Aanhef
Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre;
Overwegende,
dat op grond van artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s tot vaststelling van de regio-indeling van gemeenten met betrekking tot taken in het kader van de Wet Veiligheidsregio’s de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre tezamen zijn aangewezen als Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost;
dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid is gesteld om bij het college een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling;
dat de gemeenteraad, zoals vereist op grond van artikel 1, vierde en vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, het college toestemming heeft gegeven om een regeling te treffen c.q. te wijzigen;
dat de korpschef van het landelijk politiekorps, voor zover het de integrale afstemming van de politietaken ten aanzien van de voorbereiding op rampenbestrijding en crisisbeheersing, het veiligheidsbeleid in de gemeenten en de gemeenschappelijke meldkamer betreft, met instemming kennis genomen heeft van deze gemeenschappelijke regeling;
dat voornoemde gemeenten, respectievelijk hun bestuursorganen, verplicht zijn een gemeenschappelijke regeling te treffen op grond van artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s;
dat deze gemeenschappelijke regeling belast wordt met de wettelijke taken als genoemd in de Wet veiligheidsregio’s;
gelet op de Wet veiligheidsregio’s, de Wet publieke gezondheid, de Politiewet 2012, de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen;
Besluiten:
de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost per 1 juli 2024 te wijzigen, zodat deze komt te luiden als volgt:
Instelling en plaats van vestiging
HOOFDSTUK I (Algemene bepalingen)
Artikel 1.
1Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost.
2Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is een regionaal samenwerkingsverband van de gemeenten Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven, Waalre.
3Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost is gevestigd in Eindhoven.
Artikel 2.
1In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.Wet: De Wet veiligheidsregio’s;
b.gemeenschappelijke regeling: de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost;
c.openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid;
d.gemeente: één van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten;
e.samenwerkingsgebied: het gezamenlijk grondgebied van de in artikel 1, tweede lid, genoemde gemeenten;
f.Veiligheidsregio: de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost als bedoeld in artikel 1, eerste lid;
g.Algemeen Bestuur: het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio;
h.Dagelijks Bestuur: het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio;
i.voorzitter: de voorzitter van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio;
j.korpschef: de korpschef als bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, deze krachtens mandaat vertegenwoordigd door de politiechef van de eenheid Oost-Brabant;
k.hoofdofficier van justitie: de hoofdofficier van justitie als bedoeld in artikel 12, eerste lid van de Wet;
l.directeur Veiligheidsregio: het hoofd van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam;
m.directeur Publieke Gezondheid: de functionaris als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wet;
n.GHOR: de geneeskundige hulpverleningsorganisatie bij rampen als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de Wet
o.coördinerend gemeentesecretaris: de functionaris als bedoeld in artikel 36 van de Wet;
p.bevolkingszorg: de regionale organisatie die onder verantwoordelijkheid van de coördinerend gemeentesecretaris bij een crisis belast is met het uitvoeren van aan gemeenten toegewezen processen en belast is met de voorbereiding van die processen;
q.directeurenberaad: strategisch overleg, gericht op de integrale ambtelijke afstemming en multidisciplinaire samenwerking.
r.archiefbewaarplaats: een bij of krachtens de Archiefwet voor de blijvende bewaring van archiefbescheiden aangewezen bewaarplaats.
2Daar waar in de gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college en de burgemeester, onderscheidenlijk: de Veiligheidsregio, het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter.
Doel
HOOFDSTUK II (Doel, taken en bevoegdheden)
Artikel 3.
De Veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van:
a.brandweerzorg;
b.rampenbestrijding en crisisbeheersing, waaronder bevolkingszorg en GHOR
Taken en bevoegdheden
Artikel 4.
1de Veiligheidsregio draagt zorg voor
a.de taken genoemd in de Wet veiligheidsregio’s;
b.overige taken die bij of krachtens andere wetgeving aan de Veiligheidsregio worden opgedragen;
c.uitvoeren van overige taken en bevoegdheden welke door de colleges aan het bestuur van de veiligheidsregio zijn overgedragen dan wel opgedragen.
2De Veiligheidsregio heeft alle bevoegdheden tot regeling, bestuur en beheer die nodig zijn voor de uitvoering van de aan haar opgedragen taken.
Integrale afstemming
Artikel 5.
Ten aanzien van het bevorderen van een eenduidig veiligheidsbeleid en de multidisciplinaire rampen- en crisisbeheersing is voorbereiding, afstemming en besluitvorming van het bestuur van de Veiligheidsregio, de korpschef en hoofdofficier van justitie vereist. De resultaten van deze afstemming met korpschef en hoofdofficier van justitie worden vastgelegd in een convenant.
Bestuursorganen
HOOFDSTUK III (Organen)
Artikel 6.
De Veiligheidsregio kent de volgende bestuursorganen:
a.het Algemeen Bestuur
b.het Dagelijks Bestuur
c.de voorzitter
d.door het bestuur ingestelde commissies
Samenstelling Algemeen Bestuur
HOOFDSTUK IV (Algemeen Bestuur)
Artikel 7.
1Het Algemeen Bestuur bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten.
2De burgemeester wordt bij verhindering of ontstentenis vertegenwoordigd overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet.
3Het lidmaatschap van het Algemeen Bestuur eindigt van rechtswege zodra het lid ophoudt burgemeester te zijn van de vertegenwoordigde gemeente.
Bevoegdheden Algemeen Bestuur
Artikel 8.
1Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de aan de Veiligheidsregio opgedragen taken en bevoegdheden, voor zover bij de Wet of in deze regeling de bevoegdheid daartoe niet aan het Dagelijks Bestuur of de voorzitter is toegekend. Het Algemeen Bestuur kan met inachtneming van artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegdheden overdragen aan het Dagelijks Bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet.
2Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in andere gemeenschappelijke regelingen, stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.
3Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.
4Het Algemeen Bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de externe behandeling van klachten wordt aangesloten bij de Nationale ombudsman.
Werkwijze Algemeen Bestuur
Artikel 9.
1Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks ten minste driemaal en voorts zo dikwijls de voorzitter of het Dagelijks Bestuur het nodig oordelen, of indien het door ten minste drie leden schriftelijk met opgave van redenen wordt gevraagd.
2De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste een vijfde gedeelte van de aanwezige leden daarom verzoekt of indien de voorzitter dit nodig acht. Het Algemeen Bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
3In een besloten vergadering van het Algemeen Bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over:
a.de vaststelling en wijziging van de begroting;
b.de vaststelling van de jaarstukken;
c.de toetreding tot, de uittreding uit, de wijziging of de opheffing van de gemeenschappelijke regeling;
d.de vaststelling van het liquidatieplan;
e.de vaststelling, intrekking of wijziging van verordeningen;
f.de vaststelling, wijziging, verlenging of opheffing van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere bestuursorganen van organisaties als bedoeld in artikel 8, eerste tot en met derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;
g.de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan.
4Het Algemeen Bestuur heeft de mogelijkheid in het kader van een specifiek besluit of agendapunt ertoe te besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals ‘beschreven’ in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
5Het vierde lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het Dagelijks Bestuur hierom verzoeken.
6Het Dagelijks Bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het vierde of het vijfde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.
7Het Algemeen Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 t/m 32 en 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
8De commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie en de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, alsmede de vaste leden van het directeurenberaad worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen.
9Anderen kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de vergaderingen van het Algemeen Bestuur bij te wonen.
Besluitvorming
Artikel 10.
1Bij het nemen van besluiten door het algemeen bestuur tot vaststelling van de jaarrekening en tot vaststelling van de begroting en begrotingswijzigingen brengen de leden die een gemeente vertegenwoordigen tot 20.000 inwoners één stem uit. De leden die een gemeente vertegenwoordigen met 20.000 of meer inwoners brengen twee stemmen uit vermeerderd met een stem per volledig veelvoud van 15.000 inwoners, waarmee het aantal van 20.000 inwoners door die gemeente wordt overschreden. Hierbij geldt dat de stemmen afkomstig van de gezamenlijke leden van het Dagelijks Bestuur nimmer de meerderheid van het totale aantal stemmen mogen vormen.
2Bij de overige besluitvorming door het algemeen bestuur vindt stemming plaats op basis van gewone stemwaardering (één stem per gemeente).
3De besluitvorming vindt plaats bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van de stemmen heeft de voorzitter een doorslaggevende stem.
Zienswijzen
Artikel 11.
1Buiten de begroting, zoals bedoeld in artikel 28, worden de raden van de gemeenten voorafgaand aan het nemen van een besluit van het bestuur in de gelegenheid gesteld om een zienswijze naar voren te brengen indien het een van de volgende besluiten betreft:
2de vaststelling van het beleidsplan als bedoeld in artikel 14 van de wet;
3de vaststelling van het risicoprofiel als bedoeld in artikel 15 van de wet.
4Het Algemeen Bestuur kan besluiten om ten aanzien van (andere) specifieke (voorgenomen) besluiten de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen.
5Het Algemeen Bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het Dagelijks Bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen of wanneer het specifieke bestuurlijke bevoegdheden van een burgemeester of voorzitter betreft, kan het Dagelijks Bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het Dagelijks Bestuur stelt de raden hiervan schríftelijk en gemotiveerd op de hoogte.
6Het Dagelijks Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid, tweede lid en derde lid genoemde besluiten een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen.
7Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting of een besluit zoals bedoeld in het eerste lid, tweede lid en derde lid waarover een zienswijze is gegeven, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede de conclusies die het daaraan verbindt.
8Wanneer het Dagelijks Bestuur raden van de deelnemende gemeenten in kennis stelt, is de wijze waarop hij zijn oordeel kenbaar maakt te vinden in artikel 11 lid 4.
Samenstelling Dagelijks Bestuur
HOOFDSTUK V (Dagelijks Bestuur)
Artikel 12.
1Het Dagelijks Bestuur bestaat naast de voorzitter en plaatsvervangend-voorzitter uit minimaal 1 en maximaal 5 leden, aan te wijzen door en uit de leden van het Algemeen Bestuur.
2Bij de samenstelling van het Dagelijks Bestuur geldt het uitgangspunt dat een evenredige geografische verdeling over de regio wordt aangehouden. Hierbij wordt de onderstaande verdeling gehanteerd:
a.1 zetel in te vullen door Eindhoven;
b.1 zetel in te vullen door Helmond;
c.1 zetel namens de gemeenten Best, Geldrop-Mierlo, Nuenen c.a, Son en Breugel, Veldhoven en Waalre;
d.1 zetel namens de gemeenten Bergeijk, Bladel, Cranendonck, Eersel, Heeze-Leende, Oirschot, Reusel-De Mierden en Valkenswaard;
e.1 zetel namens de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren
3Het Algemeen Bestuur kan van het uitgangspunt onder het eerste en tweede lid afwijken.
4De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks Bestuur is voor onbepaalde tijd.
5Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen Bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks Bestuur.
6Het lid van het Dagelijks Bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen Bestuur.
7Een lid, met uitzondering van de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter, kan door het Algemeen Bestuur worden ontslagen als lid van het Dagelijks Bestuur, indien dit lid het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen Bestuur.
Taken en bevoegdheden Dagelijks Bestuur
Artikel 13.
1Het Dagelijks Bestuur stelt na ieder besluit over invulling van een vacature binnen het Dagelijks Bestuur een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen Bestuur.
2Het Dagelijks Bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden en de orde van de vergadering van het Dagelijks Bestuur zijn de artikelen 54, 56, 57, 58 en 59 van de Gemeentewet, voor zover daarvan niet bij of krachtens wet wordt afgeweken, van overeenkomstige toepassing.
3Het Dagelijks Bestuur oefent, eventueel naar door het Algemeen Bestuur te stellen regels en tenzij het Algemeen Bestuur anders bepaalt, de wettelijk toegekende of krachtens de gemeenschappelijke regeling aan het Algemeen Bestuur toevallende bevoegdheden uit, met uitzondering van:
a.het vaststellen en wijzigen van de begroting;
b.het vaststellen van de jaarstukken;
c.het vaststellen van strategische regionale plannen;
d.het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, tenzij de verordening een rechtspositionele regeling betreft;
e.het toetreden tot, uittreden uit of wijzigen van de gemeenschappelijke regeling overeenkomstig het gestelde in hoofdstuk XIV;
f.het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen de Veiligheidsregio en andere lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke gemeenschappelijke regeling;
g.het oprichten van of deelnemen in een stichting, maatschap, vennootschap, coöperatieve en andere vereniging dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van de deelname daaraan.
Artikel 14.
1Het Dagelijks Bestuur is overeenkomstig artikel 33b, lid 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd:
a.het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de gemeenschappelijke regeling het Algemeen Bestuur hiermee is belast;
b.beslissingen van het Algemeen Bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
c.regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de Veiligheidsregio;
d.ambtenaren in dienst te nemen, te benoemen, te schorsen en te ontslaan, voor zover niet aan het Algemeen Bestuur voorbehouden;
e.tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de Veiligheidsregio te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
f.te besluiten namens de Veiligheidsregio, het Dagelijks Bestuur of het Algemeen Bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen Bestuur, voor zover dit het Algemeen Bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
g.tot het nemen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservatoire maatregelen en te doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
2Daarnaast is het Dagelijks Bestuur bevoegd met betrekking tot:
a.het voorstaan van de belangen van de veiligheidsregio bij andere overheden, instellingen en diensten waarmee, of personen met wie contact met de veiligheidsregio van belang is;
b.de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van de Veiligheidsregio;
c.het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van de Veiligheidsregio;
d.de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
e.het voortdurend houden van toezicht op alles wat de Veiligheidsregio aangaat;
f.de zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio en haar bestuursorganen;
g.het vaststellen van regelingen en besluiten met betrekking tot de rechtspositie voor het personeel van de Veiligheidsregio;
h.Overige taken en bevoegdheden die elders in deze gemeenschappelijke regeling worden toebedeeld aan het Dagelijks Bestuur.
Vergaderingen Dagelijks Bestuur
Artikel 15.
1Het Dagelijks Bestuur vergadert minimaal vijfmaal per jaar of zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of tenminste twee leden van het Dagelijks Bestuur de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoeken. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden.
2Besluiten van het Dagelijks Bestuur vinden plaats op basis van gewone meerderheid van stemmen. Bij het staken der stemmen beslist de voorzitter.
3De commissaris van de Koning, de hoofdofficier van justitie en de voorzitters van de waterschappen, die binnen het grondgebied van de veiligheidsregio zijn gelegen, de vaste leden van het directeurenberaad en overige personen kunnen worden uitgenodigd deel te nemen aan de vergadering. Zij kunnen zich laten vertegenwoordigen.
HOOFDSTUK VI (De voorzitter, plaatsvervangend-voorzitter, secretaris)
Artikel 16.
1De voorzitter wordt overeenkomstig artikel 11, tweede lid van de Wet, benoemd bij koninklijk besluit.
2De voorzitter wordt bij zijn afwezigheid vervangen door een door het Algemeen bestuur aan te wijzen lid van het Algemeen Bestuur.
3De voorzitter is verantwoordelijk voor de leiding van de vergaderingen van het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur naar behoren worden uitgevoerd
4De voorzitter vertegenwoordigt de Veiligheidsregio in rechtsgedingen en bij alle buitengerechtelijke rechtshandelingen. Hij kan de vertegenwoordiging in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
5De voorzitter tekent de stukken die van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur uitgaan.
6De directeur Veiligheidsregio fungeert als ambtelijk secretaris van het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur.
Bestuurscommissies
HOOFDSTUK VII (Commissies, werkgroepen, overleg)
Artikel 17.
1Het Algemeen Bestuur kan, overeenkomstig artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen.
2Een lid van het Dagelijks Bestuur is voorzitter van een commissie als bedoeld in het eerste lid.
Commissies van advies
Artikel 18.
1Het Algemeen Bestuur kan besluiten ten behoeve van de uitvoering van de aan het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur of de voorzitter opgedragen taken vaste commissies van advies in te stellen overeenkomstig artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
2Tenminste wordt ingesteld een vaste commissie van advies op het gebied van financiën.
3Het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen andere tijdelijke commissies van advies aan het Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur onderscheidenlijk de voorzitter instellen
Werkgroepen, overleg
Artikel 19.
Het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter kunnen werkgroepen en overlegvormen instellen.
Het Dagelijks Bestuur en de voorzitter ten opzichte van het Algemeen Bestuur
HOOFDSTUK VIII (Informatie en verantwoordingsplicht)
Artikel 20
1De leden van het Dagelijks Bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het Algemeen Bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur.
2Zij geven ongevraagd aan het Algemeen Bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het Dagelijks Bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is.
3Zij geven – tezamen dan wel afzonderlijk – aan het Algemeen Bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.
4Het bepaalde in het eerste tot en met het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter, voor het door hem gevoerde bestuur.
Het Algemeen en Dagelijks Bestuur ten opzichte van raden
Artikel 21.
1Het Algemeen en het Dagelijks Bestuur geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is.
2Het Algemeen en het Dagelijks Bestuur verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden worden verlangd.
3Inlichtingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies.
De leden en de voorzitter van het Algemeen Bestuur ten opzichte van raden
Artikel 22.
1Een lid van het Algemeen Bestuur verschaft aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen alle inlichtingen, die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.
2Een lid van het Algemeen Bestuur is aan zijn raad, met inachtneming van artikel 19 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid en wel op de in het reglement van orde voor de vergaderingen van die raad aangegeven wijze.
3De voorzitter van het Algemeen Bestuur verstrekt na afloop van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, aan de raden van de getroffen gemeenten informatie over het verloop van de gebeurtenissen en de besluiten die hij heeft genomen. Met inachtneming van artikel 40 van de Wet geschiedt de informatieverstrekking door middel van een verslag, het schriftelijk beantwoorden van vragen en/of het in de raadsvergadering verstrekken van mondelinge inlichtingen.
De ambtelijke organisatie
HOOFDSTUK IX (Ambtelijke organisatie)
Artikel 23.
1Het Dagelijks Bestuur regelt de inrichting van de ambtelijke organisatie in een organisatiebesluit.
2De directeur Veiligheidsregio is het hoofd van de ambtelijke organisatie.
3De directeur Veiligheidsregio en de commandant brandweer worden benoemd door het Algemeen Bestuur.
Bevolkingszorg
Artikel 24.
1Ten behoeve van de deelnemende gemeenten wordt een operationele organisatie ingesteld en in stand gehouden, bevolkingszorg genaamd, voor de voorbereiding op en uitvoering van de gemeenschappelijke taken ten aanzien van gemeentelijke bevolkingszorg waaronder in ieder geval wordt verstaan de gecoördineerde inzet van daartoe aangesteld en opgeleid personeel belast met de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.
2Het Algemeen Bestuur van de veiligheidsregio wijst de coördinerend gemeentesecretaris aan die is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die voor de gemeenten worden getroffen met het oog op een ramp of crisis. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend gemeentesecretaris de deelnemende gemeenten.
Directeurenberaad
HOOFDSTUK X (Directeurenberaad)
Artikel 25.
1Er is een directeurenberaad.
2De directeur Veiligheidsregio is voorzitter van het directeurenberaad.
3Het directeurenberaad bestaat naast de voorzitter uit vaste leden en leden die op ad hoc basis deelnemen aan de besprekingen.
4De vaste leden van het directeurenberaad zijn:
a.een vertegenwoordiger van de korpschef;
b.de commandant brandweer;
c.de directeur Publieke Gezondheid;
d.de coördinerend gemeentesecretaris.
5De vaste leden van het directeurenberaad zijn belast met het individueel en/of integraal ambtelijk voorbereiden van de besluitvorming van de mono- respectievelijk multidisciplinaire aspecten en zien toe op de uitvoering in de eigen kolom.
6De werkwijze van het directeurenberaad wordt opgenomen in een door het Dagelijks Bestuur vast te stellen instructie.
7Ter uitvoering van deze taken kan het directeurenberaad werkgroepen en projectgroepen instellen.
Personeel
HOOFDSTUK XI (Personeel, Rechtspositie)
Artikel 26.
1Het Dagelijks Bestuur is belast met het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van het personeel van de Veiligheidsregio, voor zover op basis van deze regeling niet anders wordt bepaald.
2Het Dagelijks Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden tot het in dienst nemen, benoemen, schorsen en ontslaan van personeel van de Veiligheidsregio mandateren aan de directeur Veiligheidsregio, tenzij het de controller en ambtenaren betreft die belast zijn met functies van leidinggevende aard welke rechtstreeks onder de directeur Veiligheidsregio ressorteren. Dit met uitzondering van de directeur Veiligheidsregio en de commandant brandweer.
Rechtspositie
Artikel 27.
1Op het personeel in dienst van de Veiligheidsregio zijn (ook) de landelijk voor het personeel van alle veiligheidsregio’s vastgestelde collectieve arbeidsvoorwaarden van toepassing. Daar waar deze collectieve arbeidsvoorwaarden niet in voorzien besluit het Dagelijks Bestuur.
2Het Dagelijks Bestuur regelt de taken en bevoegdheden van het personeel voor zover dit niet in deze gemeenschappelijke regeling geschiedt.
Begroting
HOOFDSTUK XII (Financiële bepalingen)
Artikel 28.
1Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op overeenkomstig de voorschriften van het Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten.
2De ontwerpbegroting en begrotingswijzigingen worden minimaal 13 weken voordat deze worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur aan de raden van de deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Het Dagelijks Bestuur voegt de zienswijzen met de nota van beantwoording bij de ontwerpbegroting en biedt deze aan het Algemeen Bestuur aan.
3Wanneer het Dagelijks Bestuur raden van de deelnemende gemeenten in kennis stelt, is de wijze waarop hij zijn oordeel kenbaar maakt te vinden in artikel 11 lid 5.
4Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde begroting vóór 15 september van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting dient, op aan gedeputeerde staten en de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten.
5Besluiten tot wijzigen van de begroting kunnen tot uiterlijk het einde van het betreffende begrotingsjaar worden genomen.
6In afwijking van het onder het tweede lid vermelde, kunnen begrotingswijzigingen, die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen, direct worden vastgesteld door het Algemeen Bestuur.
Rekening
Artikel 29.
1Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar de ontwerp jaarrekening met een jaarverslag van het voorgaande jaar op.
2Het Algemeen Bestuur stelt de jaarrekening en het jaarverslag vast vóór 15 juli van het jaar volgend op het verslagjaar.
3Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde jaarrekening en jaarverslag vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarrekening geldt op aan gedeputeerde staten en aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten.
Verdeling der kosten
Artikel 30.
1In de kosten die voor een veiligheidsregio voortvloeien uit de uitoefening van haar taken ingevolge artikel 10 van de Wet, verleent Onze Minister een bijdrage. De bijdrage kan onder voorwaarden worden verleend.
2De verdeling van de algemene kosten, alsmede de specifieke kosten, die gemaakt worden ten behoeve van de deelnemende gemeenten, geschiedt naar rato van de bijdrage aan de gemeente uit het gemeentefonds voor het onderdeel Openbare Orde en Veiligheid.
3De bepaling en verdeling van de kosten als genoemd in het vorige lid van dit artikel geschiedt door het Algemeen Bestuur.
4De deelnemers waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het Algemeen Bestuur vast te stellen regels en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat.
Artikel 31.
Wanneer aan het Algemeen Bestuur blijkt dat de raad van een deelnemende gemeente niet voldoet of zal voldoen aan het gestelde in artikel 30, doet het Algemeen Bestuur aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot overeenkomstige toepassing van artikel 194 van de Gemeentewet.
Artikel 32.
1De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
2Indien aan het Algemeen Bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het Algemeen Bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 Gemeentewet.
3De deelnemers verbinden zich in geval van opheffing van de Veiligheidsregio een liquiditeitsplan op te stellen dat voorziet in de verplichting van de deelnemers alle rechten en verplichtingen van de Veiligheidsregio over de deelnemers te verdelen op een in het plan te bepalen wijze.
Financiële voorschriften
Artikel 33.
1Het Algemeen Bestuur stelt overeenkomstig artikel 212 van de Gemeentewet bij verordening de uitgangspunten vast voor het financieel beleid alsmede het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
2Het Algemeen Bestuur stelt overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet bij verordening regels vast voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst.
3Het Algemeen Bestuur wijst overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet de accountant aan die belast wordt met de controle op de in artikel 29 genoemde jaarrekening
4De accountant zendt de accountantsverklaring en een verslag van bevindingen aan het Algemeen Bestuur.
5De verordeningen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel worden na vaststelling gezonden aan gedeputeerde staten en aan de deelnemende gemeenten.
6De Veiligheidsregio verzekert zich tenminste tegen:
a.burgerrechtelijke aansprakelijkheid voor schade aan personen en goederen;
b.wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.
7Als de verzekering een voor rekening van de Veiligheidsregio komende schade niet dekt wordt deze gedragen door de Veiligheidsregio voor zover een deelnemende gemeente geen beroep kan doen op uitkeringen bij of krachtens de Wet tegemoetkoming schade bij rampen.
Archiefzorg
HOOFDSTUK XIII (Archief)
Artikel 34.
1Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio. Het Algemeen Bestuur stelt hiervoor een archiefverordening vast.
2Archiefbeheer
a.De beheerder is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
b.Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio, die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht.
3Voor de bewaring van de over brengen archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio wordt aangewezen de archiefbewaarplaats zoals vastgesteld in de archiefverordening.
4Toezicht: Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de Veiligheidsregio, zoals vastgesteld in de archiefverordening.
5Verantwoording
a.De archivaris van de Veiligheidsregio brengt tweejaarlijks aan het Dagelijks Bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.
b.Het Dagelijks Bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het Algemeen Bestuur over de uitoefening van de aan hen opdragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de organen van de Veiligheidsregio.
6Terbeschikkingstelling
a.De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken.
b.In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd.
c.In een verklaring kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de terbeschikkingstelling.
Toetreding en uittreding
HOOFDSTUK XIV (toetreding, uittreding, wijziging, opheffing)
Artikel 35.
1Toetreding van gemeenten tot de gemeenschappelijke regeling of uittreding van gemeenten uit de gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de verdeling van gemeenten in regio’s, als bedoeld in artikel 8 van de Wet.
2Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding.
3Bij het uittreden worden bij het bepalen van de gevolgen voor het vermogen van de regeling in ieder geval de volgende bepalingen gehanteerd:
a.Indien het uittreden van een bestuursorgaan leidt tot overdracht materiaal, materieel of gebouwen van de regeling vindt de overdracht van duurzame gebruiksgoederen plaats tegen boekwaarde op de uittredingsdatum. Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt.
b.Indien het uittreden van een bestuursorgaan leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten. De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel.
c.Voor het opgebouwde vermogen (reserves) dat kan worden toegerekend aan het uittredend bestuursorgaan vindt compensatie plaats naar rato van de verdeelsleutel. Voorzieningen worden alleen overgedragen voor het onderdeel dat betrekking heeft op overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel.
Wijzigingen of opheffing
Artikel 36.
1Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges van ten minste vijf van de deelnemende gemeenten.
2De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten, na verkregen toestemming van de gemeenteraden, daartoe eensluidend besluiten.
3De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 jo. artikel 9 van de Wet mogelijk is. Een besluit tot opheffing van deze gemeenschappelijke regeling wordt niet genomen voordat de colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten daartoe hebben besloten.
4Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het Algemeen Bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
5Het liquidatieplan wordt door het Algemeen Bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.
6Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel.
7Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van het samenwerkingsverband.
8Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
9De organen van het openbaar lichaam blijven ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.
Geschillen en klachten
Artikel 37.
1Voordat over een bestuursgeschil de beslissing van gedeputeerde staten dan wel een rechtscollege op grond van artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt ingeroepen, legt het Algemeen Bestuur het geschil voor aan de commissaris van de Koning in de provincie Noord-Brabant.
2De commissaris van de Koning hoort de bij het geschil betrokken partijen.
3De commissaris van de Koning brengt binnen drie maanden advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
4Indien de aard van het geschil daartoe aanleiding geeft, dan wel indien een bestuursorgaan van de provincie partij is in het geschil, laat de commissaris van de Koning zich bij de voorbereiding van het in het derde lid bedoelde advies bijstaan door twee door de commissaris van de Koning aan te wijzen burgemeesters van deelnemende, niet als partij bij het geschil betrokken gemeenten.
5Voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt door het Algemeen Bestuur een voorziening getroffen.
Overgangs- en slotbepalingen
HOOFDSTUK XV (Slot en overgangsbepalingen)
Artikel 38.
1De regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024. De gemeenschappelijke regeling geldt voor onbepaalde tijd.
2Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Het eerste boekjaar zal aanvangen op 1 januari 2022.
3Het Algemeen Bestuur kan, eventueel op voorstel van individuele leden of op verzoek van een of meerdere raden, besluiten tot het houden van een evaluatie van deze regeling. Het Algemeen Bestuur bepaalt hierbij wat de concrete vraagstelling is, wat de reikwijdte van de evaluatie is en welke procedure wordt gevolgd.
4Het college van de gemeente Eindhoven zendt de gemeenschappelijke regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant en draagt zorg voor de bekendmaking in alle deelnemende gemeenten, zoals bedoeld in artikel 26, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Citeertitel
Artikel 39.
Deze gemeenschappelijke regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost 2024.