Gemeentelijke regelgeving

Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden

Gemeente Leiden · geldt sinds 1 januari 2025

Aanhef

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas, ieder voor zover de eigen gemeente bevoegd,

Overwegende dat:

-de Wet veiligheidsregio’s bepaalt dat de colleges van burgemeester en wethouders uit een regio een gemeenschappelijke regeling treffen, waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld met de aanduiding veiligheidsregio;

-deze wet beoogt een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige organisatie van de brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder één regionale bestuurlijke regie te realiseren;

-in de wet de omvang van de veiligheidsregio Hollands Midden is bepaald en deze bestaat uit het grondgebied van de achttien deelnemende gemeenten;

-de inwerkingtreding van de Wijzigingswet meldkamers per 1 juli 2020;

-de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022 is gewijzigd en gemeenschappelijke regelingen uiterlijk 1 juli 2024 dienen te voldoen aan de gewijzigde wet;

-per 1 januari 2025 GHOR Hollands Midden moet zijn ondergebracht binnen de organisatiestructuur van de Veiligheidsregio;

-dat daarnaast nog andere wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling dienen te worden aangebracht als gevolg van externe en interne ontwikkelingen in wet- en regelgeving en de organisatie van de veiligheidsregio;

-dit aanleiding geeft om de vigerende gemeenschappelijke regeling op onderdelen aan te passen en te actualiseren;

Gelet op:

de Wet veiligheidsregio’s, de Wet publieke gezondheid, de Politiewet 2012, de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet, de Archiefwet 1995, Wet openbare manifestaties en de Wet open overheid, mede gelet op de door elk van de raden der achttien gemeenten in verleende toestemming als bedoeld in het vierde lid van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

de toestemming van de gemeenteraden van Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Krimpenerwaard, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten, Waddinxveen, Zoeterwoude en Zuidplas, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen,

Besluiten:

de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden te wijzigen, waardoor deze als volgt komt te luiden:

“Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden”

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

1Onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s, wordt in deze regeling verstaan onder:

a.Veiligheidsregio: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

b.regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Hollands Midden;

c.deelnemende gemeente: een aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeente;

d.politiechef: de politiechef van de eenheid Den Haag van de landelijke politieorganisatie, of het lid van de eenheidsleiding daartoe aangewezen namens de politiechef;

e.GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied.

f.geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing door daartoe aangesteld personeel, als onderdeel van een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines, door tussenkomst van een meldkamer;

g.minister: de minister van Justitie en Veiligheid;

h.commissaris van de koning: de commissaris van de koning in de provincie Zuid-Holland;

i.gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland;

j.colleges: colleges van burgemeester en wethouders;

k.bestuur: het algemeen bestuur, dagelijks bestuur en voorzitter van de Veiligheidsregio Hollands Midden;

l.Hecht: de Gemeenschappelijke Regeling Hecht;

m.Meldkamerfunctie: het ontvangen, registreren en beoordelen van meldingen waarbij wordt gevraagd om acute inzet van brandweer, politie of Koninklijke marechaussee, en om inzet van ambulancezorg, het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten;

n.Meldkamer: de fysieke plaats waar de meldkamerfunctie wordt uitgevoerd;

o.Ingestelde commissie: een commissie ingesteld op grond van artikel 27 van deze regeling.

2Daar waar in deze regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de gemeenteraad, het college en de burgemeester, onderscheidenlijk: de Veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Artikel 2 Openbaar lichaam

1Er is een openbaar lichaam, genaamd: Veiligheidsregio Hollands Midden. Het openbaar lichaam bezit rechtspersoonlijkheid en is ingesteld op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s.

2Het openbaar lichaam, hierna te noemen ‘de Veiligheidsregio’, is gevestigd te Leiden.

3Het gebied waarvoor deze regeling geldt betreft de regio Hollands Midden zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.

Artikel 3 Bestuursorganen

De Veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen:

a.het algemeen bestuur;

b.het dagelijks bestuur;

c.de voorzitter.

Hoofdstuk 2 Belangen, taken en bevoegdheden

Artikel 4 Belangen

De Veiligheidsregio behartigt de gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten op de volgende terreinen:

a.de brandweerzorg;

b.de GHOR;

c.de samenwerking bij de gemeentelijke crisisbeheersing en rampenbestrijding;

d.de multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Artikel 5 Taken en bevoegdheden

1Ter behartiging van de in artikel 4 genoemde gemeenschappelijke belangen is de Veiligheidsregio belast met de uitvoering van de volgende taken en bevoegdheden:

a.het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises;

b.het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises;

c.het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de brandweerzorg;

d.het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

e.het instellen en in stand houden van een brandweer;

f.het instellen en in stand houden van een GHOR;

g.het voorzien in de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening;

h.het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel;

i.het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij de onder d, e, f, en g genoemde taken.

2Indien ten gevolge van wijziging van wettelijke regelingen, de uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid gaan strekken ter uitvoering van een andere regeling dan ter uitvoering waarvan zij ten tijde van het van kracht worden van deze regeling strekten, dan wel indien in deze werkzaamheden ten gevolge van een dergelijke wijziging veranderingen optreden, blijven zij, voor zover hun strekking en omvang door hun wijziging niet wezenlijk veranderen, behoren tot de taken die in het genoemde lid aan de Veiligheidsregio zijn opgedragen.

Artikel 6 Overige bevoegdheden en plichten

Waar in wettelijke regelingen, op grond waarvan de taken aan de Veiligheidsregio zijn overgedragen, bevoegdheden van regeling en bestuur zijn toegekend aan de gemeente, de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, of plichten zijn opgelegd, komen die bevoegdheden toe en rusten die plichten op onderscheidenlijk de Veiligheidsregio, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter, tenzij de wettelijke regelingen anders bepalen een en ander behoudens hetgeen bepaald is in artikel 30, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Hoofdstuk 3 Het algemeen bestuur

Artikel 7 Samenstelling

1Het algemeen bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.

2Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt zodra een lid ophoudt burgemeester te zijn van de gemeente die hij vertegenwoordigt.

3Een burgemeester kan zich bij verhindering of ontstentenis laten vervangen door de locoburgemeester.

Artikel 8 De werkwijze

1Het algemeen bestuur vergadert ten minste twee maal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig oordelen, dan wel indien ten minste één vijfde van het aantal leden, onder opgaaf van redenen, schriftelijk daarom verzoekt.

2Op het houden van de vergaderingen van het algemeen bestuur zijn de artikelen 22 en 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing.

3De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Ten aanzien van het houden van een vergadering achter gesloten deuren zijn de artikelen 23 tot en met 25 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

4De commandant van de regionale brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris wonen als adviseurs de vergaderingen van het algemeen bestuur bij.

5De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de voorzitter van het waterschap binnen welks grondgebied de Veiligheidsregio is gelegen, worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering van het algemeen bestuur. De voorzitters van de betrokken waterschappen bepalen onderling wie er deelneemt aan de vergadering.

6De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het algemeen bestuur.

7De commissaris van de koning wordt uitgenodigd om bij de vergadering van het algemeen bestuur aanwezig te zijn.

Artikel 9 Inlichtingen en verantwoording

1Indien het bestuur van de regeling en ingestelde commissies over informatie beschikken, waarbij zij inschatten dat de raden van de deelnemende gemeenten die informatie nodig hebben voor de uitoefening van hun taken, delen zij die door rechtstreekse schriftelijke verzending aan de raden van de deelnemende gemeenten of mededeling in een raadsinformatiebijeenkomst bij alle deelnemende gemeenten.

2Het bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd schriftelijk alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. Hieronder vallen in ieder geval vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur.

3Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.

4Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd.

5Een lid van het algemeen bestuur is de raad van eigen gemeente met inachtneming van artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

6De vergaderstukken en verslagen van het algemeen bestuur worden actief openbaar gemaakt overeenkomstig het bepaalde in de Wet open overheid.

Artikel 10 Reglement van orde

1Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde op.

2Het reglement van orde wordt aan de deelnemende gemeenten gezonden.

Artikel 11 De besluitvorming en burgerparticipatie

1Het aantal stemmen dat door een lid in de vergadering van het algemeen bestuur wordt uitgebracht is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente waaruit het lid afkomstig is. Het aantal uit te brengen stemmen per lid bedraagt voor de gemeenten met een inwoneraantal:

a.beneden 20.000: 1 stem;

b.van 20.000 tot 40.000: 2 stemmen;

c.van 40.000 tot 60.000: 3 stemmen;

d.van 60.000 tot 80.000: 4 stemmen;

e.van 80.000 tot 100.000: 5 stemmen;

f.van 100.000 en meer: 6 stemmen.

2Voor de vaststelling van het aantal inwoners van de deelnemende gemeenten wordt uitgegaan van de per 1 januari van het voorafgaande jaar door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

3Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.

4Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.

5Indien deze regeling of de wet dat bepaalt, of indien het algemeen bestuur dat in voorkomende gevallen nodig acht, worden besluiten van het algemeen bestuur vooraf voor zienswijzen voorgelegd aan de vertegenwoordigende organen.

6Voor inspraak van ingezetenen en belanghebbenden over de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van één van de bestuursorganen van het openbaar lichaam kunnen ingezetenen en belanghebbenden gebruik maken van de bestaande mogelijkheden volgens de regelingen van de gemeente waarin zij woonachtig/gevestigd zijn.

Artikel 12 Taken en bevoegdheden

1Het algemeen bestuur heeft met betrekking tot de aan de Veiligheidsregio opgedragen taken alle bevoegdheden en verricht alle taken voor zover deze niet bij of krachtens wettelijke regeling aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn op- of overgedragen.

2Het algemeen bestuur kan, binnen het kader van de belangen zoals omschreven in artikel 4, besluiten tot het oprichten en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan. Artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen is hierop van toepassing.

3Het algemeen bestuur kan taken en bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur en de voorzitter. Niet kan worden overgedragen de bevoegdheid tot:

a.het vaststellen en wijzigingen van de begroting;

b.het vaststellen van de jaarrekening;

c.het vaststellen en wijzigen van jaarplannen;

d.het vaststellen en wijzigen van verordeningen;

e.het doen van voorstellen tot het wijzigen van de regeling;

f.het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de Veiligheidsregio en een ander openbaar lichaam, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;

g.het oprichten en deelnemen in stichtingen, maatschappijen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan;

h.het vaststellen en wijzigen van het beleidsplan;

i.het vaststellen en wijzigen van het risicoprofiel;

j.het vaststellen en wijzigen van het crisisplan;

k.het oprichten en deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelname daaraan, zoals bedoeld in het tweede lid.

4Het algemeen bestuur kan besluiten het functioneren van de regeling te evalueren. Voorafgaande aan de uitvoering van de evaluatie worden het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie door het algemeen bestuur, gehoord de besturen van de deelnemende gemeenten, bepaald.

Artikel 13 Het beleidsplan

1Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaren een beleidsplan vast, waarin het beleid is vastgesteld ten aanzien van de taken van de Veiligheidsregio.

2Het beleidsplan omvat in ieder geval:

a.een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de diensten en organisaties van de veiligheidsregio, en van de politie, alsmede van de gemeenten in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing;

b.een uitwerking, met inachtneming van de omstandigheden in de Veiligheidsregio, van de door de minister vastgestelde landelijke doelstellingen ten aanzien rampenbestrijding en crisisbeheersing;

c.een informatieparagraaf waarin een beschrijving wordt gegeven van de informatievoorziening binnen en tussen de onder a. bedoelde diensten en organisaties;

d.een oefenbeleidsplan;

e.een beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie, bedoeld in artikel 5, eerste lid onder b. van deze regeling;

f.de voor de brandweer geldende opkomsttijden en een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen, noodzakelijk voor de brandweer om daaraan te voldoen;

3Het beleidsplan wordt afgestemd met de beleidsplannen van de aangrenzende veiligheidsregio’s en van de betrokken waterschappen en het beleidsplan van de regionale eenheid van politie.

Artikel 14 Het risicoprofiel

1Het beleidsplan in artikel 13 is mede gebaseerd op een door het algemeen bestuur vastgesteld risicoprofiel.

2Het risicoprofiel bestaat uit:

a.een overzicht van de risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden;

b.een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich in de Veiligheidsregio kunnen voordoen, en

c.een analyse waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen.

3Het algemeen bestuur stelt het risicoprofiel vast na overleg met de raden van de deelnemende gemeenten, waarbij het algemeen bestuur de raden tevens verzoekt hun wensen kenbaar te maken omtrent het in het beleidsplan op te nemen beleid.

4Het algemeen bestuur nodigt voor de vaststelling van het risicoprofiel in ieder geval de door de korpschef daartoe aangewezen ambtenaren van politie, de besturen van de betrokken waterschappen en door de minister daartoe aangewezen functionarissen uit hun zienswijze ter zake kenbaar te maken.

5Het algemeen bestuur nodigt ten minste eenmaal per jaar de bij mogelijke rampen en crises in de regio betrokken partijen uit voor een gezamenlijk overleg over de risico’s in de regio.

Artikel 15 Het crisisplan

1Het algemeen bestuur stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een crisisplan vast, waarin ieder geval de organisatie, de verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing worden beschreven.

2Het crisisplan omvat een beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, de taken en bevoegdheden met betrekking tot de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen inzake de rampenbestrijding en de crisisbeheersing, alsmede van de afspraken die zijn gemaakt met andere bij mogelijke rampen en crises betrokken partijen.

3Het crisisplan is in ieder geval afgestemd met crisisplannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende veiligheidsregio’s.

4Het algemeen bestuur zendt het vastgestelde crisisplan aan de commissaris van de koning.

Hoofdstuk 4 Het dagelijks bestuur

Artikel 16 Samenstelling

1Het dagelijks bestuur bestaat uit:

a.de voorzitter van het algemeen bestuur;

b.minimaal vier en maximaal zeven leden, aan te wijzen door en uit het algemeen bestuur. Bij de aanwijzing wordt rekening gehouden met de geografische spreiding van de gemeenten waaruit de leden afkomstig zijn.

2De leden van het dagelijks bestuur worden voor vier jaar benoemd en aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur na de gemeenteraadsverkiezingen.

3Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wijst het algemeen bestuur in de eerstvolgende vergadering een nieuw lid aan.

4Het algemeen bestuur hoeft van de bevoegdheid bedoeld in het derde lid, geen gebruik te maken wanneer er nog minimaal vijf leden (inclusief voorzitter) zijn van het dagelijks bestuur.

Artikel 17 Werkwijze

1Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dat nodig acht of wanneer twee leden daarom schriftelijk, onder opgaaf van redenen, verzoeken.

2Op het houden van de vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 52 tot en met 60 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

3De commandant van de regionale brandweer, de directeur publieke gezondheid en de coördinerend functionaris wonen als adviseurs de vergaderingen van het dagelijks bestuur bij.

4De hoofdofficier van justitie, de politiechef en de voorzitter van het waterschap binnen welks grondgebied de Veiligheidsregio is gelegen worden uitgenodigd deel te nemen van de vergadering van het dagelijks bestuur. De voorzitters van de betrokken waterschappen bepalen onderling wie er deelneemt aan de vergadering.

5De voorzitter nodigt andere functionarissen wier aanwezigheid in verband met de te behandelen onderwerpen van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur.

Artikel 18 Inlichtingen, verantwoording en ontslag

1De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hen gevoerde beleid.

2De leden van het dagelijks bestuur geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

3De leden van het dagelijks bestuur geven tezamen dan wel afzonderlijk aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

4Een lid van het dagelijks bestuur – behalve de voorzitter – kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. In dit geval zijn de artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

5Besluitenlijsten en andere documenten van het dagelijks bestuur worden openbaar gemaakt overeenkomstig de bepalingen uit de Wet open overheid.

Artikel 19 Reglement van orde

1Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde op.

2Het reglement van orde wordt aan de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur gezonden.

Artikel 20 De werkwijze

1Elk lid van het dagelijks bestuur heeft in de vergadering één stem.

2De artikelen 28, eerste tot en met derde lid, 29, en 30 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.

3De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.

Artikel 21 Taken en bevoegdheden

1Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de voorbereiding en uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur.

2Het dagelijks bestuur oefent toezicht uit op al hetgeen de Veiligheidsregio aangaat.

3Het dagelijks bestuur beheert de inkomsten en uitgaven van de Veiligheidsregio.

4Het dagelijks bestuur oefent de bevoegdheden uit die door het algemeen bestuur en krachtens de regeling aan hem zijn opgedragen.

5Het dagelijks bestuur besluit over:

a.het voeren van rechtsgedingen door de Veiligheidsregio daaronder begrepen het al dan niet instellen van hoger beroep;

b.het berusten in een tegen de Veiligheidsregio ingestelde rechtsvordering.

Hoofdstuk 5 De voorzitter

Artikel 22 Aanwijzing en vervanging

1De voorzitter als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen is de burgemeester die als zodanig is aangewezen op grond van artikel 11 Wet veiligheidsregio’s.

2Het algemeen bestuur benoemt een vervanger op grond van artikel 11, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Hetgeen in de regeling ten aanzien van de voorzitter is bepaald, vindt mede toepassing ten aanzien van de vervanger.

3De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

Artikel 23 Inlichtingen en verantwoording

1De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig voor het door hem gevoerde beleid.

2De voorzitter geeft ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem te voeren en gevoerde bestuur nodig is.

3De voorzitter geeft aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

4De voorzitter verstrekt de minister op diens verzoek informatie over de wijze waarop de Veiligheidsregio haar taken uitvoert.

Artikel 24 Taken en bevoegdheden

1De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen en dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd. Artikel 273 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van door het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur genomen besluiten.

2De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan.

3De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in en buiten rechte. Hij kan het vertegenwoordigen van de Veiligheidsregio opdragen aan een door hem aan te wijzen gemachtigde.

4Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente die partij is in een geding waarbij de Veiligheidsregio is betrokken, oefent een door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid uit haar midden die in het derde lid genoemde bevoegdheid uit.

Artikel 25 Rol voorzitter bij bovenlokale rampen en crises

1Ingeval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter ten behoeve van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de betrokken gemeenten bij uitsluiting bevoegd toepassing te geven aan de artikelen 4, 5, 6 en 7 van de Wet veiligheidsregio’s, aan artikel 11, 14 eerste lid, 56 eerste en vierde lid, en artikel 62 van de Politiewet 2012, aan de artikelen 172 tot en met 177 van de Gemeentewet, met uitzondering van artikel 176, derde tot en met zesde lid, en artikelen 5, 6, 7, 8 en 9 van de Wet openbare manifestaties.

2De voorzitter roept een regionaal beleidsteam bijeen, dat bestaat uit de burgemeesters van de gemeenten die betrokken zijn of dreigen te worden bij de ramp of crisis, alsmede uit de hoofdofficier van justitie. De voorzitter van elk direct betrokken waterschap wordt uitgenodigd deel uit te maken van het beleidsteam.

3De voorzitter wijst een regionaal operationeel leider aan, die is belast met de leiding van een regionaal operationeel team. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de vergaderingen van het regionaal beleidsteam. De voorzitter nodigt voorts de overige functionarissen wier aanwezigheid in verband met de omstandigheden van belang is, uit deel te nemen aan de vergaderingen.

4Tenzij de vereiste spoed zich daartegen verzet, neemt de voorzitter geen besluiten met toepassing van de in het eerste lid genoemde artikelen dan nadat hij het regionaal beleidsteam daarover heeft geraadpleegd. Een burgemeester kan in het regionaal beleidsteam schriftelijk bezwaar doen aantekenen, indien hij van mening is dat een voorgenomen besluit van het regionaal beleidsteam het belang van zijn gemeente onevenredig schaadt.

5De voorzitter geeft de regionaal operationeel leider de bevelen die hij nodig acht in verband met de uitvoering van de door het regionaal beleidsteam genomen besluiten.

6Zodra de omstandigheden het toelaten, ontbindt de voorzitter het regionaal beleidsteam.

Artikel 26 Verantwoording aan de gemeenteraad

1De voorzitter brengt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk verslag uit aan de gemeenteraden van de getroffen gemeenten over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die het regionaal beleidsteam heeft genomen. Hij vermeldt daarbij of een burgemeester gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid schriftelijk bezwaar aan te tekenen.

2De voorzitter beantwoordt, in overeenstemming met de burgemeesters die deel uitmaakten van het regionaal beleidsteam, schriftelijk de vragen die de gemeenteraden na ontvangst van het verslag stellen.

3De voorzitter verstrekt in een gemeenteraad mondelinge inlichtingen over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, indien de desbetreffende gemeenteraad daarom verzoekt. De gemeenteraad zendt een afschrift van het verzoek en van de in het eerste en tweede lid bedoelde stukken aan de commissaris van de koning.

4Indien de gemeenteraad, gehoord de inlichtingen van de voorzitter van de Veiligheidsregio, besluit zijn standpunt over de besluiten, bedoeld in het eerste lid, ter kennis te brengen van de minister, geschiedt dit door tussenkomst van de commissaris van de koning.

Hoofdstuk 6 Commissies

Artikel 27 Commissies van advies

Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter kunnen commissies van advies instellen, met inachtneming van artikel 24, 24a en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Hoofdstuk 7 De ambtelijke organisatie

Artikel 28 De inrichting van de ambtelijke organisatie

1Het algemeen bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke organisatie van de Veiligheidsregio en stelt hiervoor een organisatieverordening op.

2De veiligheidsregio kent in ieder geval de volgende organisatieonderdelen en functionarissen:

a.de regionale brandweer;

b.de commandant van de regionale brandweer, tevens directeur Veiligheidsregio;

c.de directeur publieke gezondheid;

d.de coördinerend functionaris;

e.de GHOR;

f.het bureau gemeentelijke crisisbeheersing;

g.de veiligheidsdirectie;

h.de secretaris.

3In de organisatieverordening als bedoeld in het eerste lid wordt opgenomen op welke wijze de functionarissen hun taak dienen te verrichten.

Artikel 29 De rechtspositie

Het algemeen bestuur regelt de rechtspositie van de medewerkers van de Veiligheidsregio die ambtenaar zijn, alsmede van de medewerkers van de Veiligheidsregio die werkzaam zijn op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.

Hoofdstuk 8 De regionale brandweer

Artikel 30 Taak brandweer

1De regionale brandweer voert in ieder geval de volgende taken uit:

a.het voorkomen, beperken en bestrijden van brand;

b.het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand;

c.het waarschuwen van de bevolking;

d.het verkennen van gevaarlijke stoffen en het verrichten van ontsmetting;

e.het adviseren van andere overheden en organisaties op het gebied van brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen.

2De regionale brandweer voert tevens taken uit bij rampen en crises in het kader van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing.

3De regionale brandweer voert tevens werkzaamheden uit in het verlengde van de in het eerste en tweede lid genoemde wettelijke taken, voor zover die niet ten koste gaat van de uitoefening van deze taken. Voor deze dienstverlening zijn rechten verschuldigd, conform de legesverordening, tenzij het algemeen bestuur besluit een privaatrechtelijke overeenkomst aan te gaan.

Artikel 31 De commandant van de regionale brandweer / directeur Veiligheidsregio

1De regionale brandweer staat onder leiding van een commandant.

2De commandant is verantwoordelijk voor de operationele leiding over de brandweer bij optreden in groter verband.

3De commandant is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

4Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de commandant.

5De commandant is tevens directeur van de Veiligheidsregio.

6De directeur heeft de algemene leiding over de organisatie van de Veiligheidsregio.

7De directeur is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur.

Artikel 32 Bedrijfsbrandweer

1Het algemeen bestuur kan een locatie waarop een of meer bij algemene maatregel van bestuur aangewezen milieubelastende activiteiten worden verricht, of een inrichting die behoort tot een bij die maatregel aangewezen categorie, die in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig.

2In afwijking van het eerste lid geldt deze aanwijzingsbevoegdheid niet voor een locatie of inrichting die gelegen is op of deel uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de Staat is geboden.

Hoofdstuk 9 De GHOR

Artikel 33 Taak GHOR

1De GHOR is belast met de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening, en met de advisering van andere overheden en organisaties op het gebied van de geneeskundige hulpverlening.

2Met de in de regio Hollands Midden werkzame instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en diensten als bedoeld in de Wet toelating zorginstellingen en de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, worden door het algemeen bestuur schriftelijke afspraken gemaakt over de inzet van deze instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en diensten bij de uitvoering van hun taak en de voorbereiding daarop.

3Indien de uitvoering van de geneeskundige hulpverlening of de voorbereiding daarop naar het oordeel van het algemeen bestuur tekort schiet, treedt het algemeen bestuur in overleg met een instelling of zorgaanbieder als bedoeld in het tweede lid.

4De voorzitter kan, indien hij geen verbetering constateert, de desbetreffende instelling en zorgaanbieder een schriftelijke aanwijzing geven.

5Blijft de instelling of zorgaanbieder in gebreke, dan verzoekt de voorzitter de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport tegen de desbetreffende instelling of zorgaanbieder de nodige maatregelen te treffen.

Artikel 34 Directeur Publieke Gezondheid

1De GHOR staat onder leiding van de directeur publieke gezondheid van de gemeentelijke gezondheidsdienst, bedoeld in artikel 14 van de Wet publieke gezondheid.

2De directeur publieke gezondheid is belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening.

3De directeur publieke gezondheid is verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur voor de taken genoemd onder het eerste en het tweede lid.

4De benoeming, schorsing en ontslag van de directeur publieke gezondheid vindt plaats door het algemeen bestuur van Hecht in overeenstemming met het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio.

Hoofdstuk 10 Meldkamerfunctie

Artikel 35 Taken meldkamerfunctie

1De Veiligheidsregio is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak en ten behoeve van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening.

2Deze meldkamerfunctie behelst het ontvangen, registreren en beoordelen van meldingen, het bieden van een adequaat hulpaanbod, en het begeleiden en coördineren van de hulpdiensten.

3De Veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de organisatie, operationele aansturing en wijze van invulling van de operationele prestaties van meldkamerfunctie ten behoeve van de brandweertaak.

4De Veiligheidsregio is ‒zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering‒ verantwoordelijk om binnen vijf minuten op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident te geven.

5Met betrekking tot de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de meldkamerfunctie, zoals omschreven in het derde en het vierde lid, hebben de Veiligheidsregio, de regionale eenheid van de politie en de regionale ambulancevoorziening een verplichting zich in te spannen voor een zo groot mogelijke integrale samenwerking op de meldkamers.

Artikel 36 Afspraken met politie en Regionale Ambulancevoorziening

1Het algemeen bestuur, de korpschef en de hoofdofficier van justitie sluiten een convenant met betrekking tot de meldkamerfunctie waarin in ieder geval afspraken zijn gemaakt over de locatie, het beleid en beheer, de financiën, de prestaties, de ondersteunende systemen en de samenwerking van politie met brandweer, geneeskundige hulpverlening en ambulancezorg in de meldkamer.

2Het algemeen bestuur kan eisen vaststellen waaraan de Regionale Ambulancevoorziening met betrekking tot de meldkamer voor de daadwerkelijke ambulancezorg met voldoen. De eisen kunnen betrekking hebben op de locatie, het beleid en beheer, de financiën, de prestaties, de ondersteunende systemen, de voorbereiding op en het daadwerkelijk optreden bij ongevallen, rampen en crises en de samenwerking van ambulancezorg met brandweer, geneeskundige hulpverlening en politie in de meldkamer.

Hoofdstuk 11 De coördinerend functionaris en het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing

Artikel 37 De coördinerend functionaris

1De coördinerend functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.

2Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de coördinerend functionaris.

3De coördinerend functionaris is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur.

4De coördinerend functionaris is belast met de aansturing van het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing.

Artikel 38 Het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing

Het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing ondersteunt de coördinerend functionaris.

Hoofdstuk 12 De veiligheidsdirectie

Artikel 39 Samenstelling van de veiligheidsdirectie

1Er is een veiligheidsdirectie.

2De leden van de veiligheidsdirectie zijn:

a.de commandant van de regionale brandweer, tevens directeur Veiligheidsregio;

b.de directeur publieke gezondheid;

c.de coördinerend functionaris;

d.de politiechef.

3De directeur Veiligheidsregio is voorzitter van de veiligheidsdirectie.

4De leden van de veiligheidsdirectie kunnen zich ter vergadering laten vervangen door hun plaatsvervanger.

5Het algemeen bestuur stelt voor de veiligheidsdirectie een instructie vast.

Artikel 40 Taken van de veiligheidsdirectie

De veiligheidsdirectie is belast met de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van de voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bereidt de vergaderingen van het dagelijks bestuur op deze onderwerpen voor en fungeert als primair adviesorgaan van het algemeen bestuur dienaangaande.

Hoofdstuk 13 De secretaris

Artikel 41 De secretaris

1De directeur Veiligheidsregio is tevens secretaris.

2De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de commissies en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde.

3Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede ondertekend.

4De secretaris is secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur.

5De secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In deze vergaderingen heeft hij een adviserende stem.

6Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris.

7De secretaris is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur.

Hoofdstuk 14 Samenwerking met politie

Artikel 42 Samenhangende taakuitvoering met de politie

1Het algemeen bestuur, de korpschef en de hoofdofficier van justitie sluiten een convenant met het oog op de multidisciplinaire samenwerking bij en de voorbereiding op branden, rampen en crises.

2Het convenant heeft in ieder geval betrekking op de samenwerking in de Veiligheidsdirectie, de meldkamerfunctie, de informatievoorziening en informatie-uitwisseling, het multidisciplinair oefenen en de operationele prestaties van de politie bij rampen en crises.

Hoofdstuk 15 Financiële bepalingen

Artikel 43 Verordeningen

1Conform artikel 212 Gemeentewet, stelt het algemeen bestuur bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast, hierna te noemen Verordening financieel beleid, beheer en organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.

2Het algemeen bestuur legt in de financiële verordening vast welke verdeelsleutel(s) per programma wordt gehanteerd bij het opstellen van de ontwerp-programmabegroting.

3Conform artikel 213 Gemeentewet, stelt het algemeen bestuur bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.

4Het algemeen bestuur stelt bij verordening richtlijnen en regels voor de organisatie vast ten aanzien van de treasury op het gebied van uitzettingen, financieringen en garanties. Op deze regels is hetgeen bepaald is in de Wet financiering decentrale overheden van overeenkomstige toepassing.

Artikel 44 Begrotingsprocedure

1Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk twaalf weken voorafgaand aan het tijdstip waarop de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, vergezeld van toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

2De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

3De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken na toezending bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

4Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

5Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 15 september van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

6Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

7Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot vaststelling van de begroting binnen twee weken na de vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten en geeft daarin aan of en zo ja op welke onderdelen is afgeweken van de eerder aangeboden ontwerp-programmabegroting.

8Een begrotingswijziging wordt afgehandeld volgens de leden één tot en met zeven van dit artikel, tenzij de wijziging van baten en/of lasten het gevolg is van:

a.het uitvoeren van projecten voor derden en de uitvoering daarvan resultaatneutraal (saldo van baten en lasten is nul) voor de Veiligheidsregio geschiedt;

b.het uitvoeren van markttaken en de uitvoering daarvan minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt;

c.het uitvoeren van aanvullende diensten en de uitvoering daarvan minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt;

d.wijziging van de bekostiging van het rijk en de verdere uitvoering van het betreffende product minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt;

e.wijziging van de bekostiging door zorgverzekeraars en de verdere uitvoering van het betreffende product minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt;

f.besluiten ter zake van begrotingsoverschrijdingen van niet meer dan 1% van het begrotingstotaal per programma, waarbij gehandeld is conform het controleprotocol;

g.niet in de begroting opgenomen verplichtingen, zoals vermeld in de financiële verordening, voor zover deze voor de Veiligheidsregio resultaatneutraal verlopen;

h.van uitgaven die ten laste worden gebracht van een reserve of voorziening.

9De begrotingswijzigingen met een resultaatneutraal karakter als bedoeld in lid acht worden vastgesteld door het algemeen bestuur.

Artikel 45 Bijdragen van het Rijk en de gemeenten

1In de programmabegroting wordt tenminste aangegeven welke bijdrage van het Rijk wordt ontvangen en welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft.

2Het dagelijks bestuur stemt voor zover als mogelijk de methodiek voor het jaarlijks aanpassen van de loon- en prijsindexen af met de besturen van de andere gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden.

3Bij de berekening van de gemeentelijke bijdrage wordt rekening gehouden met bijdragen van het rijk en van andere organisaties.

4De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 15 januari en 1 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage.

Artikel 46 Jaarrekening

1Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vóór 1 juni ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan.

2Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

3De jaarrekening wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten aangeboden.

4Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.

5Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 47 Waarborg / Garantstelling

1De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen.

2Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet.

3De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant tegen de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.

Artikel 48 Kostenevaluatie / Visitatie

1Het algemeen bestuur stelt eenmaal in de drie jaar een kostenevaluatie vast. Bij de kostenevaluatie wordt in ieder geval een vergelijking gemaakt met de gegevens betreffende de kosten van andere veiligheidsregio’s.

2Het algemeen bestuur laat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie verrichten.

Hoofdstuk 16 Het Archief

Artikel 49 Het archief

1Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig de Archiefwet 1995 regels vast betreffende de wijze waarop zorg wordt gedragen voor de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio.

2Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden.

3De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden.

4De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Veiligheidsregio.

5Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden aangewezen.

6De beheerder van de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden oefent toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio.

7Bij opheffing van de Veiligheidsregio worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden.

Hoofdstuk 17 Toetreding, uittreding, wijzigingen en opheffing

Artikel 50 Toetreding

1Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling is niet mogelijk, tenzij een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, noopt tot toetreding van een of meer bestuursorganen.

2In geval van toetreding, geschiedt deze nadat de colleges en het bestuursorgaan dat wenst toe te treden daarmee in meerderheid ingestemd hebben, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het algemeen bestuur kan vooraf voorwaarden bepalen voor toetreding.

Artikel 51 Uittreding

1Uittreding uit de gemeenschappelijke regeling is niet mogelijk, tenzij een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, noopt tot uittreding van een of meer bestuursorganen.

2Het college dat moet uittreden, doet een verzoek hiertoe aan de voorzitter. De voorzitter zendt het verzoek onverwijld aan het algemeen bestuur.

3Het uittredende college en het dagelijks bestuur doen gezamenlijk een voorstel voor de gevolgen van de uittreding. Het voorstel bevat in elk geval de vergoeding van de berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding. Het voorstel wordt onverwijld aan het algemeen bestuur gezonden.

4De berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding, komen voor rekening van de uittredende gemeente. Indien er als gevolg van de uittreding personele consequenties zijn, dient daarvoor een sociaal statuut te worden vastgesteld.

5De uittreding vindt plaats nadat de colleges in meerderheid hebben ingestemd met het voorstel inzake de gevolgen en daarmee de uittreding zelf, waarbij in elk geval het uittredende college moet instemmen. Artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de gevolgen van uittreding en daarmee de uittreding zelf, wordt het geschil voorgelegd aan gedeputeerde staten, overeenkomstig artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 52 Wijzigingen

1Zowel het algemeen bestuur als de besturen van tenminste een derde van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling.

2Aan het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt als volgt invulling gegeven:

a.Namens de colleges van de deelnemende gemeenten zendt het dagelijks bestuur het ontwerp tot wijziging van de regeling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten voor zienswijzen;

b.Het dagelijks bestuur zendt de ontvangen zienswijzen (of mededelingen tot afzien ervan) door naar het algemeen bestuur;

c.Het algemeen bestuur weegt de ontvangen zienswijzen en beziet of deze aanleiding geven tot het heroverwegen van het voorstel tot wijziging van de regeling;

d.Het dagelijks bestuur zendt het voorstel tot wijziging van de regeling voor besluitvorming aan de colleges van de deelnemende gemeenten met een toelichting op de weging die het algemeen bestuur aan de zienswijzen heeft gegeven;

e.De colleges van de deelnemende gemeenten gaan niet over tot besluitvorming dan nadat zij toestemming hebben verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten.

3De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de besturen van tenminste twee derde van de deelnemende gemeenten.

4De gewijzigde regeling wordt bekendgemaakt met toepassing van artikel 57, eerste lid van deze regeling.

Artikel 53 Opheffing

1Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken.

2Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld.

3Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel, het archief, de overgebleven middelen en op geld waardeerbare rechten en plichten.

4Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van de Veiligheidsregio.

5Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.

6Zo nodig blijven de organen van de Veiligheidsregio ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.

Hoofdstuk 18 Overige zienswijzen

Artikel 54 Overige zienswijzen

Het bestuur kan, naast de in deze regeling wettelijk verplichte opgenomen zienswijzen, ook aan de raden om een zienswijze vragen op belangrijke bestuurlijke besluiten, wanneer de meerderheid van het algemeen bestuur dat nodig vindt.

Hoofdstuk 19 Geschillen

Artikel 55 Geschillen

1Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie.

2De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, één aangewezen door elk van de bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter.

3De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen.

4De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.

Hoofdstuk 20 Slotbepalingen

Artikel 56 Duur van de regeling

De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 57 Toezending, bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel

1Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de toezending en bekendmaking van deze regeling, als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

2Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2025.

De regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden’.

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.