Gemeentelijke regelgeving

Handhavingsbeleid toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang, gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2026

Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht · geldt sinds 24 juli 2026

Aanhef

Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente HENDRIK-IDO-AMBACHT;

gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

gelet op de artikelen 1.61 lid 1, 1.65 lid 1 en 4, 1.66 en 1.72 lid 1 Wet kinderopvang;

B E S L U I T :

Het navolgende Handhavingsbeleid toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang, gemeente Hendrik-Ido-Ambacht 2026, vast te stellen

Begrippen

De belangrijkste begrippen en afkortingen die in het handhavingsbeleid worden gebruikt:

Afwegingsmodel: Een schema waarin staat welke handhavingsmaatregelen het college meestal inzet en welke afwegingen daarbij horen. Per onderwerp staat welke hersteltermijn geldt en welke sancties mogelijk zijn.

College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht

Gemeente: De hierboven genoemde gemeente die samenwerkt bij toezicht en handhaving kinderopvang.

GGD: De GGD Zuid-Holland Zuid, onderdeel van de Dienst Gezondheid & Jeugd (DG&J).

Herstelaanbod: Een werkwijze van de GGD waarbij een houder tijdens de onderzoeksperiode de kans geeft een overtreding direct te herstellen, nog vóórdat een officieel rapport en handhavingsadvies worden opgesteld.

Houder: De aanbieder van kinderopvang (zoals bedoeld in de Wet kinderopvang).

Inspectieonderzoek: Een onderzoek van de GGD op basis van artikel 1.62 van de Wko. Dit wordt afgerond met een inspectierapport aan de gemeente.

Kinderopvangvoorziening: Een in het LRK geregistreerd kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang.

Kwaliteitseisen: De wettelijke eisen uit de Wet kinderopvang waaraan houders van kinderopvangvoorzieningen moeten voldoen.

LRK: Het Landelijk Register Kinderopvang.

Personenregister kinderopvang: Een landelijk register waarin alle personen die in de kinderopvang werken en een VOG moeten hebben, continu worden gescreend. Dit draagt bij aan de veiligheid van kinderen.

Recidive: Herhaalde overtreding van hetzelfde voorschrift of gelijksoortige overtreding op dezelfde opvangvoorziening of op meerdere opvangvoorzieningen van dezelfde houder.

Toezichthouder: De door de gemeente aangewezen toezichthouder: de directeur Publieke gezondheid van de GGD Zuid-Holland Zuid. De door de toezichthouder gemandateerde inspecteurs onderzoeken of de kinderopvang voldoet aan de wettelijke eisen en adviseert de gemeente.

Wko: De Wet kinderopvang.

Belangrijke begrippen en wat daaronder wordt verstaan, zijn verder (ook) opgenomen in de Wko en onderliggende regelgeving.

2. Gemeentelijke registertaak kinderopvang

2.2 Aanvraag tot exploitatie

2.2.1 Nieuwe voorziening

Een nieuwe kinderopvangvoorziening mag pas in exploitatie genomen worden na schriftelijke toestemming van het college, op een in dat besluit vastgestelde specifieke datum. Als er toestemming is gegeven, wordt de voorziening vervolgens in het LRK geregistreerd. Om deze toestemming te verkrijgen dient de houder een aanvraag tot exploitatie in bij de gemeente waar de beoogd te exploiteren kinderopvangvoorziening zich bevindt. De beslistermijn is 10 weken. Deze termijn kan door de gemeente opgeschort worden, volgens de voorwaarden in de algemene wet bestuursrecht. Het is dus van belang dat de houder een aanvraag compleet en tijdig voor de gewenste startdatum indient. Een aanvraag wordt ingediend via een door de rijksoverheid vastgesteld aanvraagformulier, te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

2.2.2 Houderwijziging

Een kindercentrum of gastouderbureau dat wordt overgenomen, is veelal al in exploitatie en er worden kinderen opgevangen/bemiddeld. Het is voor de continuïteit daarom van groot belang dat de oude en nieuwe eigenaar samen een overname goed regelen. Een houderwijziging wordt ingediend via een door de rijksoverheid vastgesteld wijzigingsformulier. Deze formulieren zijn te vinden op www.rijksoverheid.nl en www.landelijkregisterkinderopvang.nl.

De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten bij een overname:

-Een overname moet worden behandeld als een nieuwe aanvraag. Dat betekent dat ook bij een overname streng wordt getoetst. Naleving van de kwaliteitseisen bij andere kinderopvangvoorzieningen en de handhavingshistorie van de nieuwe houder wordt meegewogen.

-De nieuwe houder heeft redelijkerwijs tijd nodig om eventuele bestaande tekortkomingen op te heffen. Daar wordt rekening mee gehouden.

2.2.3 Verhuizing

Verhuizing van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang

Wanneer een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang verhuist, moet dit in behandeling worden genomen als zijnde een nieuwe aanvraag. Bij de gemeente wordt ingediend:

-Voor de oude kinderopvangvoorziening een wijzigingsverzoek tot intrekken toestemming exploitatie (uitschrijving). Hierbij moet de aanvrager op het wijzigingsformulier vermelden dat het een verhuizing betreft.

-Voor de nieuwe kinderopvangvoorziening een aanvraag tot exploitatie (inschrijving).

Verhuizing van een gastouderbureau

Wanneer een gastouderbureau (GOB) verhuist, geldt een andere procedure. Wettelijk is vastgelegd dat een GOB geen nieuwe aanvraag tot exploitatie hoeft in te dienen wanneer het adres van een GOB wijzigt. Bij de gemeente wordt een wijzigingsverzoek tot wijziging van het vestigingsadres ingediend.

Als de verhuizing naar een andere gemeente is, moet het wijzigingsverzoek gestuurd worden naar de huidige gemeente van vestiging. Deze stuurt het verzoek door (na verwerking in het LRK), waarna de beoogde gemeente van vestiging een besluit zal nemen over het verzoek. Die gemeente kan de GGD-vragen advies uit te brengen over het verzoek alvorens dat besluit te nemen.

2.2.4 Streng aan de Poort

De gemeente wil dat er direct vanaf de start van de exploitatie van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang verantwoorde en kwalitatief goede opvang geboden wordt. Voor een gastouderbureau geldt dat deze direct vanaf de start de werkzaamheden zo moet kunnen uitvoeren dat zowel het gastouderbureau als de door het gastouderbureau te begeleiden gastouders, aan de kwaliteitseisen voldoen. De gemeente laat daarom alle nieuwe aanvragen tot exploitatie uitgebreid toetsen door de GGD.

De toezichthouder zal bij het onderzoek voor registratie toetsen of er voldoende vertrouwen is dat er vanaf datum van exploitatie kwalitatief goede opvang of begeleiding geboden wordt. Uitgangspunt hierbij is dat al bij de aanvraag tot exploitatie (voor zover mogelijk) alle eisen beoordeeld worden. Aanvullend kan een gesprek met de houder duidelijkheid geven of hij ‘redelijkerwijs aan de kwaliteitseisen’ zal gaan voldoen. Op basis van dit totaal onderzoek vormt de toezichthouder een oordeel over de aanvraag tot exploitatie.

De gemeente neemt in de beoordeling van de aanvraag de kwaliteit van andere kinderopvangvoorzieningen van de houder en de daarbij behorende handhavingshistorie mee. Voortdurende, ernstige en/of vele overtredingen op deze voorzieningen vormen een indicatie voor de naleving van de kwaliteitseisen op een nieuwe voorziening. Signalen buiten het advies van de toezichthouder kunnen eveneens meewegen in de beoordeling van de aanvraag.

De gemeente kijkt naast de beoordeling op de eisen vanuit de Wet kinderopvang, bij een nieuwe aanvraag ook naar andere vergunningen die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen. De gemeente vindt het van groot belang dat wanneer een kinderopvangvoorziening start met exploiteren, ook aan de andere benodigde eisen gesteld aan bijvoorbeeld het brandveilig gebruik, de bouw (het gebouw) en de bestemming is voldaan. De houder is verplicht alle benodigde vergunningen hiertoe vooraf aan te vragen.

2.2.5 Het besluit

Op basis van het onderzoek voor registratie neemt de gemeente een beslissing op de aanvraag. In de beslissing op de aanvraag wordt aangegeven vanaf welke datum de exploitatie mag starten op grond van de wet kinderopvang. De betreffende kinderopvangvoorziening wordt geregistreerd in het LRK.

Bij een negatief besluit wijst het college de aanvraag om een kinderopvangvoorziening te mogen exploiteren af.

Bij de besluitvorming kan het college gemotiveerd afwijken van het advies van de GGD, bijvoorbeeld door minder kindplaatsen toe te staan dan is aangevraagd.

2.2.6 Illegale kinderopvang

Zonder, of voorafgaand aan de schriftelijke toestemming tot exploitatie mag een kinderopvang niet geëxploiteerd worden. Als dit toch gebeurt, wordt dit ook wel aangeduid met illegale kinderopvang. De gemeente treedt streng op tegen illegale opvang. Illegale opvang is op grond van de Wet Economische Delicten reden voor aangifte bij het Openbaar Ministerie

1Het exploiteren van een kinderopvangvoorziening zonder toestemming van het college is strafbaar gesteld. Dit is een economisch delict (artikel 1 lid 2 Wet op de economische delicten).

of het opleggen van een bestuurlijke boete door de gemeente.

Ook bij een kinderopvang waarvan de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en die desondanks in exploitatie blijft, is sprake van illegale opvang met dezelfde gevolgen als hiervoor beschreven.

Bijlage Afwegingskader

Dit afwegingskader dient als leidraad voor het bepalen van de hersteltermijnen en de hoogte van boete- en dwangsombedragen.

In het onderstaande kader staat welke prioriteit het college toekent aan de voorschriften. De prioriteiten zijn daarin aangeduid met “Hoog”, “Midden” en “Laag”. Bij het toekennen ervan geldt als grondslag de bijdrage van het voorschrift aan het bieden van een veilige, gezonde en pedagogisch verantwoorde opvang: hoe hoger die bijdrage, hoe hoger de prioriteit. De boetebedragen in het schema zijn gerelateerd aan de prioriteitstelling.

In dit afwegingskader omvat de term kinderopvangvoorziening alle vormen van kinderopvang: kinderdagverblijf (dagopvang), buitenschoolse opvang, gastouderbureau en voorziening voor gastouderopvang (gastouder).

De in het kader per voorschrift benoemde hersteltermijnen en boetebedragen zijn van toepassing op alle kinderopvangvoorzieningen tenzij anders vermeld.

Wanneer het afwegingskader niet voorziet in een voorschrift wordt voor het bepalen van de hersteltermijn en het boete- of dwangsombedrag aansluiting gezocht bij voorschriften waarin het kader wel voorziet. Voor wetswijzigingen die na vaststelling van het lokale handhavingsbeleid zijn aangepast, geldt dat de wetteksten leidend zijn. Bij het bepalen van boete- of dwangsombedragen wordt aansluiting gezocht bij de in het kader meest relevante tekst. Dit kan ook de oude wettekst zijn.

Hersteltermijn

Een toelichting op de hersteltermijnen staat in hoofdstuk 4 van het handhavingsbeleid.

Als uitgangspunt gelden de volgende termijnen:

-Maximaal drie weken voor herstel van overtredingen met grote consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang;

-Maximaal zes weken voor herstel van overtredingen met gemiddelde consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang;

-Maximaal drie maanden voor herstel van overtredingen met lichte tot matige consequenties voor de kwaliteit van kinderopvang.

Met deze uitgangspunten wordt de hersteltermijn per situatie aan de hand van de specifieke omstandigheden bepaald.

Bij meerdere overtredingen kunnen de hersteltermijnen afgestemd worden op het voorschrift met de kortste hersteltermijn.

Als de omstandigheden hiertoe naar het oordeel van het college aanleiding geven kan worden besloten tot een langere hersteltermijn dan hierboven vermeld.

Bestuurlijke boete en dwangsom

In het handhavingsbeleid (hoofdstuk 4) staat toegelicht welke afwegingen kunnen worden gemaakt om de hoogte van een boetebedrag of last onder dwangsom vast te stellen. Naast de prioriteit in het afwegingskader zijn de bedragen gerelateerd aan de omvang van de desbetreffende kinderopvangvoorziening.

De maatstaf voor het vaststellen van de omvang van een kinderopvangvoorziening is als volgt:

-Grote organisaties: meer dan 100 geregistreerde kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang (gastouders).

-Middelgrote organisaties: 51 tot en met 100 geregistreerde kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.

-Kleine organisaties: minder dan 51 geregistreerde kindplaatsen/bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.

-Voorzieningen voor gastouderopvang.

Ad 1. Voor een grote organisatie geldt als richtlijn het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingskader (zie onderstaand).

Ad 2. Voor een middelgrote organisatie is twee derde van het normbedrag de richtlijn.

Ad 3. Voor een kleine organisatie is de richtlijn één derde deel van het normbedrag.

Ad 4. Voor voorzieningen voor gastouderopvang is dat 10% van het normbedrag. Dit geldt niet voor het onderdeel van het afwegingskader met de aanvullende regelgeving voor gastouders. Daar is de hoogte van het bedrag al afgestemd op deze opvangvorm.

Onderstaande factoren kunnen leiden tot een verhoging of een verlaging van het boetebedrag:

-Herhaalde overtreding (recidive);

-De ernst van de overtreding;

-De mate van verwijtbaarheid;

-De omstandigheden waaronder de overtreding is begaan;

-Een al dan niet actieve houding gericht op beëindiging van de overtreding;

-Een gedeeltelijke beëindiging van de overtreding;

-Het genoten economische voordeel als gevolg van de overtreding.

Het uitgangspunt voor de hoogte hiervan is in principe het boetebedrag als opgenomen in onderstaand kader. Gelet op de aard en het doel van de dwangsom speelt de omvang van een kinderopvangvoorziening in beginsel geen rol bij vaststelling van dit bedrag. Het dwangsombedrag kan afhankelijk van omstandigheden zoals het herstelgedrag en de ernst van de overtreding worden verhoogd. Zie ook het handhavingsbeleid, hoofdstuk 4.

Kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang, gastouderbureau, gastouder

Registratie, wijzigingen en administratie

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

Een kinderopvangvoorziening wordt niet in exploitatie genomen voordat uit onderzoek is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften.

Artikel 1.62 Wko

n.v.t.

Hoog

23.100

De houder doet onverwijld mededeling aan het college van een wijziging in de aangewezen gegevens, nadat deze wijziging hem bekend is geworden.

Artikel 1.45 Wko – Informatieplicht houder

n.v.t.

Hoog

2.200

De administratie van de houder bevat alle verplichte documentatie.

Artikel 1.48 Wko – Administratieplicht houder

a

Hoog

1.650

De administratie is zodanig ingericht dat deze op verzoek van de toezichthouder tijdig wordt verstrekt.

Artikel 1.48 lid 2 Wko – Administratieplicht houder

a

Hoog

2.200

Kinderopvang geschiedt op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.

Artikel 1.52 Wko – Schriftelijke overeenkomst

a

Hoog

1.100

Naleving handhaving

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De houder komt een vordering tot medewerking van de toezichthouder na.

Artikel 1.61 lid 1 Wko – Medewerkingsplicht houder

n.v.t.

Hoog

5.500

De houder volgt een aanwijzing op.

Artikel 1.65 lid 1 Wko – Aanwijzing door het college

a, b, c

Hoog

4.400

De houder volgt een bevel op.

Artikel 1.65 lid 3 Wko – Bevel door toezichthouder

n.v.t.

Hoog

7.700

De houder volgt een exploitatieverbod op

Artikel 1.66 Wko – Exploitatieverbod

n.v.t.

Hoog

25.300

Pedagogisch beleid en uitvoering

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De houder draagt zorg voor verantwoorde opvang, rekeninghoudend met de ontwikkelingsfase waar kinderen zich bevinden en de vier basisdoelen.

Artikel 1.50 lid 2 Wko – Pedagogisch beleidsplan

De houder heeft een pedagogisch beleidsplan / pedagogisch beleidsplan voorschoolse educatie.

De houder draagt er zorg voor dat volgens dit beleidsplan wordt gehandeld.

Artikel 1.50 Wko – Pedagogisch beleidsplan

a, b

Hoog

3.300

Het pedagogisch beleidsplan / pedagogisch beleidsplan voorschoolse educatie omvat alle voorgeschreven onderwerpen.

Artikel 1.50 Wko – Pedagogisch beleidsplan

a, b

Midden

1.650

De houder evalueert jaarlijks de uitvoering van het pedagogisch beleidsplan voorschoolse educatie en stelt dit zo nodig bij.

Artikel 2a lid 3 besluit basisvoorwaarden kwaliteit ve – Evaluatie pedagogisch beleidsplan VE

c

Midden

1.100

Voorschoolse educatie

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

Het aanbod voorschoolse educatie is zodanig ingericht dat een kind het wettelijk voorgeschreven aantal uren aan voorschoolse educatie kan ontvangen.

Artikel 2 lid 1 besluit basisvoorwaarden kwaliteit ve – Omvang voorschoolse educatie

a, b

Hoog

2.200

Voor de voorschoolse educatie wordt een gestructureerd en samenhangend ontwikkelingsprogramma gebruikt.

Artikel 5 – Eisen aan het programma voor voorschoolse educatie

a, b

Hoog

2.200

De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan voorschoolse educatie vast en geeft hieraan uitvoering.

De houder evalueert het plan jaarlijks en stelt dit zo nodig bij.

Artikel 6 lid 2 besluit basisvoorwaarden kwaliteit ve – Opleidingsplan voorschoolse educatie

c

midden

1.100

Verklaring omtrent het gedrag (VOG) en personenregister kinderopvang

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

Een VOG-plichtige

* is ingeschreven in het personenregister;

* is in het personenregister gekoppeld aan de houder;

* vangt de werkzaamheden aan nadat deze koppeling in het personenregister is gelegd.

Artikel 1.56a Wko – Personenregister kinderopvang

a

Hoog

4.400

Een door de toezichthouder opgevraagde nieuwe VOG wordt binnen de gestelde termijn overlegd. De houder verlangt dat een VOG-plichtige opnieuw een VOG overlegt binnen de daartoe gestelde termijn.

De houder overlegt een door de toezichthouder opgevraagde VOG binnen de daartoe gestelde termijn.

Artikel 1.56b Wko – Overleggen van een nieuwe VOG

a

hoog

4.400

Beroepskwalificaties

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De beroepskracht / beroepskracht meertalige opvang / beroepskracht voorschoolse educatie / pedagogisch beleidsmedewerker / gastouder beschikt over de wettelijk voorgeschreven kwalificaties.

Artikel 5,6,7,8,10a besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

4.400

Beroepskracht-kindratio en de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiaires

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De beroepskracht-kindratio voldoet aan de voorschriften.

Artikel 10,11,12 besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

4.400

De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs geschiedt overeenkomstig de geldende cao. De verhouding tussen het totaal minimaal aantal op het kindercentrum in te zetten beroepskrachten en de beroepskrachten in opleiding of stagiairs is conform de wet.

artikel 9c van de Regeling Wet kinderopvang

a

Hoog

3.300

Als op basis van de beroepskracht-kindratio één beroepskracht aanwezig is, is er volgens de voorschriften een calamiteitenachterwacht beschikbaar.

Artikel 17 lid 3 besluit kwaliteit kinderopvang – Calamiteitenachterwacht bij één beroepskracht

a

Hoog

3.300

De houder toont met een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen, inclusief een indicatie van de aankomst- en vertrektijden, aan dat dat hij voldoet aan de benodigde beroepskracht-kindratio en indien van toepassing de afwijking daarvan.

Artikel 11 lid 2 sub j regeling wet kinderopvang – Administratie kindercentrum

a

Hoog

3.300

Als door de geoorloofde afwijking van de beroepskracht-kindratio slechts één beroepskracht op het kindercentrum wordt ingezet, is ter ondersteuning ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig.

Artikel 17 lid 4 besluit kwaliteit kinderopvang – Aanvullende eis bij afwijking BKR/coach

a

Hoog

3.300

Pedagogisch beleidsmedewerker/coach

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De houder stelt jaarlijks het aantal uren waarvoor hij pedagogisch beleidsmedewerkers inzet volgens de voorgeschreven rekenregels vast.

Artikel 8 voor dagopvang, artikel 17 voor BSO - besluit kwaliteit kinderopvang

b

Hoog

2.200

De houder verdeelt jaarlijks de berekende inzet over alle kindercentra en legt dit schriftelijk vast.

De urenverdeling is zodanig dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt.

Artikel 8 lid 3 besluit kwaliteit kinderopvang – Verdeling inzet pedagogisch beleidsmedewerker/coach

b

Hoog

2.200

Stabiliteit van de opvang

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De opvang vindt plaats in stamgroepen/basisgroepen.

Een kind wordt opgevangen in één stamgroep/basisgroep.

Artikel 1 begripsbepalingen en artikel 15 groepsindelingen van besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

4.400

De maximale groepsgrootte voldoet aan de voorschriften.

Artikel 11 groepsgrootte dagopvang, artikel 12 groepsgrootte bso, groepsgrootte combinatiegroepen van besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

4.400

De houder deelt de ouders en het kind mee tot welke stamgroep het kind behoort en welke beroepskracht(en) op welke dag aan deze stamgroep is (zijn) toegewezen.

Artikel 15 lid 3 – Informatie over stamgroep en beroepskracht van besluit kwaliteit kinderopvang

b, c

Midden

1.100

Aan een kind zijn conform de voorschriften vaste beroepskrachten toegewezen.

De vaste beroepskracht werkt op de stamgroep van het kind.

Artikel 15 lid 4 – Vaste beroepskracht op stamgroep van besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

2.200

Een kind maakt gedurende de week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroepruimtes.

Artikel 15 lid 5 – Beperking stamgroepruimtes van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Midden

1.100

Met vooraf gegeven schriftelijke toestemming van de ouders kan een kind gedurende een overeengekomen periode worden opgevangen in één andere stamgroep/basisgroep dan de eigen stamgroep/basisgroep.

Artikel 15 lid 6 – Tijdelijke opvang in andere stamgroep/basisgroep van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Midden

1.100

Aan ieder kind is een mentor toegewezen.

De mentor bespreekt de ontwikkeling van het kind met de ouders en is aanspreekpunt.

Artikel 16 lid 1 sub c – Mentor en oudercontact van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Midden

1.100

Voertaal

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De voertaal is Nederlands.

Artikel 20 lid 1 – Voertaal in de kinderopvang an besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

3.300

De houder heeft een gedragscode vastgesteld waarnaar wordt gehandeld.

Artikel 16 lid 1 sub d – Gedragscode van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

2.200

De meertalige opvang voldoet aan de gestelde eisen.

Artikel 20 lid 1 tot 6 – Meertalige opvang van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

2.200

Beleid veiligheid en gezondheid en uitvoering

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De houder heeft beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en gezondheid van de kinderen zoveel mogelijk is gewaarborgd.

De houder draagt er zorg voor dat conform het beleid wordt gehandeld.

Artikel 16 lid 1 sub a – Veiligheid en gezondheid van besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

4.400

Het veiligheids- en gezondheidsbeleid is schriftelijk vastgesteld en is actueel.

Artikel 16 lid 2 – Schriftelijk en actueel beleid van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

3.300

Het veiligheids- en gezondheidsbeleid omvat alle voorgeschreven onderwerpen en een plan van aanpak.

Artikel 16 lid 3 – Inhoud van het veiligheids- en gezondheidsbeleid van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Midden

1.650

Er is te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig die in het bezit is van een geldige EHBO-kwalificatie.

Artikel 21 – Aanwezigheid EHBO-gekwalificeerde volwassene van besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

2.200

Meldcode en meld-, overleg- en aangifteplicht

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De houder heeft een meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld waarin stapsgewijs is aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan. De meldcode draagt er redelijkerwijs aan bij dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

Artikel 16 lid 1 sub b – Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

3.300

De meldcode omvat alle voorgeschreven onderwerpen.

Artikel 16 lid 4 – Inhoud van de meldcode van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Midden

1.650

De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.

Artikel 16 lid 5 – Bevorderen kennis en gebruik meldcode van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

2.200

De houder voldoet aan de overleg- en aangifteplicht bij een (mogelijk) seksueel misdrijf of mishandeling van een opvangkind.

Artikel 16 lid 6 – Overleg- en aangifteplicht bij (mogelijk) seksueel misdrijf of mishandeling van besluit kwaliteit kinderopvang

a

Hoog

2.200

De houder bevordert de kennis en het gebruik van de te volgen handelwijze met betrekking tot seksuele misdrijven of mishandeling van opvangkinderen: meldplicht voor medewerkers, overlegmogelijkheid- en aangifteplicht voor medewerkers, overleg- en aangifteplicht voor de houder.

Artikel 16 lid 7 – Bevorderen kennis en gebruik handelwijze bij seksueel misdrijf of mishandeling van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

2.200

Accommodatie

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

Een stamgroep beschikt over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte.

Artikel 15 lid 2 – Vaste stamgroepruimte van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

4.400

Per aanwezig kind is ten minste 3,5 m2 binnenspeelruimte beschikbaar.

Artikel 7 lid 1 – Binnenspeelruimte per kind van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

4.400

Per aanwezig kind is ten minste 3 m2 aan vaste buitenspeelruimte beschikbaar.

Artikel 8 lid 1 – Buitenspeelruimte per kind van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

4.400

De binnen- en buitenruimtes zijn veilig, toegankelijk en passend ingericht, in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de kinderen.

Artikel 6 lid 1 – Inrichting binnen- en buitenruimtes van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

3.300

De buitenspeelruimte is aangrenzend (KDV) of gelegen in de directe nabijheid van het kindercentrum en voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar (BSO).

Artikel 8 lid 2 – Ligging en bereikbaarheid van de buitenspeelruimte van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Midden

2.200

Het kindercentrum beschikt over een op het aantal aanwezige kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte.

Artikel 9 lid 1 – Slaapruimte afgestemd op aantal kinderen van besluit kwaliteit kinderopvang

a, b

Hoog

3.300

Ouderrecht en klachtrecht

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De houder informeert de ouders en belangstellenden over het te voeren beleid als bedoeld in Afdeling 3, paragraaf 2 “Eisen” van de Wko.

Artikel 17 – Informatie over het te voeren beleid van besluit kwaliteit kinderopvang

b, c

Midden

1.650

De houder informeert ouders en medewerkers in overeenstemming met de wet over het inspectierapport.

Artikel 1.62a – Informatieplicht over inspectierapport van Wko

c

Laag

825

De houder heeft een reglement voor de oudercommissie vastgesteld.

Het reglement voldoet aan de voorschriften.

Artikel 18 lid 1 – Reglement oudercommissie van besluit kwaliteit kinderopvang

b, c

Midden

1.100

De houder heeft volgens de voorschriften een oudercommissie ingesteld. De houder spant zich voldoende in om een oudercommissie in te stellen.

Artikel 1.60 – Instellen oudercommissie en artikel 1.60 lid 2 – Inspanningsverplichting van Wko

b, c

Midden

1.100

De houder betrekt de ouders voldoende bij de onderwerpen waarvoor het adviesrecht geldt. De houder biedt de ouders de gelegenheid deel te nemen aan een oudercommissie.

Artikel 1.61 – Betrekken van ouders en oudercommissie van Wko

b, c

Midden

1.100

De houder is aangesloten bij een erkende geschillencommissie.

De houder brengt de geschillencommissie op passende wijze onder de aandacht van de ouders.

Artikel 1.56 lid 1 – Aansluiting bij erkende geschillencommissie en Artikel 1.56 lid 2 – Onder de aandacht brengen bij ouders van Wko

b, c

Midden

1.100

De houder heeft een klachtenregeling getroffen. De klachtenregeling is compleet.

De houder brengt de klachtenregeling en wijzigingen daarvan op passende wijze onder de aandacht van de ouders en handelt overeenkomstig deze regeling.

Artikel 1.56 lid 3 – Klachtenregeling van Wko

b, c

Hoog

2.200

De houder stelt volgens de voorschriften een klachtenjaarverslag op en stuurt dit tijdig in.

Artikel 1.56 lid 4 – Klachtenjaarverslag van Wko

c

Laag

825

Gastouderbureau

Aanvullende regelgeving voor gastouderbureaus

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De houder draagt zorg voor het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang die bijdraagt aan een aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.

Het beleid van de houder is zodanig dat dit leidt of redelijkerwijs moet leiden tot naleving door de gastouder van artikel 1.56b Wko.

Artikel 1.56a – Verantwoordelijkheid houder gastouderbureau van Wko

a, b

Hoog

4.400

De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de opvangkinderen op het opvangadres door de gastouder zoveel mogelijk is gewaarborgd.

Artikel 1.56a lid 2 – Beleidsverantwoordelijkheid houder gastouderbureau van Wko

a, b

Hoog

4.400

De houder draagt er zorg voor dat jaarlijks samen met de gastouder op het opvangadres de veiligheids- en gezondheidsrisico’s worden geïnventariseerd die de opvang van kinderen in alle voor hen toegankelijke ruimtes met zich brengt. Het bijbehorende plan van aanpak wordt samen met de gastouder opgesteld.

Artikel 11 lid 1 – Risico-inventarisatie en plan van aanpak van besluit kwaliteit gastouderopvang

a, b

Hoog

4.400

De houder draagt er zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang wordt beoordeeld hoeveel kinderen en van welke leeftijd opgevangen kunnen worden.

De houder draagt er zorg voor dat per voorziening voor gastouderopvang wordt beoordeeld of de samenstelling van de groep kinderen die wordt opgevangen verantwoord is.

Artikel 12 eerste en tweede lid – Verantwoord aantal en samenstelling kinderen van besluit kwaliteit gastouderopvang

a, b

Hoog

4.400

De houder draagt er zorg voor dat ieder opvangadres minstens tweemaal per jaar wordt bezocht, waarbij het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder een onderdeel is van één van deze bezoeken.

Artikel 13 lid 1 – Bezoekfrequentie en voortgangsgesprek van besluit kwaliteit gastouderopvang

a, b

Hoog

4.400

De houder zorgt ervoor dat jaarlijks de gastouderopvang mondeling met de vraagouders wordt geëvalueerd.

De evaluatie wordt schriftelijk vastgelegd.

Artikel 13 lid 2 – Evaluatie met vraagouders van besluit kwaliteit gastouderopvang

b, c

Midden

1.650

De houder zorgt voor de overige aspecten van de zorgplicht (artikel 11b Regeling kwaliteit gastouderbureaus).

Artikel 11b – Overige aspecten van de zorgplicht van regeling kwaliteit gastouderbureaus

b, c

Midden

1.650

De houder toetst jaarlijks de naleving door gastouder van de eisen die aan de accommodatie van de opvanglocatie worden gesteld.

Artikel 14 lid 1 – Jaarlijkse toetsing accommodatie-eisen van besluit kwaliteit gastouderopvang

b, c

Hoog

2.200

Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat het goed bereikbaar is voor vraag- en gastouder.

Artikel 15 – Bereikbaarheid gastouderbureau van besluit kwaliteit gastouderopvang

b

Midden

1.650

De houder draagt zorg voor doorgeleiding van de betalingen van ouders aan gastouders.

Artikel 16 – Doorgeleiding van betalingen van besluit kwaliteit gastouderopvang

b

Hoog

3.300

Gastouder

Aanvullende regelgeving voor gastouders

Hersteltermijn

Prioriteit

Boetebedrag

De gastouder biedt verantwoorde gastouderopvang aan waaronder wordt verstaan opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.

Artikel 1.56b – Verantwoorde gastouderopvang van Wko

a, b

Hoog

1.100

De gastouder beschikt over een zodanige deskundigheid, organiseert de gastouderopvang op zodanige wijze, voorziet de voorziening voor gastouderopvang zodanig van materieel en voert een zodanig pedagogisch beleid, dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde gastouderopvang.

Artikel 1.56c – Eisen aan deskundigheid, organisatie, materieel en pedagogisch beleid van Wko

a, b

Hoog

1.100

De gastouder handelt overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan van het gastouderbureau.

Artikel 10 lid 2 – Pedagogisch beleidsplan van besluit kwaliteit gastouderopvang

a, b

Hoog

1.100

De gastouder

* neemt de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid in acht;

* draagt er zorg voor dat de maatregelen uit het plan van aanpak binnen de gestelde termijn zijn genomen;

* houdt de ongevallenlijst actueel.

Artikel 11 lid 2 – Verantwoordelijkheden gastouder bij risico-inventarisatie van besluit kwaliteit gastouderopvang

a, b

Hoog

1.100

De gastouder leeft de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling na.

Artikel 10 lid 3 – Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van besluit kwaliteit gastouderopvang

a, b

Hoog

1.100

De gastouder vangt ten hoogste 6 kinderen tegelijkertijd op.

Artikel 1.56e lid 1 – Maximumaantal op te vangen kinderen van Wko

a

Hoog

1.100

De gastouder stemt de maximale groepsgrootte af op de leeftijdscategorieën van de kinderen.

Artikel 12 lid 3 – Afstemming groepsgrootte op leeftijdscategorieën van besluit kwaliteit gastouderopvang

a

Hoog

1.100

De gastouder heeft adequate vervanging bij calamiteiten wanneer er meer dan drie kinderen aanwezig zijn.

Deze achterwachtregeling voldoet aan de voorschriften.

Artikel 12 lid 4 – Achterwachtregeling bij calamiteiten van besluit kwaliteit gastouderopvang

a

Hoog

1.100

De voorziening voor gastouderopvang

* beschikt over voldoende speel- en slaapruimte;

* beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden;

* is voorzien van rookmelders.

* is te allen tijde rookvrij.

Artikel 14 lid 2 – Eisen aan de voorziening voor gastouderopvang van besluit kwaliteit gastouderopvang

a

Hoog

1.100

De gastouder is telefonisch goed bereikbaar.

Artikel 15 – Bereikbaarheid gastouder van besluit kwaliteit gastouderopvang

a

Hoog

1.100

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.