Aanhef
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GRONINGEN
besluit vast te stellen
Beleid toezicht en handhaving kwaliteit kinderopvang gemeente Groningen, 2024
3. Aanvraag tot exploitatie
3.1. Nieuwe voorziening
3.1.1. Niet gemelde kinderopvang
Zonder, of voorafgaand aan de schriftelijke toestemming tot exploitatie mag een kinderopvangvoorziening niet geëxploiteerd worden. Als dit toch gebeurt, wordt dit ook wel aangeduid met illegale kinderopvang. De gemeente kan streng optreden tegen niet gemelde kinderopvang. Dit is op grond van de Wet Economische Delicten reden voor aangifte bij het Openbaar Ministerie
2Het exploiteren van een kinderopvangvoorziening zonder toestemming van de gemeente is strafbaar gesteld. Dit is een economisch delict (artikel 1 lid 2 Wet op de economische delicten).
of het opleggen van een bestuurlijke boete door de gemeente.
Ook bij een kinderopvangvoorziening waarvan de toestemming tot exploitatie is ingetrokken en die desondanks in exploitatie blijft, is sprake van niet gemelde opvang met dezelfde gevolgen als hiervoor beschreven.
3.1.2. Streng aan de Poort
De gemeente wil dat er direct vanaf de start van de exploitatie van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang verantwoorde en kwalitatief goede opvang geboden wordt. Voor een GOB geldt dat deze direct vanaf de start de werkzaamheden zo uitvoert dat zowel het GOB als de door het GOB te begeleiden gastouders, aan de kwaliteitseisen voldoen. De gemeente laat daarom alle nieuwe aanvragen tot exploitatie uitgebreid toetsen door de GGD.
De GGD zal bij het onderzoek voor registratie toetsen of er voldoende vertrouwen is dat er vanaf datum van exploitatie kwalitatief goede opvang of begeleiding geboden wordt. Uitgangspunt hierbij is dat al bij de aanvraag tot exploitatie (voor zover mogelijk) alle eisen beoordeeld worden. Aanvullend kan een gesprek met de houder duidelijkheid geven of hij ‘redelijkerwijs aan de kwaliteitseisen’ zal gaan voldoen. Op basis van dit totaal onderzoek vormt de GGD een oordeel over de aanvraag tot exploitatie.
De gemeente neemt in de beoordeling van de aanvraag de kwaliteit van andere kinderopvangvoorzieningen van de houder en de daarbij behorende handhavingshistorie mee. Voortdurende, ernstige en/of vele overtredingen op deze voorzieningen vormen een indicatie voor de naleving van de kwaliteitseisen op een nieuwe voorziening. Signalen buiten het advies van de GGD kunnen eveneens meewegen in de beoordeling van de aanvraag.
De gemeente kijkt naast de beoordeling op de eisen vanuit de Wko, bij een nieuwe aanvraag ook naar andere vergunningen die van belang zijn voor de veiligheid en gezondheid van de op te vangen kinderen. De gemeente vindt het van groot belang dat wanneer een kinderopvangvoorziening start met exploiteren, ook aan de andere benodigde eisen gesteld aan bijvoorbeeld het brandveilig gebruik, de bouw (het gebouw) en de bestemming is voldaan.
3.1.3. Startdatum exploitatie
Op basis van het onderzoek voor registratie neemt de gemeente een beslissing op de aanvraag. In de beslissing op de aanvraag wordt aangegeven vanaf welke datum de exploitatie mag starten op grond van de Wko.
3.1.4. Onderzoek na registratie
Binnen drie maanden na de registratiedatum beoordeelt de GGD of de kinderopvangvoorziening (niet zijnde een voorziening voor gastouderopvang) in de praktijk aan de kwaliteitseisen voldoet. Hierbij wordt met name gekeken naar de uitvoeringspraktijk van het veiligheids-, gezondheids- en pedagogisch beleid, de inzet van het personeel en de wijze waarop de kinderen worden opgevangen.
3.1.5. Mogelijkheden na afwijzing aanvraag tot exploitatie
Wanneer een aanvraag tot exploitatie is afgewezen, kan de houder een nieuwe aanvraag indienen. Om een nieuwe aanvraag te kunnen indienen, moet er sprake zijn van nieuwe feiten en omstandigheden. Deze moeten door de houder bij de nieuwe aanvraag worden vermeld. Alleen als dat het geval is, wordt een nieuwe aanvraag in behandeling genomen. Daarnaast is het besluit op de aanvraag tot exploitatie een appellabel besluit waartegen rechtsmiddelen openstaan.
3.3. Verhuizing
3.3.1. Verhuizing van een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang
Wanneer een kindercentrum of voorziening voor gastouderopvang verhuist moet dit in behandeling worden genomen als zijnde een nieuwe aanvraag.
Bij de gemeente wordt ingediend:
•voor de oude kinderopvangvoorziening een wijzigingsverzoek tot intrekken toestemming exploitatie (uitschrijving). Hierbij moet de aanvrager op het wijzigingsformulier vermelden dat het een verhuizing betreft;
•voor de nieuwe kinderopvangvoorziening een aanvraag tot exploitatie (inschrijving).
3.3.2. Verhuizing van een GOB
Wanneer een GOB verhuist, geldt een andere procedure. Wettelijk is vastgelegd dat een GOB geen nieuwe aanvraag tot exploitatie hoeft in te dienen wanneer het adres van een GOB wijzigt.
Bij de gemeente wordt ingediend:
•een wijzigingsverzoek tot wijziging van het vestigingsadres.
Als de verhuizing naar een andere gemeente is, moet het wijzigingsverzoek gestuurd worden naar de huidige gemeente van vestiging. Deze stuurt het verzoek door (na verwerking in het LRK), waarna de beoogde gemeente van vestiging een besluit zal nemen over het verzoek. Die gemeente kan de GGD vragen advies uit te brengen over het verzoek alvorens dat besluit te nemen.
4. Toezicht
4.1. Onderzoeken
4.1.1. Signalenproces
Het proces rond signalen is een proces dat tussen de gemeente en GGD is afgesproken. Het ligt in de verwachting dat hierover een landelijke richtlijn wordt opgesteld. Deze richtlijn is inclusief de wijze waarop de registratie van de signalen kan worden gedaan. Totdat deze richtlijn bekend is hebben beide partijen de volgende afspraken gemaakt.
1In het geval iemand een signaal heeft over mogelijke misstanden, overtredingen, voorkomen van schadelijk gedrag, o.i.d. dan kan dit signaal via de gemeente, GGD of vertrouwensinspecteur van de IvhO worden ingediend.
2De signalen die bij de gemeente Groningen binnenkomen worden doorgezet naar de GGD.
3De GGD vraagt uit waar het signaal over gaat. De GGD registreert het signaal.
4Als de meld-, overleg- en aangifteplicht van toepassing is, verwijst de GGD direct door naar de vertrouwensinspecteur van de IvhO. Als het signaal het mogelijk tekortschieten van de kwaliteit van de kinderopvang betreft, overlegt de GGD met de gemeente om hiernaar een onderzoek te starten.
5De GGD voert een incidenteel onderzoek uit conform hetgeen in dit beleidsdocument is opgenomen of neemt het signaal mee tijdens het nog uit te voeren jaarlijks onderzoek.
6Bij ernstige signalen, of signalen waardoor een groot risico op maatschappelijke onrust dreigt, start de GGD met de nodige aanpak waarna de gemeente Groningen direct door de GGD wordt geïnformeerd.
7De GGD informeert de gemeente Groningen jaarlijks over tenminste het aantal en de aard van de ontvangen signalen en de wijze waarop de afhandeling heeft plaatsgevonden.
Naast signalen kunnen ouders een klacht hebben. Voor het afhandelen van een klacht wordt de landelijke richtlijn gevolgd. Deze bestaat uit de volgende stappen:
•ouders gaan met pedagogisch medewerker of houder in overleg over de klacht;
•is de klacht niet opgelost dan dienen de ouders de klacht schriftelijk in volgens de klachtenregeling van de houder;
•is de klacht niet opgelost dan kunnen de ouders contact opnemen met het Klachtenloket Kinderopvang;
•is de klacht nog niet opgelost dan kunnen ouders hun klacht voorleggen aan de Geschillencommissie Kinderopvang.
5. Handhaving
5.2. Maatwerk in handhaving
5.2.1. Herstellend en/of bestraffend handhaven
De gemeente heeft de mogelijkheid om zowel herstellend als bestraffend te handhaven:
•Herstellend betekent dat de gemeente de houder ertoe aanzet de overtreding van een kwaliteitseis op te heffen en opgeheven te houden.
•Bestraffend betekent dat de gemeente een bestuurlijke boete geeft voor bepaalde overtredingen.
Herstellend en bestraffend kan naast elkaar ingezet worden.
5.2.2. Escalatieladder
In beginsel start een herstellend handhavingstraject met een aanwijzing of een vooraankondiging met een hersteltermijn. In paragraaf 5.3.1 is vastgelegd in welke situaties niet eerst een aanwijzing wordt ingezet. Na de hersteltermijn vindt een nader onderzoek plaats.
Blijkt uit het nader onderzoek dat de kwaliteitseis(en) nog niet of niet volledig worden nageleefd en/of is er vrees voor herhaling van de overtreding(en), dan zal er een afweging plaatsvinden over een vervolgstap in de handhaving. Dit is doorgaans het opleggen van een last onder dwangsom.
Leidt ook deze stap niet tot (volledige) naleving dan zal wederom een afweging over een vervolgstap plaatsvinden. In dat geval ligt een verhoogde last onder dwangsom of een exploitatieverbod voor de hand. Het uiterste middel binnen een herstellend traject is het intrekken van de toestemming tot exploitatie.
Naast een herstellend traject kan er zoals in 5.3.7. beschreven is, ook een bestraffend traject worden ingezet. Dit is een bestuurlijke boete. De boete kan opgelegd worden voor het overtreden van een bepaalde kwaliteitseis. Ook kan de boete opgelegd worden voor het niet opvolgen van een aanwijzing, vooraankondiging, last onder dwangsom, een bevel of exploitatieverbod, het niet meewerken aan een vordering van de GGD, niet gemelde opvang of het niet tijdig doorgeven van een wijziging.
De gemeente zal in de basis een zo licht mogelijk handhavingsmiddel inzetten om het doel (herstel) te bereiken (subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel).
5.2.3. Handhavingsafwegingen
Om te komen tot de uiteindelijke beoordeling van de situatie en de in te zetten handhaving worden meerdere afwegingen gemaakt om te bepalen of en zo ja welke actie nodig is. Deze beoordeling van deze afwegingen kan leiden tot gemotiveerd afwijken van de reguliere escalatieladder.
Voor de herstellende handhaving zijn dit onder andere de volgende afwegingen:
•is er herstelaanbod geweest?
•wat is de aard van de overtreding?
•wat is de ernst van de overtreding?
•hoeveel overtredingen zijn er in totaal?
•betreft het een herhaalde overtreding (recidive)?
•wat zijn de omstandigheden waaronder de overtreding begaan is?
•komt de overtreding voort uit economisch belang?
5.2.4. Hersteltermijn/begunstigingstermijn
De gemeente geeft de houder bij een op herstel gericht handhavingsmaatregel altijd een termijn om de overtreden kwaliteitseis alsnog na te leven. Dit heet de herstel- of de begunstigingstermijn. De hersteltermijn of begunstigingstermijn van een herstellende maatregel is afgestemd op een redelijke tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen en herhaling te voorkomen. Bij de bepaling van de termijn wordt rekening gehouden met de aard en de ernst van de overtreding, waarbij het uitgangspunt is dat de overtreding zo spoedig mogelijk moet worden opgeheven. Zo zullen overtredingen die direct invloed hebben op de kwaliteit van de opvang en daarmee de veilige en gezonde omgeving, of die direct invloed hebben op de ontwikkeling van de kinderen, over het algemeen een korte hersteltermijn kennen.
Als uitgangspunt worden door de gemeente de volgende termijnen gehanteerd: standaard maximaal twee weken, tenzij dit vanwege de ernst en/of de gevolgen van de overtreding en de tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen geen redelijke termijn is. Indien dit laatste het geval is wordt per geval bepaald wat een redelijke termijn is om de overtreding te beëindigen.
De hersteltermijn zal met deze uitgangspunten bij elk handhavingsbesluit aan de hand van de specifieke situatie worden bepaald.
5.3. Handhavingsmiddelen
5.3.1. De aanwijzing
De aanwijzing kan door de gemeente in het kader van de Wko worden ingezet. In een aanwijzing wordt aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen moeten worden. Daarvoor krijgt de houder een hersteltermijn. Afhankelijk van de ernst en/of de gevolgen van de overtreding en de tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen, zal deze hersteltermijn korter of langer zijn. Doorgaans is de hersteltermijn twee weken. De aanwijzing is een appellabel besluit waartegen rechtsmiddelen openstaan.
Na afloop van de hersteltermijn kan de gemeente de GGD opdracht geven om een nader onderzoek uit te voeren om te beoordelen of de overtreding van de kwaliteitseis is beëindigd.
De aanwijzing wordt in ieder geval niet ingezet als één van de onderstaande situaties zich voordoet:
-de veiligheid van de kinderen is in het geding;
-de tekortkoming is in het kader van een herstelaanbod niet opgelost;
-er is sprake van recidive. Dit houdt in dat in het domein waarin de tekortkoming is geconstateerd tijdens het vorige jaarlijks onderzoek ook een tekortkoming was;
-er zijn meerdere tekortkomingen geconstateerd waarbij voor minimaal één tekortkoming geen aanwijzing wordt ingezet omdat één van bovenstaande situaties zich voordoet.
De reden dat in bovenstaande situaties geen aanwijzing wordt ingezet is omdat de handhavingsprocedure bij een aanwijzing langer duurt en dit in bovenstaande situaties niet wenselijk wordt geacht met het oog op de kwaliteit van de kinderopvang.
5.3.2. De vooraankondiging
De vooraankondiging wordt door de gemeente in het kader van de Wko doorgaans ingezet als eerste stap in het handhavingstraject. In een vooraankondiging wordt net als in de aanwijzing aangegeven op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd en welke maatregelen door de houder genomen moeten worden. Daarvoor krijgt de houder een hersteltermijn. Afhankelijk van de ernst en/of de gevolgen van de overtreding en de tijd die nodig is om de overtreding te beëindigen, zal deze hersteltermijn korter of langer zijn. Doorgaans is de hersteltermijn twee weken. In de vooraankondiging wordt per overtreding de mogelijke dwangsom opgenomen in het geval de overtreding niet wordt beëindigd.
Na afloop van de hersteltermijn kan de gemeente de GGD opdracht geven om een nader onderzoek uit te voeren om te beoordelen of de overtreding van de kwaliteitseis is beëindigd.
In tegenstelling tot de aanwijzing is de vooraankondiging geen appellabel besluit waartegen rechtsmiddelen openstaan. Wel wordt in de vooraankondiging de gelegenheid geboden om een zienswijze in te dienen.
5.3.3. De last onder dwangsom (LOD)
De last onder dwangsom is een herstelmaatregel die doorgaans wordt gegeven na het niet opvolgen van een vooraankondiging.
Met een last onder dwangsom krijgt een houder wederom de plicht (last) opgelegd om een overtreding van een kwaliteitseis te herstellen binnen een aangegeven (begunstigings-)termijn en daarna hersteld te houden.
Na afloop van de begunstigingstermijn geeft de gemeente de GGD opdracht om te controleren of de houder aan de last heeft voldaan. Wanneer de houder niet of niet op tijd herstelt verbeurt de dwangsom van rechtswege en moet de houder deze van rechtswege betalen.
De gemeente stelt de hoogte van de dwangsom zo vast dat het bedrag in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Het bedrag wordt bepaald aan de hand van de aard en ernst van de overtreding en de beoogde prikkel. De gemeente zal de hoogte van de dwangsom dus per geval bepalen.
Een dwangsom kan worden opgelegd:
•Als bedrag ineens.
In dat geval wordt er na de begunstigingstermijn eenmalig beoordeeld of wel of niet aan de opgelegde last is voldaan en of de dwangsom dus wel of niet is verbeurt, of:
•Per constatering van een overtreding.
Hierbij wordt na de hersteltermijn de dwangsom verbeurt elke keer wanneer (door of namens de gemeente) geconstateerd wordt dat de houder de last overtreedt. Er wordt in dit geval wel een maximumbedrag aan gekoppeld, welke in het besluit is opgenomen.
Het beleid binnen de gemeente is om, afhankelijk van het soort overtreding, een dwangsom van een bedrag ineens dan wel een dwangsom per constatering op te leggen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat een dwangsom van een bedrag ineens wordt gehanteerd bij overtredingen die tijdens een fysieke inspectie door de GGD moeten worden geconstateerd. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de constatering dat de pedagogische praktijk niet overeenkomt met het pedagogisch beleid. Een dwangsom per constatering wordt ingezet bij overtredingen die uit de administratie blijken. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan medewerkers die aan het werk zijn in de opvang zonder dat zij over een geldige verklaring omtrent het gedrag beschikken.
Het betalen van de dwangsom kan voorkomen worden door tijdig herstellen en hersteld houden van de overtreding.
De houder waaraan een last onder dwangsom is opgelegd, kan, als een jaar nadat de last van kracht is geworden geen overtreding van de betreffende kwaliteitseis is geconstateerd, verzoeken om de last op te heffen.
5.3.4. Last onder bestuursdwang (LOB)
Bij een last onder bestuursdwang neemt de gemeente bepaalde maatregelen om de overtreding van de kwaliteitseis op te heffen. De kosten die hierbij gemaakt worden zijn voor rekening van de houder.
5.3.5. Het exploitatieverbod
Bij een exploitatieverbod verbiedt de gemeente de houder om de voorziening in exploitatie te nemen of te houden. Dit is een zwaar handhavingsmiddel vanwege de verstrekkende gevolgen voor de houder, de ouders en de kinderen.
De gemeente kan een houder in de volgende gevallen een exploitatieverbod op leggen:
-Zolang de houder een bevel of aanwijzing niet opvolgt (en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is).
-Indien uit het onderzoek van de toezichthouder of anderszins blijkt dat het kindercentrum, de voorziening voor gastouderopvang of het gastouderbureau naar verwachting niet dan wel niet langer aan de kwaliteitseisen uit de Wko en onderliggende regelgeving zal voldoen, en eerdere herstelmaatregelen, zoals de last onder dwangsom, niet tot het nakomen van alle kwaliteitseisen hebben geleid.
Bij het exploitatieverbod stelt de gemeente een maximale termijn. Dit is geen hersteltermijn zoals eerder in paragraaf 5.2.4. beschreven.
Zodra de houder de maatregelen uit het exploitatieverbod of het eventueel daaraan voorafgaande bevel of de herstelmaatregel heeft opgevolgd, dient hij de gemeente daarover schriftelijk te berichten. De houder geeft in dat bericht een opsomming van de genomen maatregelen waaruit moet blijken dat hij aan de kwaliteitseisen zal gaan voldoen. De gemeente kan de GGD opdracht geven om naar aanleiding van deze melding op korte termijn te onderzoeken of de kinderopvangvoorziening voldoet aan de kwaliteitseisen van de Wko en onderliggende regelgeving. Hierna informeert de gemeente de houder of het verbod nog blijft gelden.
Als bij het verstrijken van de gestelde termijn de kwaliteitseisen niet voldoende worden nageleefd, volgt het besluit tot intrekken van de toestemming tot exploitatie. De houder kan ook zelf verzoeken de gemeente de gegeven toestemming tot exploitatie in te trekken.
5.3.6. Intrekken toestemming tot exploitatie in vervolg op handhaving
Er zijn verschillende gronden waarop, in het kader van handhaving, de toestemming tot exploitatie kan worden ingetrokken:
-als is gebleken dat de houder de kinderopvangvoorziening niet langer exploiteert;
-als de exploitatie van de voorziening drie maanden na de inschrijving in het LRK niet daadwerkelijk is aangevangen;
-als uit een GGD-onderzoek of anderszins is gebleken dat de houder niet of niet langer zal voldoen aan de bij en krachtens hoofdstuk 1, afdeling 3, paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften van de Wko.
Het intrekken van de toestemming tot exploitatie is een uiterste handhavingsmiddel. De gemeente houdt hierbij rekening met het subsidiariteits- en proportionaliteitsbeginsel. Het intrekken van de toestemming tot exploitatie vanwege het niet of niet langer voldoen aan de wettelijke voorschriften wordt ingezet wanneer eerder ingezette handhavingsmiddelen zoals een aanwijzing, vooraankondiging, last onder dwangsom of een exploitatieverbod niet het beoogde (blijvende) herstellende effect hebben.
Wanneer de toestemming tot exploitatie is ingetrokken, wordt de voorziening uit het LRK verwijderd. Dit betekent dat er geen sprake meer is van kinderopvang in de zin van de wet. Er mag geen opvang of bemiddeling meer plaatsvinden. Voortzetten van exploitatie leidt tot niet gemelde opvang en kan leiden tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van overtreding van de Wet Economische Delicten.
De gemeente publiceert het intrekken van de toestemming tot exploitatie en de uitschrijving uit het LRK in de gemeenteberichten (niet wanneer dit een voorziening voor gastouderopvang betreft).
5.3.7. De bestuurlijke boete (hierna: boete)
Een boete bestraft een overtreding die in het verleden begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. Een boete kan gelijktijdig opgelegd worden met een aanwijzing, een vooraankondiging, een last onder dwangsom of een exploitatieverbod.
Een boete is onvoorwaardelijk en moet altijd worden betaald. Het is, in tegenstelling tot de andere hierboven behandelde maatregelen, een punitieve (bestraffende) sanctie. De boete verschilt daarin van de dwangsom. Bij de dwangsom kan het betalen van het bedrag namelijk worden voorkomen door de overtreding tijdig te herstellen en hersteld te houden. Bij de boete is dat niet het geval. De houder heeft, gezien artikel 5:41 van de Awb, de kans om aannemelijk te maken dat de overtreding hem niet kan worden verweten.
In de volgende gevallen wordt altijd een boete door de gemeente opgelegd:
-het niet opvolgen van een bevel;
-het overtreden van een exploitatieverbod;
-het starten van de exploitatie voor de datum van ingang van de toestemming tot exploitatie;
-het niet voldoen aan de eisen ten aanzien van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) en het Personenregister kinderopvang (PRK).
Een boete kan door de gemeente worden opgelegd bij:
-het overtreden van de kwaliteitseisen uit de Wko en aanverwante regelgeving;
-het niet meewerken aan een verzoek van de GGD of het bewust verkeerd informeren van de GGD;
-het niet tijdig melden van wijzigingen van de in het LRK geregistreerde gegevens.
Hoogte van een boete en grootte van organisatie
De Wko geeft de gemeente de bevoegdheid om voor een overtreding / het niet naleven van een kwaliteitseis uit de Wko een boete op te leggen van maximaal € 45.000. Voor de hoogte van boetes zijn in het afwegingsmodel handhaving (zie bijlage 2) normbedragen opgesteld.
Proportionaliteit en een goede dosering zijn een belangrijk uitgangspunt bij handhaving. De gemeente hanteert daarom vier categorieën waar de boetebedragen op worden afgestemd:
1Grote organisaties: een totale capaciteit van meer dan 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
2Middelgrote organisaties: een totale capaciteit van 51 tot en met 150 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
3Kleine organisaties: een totale capaciteit van minder dan 51 kindplaatsen / bemiddelde voorzieningen voor gastouderopvang.
4Voorzieningen voor gastouderopvang.
Ad 1. Voor een grote organisatie geldt het volledige normbedrag zoals opgenomen in het afwegingsmodel.
Ad 2. Voor een middelgrote organisatie is twee derde van het normbedrag de richtlijn.
Ad 3. Voor een kleine organisatie is dat één derde deel.
Ad 4. Voor voorzieningen voor gastouderopvang zijn in het afwegingsmodel eigen bedragen opgenomen.
Bij de bepaling van de grootte van de organisatie is de registratie in het LRK op het moment van begaan van de overtreding het uitgangspunt. Hierbij wordt over gemeentegrenzen heen gekeken.
Na bepaling van de categorie en het bijbehorende normbedrag kan er een verlaging of verhoging van het bedrag van toepassing zijn, afhankelijk van de ernst van het feit, de verwijtbaarheid of de omstandigheden van het geval, de eventuele verzachtende of verzwarende omstandigheden.
Verzachtende en verzwarende omstandigheden
Van verzachtende omstandigheden is sprake wanneer de gemeente de boete verlaagt als de omstandigheden hier aanleiding toe geven. Hiervan is sprake bij het gedeeltelijk niet opvolgen van een aanwijzing, vooraankondiging of last onder dwangsom.
Van verzwarende omstandigheden is sprake wanneer de gemeente de boete verhoogt als de omstandigheden hier aanleiding toe geven. Hiervan is sprake bij herhaling van de overtreding (recidive).
Wanneer er meerdere overtredingen zijn waar een boete voor wordt opgelegd, worden de bedragen bij elkaar opgeteld tot één bedrag.
5.4. Handhaving na herstelaanbod
5.4.1. Herstelaanbod gedaan met positief resultaat
Na herstelaanbod heeft de GGD geconstateerd dat de overtreding is verholpen. Tijdens het eerste inspectiebezoek is deze overtreding van de wettelijke eisen echter wel geconstateerd, Dit kan voor de gemeente reden zijn om een bestraffende sanctie (een bestuurlijke boete) op te leggen. Deze bepaling geldt voor alle overtredingen waarbij in het afwegingsmodel is vastgelegd dat de gemeente altijd een boete oplegt.
5.4.2. Herstelaanbod aangeboden maar geen (volledig) herstel
Als de overtreding na herstelaanbod niet (volledig) is opgelost, handhaaft de gemeente in principe zoals vastgelegd in dit beleidsdocument.
Bijlage 1: Definities
Hieronder wordt een opsomming gegeven van de definities die in dit beleid voorkomen. Voor alle (overige) definities wordt aangesloten bij de definities zoals deze zijn gegeven in de Wko en onderliggende regelgeving.
Definitie
Afwegingsmodel
In het afwegingsmodel worden per domein de kwaliteitseisen geclusterd weergegeven en voorzien van een prioritering en de hoogte van de bestuurlijke boete.
Het afwegingsmodel is als bijlage toegevoegd.
Awb
Algemene wet bestuursrecht
College
Het college van burgemeester en wethouders
GOB
Gastouderbureau
Gemeente
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Groningen
GGD
Gemeentelijke Gezondheidsdienst Groningen; in dit beleidsdocument in de rol als toezichthouder kwaliteit kinderopvang volgens de Wko.
IvhO
Inspectie van het Onderwijs
Kindercentrum
Een voorziening waar kinderopvang plaatsvindt, anders dan gastouderopvang.
Kinderopvangvoorziening
Buitenschoolse opvang op een specifiek adres, dagopvang op een specifiek adres, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang
Kwaliteitseisen
De kwaliteitseisen vastgelegd in voorschriften, welke door de houder nageleefd moeten worden, staan genoemd in de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving
LRK
Landelijk register kinderopvang
Ouders
Ouder(s) of verzorger(s)
Toezichthouder
De aangewezen toezichthouder van de GGD. De toezichthouder kinderopvang onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen en legt de bevindingen vast in een inspectierapport.
Wko
Wet kinderopvang
Bijlage 2: Afwegingsmodel
Hoofdstuk 1. Kindercentra voor dag- en buitenschoolse opvang
1.1. Registratie, wijzigingen, administratie, medewerking en naleving
1.1.1 Registratie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Een kindercentrum is in exploitatie zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen.
Art 1.45 lid 3 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 20.750
1.1.2 Wijzigingen
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder doet van een wijziging in de aangewezen gegevens niet onverwijld mededeling aan de gemeente.
Art 1.47 lid 1 Wko (dag, bso)
Art 7 lid 2 en 3 Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang (dag, bso)
Hoog
€ 1.000
1.1.3 Administratie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Kinderopvang geschiedt niet op basis van een schriftelijke overeenkomst tussen de houder en de ouder.
Art 1.52 lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 500 per overeenkomst
b.De administratie is niet zodanig ingericht dat op verzoek tijdig gegevens kunnen worden verstrekt.
Art 1.53 Wko (dag, bso)
Art 11 lid 1 onder a Regeling Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
c.De administratie is niet compleet.
Art 1.53 Wko (dag, bso)
Art 11 lid 2 onder a tot en met e en 4 Regeling Wko (dag, bso)
Hoog
€ 500 per onderdeel
1.1.4 Medewerking en naleving
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder komt een vordering of verzoek tot medewerking van de toezichthouder niet na.
Art 1.50 lid 1 en art 1.62 lid 1, 2 en 4 Wko (dag, bso)
Art 5:20 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (dag, bso)
Hoog
€ 4.000
b.De houder volgt een aanwijzing of bevel niet op.
Art 1.65 lid 5 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 4.000
c.De houder volgt een exploitatieverbod niet op.
Art 1.66 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 20.750
1.2. Pedagogisch klimaat
1.2.1 Pedagogisch beleid
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Het kindercentrum beschikt niet over een pedagogisch beleidsplan. De houder draagt er geen zorg voor dat conform het plan wordt gehandeld.
De houder geeft geen uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat betreft voorschoolse educatie.
Art 1.49 lid 1 en 2 en art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 3 lid 1 (dag) en 12 lid 1 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 4a lid 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Hoog
€ 3.000 (dag, bso)
€ 2.000 (ve)
b.Het pedagogisch beleidsplan is niet compleet.
Art 1.50 lid 2 Wko (dag, bso)
Art 3 lid 2 en 3 en art 9a (dag) en 12 lid 2 en 3 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 4a lid 1 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Gemiddeld
€ 500 per onderdeel
c.De houder evalueert het pedagogisch beleidsplan niet jaarlijks en stelt deze niet zo nodig bij wat betreft voorschoolse educatie.
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 4a lid 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Gemiddeld
€ 2.000
1.2.2 Pedagogische praktijk
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder draagt geen zorg voor verantwoorde kinderopvang. De houder houdt geen rekening met de ontwikkelingsfase waarin kinderen zich bevinden.
Art 1.49 lid 1 en 2 en art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 2 (dag) en 11 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 10.000
1.2.3 Voorschoolse educatie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Voorschoolse educatie omvat minder uren dan wettelijk voorgeschreven.
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 2 lid 1 en 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Hoog
€ 2.000
b.Voor voorschoolse educatie wordt geen programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd.
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Hoog
€ 2.000
1.3. Personeel en groepen
1.3.1 Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Een VOG-plichtige:
-is niet in het bezit van een geldige VOG; of
voor zover het natuurlijke personen betreft
-is niet ingeschreven in het PRK; of
-is niet gekoppeld aan de houder in het PRK.
Een persoon die niet voldoet aan de VOG/PRK-eisen heeft zijn werkzaamheden aangevangen.
Art 1.48d lid 3 en 1.50 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000 per persoon
€ 1.000 per persoon in het geval alleen de koppeling ontbreekt
b.De houder overlegt niet (tijdig) opnieuw de geldige VOG van een persoon van 12 jaar of ouder, op verzoek van de toezichthouder.
Art 1.50 lid 6 en 8 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
c.De houder verlangt niet dat een VOG-plichtige (tijdig) opnieuw zijn geldige VOG overlegt.
Art 1.50 lid 7 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
1.3.2 Opleidingseisen
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Een beroepskracht of pedagogisch beleidsmedewerker beschikt niet over een passende opleiding.
Art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 2 Wko (dag, bso)
Art 6 (dag), art 15 (bso) en art 19a (dag, bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Art 7 lid 1 (dag, bso), lid 2 (dag) en art 9a (bso) Regeling Wko
Hoog
€ 3.000
b.Een beroepskracht voorschoolse educatie:
-beschikt niet over een passende opleiding; of
-beheerst niet aantoonbaar ten minste niveau 3F op mondelinge taalvaardigheid en lezen.
Ve:
Art 1.50b en 1.60c lid 1 Wko
Art 4 lid 1, 2, 3, 3a, 5 en 7 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Art 10c Regeling Wko
Hoog
€ 3.000
c.De houder stelt niet jaarlijks voor elke locatie voorschoolse educatie een opleidingsplan vast.
Het plan is niet compleet.
De houder geeft geen uitvoering aan het plan.
De houder evalueert het plan niet jaarlijks en stelt deze niet zo nodig bij.
Ve:
Art 1.50b en 1.60c lid 1 Wko
Art 4 lid 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Gemiddeld
€ 1.000 voor het ontbreken van het plan
€ 500 per onderdeel
1.3.3 Aantal beroepskrachten en eisen aan de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder van een kindercentrum zet niet voldoende beroepskrachten in en/of kan dit niet aantonen door middel van een overzicht van de ingezette beroepskrachten en presentielijsten van kinderen.
Dag:
Art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko
Art 3 lid 3 onder a, art 7 lid 1, 2, 3, 4, 7, 9, art 7a en bijlage 1 onderdeel a en c Besluit kwaliteit kinderopvang
Art 9 Regeling Wko
Bso:
Art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko
Art 12 lid 3 onder a, art 16 lid 1, 2, 3, 4, 8, art 16a en bijlage 1 onderdeel b en c Besluit kwaliteit kinderopvangArt 9c Regeling Wko
Ve:
Art 1.50b en 1.60c lid 1 Wko
Art 3 lid 1 en 3 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Hoog
€ 5.000 (dag, ve)
€ 2.500 (bso)
b.De inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs geschiedt niet overeenkomstig de meest recent aangevangen cao Kinderopvang. Bij de inzet van beroepskrachten in opleiding en stagiairs is geen rekening gehouden met de opleidingsfase.
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)Art 7 lid 1, 2, 8 en 9 (dag) en 16 lid 1, 2, 7 en 8 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Art 9 (dag) en 9a (bso) Regeling Wko
Hoog
€ 3.000
c.Er is geen volwassene beschikbaar voor het geval zich een calamiteit voordoet wanneer slechts één beroepskracht aanwezig is. De houder informeert de werknemers niet over de naam en het telefoonnummer van deze persoon.
Art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Art 7 lid 5 (dag) en 16 lid 5 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 2.000
d.Er is ter ondersteuning van de beroepskracht niet ten minste één andere volwassene in het kindercentrum aanwezig wanneer slechts één beroepskracht wordt ingezet.
Art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Art 7 lid 6 (dag) en 16 lid 6 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 2.000
1.3.4 Inzet pedagogisch beleidsmedewerkers
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder zet de pedagogisch beleidsmedewerker niet in voor de vereiste doelen en het vereiste aantal uren. Het minimaal aantal uren wordt niet jaarlijks op grond van de rekenregels bepaald.
Art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Art 8 lid 1 en 2 (dag) en 17 lid 1 en 2 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 2.000
b.De houder bepaalt niet jaarlijks de wijze waarop hij de uren waarvoor pedagogisch beleidsmedewerkers worden ingezet, verdeelt over zijn kindercentra en legt dit niet schriftelijk vast.
De verdeling van de uren is niet zodanig dat iedere beroepskracht jaarlijks coaching ontvangt.
Art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Art 8 lid 3 (dag) en 17 lid 3 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 1.000
€ 2.000
c.De houder zet bij een kindercentrum waar voorschoolse educatie wordt aangeboden geen pedagogisch beleidsmedewerker in.
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 2a lid 1 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Hoog
€ 2.000
d.De inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker bij voorschoolse educatie voldoet niet aan de eisen zoals omschreven in de Wko.
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 2a lid 2 en 3 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Art 167 lid 1 onder a sub 2 Wet op het primair onderwijs
Hoog
€ 2.000
e.De houder legt niet vast aan hoeveel doelgroep-peuters voorschoolse educatie wordt aangeboden.
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 2a lid 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Gemiddeld
€ 500
1.3.5 Stabiliteit van de opvang voor kinderen
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De opvang vindt niet plaats in stam- of basisgroepen (dag, bso).
Een kind wordt opgevangen in meer dan één stam- of basisgroep (dag, bso).
De maximale groepsgrootte wordt overschreden (dag, bso, ve).
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 9 lid 1, 2, 7, 8, 9 (dag), art 18 lid 1, 2, 3 en 4 (bso) en 10 (dag) Besluit kwaliteit kinderopvang
Ve:
Art 1.50b Wko
Art 3 lid 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie
Hoog
€ 4.000 (dag, ve)
€ 2.000 (bso)
b.De houder informeert de ouders en het kind niet over de stamgroep en de toegewezen beroepskracht.
Art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko (dag)
Art 9 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang (dag)
Gemiddeld
€ 1.000
c.Aan een kind zijn te veel vaste beroepskrachten toegewezen. Van een kind is geen vaste beroepskracht werkzaam in de stamgroep van dat kind.
Art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 2 Wko (dag)
Art 9 lid 4, 5, 9a en 19a Besluit kwaliteit kinderopvang (dag)
Hoog
€ 3.000
d.Een kind maakt gedurende de week gebruik van meer dan twee verschillende stamgroepruimtes.
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag)
Art 9 lid 6, 8 en 9 Besluit kwaliteit kinderopvang (dag)
Gemiddeld
€ 2.000
e.Aan een kind is geen mentor toegewezen.
De mentor is geen beroepskracht van het kind. De mentor bespreekt de ontwikkeling van het kind niet periodiek met de ouders. De mentor is voor de ouders geen aanspreekpunt bij vragen over het kind.
Art 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Art 9 lid 11 (dag) en 18 lid 5 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Gemiddeld
€ 1.000
€ 500
1.3.6 Gebruik van de voorgeschreven voertaal
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt.
Art 1.55 lid 1 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
b.Er wordt een andere voertaal gebruikt zonder of in afwijking van een door de houder vastgestelde gedragscode.
Art 1.55 lid 2 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 2.000
1.4. Veiligheid en gezondheid
1.4.1 Veiligheids- en gezondheidsbeleid
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder heeft geen veiligheids- en gezondheidsbeleid.
De houder draagt er geen zorg voor dat conform het beleid wordt gehandeld.
Art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 4 lid 1 (dag) en 13 lid 1 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 3.000
€ 2.000
b.De houder heeft het beleid niet schriftelijk vastgesteld.
De houder evalueert en indien nodig actualiseert het beleid niet binnen drie maanden na opening. De houder houdt het beleid niet actueel.
Art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 4 lid 2 (dag) en 13 lid 2 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 3.000
€ 2.000
c.Het beleid is niet compleet.
Art 1.49 lid 1, 1.50 lid 1 en 2 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Art 4 lid 3 onder a, b, c, d, e, f, art 7 lid 5 en 6 (dag), art 13 lid 3 onder a, b, c, d, e, f en art 16 lid 5 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Gemiddeld
€ 500 per onderdeel
d.Er is niet te allen tijde ten minste één volwassene aanwezig die gekwalificeerd is voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.
Art 1.49 lid 1 en 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 4 lid 5 (dag) en 13 lid 4 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Art 8 (dag) en 9b (bso) Regeling Wko
Hoog
€ 3.000
1.4.2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder heeft voor het personeel geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan.
De meldcode draagt niet bij aan het zo snel en adequaat mogelijk bieden van hulp.
Art 1.51a lid 1 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
b.De meldcode is niet compleet.
Art 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 Wko (dag, bso)
Art 5 (dag) en art 14 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Gemiddeld
€ 500 per onderdeel
c.De houder bevordert niet de kennis en het gebruik van de meldcode.
Art 1.51a lid 4 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 2.000
1.4.3 Meld-, overleg- en aangifteplicht
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder bevordert niet de kennis en het gebruik van de handelswijze dat hij onverwijld in overleg treedt met de vertrouwensinspecteur kinderopvang nadat hem bekend is geworden dat een werknemer zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind.
Art 1.51b lid 1 en 5 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
b.De houder bevordert niet de kennis en het gebruik van de handelswijze dat hij onverwijld aangifte doet bij de opsporingsambtenaar nadat uit het overleg met de vertrouwensinspecteur kinderopvang is gebleken dat sprake is van een redelijk vermoeden dat een persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling.
De houder stelt de vertrouwensinspecteur kinderopvang niet onverwijld in kennis van de aangifte.
Art 1.51b lid 2 en 5 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
c.De houder bevordert niet de kennis en het gebruik van de handelswijze dat een werknemer die op enigerlei wijze bekend is geworden dat een andere werknemer zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, de houder daarvan onverwijld in kennis stelt.
Art 1.51b lid 3, 4 en 5 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Hoog
€ 3.000
d.De houder van een kindercentrum bevordert niet de kennis en het gebruik van de handelswijze dat een werknemer die bekend is geworden dat de houder zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, in contact kan treden met de vertrouwensinspecteur kinderopvang en bij een redelijk vermoeden onverwijld aangifte doet bij de opsporingsambtenaar.
Art 1.51c Wko (dag, bso)
Hoog
€ 2.000
1.5. Accommodatie
1.5.1 Eisen aan ruimtes
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De binnen- en buitenruimtes zijn niet:
-veilig;
-toegankelijk;
-passend ingericht
in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de opvangkinderen.
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 10 lid 1 (dag) en 19 lid 1 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 3.000
b.Per aanwezig kind is niet ten minste 3,5 m² binnenspeelruimte beschikbaar.
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 10 lid 2 (dag) en 19 lid 2 (bso) Besluit kwaliteit kinderopvang
Hoog
€ 3.000
c.Per aanwezig kind is niet ten minste 3 m² vaste buitenspeelruimte beschikbaar (dag, bso).
De buitenspeelruimte is niet aangrenzend (dag).
De buitenspeelruimte is niet in de directe nabijheid van het kindercentrum gelegen en voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar (bso).
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag, bso)
Art 10 lid 3 en art 19 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang (dag)
Hoog
€ 2.000
€ 1.000
d.Een stamgroep beschikt niet over een afzonderlijke vaste stamgroepruimte. Binnenruimtes buiten de stamgroepruimte worden niet naar evenredigheid aan de groepen toebedeeld (dag).
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag)
Art 10 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang (dag)
Hoog
€ 2.000 per groep
e.Het kindercentrum beschikt niet over een op het aantal kinderen afgestemde afzonderlijke slaapruimte (dag).
Art 1.50 lid 1 en 2 Wko (dag)
Art 10 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang (dag)
Hoog
€ 3.000
1.6. Ouderrecht
1.6.1 Informatie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder informeert de ouders en eenieder die daarom verzoekt niet over het te voeren beleid als bedoeld in art. 1.48d tot en met 1.57d van de Wko.
Art 1.54 lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
b.De houder informeert ouders en personeel niet conform de Wko over het inspectierapport.
Art 1.54 lid 2 en 3 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
c.De houder brengt de mogelijkheid om geschillen aan de geschillencommissie voor te leggen niet (passend) onder de aandacht van de ouders.
Art 1.57c lid 2 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
1.6.2 Oudercommissie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder heeft geen reglement oudercommissie vastgesteld.
Art 1.46 lid 2, 1.58 lid 2 en 1.59 lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
b.Het reglement voldoet niet aan de eisen.
Art 1.59 lid 2, 3, 4 en 5 Wko (dag, bso)
Laag
€ 500
c.De houder heeft geen oudercommissie ingesteld of de houder spant zich niet voldoende in om een oudercommissie in te stellen.
Art 1.58 lid 1 en 2 en 1.58a lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
d.De oudercommissie voldoet niet aan de eisen.
Art 1.58 lid 4, 5 en 6, art 1.58a lid 3 en art 1.60c lid 2 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
e.De houder betrekt de ouders niet voldoende bij de onderwerpen waarvoor het adviesrecht geldt. De houder biedt ouders niet de gelegenheid om deel te nemen aan een oudercommissie.
Art 1.58 lid 2 en 3 en 1.60 lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
1.6.3 Klachten en geschillen
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder heeft geen klachtenregeling getroffen.
Art 1.57b lid 1 en 1.60c lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
b.De klachtenregeling is niet schriftelijk vastgelegd.
De klachtenregeling is niet compleet.
Art 1.57b lid 2 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
€ 500 per onderdeel
c.De houder brengt de klachtenregeling en wijzigingen daarvan niet (passend) onder de aandacht van de ouders. De houder handelt niet overeenkomstig de klachtenregeling.
Art 1.57b lid 3 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
d.De houder draagt geen zorg voor een (tijdig) jaarverslag klachten. Het jaarverslag is herleidbaar tot natuurlijke personen.
Het jaarverslag klachten is niet compleet.
Art 1.57b lid 2 onder e en f, 4, 5, 6 en 9 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
€ 500 per onderdeel
e.De houder zendt het jaarverslag klachten niet tijdig aan de toezichthouder en brengt het niet gelijktijdig (passend) onder de aandacht van de ouders.
Art 1.57b lid 8 en 9 Wko (dag, bso)
Laag
€ 500
f.De houder is niet aangesloten bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van geschillen.
Art 1.57c lid 1 Wko (dag, bso)
Gemiddeld
€ 1.000
Hoofdstuk 2. Gastouderbureaus en voorzieningen voor gastouderopvang
2.1. Algemene voorwaarden kwaliteit en naleving
2.1.1 Registratie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Een gastouder /gastouderbureau is in exploitatie zonder dat uit onderzoek is gebleken dat dit zal plaatsvinden in overeenstemming met de kwaliteitseisen.
Art 1.45 lid 3 Wko (gob, vgo)
Hoog
€ 20.750
b.De gastouder voldoet niet aan alle voorwaarden uit de definitie van gastouderopvang.
Artikel 1.56b en artikel 1.1 Wko (vgo)
Hoog
€ 750
2.1.2 Wijzigingen
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder doet van een wijziging in de aangewezen gegevens niet onverwijld mededeling aan de gemeente.
Artikel 1.47 lid 1 Wko
Artikel 7 lid 2 en 3 Besluit landelijk register kinderopvang, register buitenlandse kinderopvang en personenregister kinderopvang (gob)
Hoog
€ 1.000
2.1.3 Medewerking en naleving
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder en/of de gastouder komt een vordering of verzoek tot medewerking van de toezichthouder niet na.
Artikel 1.56 lid 1, artikel 1.62 lid 1, 2 en 4 Wko; artikel 5:20 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (gob)
Artikel 1.56b lid 1, artikel 1.62 lid 1, 3 en 4 Wko; artikel 5:20 lid 1 Algemene wet bestuursrecht (vgo)
Hoog
€ 4.000
b.De houder en/of de gastouder volgt een vooraankondiging last onder dwangsom of bevel niet op.
Artikel 1.65 lid 5 Wko (gob, vgo)
Hoog
€ 4.000
c.De houder en/of de gastouder volgt een exploitatieverbod niet op.
Artikel 1.66 lid 1 en 2 Wko; exploitatieverbod (gob)
Hoog
€ 20.750
2.2. Pedagogisch klimaat
2.2.1 Pedagogisch beleid
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder van een gastouderbureau stelt geen pedagogisch beleidsplan vast.
Artikel 1.56 lid 1 en artikel 1.56b lid 2 Wko (gob)
Artikel 11 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 3.000
b.Het pedagogisch beleidsplan is niet compleet.
Artikel 1.56b lid 2 Wko (gob)
Artikel 11 lid 2 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Artikel 12a lid 1 onder a, b en c Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Gemiddeld
€ 500 per onderdeel
2.2.2 Pedagogische praktijk
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder voert niet een zodanig beleid dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders een pedagogisch beleid uitvoeren dat in de praktijk leidt tot verantwoorde gastouderopvang.
Artikel 1.49 lid 4 onder a en 1.56 lid 1 Wko (gob)
Hoog
€ 10.000
b.De gastouder biedt geen verantwoorde gastouderopvang. De gastouder heeft geen/ onvoldoende kennis van en handelt niet overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan van het gastouderbureau waarbij hij is aangesloten.
Artikel 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 16 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 1.000
2.3. Personeel en eisen aan gastouder
2.3.1 Verklaring omtrent het gedrag en personenregister kinderopvang
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Een VOG-plichtige is niet in het bezit van een VOG
en/of
De inschrijving in het PRK en/of de koppeling aan de houder in het PRK heeft niet plaatsgevonden.
Een persoon die niet voldoet aan de VOG/PRK-eisen heeft zijn werkzaamheden aangevangen.
Artikel 1.56 lid 3 Wko (gob)
Artikel 1.48d lid 2 en 3 Wko (gob)
Artikel 1.56 lid 3 en 1.50 lid 4 Wko (gob)
Artikel 1.56b lid 3 Wko (VGO)
Hoog
€ 3.000 per persoon
€ 1.000 per persoon in het geval alleen de koppeling ontbreekt
b.De gastouder overlegt op verzoek van de toezichthouder niet (tijdig) opnieuw de gevraagde VOG's of de overlegde VOG's zijn ouder dan twee maanden.
Artikel 1.56b lid 5 Wko (VGO)
Artikel 1.56b lid 7 Wko (VGO)
Hoog
€ 3.000
c.De houder verlangt niet dat een VOG-plichtige (tijdig) opnieuw zijn geldige VOG overlegt.
Artikel 1.56 lid 3 en 1.50 Wko (gob)
Hoog
€ 3.000
2.3.2 Personeelsformatie per gastouder
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder draagt er geen zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling.
Artikel 1.56 lid 7 Wko (gob)
Artikel 11b lid 2 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 3.000 per vgo
2.3.3 Deskundigheid gastouder
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De gastouder beschikt niet over een passende beroepskwalificatie.
Artikel 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 13 lid 1 onder a en lid 2 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 10, 10a en 10b Regeling Wko (vgo)
Hoog
€ 3.000
b.De gastouder is niet in het bezit van een geldige kwalificatie voor het verlenen van eerste hulp aan kinderen.
Artikel 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 13 lid 1 onder b en lid 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 1 Regeling vooraankondiging last onder dwangsom geregistreerde certificaten voor kinderopvang inzake met goed gevolg afgesloten onderricht verlenen van eerste hulp aan kinderen (vgo)
Hoog
€ 300
2.3.4 Gebruik van de voorgeschreven voertaal
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De Nederlandse taal wordt niet als voertaal gebruikt.
Artikel 1.56b lid 1 en 1.55 lid 1 en 2 Wko (vgo)
Hoog
€ 300
2.4. Accommodatie en inrichting
2.4.1 Speel- en slaapruimte en buitenspeelmogelijkheid
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Het opvangadres beschikt niet over voldoende binnen speel- en slaapruimte of de binnenruimtes zijn niet
-veilig
-toegankelijk
-passend ingericht.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 15 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Art 14 lid 1 onder a Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 200 bij onvoldoende speel- en slaapruimtes
€ 300 bij het niet veilig, toegankelijk en/of passend ingericht zijn
b.Het opvangadres beschikt niet over voldoende buitenspeelmogelijkheden of de buitenruimtes zijn niet
-veilig
-toegankelijk
-passend ingericht.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 2 Wko (vgo)
Artikel 15 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 14 lid 1 onder b Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 200 bij onvoldoende buitenspeelmogelijkheden
€ 300 bij het niet veilig, toegankelijk en/of passend ingericht zijn
c.De opvang is niet voorzien rookmelders die voldoen aan de eisen.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 2 Wko (vgo)
Artikel 15 lid 2 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 14 lid 1 onder c Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 200
d.De opvang is niet altijd rookvrij.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 2 Wko (vgo)
Artikel 15 lid 2 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 14 lid 1 onder d Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 200
2.4.2 Groepssamenstelling
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.Bij een gastouder worden meer dan het aantal wettelijk toegestane aantal kinderen opgevangen.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 2 Wko (vgo)
Art 14 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 13 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 300
2.4.3 Achterwacht
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De gastouder is telefonisch niet goed bereikbaar.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 12 lid 2 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Gemiddeld
€ 100
b.De gastouder zorgt niet voor een adequate vervanging bij calamiteiten.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 12 lid 2 en 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Art 12 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 300
2.5. Veiligheid en gezondheid
2.5.1 Risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder organiseert zijn werkzaamheden niet zodanig dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders handelen volgens de opgestelde risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. De houder voert geen beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de gezondheid van de op te vangen kinderen op het adres waar de opvang plaatsvindt door de gastouder zoveel mogelijk is gewaarborgd.
Artikel 1.49 lid 4 onder a, 1.51 en 1.56 lid 1 Wko (gob)
Artikel 7 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 3.000
b.De houder inventariseert niet samen met de gastouder jaarlijks de veiligheids- en gezondheidsrisico's die de opvang van kinderen in alle voor kinderen toegankelijke ruimtes met zich brengt. De houder draagt er geen zorg voor dat daartoe elk opvangadres ten minste één keer per jaar wordt bezocht door een bemiddelingsmedewerker werkzaam bij het gastouderbureau.
Artikel 1.49 lid 4 onder a, 1.56 lid 1 en 2 Wko (gob)
Artikel 7 lid 2 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 3.000
c.De risico-inventarisatie is niet compleet.
Artikel 1.49 lid 4 onder a en 1.56 lid 1 en 2 Wko (gob)
Artikel 7 lid 2, 3 en 6 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Artikel 11 lid 3 onder a en b Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Gemiddeld
€ 500 per onderdeel
d.De houder draagt er geen zorg voor dat samen met de gastouder in het plan van aanpak wordt aangegeven welke maatregelen binnen welke termijn zijn respectievelijk worden genomen in verband met de beschreven veiligheid- en gezondheidsrisico’s.
Artikel 1.49 lid 4 onder a en 1.56 lid 1 en 2 Wko (gob)
Artikel 7 lid 5 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 3.000
e.De risico-inventarisatie is niet inzichtelijk voor vraagouders.
Artikel 1.49 lid 3 en 4 onder a en 1.56 lid 1 en 2 Wko (gob, vgo)
Artikel 7 lid 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob, vgo)
Artikel 11 lid 3 onder a en b Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Gemiddeld
€ 1.000
f.Er is geen ondertekende risico-inventarisatie bij de voorziening voor gastouderopvang aanwezig.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 11 lid 1 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Gemiddeld
€ 100
g.De gastouder draagt er geen zorg voor dat de veiligheids- en gezondheidsmaatregelen uit het plan van aanpak binnen de gestelde termijn zijn respectievelijk worden genomen.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 12 lid 1 en 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 11 lid 2 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Hoog
€ 1.000
h.De gastouder draagt er geen zorg voor dat de lijst van ongevallen die hebben plaatsgevonden actueel is en voldoet aan de gestelde eisen.
Artikel 1.49 lid 3 en 1.56b lid 1 en 2 Wko (vgo)
Artikel 12 lid 3 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Artikel 11 lid 3 onder c en lid 4 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (vgo)
Gemiddeld
€ 1.000
2.5.2 Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder heeft voor de gastouders geen meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling vastgesteld. In de meldcode is niet stapsgewijs aangegeven hoe met signalen wordt omgegaan. De meldcode draagt niet bij aan het zo snel en adequaat mogelijk bieden van hulp.
Artikel 1.51a lid 1, 2, 3 en 5 Wko; artikel 8 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 3.000
b.De meldcode is niet compleet.
Artikel 1.51a lid 5 Wko; artikel 8 lid 2 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Gemiddeld
€ 500 per onderdeel
c.De houder bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode niet.
Artikel 1.51a lid 4 Wko (gob)
Hoog
€ 2.000
d.De gastouder heeft geen kennis van de door de houder van het gastouderbureau vastgestelde meldcode. De gastouder leeft de meldcode niet na.
Artikel 1.56b lid 1 en art 1.51a lid 4 Wko (vgo)
Hoog
€ 200
2.5.3. Meld-, overleg- en aangifteplicht
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder treedt niet, nadat hem bekend is geworden dat:
-een personeelslid; of
-een gastouder; of
-een meerderjarige als bedoeld in artikel 1.56b, lid 3, Wko
zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige.
Artikel 1.51b lid 1 Wko (gob)
Hoog
€ 3.000
b.De houder doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar, nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een redelijk vermoeden dat de desbetreffende persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling. De houder stelt de deskundige niet onverwijld in kennis van de aangifte.
Artikel 1.51b lid 2 Wko (gob)
Hoog
€ 3.000
c.De houder stelt de houder van een kindercentrum of gastouderbureau niet, nadat hem bekend is geworden dat:
-een ander ten behoeve van die houder werkzaam persoon
-een gastouder of
-een persoon van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 1.56b, derde lid
zich mogelijk schuldig maakt of heeft gemaakt aan een misdrijf tegen de zeden of mishandeling onverwijld in kennis.
Artikel 1.51b lid 3 en 4 Wko (gob)
Hoog
€ 3.000
d.De gastouder treedt niet, nadat hem bekend is geworden dat de houder (een natuurlijk persoon) zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling jegens een opvangkind, onverwijld in overleg met een aangewezen deskundige.
Artikel 1.51c lid 1 (vgo)
Hoog
€ 300
e.De gastouder doet niet onverwijld aangifte bij een opsporingsambtenaar nadat uit het overleg met de deskundige is geconcludeerd dat sprake is van een vermoeden dat de houder zich schuldig heeft gemaakt aan een zedenmisdrijf of mishandeling.
Artikel 1.51c lid 2 Wko (vgo)
Hoog
€ 300
f.De gastouder heeft onvoldoende kennis van de meldcode.
Artikel 1.56b lid 1 Wko (vgo)
Hoog
€ 300
g.De houder bevordert de kennis en het gebruik van de handelswijze met betrekking tot misdrijven niet.
Artikel 1.51b lid 5 en 1.51c lid 3 Wko (gob)
Hoog
€ 2.000
2.6. Ouderrecht
2.6.1 Informatie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder laat in de schriftelijke overeenkomst met de vraagouder niet duidelijk zien welk deel van het betaalde bedrag naar het gastouderbureau gaat (uitvoeringskosten) en welk deel van het betaalde bedrag naar de gastouder gaat.
Artikel 1.56 lid 4 Wko; art 11b Regeling Wko (gob)
Hoog
€ 1.000 per vraagouder
b.De houder van een gastouderbureau informeert vraagouders en eenieder die daarom verzoekt niet over het te voeren beleid.
Artikel 1.54a lid 1 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
c.De houder draagt er geen zorg voor dat het gastouderbureau goed bereikbaar is voor de vraagouder en de gastouder en verstrekt hen hierover geen informatie.
Artikel 1.56 lid 2 Wko; art 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; art 11b lid 3 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
d.De houder informeert ouders, personeel en gastouders niet (juist) over het inspectierapport inzake zijn gastouderbureau of een aangesloten voorziening voor gastouderopvang.
Artikel 1.54a lid 2 en 3 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
e.De houder brengt de geschillencommissie niet (juist) onder de aandacht van ouders.
Artikel 1.57c lid 2 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
2.6.2. Oudercommissie
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder heeft geen reglement oudercommissie vastgesteld.
Artikel 1.59 lid 1 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
b.Het reglement voldoet niet aan de eisen.
Artikel 1.59 lid 2, 3, 4 en 5 Wko (gob)
Laag
€ 500
c.Er is geen oudercommissie ingesteld of de houder spant zich niet voldoende in om een oudercommissie in te stellen.
Artikel 1.58 lid 1 en 2 en 1.58a lid 1 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
d.De oudercommissie voldoet niet aan de eisen.
Artikel 1.58 lid 4, 5 en 6 en 1.58a lid 3 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
e.De houder betrekt ouders niet voldoende.
De houder biedt ouders niet de gelegenheid om deel te nemen aan een oudercommissie.
Artikel 1.58 lid 2 en 3 en 1.60 lid 1 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
2.6.3 Klachten en geschillen
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder heeft geen klachtenregeling getroffen.
Artikel 1.57b lid 1 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
b.De klachtenregeling is niet schriftelijk vastgelegd.
De klachtenregeling is niet compleet.
Artikel 1.57b lid 2 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000 voor het niet hebben van een schriftelijke klachtenregeling
€ 500 per onderdeel
c.De houder brengt de klachtenregeling of wijzigingen hiervan niet (passend) onder de aandacht van ouders. De houder handelt niet overeenkomstig de klachtenregeling.
Artikel 1.57b lid 3 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
d.De houder draagt geen zorg voor een (tijdig) jaarlijks klachtenverslag. Het jaarverslag is herleidbaar tot natuurlijke personen.
Het klachtenverslag is niet compleet.
Artikel 1.57b lid 4, 5 en 6 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
€ 500 indien het verslag niet compleet is
e.De houder zendt het klachtenverslag niet tijdig aan de toezichthouder en/of brengt het niet gelijktijdig (passend) onder de aandacht van de ouders.
Artikel 1.57b lid 8 Wko (gob)
Laag
€ 500
f.De houder is niet aangesloten bij een erkende geschillencommissie voor het behandelen van geschillen.
Artikel 1.57c lid 1 Wko (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
2.7. Kwaliteit gastouderbureau en zorgplicht
2.7.1. Kwaliteitscriteria
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De houder draagt geen zorg voor het tot stand brengen en begeleiden van verantwoorde gastouderopvang.
Artikel 1.49 lid 4 onder a en 1.56 lid 2 Wko; artikel 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 11b lid 1 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 10.000
b.De houder draagt er geen zorg voor dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders tijdens de opvang de Nederlandse taal als voertaal gebruiken zonder dat hier een wettelijke uitzondering op is.
Artikel 1.56 lid 1 en 1.55 lid 1 Wko (gob)
OF
Artikel 1.56 lid 1 en 1.55 lid 2 Wko (gob)
Hoog
€ 500
c.De houder draagt er geen zorg voor dat de volgende gesprekken plaatsvinden:
-intakegesprek met de gast- en vraagouder;
-koppelingsgesprek met de gast- en vraagouder;
-voortgangsgesprek met de gastouder.
De gesprekken vinden niet plaats bij de voorziening voor gastouderopvang. De gesprekken worden niet gevoerd door een bemiddelingsmedewerker.
Artikel 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 11a lid 1 onder a, b, c en d en lid 2 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 1.000 per gesprek
d.De houder draagt er geen zorg voor dat een bemiddelingsmedewerker in ieder geval tweemaal per jaar de adressen bezoekt waar opvang door de gastouder plaatsvindt.
Het jaarlijkse voortgangsgesprek met de gastouder is geen onderdeel van één van deze bezoeken.
Artikel 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 11a lid 1 onder d en f en 2 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 1.000 per vgo
e.De houder draagt er geen zorg voor dat de gastouderopvang jaarlijks mondeling met de vraagouders wordt geëvalueerd en/of legt de evaluatie niet schriftelijk vast.
Artikel 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 11a lid 1 onder e Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Gemiddeld
€ 1.000
f.De houder toetst jaarlijks bij een bezoek aan de voorziening voor gastouderopvang niet of deze aan de volgende eisen voldoet:
-de voorziening beschikt over voldoende speel- en slaapruimte,
-de voorziening beschikt over voldoende buitenspeelmogelijkheden afgestemd op het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen;
-de voorziening is voorzien van voldoende en goed functionerende rookmelders;
-de voorziening is te allen tijde rookvrij.
Artikel 1.56 lid 1 en 2 Wko; artikel 9 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 14 lid 2 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang (gob)
Hoog
€ 1.000 per vgo
2.7.2. Administratie gastouderbureau
Overtreding
Artikel
Prioriteit
Boetebedrag
a.De administratie is niet zodanig ingericht dat op verzoek tijdig gegevens kunnen worden verstrekt.
Artikel 1.56 lid 1 en 6 onder a Wko; artikel 11 lid 1 onder a en lid 4 Regeling Wko (gob)
Hoog
€ 1.000
b.De administratie is niet compleet.
Artikel 11 lid 2 en 3 regeling Wko en artikel 7 lid 4 besluit go (gob)
Hoog
€ 500 per onderdeel