Gemeentelijke regelgeving

Beleidsregels WWB Stichtse Vecht

Gemeente Stichtse Vecht · geldt sinds 1 augustus 2025

Aanhef

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht;

gelet op de Wet werk en bijstand (WWB) en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

overwegende dat het college gehouden is aanvullende regels op te stellen behorende bij de WWB;

b e s l u i t

vast te stellen de volgende:

Beleidsregels WWB Stichtse Vecht

Artikel 1 Vorm van de geldlening

1Indien voor belanghebbende, bedoeld in artikel 50, eerste lid van de WWB, recht op bijstand

2bestaat, heeft die bijstand de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek:

a.indien de bijstand over een periode van een jaar, te rekenen vanaf de eerste dag waarover bijstand wordt verleend, naar verwachting meer bedraagt dan tweemaal het netto minimumloon, bedoeld in artikel 37, eerste lid van de WWB; en

b.voorzover het vermogen gebonden in de woning met bijbehorend erf hoger is dan het vermogen, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onderdeel d van de WWB.

3Indien bijstand wordt verleend in de vorm van een geldlening onder verband van hypotheek als bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt daartoe mede gerekend de eventuele bijstand in de kosten genoemd in artikel 2, derde lid.

Artikel 2 Vaststellen waarde woning en geldlening

1De geldlening, bedoeld in artikel 1, is ten hoogste de waarde van de woning in het economisch verkeer bij vrije oplevering, verminderd met de daarop drukkende schulden en met het vrij te laten vermogen als bedoeld in artikel 34, tweede lid onder d van de WWB.

2Ter vaststelling van de waarde van de woning wordt de meest recente WOZ-waarde gehanteerd.

3De kosten verbonden aan de hypotheekakte en de inschrijving van de hypotheek, alsmede de bijkomende kosten, komen ten laste van de belanghebbende. De bijstand voor deze kosten wordt aangemerkt als algemene bijstand, tenzij aan de belanghebbende uitsluitend bijzondere bijstand wordt verleend.

Artikel 3 Voorwaarden en bedingen

1Aan de geldlening worden in elk geval verbonden de voorwaarden genoemd in de artikelen 4 en 5.

2De in het eerste lid bedoelde voorwaarden worden tezamen met de gebruikelijke bedingen opgenomen in de hypotheekakte.

Artikel 4 Vaststellen hoogte aflossing

1Aflossing van de geldlening vindt plaats gedurende ten hoogste tien jaar.

2De aflossing vangt aan op het moment van beëindiging van de bijstandverlening en vindt maandelijks plaats.

3Het maandbedrag van de aflossing wordt telkens voor een periode van een jaar vastgesteld.

4Bij een inkomen als bedoeld in artikel 32 van de WWB dat niet uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in hoofdstuk 3 van genoemde wet, wordt geen aflossing gevergd.

5Indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven stelt het college, zo nodig tussentijds, het maandbedrag van de aflossing op een lager dan wel hoger bedrag vast.

6Bij de beoordeling van de omstandigheden als bedoeld in het vijfde lid wordt rekening gehouden met noodzakelijke, voor eigen rekening van belanghebbende komende, bijzondere bestaanskosten. Deze worden in mindering gebracht op het inkomen.

7Indien belanghebbende tijdens de aflossingsperiode van tien jaar verwijtbaar nalatig is in het voldoen van de vastgestelde aflossing, is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is daarover tevens de wettelijke rente verschuldigd.

Artikel 5 Restant vordering

1Indien door toepassing van artikel 4, vierde tot en met zesde lid, na afloop van de aflossingsperiode van tien jaar een deel van de geldlening nog niet is afgelost, is vanaf dat moment maandelijks rente verschuldigd over het nog niet afgeloste deel van de geldlening.

2De rente, bedoeld in het eerste lid, is de wettelijke rente, verminderd met drie procent.

3Indien belanghebbende naar het oordeel van burgemeester en wethouders de rente geheel of gedeeltelijk kan betalen, doch niet kan aflossen, wordt een betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de verschuldigde maandrente aangemerkt als aflossing en wordt de rente die daardoor niet wordt betaald bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.

4Indien belanghebbende naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen rente kan betalen wordt de verschuldigde rente bijgeschreven bij het nog niet afgeloste deel van de geldlening.

5Over een bijgeschreven rentevordering is geen rente verschuldigd.

Artikel 6 Verkoop woning

1Bij verkoop of bij vererving van de woning, en indien het een echtpaar betreft bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, alsmede de op grond van artikel 5, derde en vierde lid, bijgeschreven rente, terstond afgelost.

2Bij verkoop van de woning kan het college wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aard van belanghebbende dan wel wegens werkaanvaarding elders door belanghebbende, na toepassing van het eerste lid, besluiten tot het verlenen van een nieuwe geldlening eveneens onder verband van hypotheek voor de aankoop van een andere woning, tot ten hoogste het bedrag van de ingevolge het eerste lid afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen met inbegrip van het in het derde lid bedoelde bedrag volledig inzet voor de aankoop van de andere woning.

3Bij verkoop van de woning tegen een prijs overeenkomstig de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering komt, voor zover de opbrengst daartoe toereikend is, aan belanghebbende in ieder geval het bedrag toe dat op grond van artikel 34, derde lid van de WWB niet als vermogen in aanmerking wordt genomen.

4Indien bij verkoop van de woning op basis van de waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.

Artikel 7 Herleving recht op bijstand

Indien binnen een periode van twee jaar na beëindiging van de bijstandverlening onder verband van hypotheek wederom recht op bijstand bestaat, wordt deze verleend met toepassing van de laatst gevestigde hypotheek.

Artikel 8 Opgave

Aan belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de rentevorderingen.

B114 – Gevallen waarin bijstand in natura wordt verstrekt

In het geval van problematische schulden of een dreigend afglijden door psychosociale problemen, dakloosheid of verslaving kan een deel van de bijstand in natura worden verleend.

Bijstand in natura kan bestaan uit:

· woonruimte met gebruik van water, gas en licht;

· verzekeringen;

· duurzame gebruiksgoederen;

· kleding;

· etenswaren.

De kosten van de verstrekkingen worden in mindering gebracht op de uitkering van belanghebbende. Dit geschiedt zodanig dat het resterende deel tenminste even hoog is als de norm bij verblijf in een inrichting als bedoeld in artikel 23 lid 1 WWB.

B116 – Verstrekken voorschotten tijdens aanvraag

Zoals in artikel 52 WWB bepaald dient er een voorschot van 90% verstrekt te worden indien vier weken na de aanvraagdatum zijn verstreken en het niet verwijtbaar is dat er stukken ontbreken en er niet is vastgesteld dat er geen recht bestaat.

Daarnaast wordt van de bevoegdheid tot het verlenen van een voorschot op grond van artikel 52 WWB alleen gebruik gemaakt wanneer de belanghebbende/aanvrager niet over de middelen beschikt om in zijn/haar levensonderhoud te voorzien, de zogenoemde ‘broodnood’. Wanneer de belanghebbende beschikt over vermogen, bijvoorbeeld een spaarrekening, blijft voorschotverstrekking achterwege. Er hoeft in dit verband geen rekening gehouden te worden met de grens van het bescheiden vermogen. Het is dus van belang dat de belanghebbende inzicht geeft in zijn/haar financiële situatie.

B117 – Hoogte en duur voorschotten tijdens aanvraag

De hoogte van een eventueel voorschot op basis van artikel 52 WWB bedraagt minimaal 90% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (norm + toeslag - verlagingen) die het meest waarschijnlijk is, waarbij tevens rekening wordt gehouden met eventueel op te leggen maatregelen.

Voorschotten worden normaal gesproken per bank betaalbaar gesteld. Uitbetaling per kas is bij uitzondering mogelijk.

B118 – Verrekening van bij aanvraag verstrekte voorschotten

In beginsel wordt toegekende bijstand over een periode waarin belanghebbende op grond van artikel 52 WWB een voorschot is verstrekt, direct en volledig verrekend met dit voorschot. Op individuele gronden kan hiervan worden afgeweken.

B159 – Overbruggingsuitkeringen

Ingetrokken (In de Beleidsregels WWB 2014 is een nieuwe bepaling B159 opgenomen).

A027 – Rechtstreeks beroep bij de rechtbank

Het college acht de bezwaarfase vanwege de volledige bestuurlijke heroverweging in beginsel onmisbaar.

Citeertitel; inwerkingtreding

1Deze regeling kan worden aangehaald als: Beleidsregels WWB Stichtse Vecht.

2Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

3Het collegebesluit met betrekking tot de beleidsregels Wet werk en bijstand van de gemeenten Breukelen en Loenen, zoals vastgesteld op 19 december 2006, wordt ingetrokken, met uitzondering van de richtlijnen die betrekking hebben op debiteuren, te weten B109 t/m B113, B120, B121 t/m B126, B131, B132, B140, B141;

4Het collegebesluit met betrekking tot de beleidsregels Wet werk en bijstand van de gemeente Maarssen, zoals vastgesteld op 20 november 2007, wordt integraal ingetrokken;

5Het collegebesluit “Vermogensvaststelling Wet werk en bijstand” van de gemeente Maarssen, zoals vastgesteld op 16 december 2008, wordt ingetrokken.

6Het collegebesluit met betrekking tot de aanpassing van enkele beleidsregels IASZ, zoals vastgesteld door de colleges van Breukelen en Loenen op 20 juli 2010, wordt integraal ingetrokken.

Aldus vastgesteld in de collegevergadering van 3 juli 2012.

De secretaris, De burgemeester

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.