Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels briefadres Veenendaal

Gemeente Veenendaal · geldt sinds 18 januari 2020

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

Overwegende dat

•de gemeente een beheertaak heeft rond de kwaliteit (juistheid, volledigheid en actualiteit) van de persoonsgegevens in de BRP;

•het wenselijk is regels te stellen over de aangifte en registratie van een briefadres om het oneigenlijk gebruik van het briefadres tegen te gaan en om kwetsbare groepen zonder woonadres, te registreren op een briefadres;

Gelet op

–de artikelen 1.1, 2.23, 2.38 tot en met 2.42, 2.45, 2.47, 2.50, 2.52 en 2.60 van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP);

–artikel 29 van het Besluit basisregistratie personen (Besluit BRP);

–de artikelen 17, 18 en 19 van de Regeling basisregistratie personen (Regeling BRP);

–de artikelen 4:8 en 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Besluit

vast te stellen de Beleidsregels briefadres Veenendaal

Artikel 1 Begripsbepalingen

a.briefadres:

adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen (artikel 1.1, onder p, Wet BRP) en waar, indien het post van de overheid betreft, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken (artikel 2.45, lid 3 Wet BRP);

b.briefadresgever:

de ingezetene in de Basisregistratie Personen of rechtspersoon bij wie het briefadres wordt gehouden (artikel 1.1, onder r Wet BRP);

c.briefadreshouder:

de ingezetene in de Basisregistratie Personen die een briefadres houdt;

d.college:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal;

e.Wet BRP:

Wet basisregistratie personen;

f.woonadres:

het adres waar betrokkene woont (artikel 1.1 onder o Wet BRP).

Artikel 2 Redenen briefadres

Redenen voor een briefadres zijn:

a.het ontbreken van een woonadres vanwege:

i.dak- of thuisloosheid;

ii.korte overbrugging tussen twee woonadressen;

iii.de uitoefening van een ambulant beroep;

iv.kort verblijf in het buitenland: gedurende een jaar ten hoogste twee derde van de tijd;

v.korter dan 2 jaar verblijf in het buitenland en beroepshalve varend op een schip dat de thuishaven in Nederland heeft;

vi.het behoren tot een kwetsbare groep, zoals verwarde personen;

langdurig vermiste personen.

b.verblijf in een instelling voor mannen- of vrouwenopvang (blijf-van-mijn-lijfhuizen);

c.verblijf in een instelling als bedoeld in artikel 2.40, lid 3 en 4 van de Wet BRP;

d.verblijf op een adres waarvan het opnemen van dat woonadres naar het oordeel van de burgemeester om veiligheidsredenen niet wenselijk is (artikel 2.41 van de Wet BRP).

Artikel 3 Voorwaarden

1De aangifte wordt gedaan in de gemeente waar het briefadres zich bevindt.

2De aangever overlegt bij de aangifte tot briefadres alle benodigde stukken.

3Onder benodigde stukken als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval verstaan:

a.een geldig identiteitsbewijs van de aangever;

b.de schriftelijke verklaring van de aangever met reden voor de aangifte en de te verwachten periode dat het briefadres noodzakelijk is;

c.een geldig identiteitsbewijs of een kopie ervan en een schriftelijke verklaring van instemming van de briefadresgever; en,

d.een ingevulde en ondertekende vragenlijst briefadres, als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2 sub a.

4De aangever, dan wel de briefadresgever, licht desgevraagd het verzoek in persoon toe.

5Als het briefadres gevraagd wordt op grond van artikel 2 sub d., is een schriftelijke verklaring van de burgemeester noodzakelijk waaruit blijkt dat opname van een woonadres niet wenselijk is.

6Als het briefadres noodzakelijk is op grond van artikel 2 sub a. onder vi. en vii., blijkt de noodzakelijkheid daarvan uit een onderliggend dossier.

7De briefadresgever kan maximaal aan twee gezinshuishoudens, aan twee alleenstaanden of aan een gezinshuishouden en een alleenstaande toestemming geven een briefadres te houden.

8Lid 7 van dit artikel is niet van toepassing indien de briefadresgever het college betreft of een door dit college aangewezen rechtspersoon, zoals bedoeld in artikel 2.42 onder b van de Wet BRP.

9De briefadresgever is een natuurlijk persoon of een rechtspersoon die zijn zetel heeft in Nederland en die door de burgemeester is aangewezen om als briefadresgever in zijn gemeente op te treden.

Artikel 4 Volledige aangifte

1De aangifte is volledig indien alle benodigde gegevens, zoals bedoeld in artikel 3, lid 2 en 3, zijn ingeleverd.

2Als één of meer gegevens ontbreken, dan wordt de aangever in de gelegenheid gesteld binnen veertien dagen het verzuim te herstellen en de aangifte alsnog aan te vullen.

3Indien de aangifte niet binnen de in het vorige lid bepaalde termijn kan worden aangevuld, dan kan, op verzoek van de aangever, de termijn eenmalig verlengd worden met veertien dagen.

4Indien de aangifte niet binnen veertien dagen na aangifte wordt aangevuld of uitstel wordt gevraagd, wordt de aangifte niet in behandeling genomen.

Artikel 5 Weigeringsgronden

Het college kan weigeren de aangifte om ingeschreven te worden op een briefadres, indien:

a.de aangever een woonadres heeft, tenzij hij in de situatie verkeert zoals beschreven in artikel 2, sub a. onder vi., sub b., c. of d.;

b.de aangever langer dan acht maanden gedurende één jaar in het buitenland verblijft en niet beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft;

c.de aangever beroepshalve varend is op een schip dat zijn thuishaven in Nederland heeft en langer dan twee jaar in het buitenland verblijft;

d.er een onderzoek loopt naar de verblijfplaats van de briefadresgever;

e.het briefadres een adres betreft waarop reeds aan twee alleenstaanden of twee gezinshuishoudens of een alleenstaande en een gezinshuishouden een briefadres is verleend met inachtneming van de uitzonderingen bedoeld in artikel 3, lid 8 en lid 9;

f.de briefadresgever een rechtspersoon is die niet door de burgemeester is aangewezen om als briefadresgever in zijn gemeente op te treden;

g.het adres qua aard of bestemming niet geschikt is om een briefadres op te houden;

h.het vermoeden bestaat dat het briefadres is aangevraagd of wordt gebruikt met een illegaal (winst) oogmerk;

i.niet aan de voorwaarden van artikel 3 is voldaan.

Artikel 6 Termijn briefadres

1In de situatie als bedoeld in artikel 2, sub a. onder ii., namelijk bij korte overbrugging tussen twee woonadressen, kan een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal zes maanden met de mogelijkheid deze termijn met maximaal drie maanden te verlengen.

2In de situatie als bedoeld in artikel 2, sub a. onder iv. en v. mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat aangever buiten Nederland zal verblijven.

3In de situatie als bedoeld in artikel 2, sub b. en sub c. mag een briefadres worden gekozen voor de duur van de maximale periode dat de aangever in deze instelling zal verblijven.

4In de situatie als bedoeld in artikel 2, sub d. mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht.

5Als de aangever voor het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid geen aangifte heeft gedaan van een woonadres, wordt door de aangever een verzoek ingediend om het briefadres te verlengen.

6De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 2 en 5. De aangever, dan wel de briefadresgever, kan daarbij gevraagd worden in persoon te verschijnen.

7Als de briefadreshouder een woonadres verkrijgt, doet hij daarvan aangifte bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum.

8De briefadreshouder verklaart iedere drie maanden dat de noodzaak tot het houden van het briefadres nog steeds aanwezig is. Daarbij meldt hij eventuele nieuwe feiten die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van het voortbestaan van het briefadres.

9De in lid 8 genoemde verplichting is niet van toepassing indien het een briefadres betreft als bedoeld in artikel 2 sub a. onder ii., iv., v. en vii en artikel 2 sub b, c en d.

Artikel 7 Resultaten van het onderzoek

1In afwijking van artikel 6 kan het briefadres in onderzoek worden geplaatst en zo nodig eerder beëindigd worden, als:

a.het vermoeden bestaat dat de aanvrager of briefadresgever onjuiste of onvolledige informatie bij de aanvraag hebben verstrekt;

b.het vermoeden bestaat dat het briefadres is aangevraagd of wordt gebruikt met een illegaal (winst) oogmerk;

c.de briefadreshouder, de briefadresgever, dan wel het adres waarop het briefadres wordt gehouden, niet meer aan de voorwaarden uit de wet of deze beleidsregel voldoet;

d.de briefadreshouder een woonadres heeft gekregen;

e.de briefadresgever zijn toestemming intrekt;

f.de briefadresgever een rechtspersoon is en wordt ontbonden.

2Indien één of meerdere van de in lid 1 genoemde situaties zich voordoen, meldt de briefadreshouder dit direct en doet zo nodig opnieuw aangifte.

3Indien de briefadreshouder niet voldoet aan zijn informatieplicht, dan wel in gebreke is in het doen van aangifte, kan dit leiden tot een ambtshalve adreswijziging op grond van artikel 2.22 Wet BRP.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 9 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregels briefadres Veenendaal.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.