dit dossier zal vijf jaar bewaard worden.
Artikel 7. Verplichtingen
1Onverminderd het gestelde in de artikelen 2 tot en met 5, is zowel de briefadresnemer als de briefadresgever verplicht om op verzoek van het college van B&W inlichtingen te verstrekken die van belang zijn voor de registratie van het briefadres. Zij dienen daarbij desgevraagd in persoon te verschijnen.
2Onverminderd hetgeen is bepaald in artikel 6, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander woonadres krijgt, verplicht om op grond van de artikelen 2.38, 2.39 en 2.40 van de Wet BRP aangifte van adreswijziging te doen bij de woongemeente of in geval van emigratie bij de gemeente van vertrek.
3Aan degene die niet voldoet aan de verplichting kan een bestuurlijke boete worden opgelegd van ten hoogste 325 euro. Dit is vastgelegd in de beleidsregels bestuurlijke boete.
Artikel 8. Maatwerk
Het toepassen van maatwerk dient schrijnende situaties te voorkomen in gevallen waar geen of zeer beperkt sprake is van zelfredzaamheid en waar reguliere voorziening geen passende oplossing bieden.
Het betreft de situaties die al lange tijd duren zonder duidelijke vooruitgang in zorg of ondersteuning en gevallen waarin sprake is van diverse problemen en inzet van meerdere instanties.
Het betreft veelal personen die vallen onder de openbare geestelijke gezondheidszorg (OGGZ), dak- en thuisloos zijn of die (minderjarige) kinderen hebben.
Als het briefadres wordt gevraagd door iemand die aan de volgende voorwaarden voldoet, kan het team Burgerzaken beslissen dat maatwerk wordt verleend en dan wordt als briefadres aangewezen het adres van de gemeente Waalre: Koningin Julianalaan 19, 5582 JV Waalre.
Het betreft de volgende voorwaarden:
1Er moet sprake zijn van één of meer sociaal-maatschappelijke problemen.
2De aanvrager kan door overmacht geen vast woonadres vinden.
3De geldende wet- en regelgeving laat geen registratie van een briefadres in de BRP toe, waardoor een basis voor verbetering van de situatie niet gelegd kan worden.
4De maatwerkoplossing is van tijdelijke aard en is bedoeld om de aanvrager de kans te geven zijn leven weer ‘op de rit’ te krijgen.
5De aanvrager moet met het trajectplan instemmen.
Artikel 9. Hardheidsclausule
Als vanwege bijzondere omstandigheden een strikte toepassing van het bepaalde in deze regeling zou leiden tot een onbillijkheid, kan worden afgeweken van het bepaalde in deze regeling.
Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel
1Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.
2Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels briefadres gemeente Waalre.