Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 15 september 2026;
overwegende dat,
het wenselijk is vast te leggen op welke wijze het college invulling geeft aan zijn taken en bevoegdheden op het gebied van exploitatie, toezicht en handhaving, teneinde de kwaliteit van de kinderopvang te bevorderen, de veiligheid en gezondheid van kinderen te waarborgen en transparantie, rechtsgelijkheid, consistentie en evenredigheid in de uitvoering van toezicht en handhaving te bevorderen;
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en de artikelen 1.61, 1.65, 1.66, 1.72 en 1.81 van de Wet kinderopvang.
BESLUIT
vast te stellen de volgende beleidsregel:
Beleidsregel toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang van de gemeente Moerdijk
Leeswijzer
In deze beleidsregel is vastgelegd hoe het college de bevoegdheden op grond van de Wet kinderopvang toepast met betrekking tot exploitatie, toezicht en handhaving. Deze beleidsregel draagt bij aan:
•Een transparante uitvoering, doordat houders, toezichthouders, ouders en andere belanghebbenden vooraf inzicht hebben in de wijze, waarop het college zijn bevoegdheden toepast;
•Rechtsgelijkheid, doordat vergelijkbare situaties op een vergelijkbare wijze worden beoordeeld;
•Het bevorderen van kwalitatief goede, veilige en verantwoorde kinderopvang.
Hoofdstuk 1 beschrijft het belang van kwaliteit in de kinderopvang. In hoofdstuk 2 wordt het wettelijke kader uiteengezet. Hoofdstuk 3 gaat in op de exploitatie van kinderopvangvoorzieningen, waaronder het starten van een voorziening en het doorgeven van wijzigingen. In hoofdstuk 4 wordt de uitvoering van het toezicht beschreven, inclusief het herstelaanbod, risicogestuurd toezicht en signaalgestuurd toezicht. Hoofdstuk 5 bevat het handhavingsbeleid en beschrijft welke maatregelen het college kan inzetten wanneer niet aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.
Als bijlage bij deze beleidsregel is het Afwegingsmodel Handhaving opgenomen. Hierin is onder meer uitgewerkt welke handhavingsmaatregelen het college in beginsel toepast, welke hersteltermijnen daarbij gelden, hoe financiële sancties worden vastgesteld en op welke wijze verhoging of matiging van sanctiebedragen plaatsvindt.
Deze beleidsregel is gebaseerd op de modelleidraad van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Ook zijn relevante onderdelen uit de bijbehorende oplegnotitie, de factsheet evenredigheidstoets en de uitvoeringsinstructies van de VNG betrokken bij de totstandkoming van deze beleidsregel.
Ten opzichte van de VNG-modelleidraad kiest het college voor een meer terughoudende toepassing van bestuurlijke boetes. Daarnaast wordt bij de bepaling van de omvang van een organisatie een ruimere systematiek gehanteerd, hetgeen in bepaalde gevallen kan leiden tot lagere boetebedragen.
Voor houders die in meerdere gemeenten kinderopvangvoorzieningen exploiteren, is voorspelbaarheid en eenduidigheid in toezicht en handhaving van groot belang. Het college zet daarom in op regionale afstemming. Deze beleidsregel draagt bij aan een meer uniforme uitvoering van toezicht en handhaving binnen de regio West-Brabant.
Bijlage: Afwegingsmodel Handhaving
In deze beleidsregel zijn de uitgangspunten voor de exploitatie, het toezicht en de handhaving van de kinderopvang vastgelegd. In deze bijlage is opgenomen op welke wijze het college zijn handhavingsbevoegdheden toepast wanneer een overtreding wordt vastgesteld. Het afwegingsmodel geeft richting aan de keuze van de passende handhavingsmaatregel.
Herstelaanbod
De toezichthouder kan een houder de gelegenheid bieden om geconstateerde overtredingen tijdens de onderzoeksperiode te herstellen (herstelaanbod). Wanneer de overtreding is hersteld of binnen afzienbare termijn zal worden hersteld, kan het college afzien van een herstelmaatregel. Blijft herstel uit, dan kan het college herstellend handhaven om naleving van de kwaliteitseisen te bewerkstelligen.
Herstellend handhaven
Bij herstellende handhaving kan het college een aanwijzing opleggen. In de aanwijzing wordt vastgelegd welke maatregelen de houder binnen welke termijn moet treffen om weer aan de kwaliteitseisen te voldoen. Een aanwijzing kan daarnaast een nadere invulling geven aan wettelijke voorschriften voor de specifieke situatie.
Indien een aanwijzing onvoldoende effect heeft, kan het college een last onder dwangsom opleggen. Hiermee wordt de houder financieel geprikkeld om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen.
Wanneer ook een last onder dwangsom niet leidt tot duurzaam herstel, kan het college een exploitatieverbod opleggen. Bij ernstige tekortkomingen, waardoor geen sprake is van verantwoorde kinderopvang, kan het college direct tot een exploitatieverbod besluiten.
Indien na een tijdelijke sluiting niet wordt voldaan aan de kwaliteitseisen, kan het college de toestemming tot exploitatie intrekken. In uitzonderlijke gevallen kan het college ook direct tot intrekking overgaan.
Het college beoordeelt per geval welke handhavingsmaatregel passend, noodzakelijk en evenredig is. Daarbij worden de aard en ernst van de overtreding, de omstandigheden van het geval, de locatie en de nalevingshistorie van de houder betrokken. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan het college direct een zwaardere handhavingsmaatregel inzetten.
Prioritering van overtredingen
Voor de toepassing van toezicht en handhaving onderscheidt het college overtredingen met grote, gemiddelde en lichte tot matige gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang.
De ernst van een overtreding is medebepalend voor de wijze van handhaving en de termijn waarbinnen herstel moet plaatsvinden. Daarbij geldt als uitgangspunt dat overtredingen met grotere gevolgen sneller moeten worden beëindigd dan overtredingen met beperktere gevolgen.
Een overtreding wordt in ieder geval als ernstig aangemerkt wanneer sprake is van één of meer van de onderstaande kenmerken:
Criterium
Toelichting
Risico voor de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van kinderen
De mate waarin de overtreding gevolgen heeft of kan hebben voor de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van kinderen, bijvoorbeeld door onvoldoende toezicht, ontbrekende VOG's, onveilige ruimtes, tekortkomingen op het gebied van hygiëne of brandveiligheid. De opvang moet veilig, gezond en pedagogisch verantwoord zijn.
Mate van verwijtbaarheid (schuld)
De mate waarin de houder of gastouder verantwoordelijk kan worden gehouden voor het ontstaan of voortbestaan van de overtreding. Hierbij wordt onder meer gekeken of de overtreding voorkomen had kunnen worden en of passende maatregelen zijn genomen. Bijvoorbeeld onvoldoende scholing.
Recidive
De overtreding is eerder vastgesteld of er is sprake van een patroon van vergelijkbare overtredingen.
Duur en omvang van de overtreding
De periode waarin de overtreding heeft voortgeduurd, het aantal betrokken kinderen en de mate waarin de situatie heeft kunnen voortbestaan zonder ingrijpen.
Gevolgen voor de continuïteit van de opvang
De overtreding is zodanig ernstig dat de opvang niet verantwoord kan worden voortgezet of dat sluiting van de voorziening noodzakelijk kan zijn. Bijvoorbeeld structureel personeelstekort.
Nalevingsgedrag van de houder
De mate waarin de houder meewerkt aan toezicht en herstel. Hierbij wordt onder meer gekeken naar het opvolgen van aanwijzingen en bevelen, het verstrekken van informatie en het tijdig melden van wijzigingen.
Gevolgen voor ouders en kinderen
De gevolgen van de overtreding voor ouders en kinderen, bijvoorbeeld wanneer intrekking van de toestemming tot exploitatie gevolgen heeft voor de beschikbaarheid van opvang of het recht op kinderopvangtoeslag.
Maatschappelijke impact en vertrouwen
De mate waarin de overtreding het vertrouwen in de kinderopvang kan schaden of raakt aan een belangrijk maatschappelijk belang.
Van een overtreding met gemiddelde gevolgen is sprake wanneer de overtreding niet direct leidt tot risico's voor de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van kinderen, maar wel afbreuk doet aan de kwaliteit van de kinderopvang. De gevolgen van deze overtredingen kunnen zich met name op de langere termijn manifesteren.
Van een overtreding met lichte tot matige gevolgen is sprake wanneer de tekortkoming slechts beperkte invloed heeft op de kwaliteit van de kinderopvang en geen direct risico vormt voor de veiligheid, gezondheid of ontwikkeling van kinderen. Deze overtredingen verstoren de dagelijkse opvang niet of nauwelijks.
Bij de beoordeling van de ernst van een overtreding sluit het college in beginsel aan bij de prioritering die is opgenomen in de tabellen behorende bij het Afwegingsmodel handhaving. Het college kan, gelet op de feiten en omstandigheden van het geval, gemotiveerd van deze prioritering afwijken.
Hersteltermijnen
Een spoedig herstel van overtredingen is van belang om de kwaliteit en veiligheid van de kinderopvang te waarborgen. Daarom gelden de volgende uitgangspunten voor de hersteltermijnen:
•Overtredingen met grote gevolgen worden in beginsel direct, dan wel binnen maximaal 7 dagen, beëindigd;
•Overtredingen met gemiddelde gevolgen worden in beginsel binnen maximaal 14 dagen hersteld;
•Overtredingen met lichte tot matige gevolgen worden in beginsel binnen maximaal 21 dagen hersteld.
Het college beoordeelt per overtreding welke hersteltermijn, gelet op de aard en ernst van de overtreding en de omstandigheden van het geval, passend en noodzakelijk is.
Sanctiebedragen
Voor de hoogte van dwangsommen en bestuurlijke boetes sluit het college aan bij de boetecategorieën als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Gelet op de ernst van overtredingen van de kwaliteitseisen in de kinderopvang wordt in hoofdzaak aangesloten bij de tweede, derde en vierde categorie. Voor de gastouderopvang gelden afwijkende bedragen, die rekening houden met de aard en omvang van deze vorm van opvang.
De in de tabellen opgenomen bedragen gelden per overtreden voorschrift. In sommige gevallen is voor de last onder dwangsom een hogere categorie opgenomen dan voor de bestuurlijke boete. Hierbij geldt dat een bestuurlijke boete wordt opgelegd voor een reeds begane overtreding, terwijl het verbeuren van een dwangsom kan worden voorkomen door tijdig aan de opgelegde last te voldoen.
Per inspectieonderzoek beperkt het college het aantal financiële sancties tot maximaal vier overtredingen van hetzelfde voorschrift.
De in het afwegingsmodel opgenomen bedragen gelden als uitgangspunt bij een eerste overtreding. De aard en ernst van de overtreding bepalen de toepasselijke categorie. Bij recidive wordt het maximale sanctiebedrag in beginsel verdubbeld. Daarbij beoordeelt het college steeds of de op te leggen sanctie, gelet op de omstandigheden van het geval, evenredig en proportioneel is.
Dwangsommen
Bij het bepalen van de hoogte van een dwangsom sluit het college aan bij de sanctiebedragen die in deze bijlage zijn opgenomen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de dwangsom voldoende hoog moet zijn om naleving van de kwaliteitseisen af te dwingen. De dwangsom moet zodanig worden vastgesteld dat het voor de houder financieel aantrekkelijker is de overtreding te beëindigen dan de dwangsom te verbeuren.
Voor een voorziening voor gastouderopvang geldt als uitgangspunt dat het maximale dwangsombedrag gelijk is aan het bedrag van de eerste categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Bij recidive wordt dit maximumbedrag in beginsel verdubbeld.
Kindercentrum
Overtredingen binnen het domein ‘Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving’ hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang.
Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving
Administratie
de derde categorie
Maatregelen aanpak A-ziekten
de derde categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Pedagogisch klimaat’ hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang.
Pedagogisch klimaat
Pedagogisch beleid
de derde categorie
Pedagogische praktijk
de derde categorie
Voorschoolse educatie
de derde categorie
Inzet pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie
de derde categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Personeel en groepen’ hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang.
Personeel en groepen
Verklaring Omtrent Gedrag en personenregister kinderopvang
de derde categorie
Opleidingseisen
de derde categorie
Aantal beroepskrachten
de derde categorie
Eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires
de derde categorie
Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
de tweede categorie
Stabiliteit van de opvang voor kinderen
de tweede categorie
Voertaal
de tweede categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Veiligheid en gezondheid’ hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang.
Veiligheid en gezondheid
Veiligheids- en gezondheidsbeleid
de tweede categorie
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
de tweede categorie
Meld- overleg- en aangifteplicht
de tweede categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Accommodatie’ worden in beginsel aangemerkt als overtredingen met gemiddelde gevolgen. Indien de overtreding leidt tot een acuut risico voor de veiligheid of gezondheid van kinderen, wordt deze aangemerkt als een overtreding met grote gevolgen.
Accommodatie
Eisen aan ruimtes
de tweede categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Ouderrecht’ hebben lichte tot matige gevolgen voor de kwaliteit van de kinderopvang.
Ouderrecht
Informatie
de tweede categorie
Oudercommissie
de tweede categorie
Klachten en geschillen
de tweede categorie
Gastouderbureau
Overtredingen binnen het domein ‘Personeel’ hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van de opvang.
Personeel
Verklaring Omtrent Gedrag en personenregister kinderopvang
de derde categorie per ontbrekende VOG, inschrijving en/of koppeling
Personeelsformatie per gastouder
de tweede categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Veiligheid en gezondheid’ hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van de opvang.
Veiligheid en gezondheid
Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
de tweede categorie
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
de tweede categorie
Meld- overleg- en aangifteplicht
de tweede categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht’ hebben grote gevolgen voor de kwaliteit van de opvang.
Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht
Kwaliteitscriteria
de tweede categorie
Administratie gastouderbureau
de tweede categorie
Overtredingen binnen het domein ‘Ouderrecht’ hebben lichte tot matige gevolgen voor de kwaliteit van de opvang.
Ouderrecht
Informatie
de tweede categorie
Oudercommissie
de tweede categorie
Klachten en geschillen
de tweede categorie
Bestuurlijke boete
Voor een aantal overtredingen legt het college, naast een herstelsanctie, in beginsel altijd een bestuurlijke boete op. Deze overtredingen zijn opgenomen in de tabel Directe boete.
Voor andere overtredingen geldt dat het college in beginsel een bestuurlijke boete oplegt bij een herhaalde constatering. Voor de overige overtredingen beoordeelt het college per geval of naast een herstelsanctie ook een bestuurlijke boete wordt opgelegd. Dit is uitgewerkt in onderstaande tabellen.
De bestuurlijke boete wordt opgelegd per overtreden voorschrift. In de tabellen zijn de maximale boetebedragen opgenomen, uitgedrukt in de categorieën als bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze bedragen gelden als uitgangspunt bij een eerste overtreding. Bij recidive wordt het maximale boetebedrag in beginsel verdubbeld.
Bij het bepalen van de hoogte van de bestuurlijke boete houdt het college rekening met:
•De omvang van de organisatie;
•De ernst van de overtreding;
•De mate van verwijtbaarheid;
•De omstandigheden waaronder de overtreding is begaan.
Het uiteindelijke boetebedrag is het bedrag dat resteert na toepassing van een eventuele matiging. Voor matiging van een bestuurlijke boete wordt van de overtreder een actieve houding verwacht. De houder dient bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot matiging aannemelijk te maken en, waar mogelijk, met relevante stukken te onderbouwen.
Matiging van boetes en bepaling van de omvang van de organisatie
Wanneer met één feitelijke gedraging meerdere overtredingen worden begaan, legt het college in beginsel alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding waarvoor het hoogste boetebedrag geldt. Vervolgens wordt de hoogte van de boete bepaald aan de hand van de omvang van de organisatie.
Voor kindercentra is de registratie in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) bepalend voor de omvang van de organisatie. Daarbij wordt uitgegaan van het totale aantal geregistreerde kindplaatsen van de houder binnen de organisatie. Voor buitenschoolse opvang geldt dat twee geregistreerde kindplaatsen worden meegeteld als één kindplaats voor de bepaling van de organisatieomvang.
Voor gastouderbureaus kan de omvang van de organisatie niet rechtstreeks uit het LRK worden afgeleid. Daarom wordt in beginsel uitgegaan van het in het afwegingsmodel opgenomen sanctiebedrag. Indien het aantal door het gastouderbureau bemiddelde kinderen ten tijde van de overtreding bekend is, kan voor de bepaling van het boetebedrag worden aangesloten bij de systematiek voor kindercentra. Daarbij geldt:
•Klein: minder dan 51 kinderen;
•Middelgroot: 51 tot en met 150 kinderen;
•Groot: meer dan 150 kinderen.
Voor voorzieningen voor gastouderopvang wordt het toepasselijke sanctiebedrag in beginsel gehalveerd.
De omvang van de organisatie wordt als volgt vastgesteld:
Organisatie
Omvang
Boetebedrag
Grote organisatie
Meer dan 400 kindplaatsen
100% boetebedrag
Middelgrote organisatie
Van 100 tot 400 kindplaatsen
2/3 boetebedrag
Kleine organisatie
Minder dan 100 kindplaatsen
1/3 boetebedrag
Gastouderbureau
Betrokken kinderen onbekend
100% boetebedrag
Gastouderbureau
<51, 51-150, >150
1/3, 2/3, of 100% boetebedrag
Gastouderopvang
Bij vraagouder (woonadres kind)
½ boetebedrag
Gastouderopvang
Bij gastouder, adres gastouder
Boetebedrag
Directe boete
Algemeen
Kindercentrum en GOB
Gastouders
Exploitatie zonder toestemming college
de vierde categorie
de derde categorie
Aanbieden kinderopvang zonder schriftelijke overeenkomst
de derde categorie
Schenden medewerkingsplicht
de derde categorie
de tweede categorie
Niet opvolgen bevel
de vierde categorie
de derde categorie
Overtreden exploitatieverbod
de vierde categorie
de tweede categorie
Niet (tijdig) melden wijzigingen
de tweede categorie
Directe boete bij herhaalde constatering
Personeel en groepen
Kindercentrum en GOB
Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)
de tweede categorie per ontbrekende VOG
Personenregister Kinderopvang
de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling
Beroepskrachtkind-ratio (BKR)
de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht
Op de uren dat niet tenminste de helft van het conform de BKR benodigde aantal beroepskrachten is ingezet.
de helft van het bedrag genoemd bij de tweede categorie per ontbrekende beroepskracht
Kwalificatie
Het benodigde diploma, certificaat, enz.
de tweede categorie per ontbrekende kwalificatie
Gastouders - Personeel en groepen
Verklaring Omtrent Gedrag (VOG)
de eerste categorie per ontbrekende VOG
Groepsgrootte en groepssamenstelling
de eerste categorie per overtreding
Kwalificatie
Het benodigde diploma, certificaat, enz.
de eerste categorie per ontbrekende kwalificatie
Kwaliteit gastouderbureau
Pedagogische praktijk
Begeleiding en ondersteuning van de gastouder
Uitvoering pedagogisch beleid door gastouders leidt tot verantwoorde gastouderopvang.
de tweede categorie per VGO waar onvoldoende is toegezien op de kwaliteit van opvang en/of de begeleiding tekortschiet
Het gastouderbureau voldoet niet aan zijn zorgplicht:
De samenstelling van de groep kinderen bij de gastouder
de tweede categorie per VGO waar de groepsgrootte en/of samenstelling niet voldoet
Verklaring Omtrent Gedrag en personenregister kinderopvang:
Inschrijving en koppeling gastouder, huisgenoten en structureel aanwezigen
de tweede categorie per ontbrekende inschrijving en/of koppeling
Veiligheid en gezondheid:
Inventarisatie van risico’s voorzieningen voor gastouderopvang
de tweede categorie
Overige overtredingen waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd
Overige kwaliteitseisen
Niet opvolgen aanwijzing
de derde categorie, voor gastouder tweede categorie
Eisen ruimtes gastouderopvang:
De houder van een gastouderbureau toetst aantoonbaar jaarlijks op naleving van deze eisen
de tweede categorie per VGO waar niet is voldaan aan deze kwaliteitseisen en niet aantoonbaar is getoetst op de naleving
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
de tweede categorie per gastouder waar de kennis en het gebruik van de handelwijze uit de meldcode niet is bevorderd
Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
de derde categorie