Hoofdstuk 1 Verantwoording, uitgangspunten, nieuw beleid
Paragraaf 2 Beleidsregels opschorting, herziening, intrekking en terug- en invordering van bijstand
Algemeen
Artikel 1 Algemeen
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogezand-Sappemeer (het college) maken gebruik van de bevoegdheid tot:
a.het opschorten van het recht op bijstand ingevolge artikel 54, eerste lid Wet werk en bijstand (WWB);
b.het herzien of intrekken van het besluit tot toekenning van bijstand ingevolge artikel 54, derde lid van de WWB;
c.terug- en invordering van ten onrechte of teveel verleende bijstand zoals neergelegd in de artikelen 58 tot 61 van de WWB.
Opschorting
Artikel 2 Opschorting recht op bijstand en inkomensvoorziening
1Het recht op bijstand wordt voor de duur van ten hoogste acht weken opgeschort als:
a.de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt;
b.de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent.
2De opschorting gaat in:
a.vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
b.vanaf de dag van het verzuim als niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
3Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen een daarvoor gestelde termijn, wordt de bijstand of inkomensvoorziening ingetrokken met ingang van de eerste dag waarover het recht op bijstand of inkomensvoorziening is opgeschort.
Herziening en intrekking
Artikel 3 Herziening of intrekking van het toekenningsbesluit
Een besluit tot toekenning van bijstand wordt herzien of ingetrokken als:
a.het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB, artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van bijstand;
b.anderszins de bijstand ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
Terugvordering
Artikel 4 Terugvordering
1Het college vordert de kosten van bijstand terug als de bijstand:
a.ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
b.in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen;
c.voortvloeit uit gestelde borgtocht;
d.ingevolge artikel 52 WWB bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat;
e.anderszins onverschuldigd is betaald voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs had kunnen begrijpen, of
f.anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat:
1de belanghebbende naderhand met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in paragraaf 3.4 van de WWB beschikt of kan beschikken;
2bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen zijn ontvangen met het oog op die bestemming.
2Onder kosten van bijstand wordt verstaan de netto bijstand verhoogd met loonbelasting en de premies volksverzekeringen, alsmede de vergoeding bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, voorzover deze belasting, premies en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding.
3De in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen worden verrekend met de uitkering in plaats van teruggevorderd.
Artikel 5 Terugvordering van gezinsleden
a.Onverminderd het bepaalde onder beleidsregel (artikel) 4 worden kosten van bijstand als de bijstand aan een gezin wordt verleend, van alle gezinsleden teruggevorderd.
b.Als de bijstand als gezinsuitkering aan gehuwden had moeten worden verleend, maar zulks achterwege is gebleven omdat de belanghebbende de verplichting bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB of artikel 30c, tweede lid of derde lid van de Wet uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet of niet behoorlijk is nagekomen, worden de kosten van bijstand mede teruggevorderd van de gezinsleden met wier middelen als bedoeld in artikel 31 WWB bij de verlening van bijstand of inkomensvoorziening rekening had moeten worden gehouden.
c.De onder a. en b. genoemde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van bijstand die worden teruggevorderd.
Artikel 6 Afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit
Het college ziet af van terugvordering:
a.als er sprake is van (zeer) dringende redenen;
b.als de vordering is vervallen of verjaard;
c.als belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt en redelijkerwijs niet kon weten dat er teveel of ten onrechte bijstand of inkomensvoorziening werd verstrekt;
d.van loonbelasting, premies volksverzekeringen, alsmede de vergoeding bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet als de belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt;
e.het (nog) terug te vorderen bedrag (na eventuele verrekening) lager is dan 100,- euro , als er een verrekening kan plaatsvinden wordt eerst verrekend;
f.het bepaalde onder e is niet van toepassing op vorderingen ontstaan als gevolg van het verwijtbaar niet (of niet volledig) nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Artikel 7 Afzien van (verdere) inning
In afwijking van beleidsregel (artikel) 4 besluiten burgemeester en wethouders van (verdere) inning af te zien als:
a.als sprake is van een problematische schuldensituatie;
b.internsief maar zonder succes (periodiek gedurende 60 maanden) is geprobeerd een vordering te innen en het niet aannemelijk is dat de debiteur op enig moment gaat aflossen, voor vorderingen als bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB of artikel 30c, tweede of derde lid Wet structuur uitvoerignsorganisatie werk en inkomen geldt dit als gedurende 120 maanden intensief maar zonder succes is geprobeerd om een vordering te innen en het niet aannemelijk is dat de debiteur nog gaat aflossen;
c.de belanghebbende in totaal een bedrag op de vordering heeft voldaan dat overeenkomt met 60 maanden de aflossingsnorm bij de start van de vordering, of voor geldleningen in verband met woninginrichting 36 maanden de aflossingsnorm bij de start van de vordering, tenzij het gaat om:
-vorderingen als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste lid WWB en/of artikel 30c, tweede of derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
-vorderingen gedekt door pand of hypotheek
-vordering in verband met achteraf ontvangen middelen
-geldlening op grond van artikel 48, tweede lid sub a WWB
-bijstand verstrekt aan een derde niet rechthebbende (onverschuldigde betaling; artikel 6:203 Burgerlijk Wetboek)
-zelfstandigen
-een aflossing door middel van beslag
-er voldoende vermogen is om de vordering te voldoen;
d.er sprake is van verjaring;
e.er sprake is van zeer dringende redenen.
Artikel 8 Terugvorderingsbesluit
In het terugvorderingsbesluit deelt het college aan de belanghebbende mee:
a.de reden van de terugvordering;
b.tot welk bedrag de ten onrechte ontvangen bijstand wordt teruggevorderd;
c.de termijn of termijnen waarbinnen de belanghebbende de ten onrechte ontvangen bijstand dient terug te betalen;
d.op welke wijze het besluit, bij gebrekkige betaling, ten uitvoer zal worden gelegd.
Artikel 9 Dwangbevel
Als de debiteur de opgelegde betaalverplichting na een aanmaning nog niet (op tijd) nakomt, verstuurt het college een dwangbevel. Op grond van het dwangbevel kan vereenvoudigd derdenbeslag gelegd worden of wordt de vordering (ter executie) in handen van een deurwaarder gesteld.
Artikel 10 Inlichtingenplicht debiteur
De debiteur is verplicht op verzoek mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem/haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de hoogte van de aflossingsverplichting.
Artikel 11 Vaststelling aflossingsverplichting
a.De debiteur moet iedere vordering ineens voldoen, tenzij een betalingsregeling is aangeboden of overeengekomen.
b.Als daartoe aanleiding bestaat, wordt de betalingsverplichting gewijzigd en daarvan mededeling gedaan aan de belanghebbende.
c.Bij de bepaling van de aflossingsverplichting wordt rekening gehouden met alle vermogens- en inkomstenbestanddelen waarover de debiteur en zijn/haar gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
d.De op grond van de WWB voor algemene bijstand vrij te laten middelen worden niet tot de debiteur gerekend. Het vrij te laten vermogen is een uitzondering, dit wordt wel tot de middelen gerekend.
e.Bij bepaling in termijnen blijft de debiteur minimaal beschikken over de beslagvrije voet als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
f.Als een aflossing in termijnen noodzakelijk is, wordt de hoogte van de aflossing vastgesteld conform hetgeen is bepaald in de Werkinstructie debiteurennotitie WWB/Ioaw/Ioaz 2013
Artikel 12 Ten uitvoerlegging
1Als de belanghebbende de opgelegde betalingsverplichting niet nakomt, wordt het dwangbevel of een terugvorderingsbeschikking ten uitvoer gelegd door middel van:
a.verrekening met de maandelijks te verlenen bijstand ingevolge de WWB, Ioaw, Ioaz of Bbz 2004;
b.vereenvoudigd derden beslag;
c.executoriaal beslag door een deurwaarder;
d.conservatoir beslag (hiervoor is niet vereist dat eersteen dwangbevel wordt afgegeven).
2Als de belanghebbende een opgelegde betalingsverplichting niet nakomt, worden invorderingskosten in rekening gebracht bij de belanghebbende.
3De kosten van (het betekenen en uitvoeren van) executoriaal- en conservatoir beslag worden bij de debiteur in rekening gebracht.
Slotbepalingen
Artikel 13 Inwerkingtreding
De beleidsregels treden in werking op 1 januari 2013. De regels worden op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt.
Artikel 14 Citeer artikel
De beleidsregels worden aangehaald als: Debiteurennotitie WWB 2013.
Paragraaf 3 Beleidsregels opschorting, herziening, intrekking en terugvordering Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikt werkloze werknemers (Ioaw) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz) 2013
Algemeen
Artikel 1 Algemeen
Burgemeester en wethouders van de gemeente Hoogezand-Sappemeer (het college) maken gebruik van de bevoegdheid tot:
a.het opschorten van het recht op een uitkering krachtens de Ioaw en Ioaz ingevolge artikel 17, eerste lid van de Ioaw en Ioaz;
b.het herzien en intrekken van het besluit tot toekenning van een Ioaw- of Ioaz-uitkering ingevolge artikel 17, derde en vierde lid van de Ioaw en Ioaz;
c.terug- en invordering van ten onrechte of teveel verleende uitkering op grond van de Ioaw en Ioaz overeenkomstig artikel 25 tot en met 31 van de Ioaw en Ioaz.
Opschorting
Artikel 2 Opschorting recht op uitkering Ioaw of Ioaz
1Het recht op een uitkering krachtens de Ioaw en Ioaz wordt voor de duur van ten hoogste acht weken opgeschort als:
a.de belanghebbende de voor de verlening van de uitkering van belang zijnde gegevens of gevorderde bewijsstukken niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt;
b.de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek.
2De opschorting gaat in:
a.vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
b.vanaf de dag van het verzuim als niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
3Als de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen een daarvoor gestelde termijn, wordt de uitkering ingetrokken met ingang van de eerste dag waarover het recht op Ioaw of Ioaz is opgeschort.
Herziening en intrekking
Artikel 3 Herziening of intrekking van het toekenningsbesluit
Een besluit tot toekenning van Ioaw of Ioaz wordt herzien of ingetrokken als:
a.een gedraging als bedoeld in artikel 20, eerste lid van de Ioaw en Ioaz, of het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting als bedoeld in artikel 13 Ioaw of Ioaz, of artikel 30c, tweede lid of derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de uitkering krachtens de Ioaw of Ioaz.
b.anderszins de Ioaw of Ioaz-uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.
Terugvordering
Artikel 4 Terugvordering
1Het college vordert de uitkering krachtens de Ioaw en Ioaz terug als:
a.de uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend, alsmede anderszins onverschuldigd is betaald;
b.blijkt dat over dezelfde periode waarover een uitkering op grond van de Ioaw of Ioaz is verleend, later inkomsten wordt ontvangen waarmede bij de vaststelling van de uitkering rekening zou zijn gehouden.
2Onder kosten van uitkering krachtens de Ioaw of Ioaz wordt verstaan de netto uitkering verhoogd met loonbelasting en de premies volksverzekeringen, alsmede de vergoeding bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet, voor zover deze belasting, premies en vergoeding niet verrekend kunnen worden met de af te dragen loonbelasting, premies volksverzekeringen en vergoeding.
3De in de voorafgaande drie maanden ontvangen middelen worden verrekend met de uitkering.
Artikel 5 Terugvordering van gezinsleden
a.Als de uitkering krachtens de Ioaw of Ioaz aan een gezin is verleend, wordt de uitkering van alle gezinsleden teruggevorderd.
b.Als de uitkering krachtens de Ioaw of Ioaz met inachtneming van artikel 3 van de Ioaw of Ioaz had moeten worden verleend, maar dit achterwege is gebleven omdat belanghebbende onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, dan wel de verplichting, bedoeld in artikel 13 Ioaw of Ioaz, of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet of niet behoorlijk is nagekomen, wordt de gedurende het betrokken tijdvak ten onrechte verleende uitkering mede teruggevorderd van de persoon met wiens inkomen bij de verlening van de uitkering rekening had moeten worden gehouden.
c.De onder a. en b. genoemde personen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de terugbetaling van de ten onrechte verleende uitkering.
Artikel 6 Afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit
Het college ziet af van terugvordering:
a.als er sprake is van (zeer) dringende redenen;
b.als de vordering is vervallen of verjaard;
c.als belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt en redelijkerwijs niet kon weten dat er teveel of ten onrechte een uitkering Ioaw of Ioaz werd verstrekt;
d.van loonbelasting, premies volksverzekeringen, alsmede de vergoeding bedoeld in artikel 46 van de Zorgverzekeringswet als de belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt;
e.het (nog) terug te vorderen bedrag (na eventuele verrekening) lager is dan 100,- euro (als er een verrekening kan plaatsvinden, wordt eerst verrekend);
f.het onder e gestelde geldt niet in geval sprake is van een terugvordering als gevolg van het verwijtbaar niet (of niet volledig) nakomen van de inlichtingenplicht, als bedoel in artikel 13 Ioaw of Ioaz of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Artikel 7 Afzien van (verdere) inning
Burgemeester en wethouders besluiten van (verdere) inning af te zien als:
a.er sprake is van een problematische schuldensituatie;
b.intensief maar zonder succes is geprobeerd gedurende 60 maanden een vordering te innen en het niet aannemelijk is dat de debiteur op enig moment gaat aflossen;
c.er sprake is van verjaring;
d.er sprake is van zeer dringende redenen;
e.het onder a en b gestelde geldt niet in geval sprake is van een terugvordering als gevolg van verwijtbaar niet (of niet volledig) nakomen van de inlichtingenplicht op grond van artikel 13 ioaw of Ioaz of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, het bepaalde onder 7 aanhef en onder b is wel van toepassing als gedurende 120 maanden intensief maar zonder succes is geprobeerd te innen.
Artikel 8 Terugvorderingsbesluit
In het terugvorderingsbesluit deelt het college aan de belanghebbende mee: de reden van de terugvordering;
a.tot welk bedrag de ten onrechte ontvangen uitkering wordt teruggevorderd;
b.de termijn of termijnen waarbinnen de belanghebbende de ten onrechte ontvangen uitkering meot terugbetalen;
c.op welke wijze het besluit, bij gebrekkige betaling, ten uitvoer zal worden gelegd.
Artikel 9 Dwangbevel
Als de debiteur de opgelegde betaalverplichting na een aanmaning nog niet (op tijd) nakomt, verstuurt het college een dwnagbevel. Op grond van het dwangbevel wordt verrekend, vereenvoudigd derdenbeslag gelegd of wordt de vordering (ter executie) in handen van een deurwaarder gesteld.
Artikel 10 Inlichtingenplicht debiteur
De debiteur is verplicht op verzoek mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem/haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op de hoogte van de aflossingsverplichting.
Artikel 11 Vaststelling aflossingsverplichting
a.De debiteur moet iedere vordering ineens voldoen, tenzij een betalingsregeling is aangeboden of overeengekomen.
b.Als daartoe aanleiding bestaat, wordt de betalingsverplichting gewijzigd en daarvan mededeling gedaan aan de belanghebbende.
c.Bij de bepaling van de aflossingsverplichting wordt rekening gehouden met alle vermogens- en inkomstenbestanddelen waarover de debiteur en zijn/haar gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
d.Bij betaling in termijnen blijft de debiteur minimaal beschikken over de beslagvrije voet als bedoeld in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
e.als een aflossing in termijnen noodzakelijk is, wordt de hoogte van de aflossing vastgesteld conform hetgeen is bepaald in de Werkinstructie debiteurennotitie WWB/Ioaw/Ioaz 2013.
Artikel 12 Ten uitvoerlegging
1Als de belanghebbende de opgelegde betalingsverplichting niet nakomt, wordt het dwangbevel ten uitvoer gelegd door middel van:
a.verrekening met de maandelijks te verlenen uitkering ingevolge de Ioaw of Ioaz, algemene bijstand, Bbz 2004;
b.het bepaalde in artikel 29, derde lid van de Ioaw of Ioaz;
c.vereenvoudigd derden beslag;
d.executoriaal beslag door een deurwaarder;
e.conservatoir beslag (hiervoor is niet vereist dat eerst een dwangbevel wordt afgegeven).
2Als de belanghebbende een opgelegde betalingsverplichting niet nakomt, worden invorderingskosten in rekening gebracht bij de belanghebbende.
3De kosten van het betekenen en uitvoeren van executoriaal- en conservatoir beslag worden bij de debiteur in rekening gebracht.
Slotbepalingen
Artikel 13 Inwerkingtreding
De beleidsregels treden in werking op 1 januari 2013. De regels worden bekend gemaakt overeenkomstig de geldende voorschriften.
Artikel 14 Citeerartikel
De beleidsregels worden aangehaald als: Debiteurennotitie Ioaw en Ioaz 2013