Gemeentelijke regelgeving

Verordening nadeelcompensatie gemeente Smallingerland 2023

Gemeente Smallingerland · geldt sinds 1 januari 2024

Aanhef

De raad van de gemeente Smallingerland;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2022;

gelet op de artikelen 108 en 149 van de Gemeentewet, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en afdeling 15.1 van de Omgevingswet;

besluit vast te stellen de:

Verordening nadeelcompensatie gemeente Smallingerland 2023

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

1Awb: Algemene wet bestuursrecht.

2bestuursorgaan: het orgaan dat het schadeveroorzakende besluit heeft genomen.

3bevoegd gezag: het college van burgemeester en wethouders, ingevolge artikel 15.8 van de omgevingswet bevoegd op een aanvraag om nadeelcompensatie te beslissen.

4derde-belanghebbende: degene die de activiteit verricht en met wie een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.3c, eerste lid, van de Omgevingswet is gesloten.

5gemeente: gemeente Smallingerland.

6onafhankelijke adviescommissie: een persoon of adviescommissie, die geen deel uitmaakt van of werkzaam is onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag, en die belast is met de advisering over het op de aanvraag te nemen besluit.

Artikel 2 Toepassingsbereik

1Deze verordening heeft betrekking op aanvragen om schadevergoeding als bedoeld in artikel 4:126 van de Awb, waarvan de aanvrager stelt dat die wordt veroorzaakt door een bestuursorgaan van de gemeente.

2Deze verordening heeft geen betrekking op aanvragen om schadevergoeding waarop een bijzondere regeling van toepassing is.

Artikel 3 Heffen recht

Voor het in behandeling nemen van de aanvraag om schadevergoeding wordt een recht van € 500 geheven.

Artikel 4 Aanvraagformulier

1Het bevoegd gezag stelt een (elektronisch) formulier beschikbaar voor een aanvraag om schadevergoeding.

2Een aanvraag om schadevergoeding bevat tenminste:

a.een aanduiding van de schadeveroorzakende gebeurtenis;

b.een opgave van de aard van de geleden of te lijden schade;

c.voor zover redelijkerwijs mogelijk, het bedrag van de schade en een specificatie daarvan;

d.een gebruiksovereenkomst of eigendomsakte.

3Een aanvraag om schadevergoeding wegens winst- of inkomstenderving of gederfde huurinkomsten bevat naast de in lid 2 genoemde bepalingen en voor zover van toepassing:

a.de jaarrekeningen over het jaar waarin schade is geleden;

b.de jaarrekeningen van de drie voorafgaande jaren aan het jaar waarin schade is geleden;

c.de aanslagen vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting;

d.een afschrift van de huurovereenkomst;

e.een uittreksel van de Kamer van Koophandel.

4Het bevoegd gezag kan voor een goede beoordeling van een aanvraag om meer gegevens verzoeken.

Artikel 5 Adviesaanvraag aan onafhankelijke commissie

1Bij de behandeling van een aanvraag om schadevergoeding kan geheel of gedeeltelijk advies worden ingewonnen bij een onafhankelijke adviescommissie.

2Advies als bedoeld in lid 1, wordt in ieder geval niet ingewonnen als:

a.de aanvraag naar het oordeel van het bevoegd gezag kennelijk ongegrond is, omdat zich kennelijk een weigeringsgrond voordoet als bedoeld in artikel 4:126, tweede lid, Awb;

b.de schade kennelijk niet kan worden toegerekend aan een door het bestuursorgaan genomen besluit of verrichte handeling;

c.al op voorhand overeenstemming met aanvrager en eventuele derde-belanghebbende is bereikt over de hoogte van het uit te betalen schadebedrag.

Artikel 6 Bepalingen over de onafhankelijke adviescommissie

1Een onafhankelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 5, lid 1, kan bestaan uit een of meer deskundigen.

2De leden van de onafhankelijke adviescommissie kunnen door het bevoegd gezag worden benoemd als lid van een:

a.vaste commissie voor een maximale termijn van vier jaar;

b.tijdelijke commissie voor advisering met betrekking tot een of meer aanvragen of onderdelen van de beoordeling van een aanvraag om schadevergoeding.

3Voorafgaand aan de advisering maakt het bevoegd gezag met de onafhankelijke adviescommissie nadere afspraken over de wijze van advisering, waarbij deze afspraken aan een ieder openbaar gemaakt worden.

Artikel 7 Procedure

1Het bevoegd gezag stelt de aanvrager en eventuele derde-belanghebbenden op de hoogte welke onafhankelijke adviescommissie over de aanvraag adviseert.

2De aanvrager en eventuele derde-belanghebbenden kunnen binnen twee weken na de mededeling als bedoeld in lid 1, schriftelijk en voldoende gemotiveerd een verzoek tot wraking van de onafhankelijke adviescommissie of één van haar leden bij het bevoegd gezag indienen.

3Het bevoegd gezag beslist binnen twee weken na het verstrijken van de termijn genoemd in lid 2 over een verzoek tot wraking.

4De aanvrager en eventuele derde-belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk hun zienswijze over de aanvraag naar voren te brengen.

5Een derde-belanghebbende hoeft niet bij de aanvraag te worden betrokken wanneer op grond van artikel 13.3d van de Omgevingswet:

a.de schadevergoeding redelijkerwijs voor rekening behoort te blijven van het bestuursorgaan;

b.de schadevergoeding voldoende op andere wijze is verzekerd.

Artikel 8 Uitbetaling

Bij gehele of gedeeltelijke toewijzing van een aanvraag om schadevergoeding, wordt de toegewezen schadevergoeding uiterlijk binnen vier weken na het onherroepelijk worden van het besluit op de aanvraag om schadevergoeding uitbetaald.

Artikel 9 Aanvraag voorschot

1Het bevoegd gezag kan op aanvraag een voorschot verlenen, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat schadevergoeding op een aanvraag als bedoeld in deze verordening zal worden toegewezen.

2De hoogte van het voorschot wordt door het bevoegd gezag bepaald en in de beschikking gemotiveerd.

3Artikel 4:95 en 4:96 van de Awb zijn op dit voorschot van toepassing.

Artikel 10 Intrekking oude regeling

De ‘Procedureverordening planschade’ wordt ingetrokken.

Artikel 11 Overgangsrechtelijke bepalingen

1Als het schadeveroorzakende besluit of de schadeveroorzakende handeling voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is genomen of verricht, geldt voor de behandeling van het verzoek om schadevergoeding de ‘Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade’, als bedoeld in artikel 10 tot maximaal vijf jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

2In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt dat, wanneer een procedure om een schadeveroorzakend besluit te nemen is gestart voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en is afgerond na de inwerkingtreding, dan start de termijn van vijf jaar op het moment dat het schadeveroorzakende besluit is genomen.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

1Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag van inwerking treden van de Omgevingswet;

2Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening nadeelcompensatie gemeente Smallingerland 2023.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.