Wet gemeenschappelijke regelingen

WGR

Huidige tekst

Artikel 10 WGR

Geldt sinds 1 juli 2022

  1. 1

    De regeling vermeldt het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij is getroffen of gewijzigd.

  2. 2

    Een regeling, waarbij gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, geeft aan welke bevoegdheden de besturen van de deelnemende gemeenten aan het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk aan het gemeenschappelijk orgaan bij het aangaan van de regeling overdragen. Een regeling als hier bedoeld kan bepalingen inhouden omtrent de wijze waarop verandering kan worden gebracht in de overgedragen bevoegdheden, met dien verstande dat niet kan worden bepaald dat het bestuur van het openbaar lichaam of de bedrijfsvoeringsorganisatie onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan kan besluiten tot uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden.

  3. 3

    Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de inrichting en samenstelling van het bestuur van het openbaar lichaam onderscheidenlijk de samenstelling van het gemeenschappelijk orgaan en wijst de plaats van vestiging aan.

  4. 4

    Een regeling als bedoeld in artikel 8, eerste, tweede of derde lid, kan aangeven dat een ombudsman of ombudscommissie van een van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 81p, eerste lid, van de Gemeentewet bevoegd is tot de behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Indien een regeling de hiervoor bedoelde bevoegdheid instelt, dan wel deze beëindigt, zendt het bestuur de regeling aan de Nationale ombudsman.

  5. 5

    Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam, de bedrijfsvoeringsorganisatie of het gemeenschappelijk orgaan, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit, met uitzondering van het besluit tot het vaststellen of wijzigen van de begroting, bedoeld in artikel 35, en besluiten als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, en de wijze waarop de zienswijze gegeven kan worden.

  6. 6

    Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijze gegeven is stelt het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam of het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie, onderscheidenlijk het gemeenschappelijk orgaan, de raden van de deelnemende gemeenten en, indien het een besluit van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam betreft, het algemeen bestuur van het openbaar lichaam schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vorige lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

  7. 7

    Een regeling als bedoeld in het tweede lid houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling betrokken worden.

  8. 8

    De in het zevende lid bedoelde inspraak wordt verleend door toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover in de regeling niet anders is bepaald.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2012:BW1956Parket bij de Hoge Raad, 28 september 2012 (belastingrecht)

    Art. 231, lid 2, letter b, jo. 232, lid 4, Gemeentewet en art. 1, lid 2, jo. art. 30 Wet WOZ. Bevoegdheid ambtenaar openbaar lichaam. Art. 18a AWR en art. 22 Wet WOZ. Herziene WOZ-beschikkingen na…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:10310Rechtbank Rotterdam, 21 augustus 2026 (socialezekerheidsrecht)

    PW. Vovo. Deze uitspraak gaat over een verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van verzoekers bijstandsuitkering. Naar aanleiding van een melding van de IND heeft het dagelijks bestuur…

  • ECLI:NL:RBNHO:2021:9990Rechtbank Noord-Holland, 4 oktober 2021 (belastingrecht)

    De rechtbank oordeelt dat Cocensus bevoegd was om uitspraak op bezwaar te doen, dat geen sprake is van een schending van de hoorplicht , dat de naheffingsaanslag parkeerbelasting terecht is opgelegd…

  • ECLI:NL:RBNHO:2018:10239Rechtbank Noord-Holland, 6 september 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Overdracht bevoegdheid tot beslissen op bezwaar ter discussie gesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat WerkSaam bevoegd was tot beslissen. Intrekking bijstand vanwege werkzaamheden in hoedanigheid…

  • ECLI:NL:RVS:2010:BL9633Raad van State, 31 maart 2010 (bestuursrecht)

    Bij besluiten van 16 juli 2008, gewijzigd bij besluiten van 23 juli 2008, heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland (hierna: het college) aan [wederpartij]…

  • ECLI:NL:RVS:2008:BG6434Raad van State, 10 december 2008 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 30 maart 2006 heeft het dagelijks bestuur van het Instituut Zorgverzekering voor Ambtenaren Nederland (hierna: het dagelijks bestuur) het verzoek van de vereniging…

  • ECLI:NL:CRVB:2007:BB1469Centrale Raad van Beroep, 7 augustus 2007 (socialezekerheidsrecht)

    Terugvordering teveel betaalde bijstand. Nader besluit. Bevoegdheid. Beleid.

  • ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9645Rechtbank 's-Gravenhage, 23 maart 2006 (belastingrecht)

    Rechtbank 's-Gravenhage volgt verweerder niet in stelling dat niet zij, maar rechtbank Dordrecht (relatief) bevoegd zou zijn omdat sprake zou zijn van besluit van een bestuursorgaan van een met…

13 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.