Gemeentelijke regelgeving

Verordening sociaal domein gemeente Dronten 2025

Gemeente Dronten · geldt sinds 1 oktober 2025

Aanhef

Intitulé

Hoofdstuk 1. Verzoek om ondersteuning

1.1 De verwachtingen

1.1.1 Uw rol [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]

U bent als inwoner in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem en/of het pakken van kansen. Wij verwachten daarom dat u:

a.voordat u ondersteuning aanvraagt bij de gemeente eerst zelf kijkt hoe u uw probleem kunt oplossen;

b.wanneer u ondersteuning van de gemeente;

c.krijgt, u meewerkt aan de oplossing;

d.ervoor zorgt dat de ondersteuning niet langer duurt dan nodig is;

e.de gemeente zo snel en zo volledig mogelijk op de hoogte brengt over alles wat belangrijk is voorde beoordeling van uw verzoek;

f.alle documenten en bewijsstukken die de gemeente nodig heeft zo snel mogelijk inlevert.

1.1.2 De rol van de gemeente [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet, Awb]

1Wij vinden het belangrijk om samen met u te zoeken naar een oplossing. Wij gaan op een respectvolle manier met elkaar om. Wij kunnen het volgende voor u doen:

a.wij maken een afspraak met u om uw verzoek om ondersteuning te bespreken;

b.wij kijken samen met u welke ondersteuning u nodig heeft en of deze ook beschikbaar is;

c.wij kijken samen met u of er binnen de gemeente andere organisaties zijn die u kunnen ondersteunen;

d.wij geven u informatie over de regels en de werkwijze en zorgen ervoor dat deze zo eenvoudig mogelijk zijn;

e.wij respecteren uw privacy;

f.wij maken wanneer mogelijk gebruik van informatie die al binnen de gemeente aanwezig is;

g.wij vragen u alleen om gegevens die nodig zijn om uw verzoek goed te kunnen beoordelen;

h.wij zorgen ervoor dat u vaste aanspreekpunten bij de gemeente krijgt.

1.2 Melding bij de gemeente

1.2.1 Ondersteuning aanvragen [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

1Heeft u ondersteuning nodig? Dit kunt u bij ons aangeven. Het is ook mogelijk dat iemand anders dit namens u doet, of samen met u. Een verzoek voor ondersteuning kan op de volgende manier worden ingediend:

a.u maakt een afspraak bij de balie in het Huis van de Gemeente Dronten en u doet uw verzoek mondeling; of

b.u doet een telefonisch verzoek. U kunt hiervoor bellen met het klantcontactcentrum op nummer 140321; of

c.u kunt ons een e-mail sturen. Ons e-mailadres is: gemeente@dronten.nl ; of

d.u kunt uw verzoek per post versturen. U kunt uw brief sturen naar Gemeente Dronten, Postbus 100, 8250 AC Dronten;

e.u kunt u uw verzoek of melding via onze website www.dronten.nl indienen.

2Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of schuldhulpverlening.

1.2.2 Verzoek tot ondersteuning ingediend… en dan? [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Zodra wij uw verzoek hebben gekregen, sturen wij u per post of e-mail een bevestiging. Zo weet u dat uw verzoek voor ondersteuning goed is ontvangen.

Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nemen contact met u op.

Vindt u het moeilijk om uw verzoek goed te verwoorden of toe te lichten? U kunt gratis gebruik maken van een cliëntondersteuner.

Als uw verzoek duidelijk is, wordt deze ingediend. Meer informatie hierover vindt u onder het kopje ‘werkwijze verzoek’ (1.3). Omdat u als inwoner uw situatie zelf het best kunt beoordelen en vaak weet wat u kan helpen, is het ook mogelijk om zelf een plan op te stellen. In dit plan schrijft u over uw persoonlijke situatie en wat u wilt bereiken met uw verzoek.

1.2.3 Uw gegevens [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Wij verzamelen alle informatie die nodig is om te beoordelen of wij uw verzoek kunnen goedkeuren. Het is mogelijk dat wij bepaalde informatie niet kunnen inzien. In dat geval vragen wij u om deze gegevens bij ons aan te leveren.

1.3 Werkwijze verzoek

1.3.1 Wij nemen contact met u op [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Nadat wij uw verzoek hebben ontvangen, nemen wij contact met u op. Wij kunnen u bellen, een brief of e-mail sturen of wij brengen u persoonlijk op de hoogte. Het kan zijn dat wij u een aantal aanvullende vragen willen stellen. Dan nodigen wij u uit voor een gesprek. Wij sturen u hiervoor een uitnodiging met daarin waar en wanneer wij met u willen afspreken. Ook geven wij aan over welke onderwerpen wij met u willen spreken.

1.3.2 Persoonlijk gesprek [Jeugdwet, Wmo]

Binnen 10 werkdagen (tenzij u hier iets anders over heeft afgesproken) na uw verzoek heeft u een gesprek met een medewerker van de gemeente. Tijdens dit gesprek willen wij een goed beeld krijgen van wat uw persoonlijke situatie is en waar u behoefte aan heeft.

Wij vragen u om uw geldig legitimatiebewijs te laten zien. U mag het gesprek alleen voeren, maar het is ook mogelijk om iemand te vragen bij het gesprek aanwezig te zijn, bijvoorbeeld een partner, familielid, vriend of cliëntondersteuner. Als het gesprek over uw kind(eren) gaat, dan is het noodzakelijk dat uw kind(eren) ook gezien of gesproken worden. De gezaghebbende ouder(s) moeten hier toestemming voor verlenen. Als u zelf een persoonlijk plan heeft gemaakt, bespreken wij dit plan met u.

1Om te bepalen of wij ondersteuning verlenen, nemen wij de volgende stappen:

Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is;

Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en stoornissen u precies hebt;

Stap 3: Wij bepalen welke hulp, en hoeveel hulp u nodig hebt;

Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij ook de eventuele hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving en van andere voorzieningen of organisaties. Wij kijken of wij uw hulpvraag kunnen oplossen door ondersteuning in te zetten die vrij toegankelijk is of dat ondersteuning kan worden ingezet op grond van een andere wet;

Stap 5: Wij bepalen welke aanvullende hulp u nodig hebt om uw probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken.

Voor de Jeugdwet kijken we ook nog naar het woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Soms kan dit ook een andere gemeente zijn dan de gemeente waarin het kind/jeugdige woont.

2De medewerker van de gemeente zal u uitleggen wat de gemeente kan doen om u te ondersteunen.

3Wanneer tijdens het gesprek blijkt dat u behoefte heeft aan ondersteuning uit de Wmo of jeugdhulp, krijgt u informatie over de mogelijkheden. Wij bieden u dan maatwerk. Wij bespreken in elk geval:

a.de verschillende vormen van ondersteuning;

b.welke resultaten met de ondersteuning moeten worden bereikt;

c.welke aanbieders deze ondersteuning kunnen bieden;

d.hoe vaak en hoe lang u ondersteuning krijgt; en

e.of u hiervoor een eigen bijdrage moet betalen.

1.3.3 Verslag [Jeugdwet, Wmo]

Op basis van uw verzoek en het gesprek dat de medewerker van de gemeente met u had, wordt een onderzoeksverslag gemaakt. Het onderzoeksverslag noemen wij in de gemeente Dronten ‘het routeplan’.

Als de medewerker van de gemeente meer informatie van u nodig heeft voor dit routeplan, neemt hij of zij contact met u op.

Als de medewerker meer medische informatie nodig heeft, kan er onafhankelijk medisch advies worden opgevraagd.

Het opgestelde routeplan zal met u worden gedeeld.

1.3.4 Gebruikelijke zorg en draagkracht en draaglast [Jeugdwet]

1Een gezonde draagkracht betekent dat ouders of andere huisgenoten onderling zorg kunnen dragen voor normale, dagelijkse hulp. Ouder(s) zijn verplicht de tot hun gezin behorende minderjarige kinderen te verzorgen, op te voeden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als sprake is van een minderjarig kind met een ziekte, aandoening of beperking. Voor zover het van toepassing is en tot de mogelijkheden behoort dat ouders hun kinderen zelf hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf bieden, kennen wij geen individuele voorziening jeugdhulp toe.

2Als de noodzakelijke hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf van ouders voor hun kinderen voor wat betreft de aard, frequentie en benodigde tijd voor deze handelingen zwaarder is dan de zorg die kinderen van dezelfde leeftijd redelijkerwijs nodig hebben, nemen wij in ons onderzoek (als bedoeld in artikel 7) de balans tussen draaglast en draagkracht mee. Wij bepalen of de draagkracht van het gezin om zelf de nodige ondersteuning, hulp en zorg te kunnen bieden in overeenstemming is met de draaglast, op basis van de eigenmogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van deouders, samen met de personen die tot hun sociale omgeving behoren en beschikbare voorliggende voorzieningen.

3Wij maken voor wat betreft het vaststellen van de balans tussen draagkracht als bedoeld in het eerste lid en draaglast als bedoeld in het tweede lid een onderscheid in kortdurende en langdurende situaties: Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig zal zijn of meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.

4In kortdurende situaties gaan wij ervan uit dat draagkracht en draaglast in balans zijn en bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf zelf, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht. In langdurende situaties bieden ouder(s) of huisgenoten alle vormen van hulp op het gebied van persoonlijke verzorging, begeleiding en verblijf, zelfs als wij op basis van algemeen aanvaarde maatstaven vaststellen dat draaglast en draagkracht in balans zijn, tenzij dit gezien de aard van de benodigde hulp (geheel of gedeeltelijk) niet van ouder(s) of huisgenoten mag worden verwacht.

5Het bieden van een beschermende woonomgeving van ouder(s) aan kinderen is tot en met de leeftijd van 17 jaar in principe gebruikelijke zorg, zowel in kortdurende als langdurende situaties.

6Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het onderzoek naar de balans tussen draagkracht en draaglast en de uitwerking daarvan.

1.3.5 Maatwerk [Jeugdwet, Wmo]

1Maatwerk is ondersteuning die precies is afgestemd op uw persoonlijke situatie. Wij bieden maatwerk wanneer:

a.de ondersteuning nodig is om (één van) de resultaten te bereiken;

b.u het afgesproken resultaat niet op eigen kracht kunt bereiken;

c.u het afgesproken resultaat niet kunt bereiken met gebruikelijke hulp (bijv. hulp van huisgenoten, ondersteuning met mensen in uw omgeving) of met behulp van andere voorzieningen of organisaties;

d.uw ondersteuning past bij het afgesproken resultaat en uw persoonlijke situatie; en

e.de ondersteuning niet duurder is dan nodig en niet langer duurt dan nodig. De gemeente kiest voor de goedkoopste adequate oplossing die uw probleem op de lange termijn vermindert of oplost.

2Voor sommige vormen van ondersteuning zijn in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld. Uw verzoek voor ondersteuning moet dan aan extra regels voldoen.

3Als uw verzoek te maken heeft met kosten van een voorziening die u al voor het verzoek heeft verkregen, dan kunnen wij dit goedkeuren wanneer het een jeugdhulpvraag betreft waarvan de noodzaak achteraf door ons kan worden vastgesteld. Voor de Wmo geldt dit niet en wordt verwezen naar artikel 4.2 van deze verordening.

a.als op het moment van de ondersteuningsvraag nog steeds sprake is van de hulpvraag die voldoet aan de eisen genoemd in punt 1 en 2 van artikel 1.3.5;

b.wij kunnen beoordelen of de geleverde zorg passend en noodzakelijk is geweest;

c.en de kosten voor jeugdhulp maximaal 6 maanden voor de ondersteuningsvraag zijn gemaakt.

4Wij kunnen ondersteuning weigeren. Dit kunnen wij doen als u iets heeft nagelaten of gedaan waardoor u uw probleem zelf heeft veroorzaakt of dat de noodzaak voor ondersteuning door ons niet kan worden vastgesteld.

1.3.6 Deskundig advies [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

Wij zorgen ervoor dat de medewerker die uw verzoek behandelt deskundig is. Hebben wij niet de juiste kennis in huis? Dan zorgen wij ervoor dat een deskundige een advies uitbrengt. Dit advies wordt meegenomen in de beoordeling van uw verzoek.

1.3.7 Het besluit [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

De gemeente neemt een besluit. Hierover krijgt u een bericht. Dit noemen wij een beschikking. Het kan zijn dat u een uitkering, zorg in natura of persoonsgebonden budget (pgb) ontvangt. Zorg in natura is begeleiding, zorg, hulp of een voorziening die u krijgt via een instelling of leverancier die een contract heeft met de gemeente. Pgb is een budget waarmee uzelf de zorg kunt inkopen die u nodig heeft.

1Als wij besluiten ondersteuning in natura toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd:

a.wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor de ondersteuning bedoeld is;

b.wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang deze duurt;

c.de kosten van de ondersteuning; en

d.welke voorwaarden en verplichtingen er voor de ondersteuning gelden.

2Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van een pgb toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd:

a.waarvoor het pgb bedoeld is;

b.hoe hoog het pgb is;

c.wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt;

d.hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt; en

e.welke voorwaarden en verplichtingen er voor het pgb gelden.

3Als wij besluiten ondersteuning in de vorm van geld toe te kennen, dan wordt in het besluit in elk geval vastgelegd:

a.waarom het geld wordt betaald;

b.hoeveel geld u krijgt;

c.wanneer het geld wordt betaald;

d.hoe vaak het geld wordt betaald;

e.welke voorwaarden en verplichtingen er gelden.

4In het besluit kunt u ook lezen of wij van u verwachten dat u bijdraagt in de kosten. Dit is de eigen bijdrage.

5Wij kunnen uw verzoek afwijzen. Dit doen wij als de gevraagde ondersteuning:

a.niet bijdraagt aan de doelen van de onderliggende wet;

b.niet bijdraagt aan het halen van de noodzakelijke resultaten;

c.niet voldoet aan de kwaliteitseisen;

d.niet bijdraagt aan het versterken van uw eigen kracht en het vermogen om zelf uw problemen op telossen van u, uw gezin en/of uw netwerk;

e.niet zorgt voor een stabiele situatie of dat het probleem wordt verminderd of opgelost;

f.niet voldoende wetenschappelijk is bewezen dat het effectief is; of

g.als de kosten voor ondersteuning al zijn gemaakt zonder een beschikking en dat wij niet meer kunnen beoordelen of deze ondersteuning passend is geweest.

h.als u een voorziening heeft aangeschaft voor u een melding heeft gedaan bij de gemeente of als u zonder toestemming van de gemeente al gebruik maakt van een voorziening.

6Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere regels over dit artikel.

1.3.8 Wanneer vervalt uw recht? [Jeugdwet, Wmo]

Uw recht op ondersteuning vervalt:

1Wanneer u binnen 3 maanden na het besluit nog geen gebruik heeft gemaakt van de ondersteuning. Als u kunt laten zien dat u niks te verwijten valt, geldt deze regel niet.

2Als blijkt dat de door u verstrekte gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen.

3Het college van burgemeester en wethouders stelt nadere regels over dit artikel.

1.3.9 Nadere regels of beleidsregels [Gemeentewet]

Over een aantal onderwerpen in deze verordening maken we nadere regels of

beleidsregels. Hierin worden de regels vanuit deze verordening verder uitgewerkt en beschreven.

Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift en is voor u rechtstreeks bindend. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.

Nadere regels

Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten, beleidsregels kunnen dit niet.

Beleidsregels

Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een bepaalde bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geeft het u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Het helpt onze medewerkers om uw hulpvraag te beoordelen.

De gemeente stelt nadere regels of beleidsregels over:

a.de aanvraag van ondersteuning;

b.de vorm van ondersteuning (zorg in natura, pgb en geld);

c.Wmo (hulp in het huishouden, vervoer, begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en ondersteuning bij wonen);

d.Jeugdwet (o.a. eigen kracht, resultaatgericht werken, vervoer, zwemles, BSO/VVE/MKD/BSO+, niet-evidence based behandelingen, dyslexie, afbakening Jeugdwet met andere wetten, verwijzing door GGZ, afspraken met huisartsen, rol gemeente bij echtscheiding en jeugdhulp op het AZC);

e.PW (bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, studietoeslag, toegankelijkheidsbijdrage, collectieve zorgverzekering minima, debiteurenbeleid);

f.Wgs (schuldhulpverlening); en

g.bijdrage in dekosten kinderopvang met een sociaal-medische indicatie (SMI).

1.4 Sociaal medische indicatie [Jeugdwet, Wmo, PW]

1.4.1 Afstemmen met andere vormen van ondersteuning [Jeugdwet, Wmo PW, IOAW, IOAZ Wgs]

Wij zorgen ervoor dat de ondersteuning aansluit bij andere vormen van ondersteuning die u krijgt. Daarom maken wij in overleg met u afspraken met onderwijsinstanties, hulpverleners, instellingen, zorgverzekeraars en andere personen of organisaties. Die afspraken gaan over:

1de volgorde van stappen (procedures) die gelden bij doorverwijzing naar ondersteuning;

2het uitwisselen van informatie (communicatie) met andere organisaties en de gemeente;

3duidelijkheid (afbakening) van taken en verantwoordelijkheden; en

4aansluiting tussen vrij toegankelijke hulp en maatwerk.

De afspraken worden vastgelegd in een protocol of in een andere geschikte vorm.

1.5 Uitzonderingen

1.5.1 Jeugdhulp via verwijzers [Jeugdwet, Awb]

1Wij zorgen ervoor dat een jongere jeugdhulp krijgt na een verwijzing via een huisarts, jeugdarts, medisch specialist, een rechter of jeugdbescherming of jeugdreclassering.

2Wij maken afspraken met verwijzers over waar de verwijzingen aan moeten voldoen.

3U ontvangt een besluit over jeugdhulp. Deze sturen wij per brief.

1.5.2 Spoedeisende situaties [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ Wgs]

1Is er sprake van spoed? Dan zorgen wij dat u ondersteuning krijgt. Hiervoor hoeft u niet de standaardprocedure te volgen. Het kan dan gaan om de volgende mogelijkheden:

a.het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen;

b.het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp;

c.het bieden van een voorziening voor maatschappelijke ondersteuning; of

d.het geven van een voorschot op een uitkering die nog niet is toegekend. U heeft geen recht op een voorschot als u niet voldoende medewerking verleent of als bij de aanvraag al duidelijk is dat u geenrecht heeft op de gevraagde uitkering.

2Wij spreken van spoed als de uitkomst van de standaardprocedure naar het oordeel van de gemeente niet kan worden afgewacht.

Hoofdstuk 2 Participatie en inkomen

2.1 Voor wie? [PW, IOAW, IOAZ, WMO,Wi2021, Leerplichtwet]

De gemeente helpt u op weg naar werk als:

1U een uitkering van de gemeente ontvangt en het u niet lukt om zelf, met hulp van uw omgeving, of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, werk te vinden.

2U een Indicatie banenafspraak heeft. Dit betekent dat u vanuit het speciaal- of praktijkonderwijs komt en/of op basis van de 'Beoordeling arbeidsvermogen' staat ingeschreven in het Doelgroepenregister bij het UWV.

3U gebruik maakt van de voorziening beschut werk.

4U geen uitkering van de gemeente krijgt en ook geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of wij u kunnen helpen.

5Je jonger bent dan 27 jaar en geen werk en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. We helpen je bij het vinden van een passende opleiding of werk, of we begeleiden je naar hulpverlening of zorg.

6U moet inburgeren.

2.2 Samenwerken voor werk [PW, IOAW, IOAZ]

1Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met werkgevers, Impact, UWV, andere gemeenten en organisaties.

2Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen (zie artikel 2.1.). Wij doen dat bijvoorbeeld via het Werkgeversservicepunt Flevoland.

2.3 Algemene regels over ondersteuning op weg naar werk [PW,IOAW, IOAZ]

1De gemeente kan besluiten om hulp naar werk te weigeren als:

a.u niet voldoende meewerkt aan het onderzoek dat nodig is om de ondersteuning aan te bieden;

b.u al gebruik kunt maken van ondersteuning op basis van een andere wet. Dat wordt dan een "voorliggende voorziening" genoemd;

c.volgens de gemeente de ondersteuning niet gericht is op het kleiner maken van de afstand tot de arbeidsmarkt;

d.u niet tot de doelgroep behoort waarvoor de hulp bedoeld is (zie artikel 2.1.).

2De gemeente kan in bepaalde situaties besluiten om de ondersteuning te stoppen (zie artikel 6.3.1).

3De gemeente probeert altijd de meest adequate en goedkoopste ondersteuning aan te bieden. Wij houden daarbij rekening met andere vormen van ondersteuning die beschikbaar zijn binnen uw eigen netwerk binnen het Sociaal Domein en stemmen het aanbod intern af. Dit doen wij voor een optimale en integrale ondersteuning. Ook kijken we naar vormen van ondersteuning op basis van andere wetten. Dit nemen we op in het plan van aanpak/routeplan.

2.5 Voorzieningen gericht op het krijgen en houden van werk [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

2.5.1 Proefplaatsing [PW, IOAW, IOAZ]

1Als u een uitkering ontvangt kunnen wij u een proefplaatsing aanbieden. U gaat bij wijze van proef bij een werkgever werken. Tijdens deze periode behoudt u uw uitkering.

2Bij het aanbieden van een proefplaatsing houden wij rekening met u mogelijkheden, interesses en vaardigheden.

3Het doel van de proefplaatsing is dat de werkgever u beter leert kennen, u de kans krijgt om werkervaring op te doen en dat u meer kans heeft om een dienstverband te krijgen.

4U gaat dan voor een periode van maximaal twee maanden aan de slag bij een werkgever. Deze periode kan één keer verlengd worden met maximaal vier maanden.

5Het uiteindelijke doel is dat u zonder proefperiode voor minimaal zes maanden in dienst komt bij de werkgever.

6Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

7U komt niet in aanmerking voor een proefplaatsing bij een werkgever of diens rechtsvoorganger waar u al eerder onbetaald werk heeft verricht.

8U komt niet in aanmerking voor een proefplaatsing als aannemelijk is dat u ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk.

9Na een proefplaatsing mag er geen gebruik gemaakt worden van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie.

10Als u ziek wordt tijdens een proefplaatsing, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, niet meegerekend.

2.5.2 Werkervaringsplaats [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan voor een periode van maximaal drie maanden aan de slag bij een werkgever om werkervaring op te doen. De periode kan één keer verlengd worden met maximaal drie maanden. Tijdens deze periode behoudt u uw uitkering.

2Het doel van de werkervaringsplaats is dat u uw kennis en (werknemers)vaardigheden worden vergroot en uw belastbaarheid in kaart wordt gebracht.

2.5.3 Participatieplaats [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een participatieplaats aanbieden voor maximaal twee jaar. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op betaald werk klein is.

2Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om passende werkzaamheden.

3Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

4Na iedere 6 maanden kunt u een premie van € 100,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Wij beoordelen dit.

2.5.4 Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ]

1Als u er nog niet aan toe bent om te werken kunnen wij activiteiten aanbieden om u een stap dichter bij werk te brengen. Dit heet sociale activering. Dat kan bijvoorbeeld vrijwilligerswerk zijn.

2Het doel van sociale activering is om u te helpen weer grip op het leven te krijgen, sociale contacten op te bouwen en moeilijkheden op weg naar werk te overwinnen.

2.5.5 Detacheringsbaan [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden. Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever.

2Een detacheringsbaan is een betaalde baan.

3Het doel is dat u uiteindelijk direct bij de werkgever in dienst komt.

4Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

2.5.6 Beschut Werk [PW]

1Wij bieden u een beschutte werkplek aan als het UWV heeft aangegeven dat u alleen onder aangepaste omstandigheden in een beschermde omgeving kunt werken, en wij dit advies hebben overgenomen.

2Het doel is om inwoners die alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken, een veilige werkplek te bieden.

3Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken:

a.het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt;

b.uitsplitsing van taken;

c.het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt.

4Als u in aanmerking komt voor beschut werk, maar plaatsing op korte termijn niet mogelijk is, wordt u op een wachtlijst geplaatst. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden om de stap naar beschut werk makkelijker te maken:

a.sociale activering;

b.een participatieplaats; of

c.een vergelijkbare voorziening.

5Wij zorgen ervoor dat wij voldoen aan het door het rijk opgelegde minimum aantal beschikbare beschutte werkplekken per jaar.

6Het kan zijn dat de gemeente het voorgeschreven aantal beschutte werkplekken voor dat jaar al heeft bereikt. Als dat zo is, kunt u op de wachtlijst komen. Ter overbrugging kunnen we u voorzieningen aanbieden die genoemd zijn in het vierde lid van dit artikel.

Op het moment dat er een beschutte werkplek beschikbaar is, nemen wij contact op met de eerste op de wachtlijst. Het kan zijn dat de beschikbare werkplek niet bij diegene past. Dan nemen wij contact op met de tweede wachtende op de lijst.

2.5.7 Hulp bij een leer- werktraject [PW/Leerplichtwet]

1Je kunt hulp krijgen van de gemeente voor een leer-werktraject als dat nodig is om werk te vinden. Dit is voor jongeren:

a.van 16 of 17 jaar oud, als je nog naar school moet volgens de Leerplichtwet 1969; of

b.van 18 tot 27 jaar oud, als je nog geen startkwalificatie hebt, wat betekent dat je geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 hebt.

2Je krijgt de hulp van de gemeente voor een leer-werktraject alleen als de steun van school of werkgever niet genoeg is om het traject te volgen.

2.5.8 Scholing [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u scholing aanbieden, als u ouder bent dan 27 jaar en als scholing ervoor kan zorgen dat u passend werk kunt vinden.

2De gemeente bepaalt de voorwaarden, wat voor scholing u krijgt, hoelang dit duurt en wat er gebeurt als u bijvoorbeeld vroegtijdig stopt.

2.5.9 Hulp bij het leren van de Nederlandse taal [PW, IOAW, IOAZ]

1Voor het vinden en behouden van werk is het belangrijk om de Nederlandse taal te beheersen. Als u de taal nog niet goed genoeg kent, kan de gemeente u helpen door een voorziening aan te bieden waarmee u de taal beter kunt leren. Soms is het verplicht om hiervoor een opleiding te volgen. De gemeente heeft regels opgesteld, genaamd 'Beleidsregels taaleis Participatiewet Dronten’ die u kunt vinden op www.overheid.nl.

2Ook is het mogelijk om in overleg met u ondersteuning te geven bij het verbeteren van spreek-, lees- en schrijfvaardigheden. Deze hulp wordt aangeboden door een onderwijsinstelling, via Huis voor Taal Dronten of een andere organisatie die zich bezighoudt met taal.

2.5.10 Kinderopvang [PW, IOAW, IOAZ, Wet kinderopvang, Wi2021]

1Wij kunnen u ondersteunen bij het vinden van kinderopvang of doorverwijzen naar een kinderopvangorganisatie als:

a.U meedoet aan een activiteit die nodig is om dichter bij de arbeidsmarkt te komen of om aan het werk te gaan, en

b.opvang niet mogelijk is binnen uw sociale netwerk.

2Als u kinderopvangtoeslag ontvangt van de Belastingdienst, kunt u van ons een bijdrage krijgen voor de kosten van kinderopvang die voor uw rekening blijven. U moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

a.U heeft een gemeentelijke uitkering of een Anw-uitkering; en

b.De kinderopvang is nodig om deel te nemen aan een gemeentelijke activiteit die u dichter bij werk brengt (een voorziening);

of:

c.U volgt voltijds onderwijs; en

d.De kinderopvang vindt plaats in een geregistreerd kindercentrum of via een gastouderbureau.

2.5.11 Stimuleringspremie [PW]

1Wij kunnen u eenmalig een stimuleringspremie van € 450,00 geven.

2U kunt deze premie krijgen als u langdurig werkloos bent, en door betaald werk niet langer afhankelijk bent van de bijstandsuitkering en duurzaam uitstroomt.

3Langdurig werkloos betekent dat u langer dan 12 maanden onafgebroken een uitkering van de gemeente Dronten heeft ontvangen.

4Duurzame uitstroom houdt in dat u minstens 6 maanden onafhankelijk bent van een uitkering.

5U kunt de stimuleringspremie aanvragen vanaf de 7de maand van uw dienstverband en binnen 18 maanden na uw indiensttreding.

2.5.12 Innovatie [PW, IOAZ, IOAW]

1Binnen de kaders van de uitgangspunten van deze verordening kunnen wij, als gemeente, als experiment andere voorzieningen inzetten als dat nodig is om de kans op werk te vergroten.

2Het doel van het experiment is om in het belang van de inwoners, nieuwe voorzieningen en werkwijzen te onderzoeken.

3Een experiment duurt niet langer dan drie jaar.

4Als de uitkomst van het experiment reden geeft om de verordening aan te passen, kan de periode van het experiment verlengd worden tot het moment dat de nieuwe verordening van kracht is.

2.6 Persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen voor inwoners met een arbeidsbeperking

2.6.1 Aanvraag persoonlijke ondersteuning bij werk [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij als gemeente kunnen u, op eigen initiatief of als u erom vraagt, persoonlijke ondersteuning bieden bij werk en andere voorzieningen als u een arbeidsbeperking heeft.

2Bij het regelen van deze ondersteuning voor werk en andere zaken kijken we naar uw individuele situatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:

a.u behoort tot de doelgroep zoals beschreven in artikel 2.1 en bent minimaal 18 jaar oud, tenzij u praktijkonderwijs (pro)- of voortgezet speciaal onderwijs (vso) heeft gevolgd;

b.u heeft deze ondersteuning nodig om te kunnen werken;

c.de voorziening komt niet in aanmerking voor vergoeding vanuit de UWV-werkvoorzieningen (www.uwv.nl/particulieren/voorzieningen);

d.het gaat niet om een algemeen beschermingsmiddel waarvoor de werkgever verantwoordelijk is;

e.het gaat niet om een voorziening die standaard door de werkgever wordt verstrekt of algemeen gebruikelijk is in een organisatie;

f.de kosten van de voorziening moeten in verhouding staan tot de opbrengsten uit het werk of de opbrengsten van uitstroom naar werk.

3De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 26 weken na de start van de arbeidsovereenkomst zijn ontvangen, tenzij bij het begin van uw arbeidsovereenkomst de noodzaak voor ondersteuning nog niet bekend kon zijn.

4Als het nodig is om een aanvraag te beoordelen, kunnen wij als gemeente deskundig advies inwinnen.

5Wij spreken met u en uw werkgever af op welke manier de ondersteuning wordt geboden en tot wanneer. Dit leggen wij vast in een beschikking.

2.6.2 Loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij kunnen uw werkgever een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan. U en uw werkgever moeten wel voldoen aan de voorwaarden van artikel 10d van de Participatiewet.

2Het doel is om werkgevers te stimuleren om inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies.

3Wij stellen vast of u niet in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen. Hiervoor laten wij ons adviseren door een externe adviseur.

4De loonkostensubsidie voor uw werkgever hangt af van de loonwaarde en is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.

5Voordat de loonwaarde is gemeten, kan de gemeente uw werkgever maximaal zes maanden een vast maandelijks bedrag aan loonkostensubsidie geven, wat maximaal 50% van het wettelijk minimumloon is. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.

6De gemeente stelt binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever plaatsingssubsidie van toepassing is.

2.6.3 Administratief proces loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb]

1Wij geven aan uw werkgever, als u de Indicatie banenafspraak of de indicatie beschut werk heeft, een loonkostensubsidie.

2Deze subsidie verstrekken wij als u erom vraagt of als wij denken dat het nodig is.

3Na de aanvraag voor loonkostensubsidie sturen wij u en uw werkgever een brief ter bevestiging.

4Als u op dat moment nog niet tot de groep met een Indicatie banenafspraak behoort, zien wij de aanvraag ook als een verzoek om in het doelgroepenregister te worden ingeschreven. Het UWV beheert dit register, en wij kunnen u helpen bij de inschrijving.

5Als u al bent begonnen met werken en er wordt binnen 6 maanden na de start van de werkzaamheden een aanvraag ingediend, zien wij deze aanvraag als een verzoek om de Praktijkroute banenafspraak toe te passen.

6Wij bepalen binnen 8 weken na uw aanvraag de loonwaarde, behalve als er een forfaitaire loonkostensubsidie van toepassing is.

7Wij geven de loonkostensubsidie volgens het Preferente werkproces.

2.6.4 Persoonlijke ondersteuning bij werk [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

1Als u hulp nodig heeft bij werk, kan de gemeente u op verschillende manieren helpen:

a.een jobcoach van de gemeente of een coach met wie de gemeente samenwerkt, kan u begeleiden op uw werk;

b.uw werkgever kan subsidie krijgen om een jobcoach voor u in te schakelen;

c.Ook kan uw werkgever subsidie ontvangen voor interne begeleiding op het werk.

2.6.5 Hulp op de werkplek van een jobcoach [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

1Als u extra hulp nodig heeft om goed te kunnen werken, kan de gemeente u een jobcoach aanbieden.

2Het doel van de jobcoach is om u te helpen uw werk goed te doen. De jobcoach kan u begeleiden bij uw groei op de werkplek.

3De gemeente en uw werkgever maken samen met u afspraken over hoe de jobcoach u kan ondersteunen. Deze afspraken worden vastgelegd in een overeenkomst.

4Jobcoaching duurt maximaal 2 jaar. Na deze periode kan het in bijzondere gevallen met nog eens 1 jaar worden verlengd.

5De jobcoach die u gaat begeleiden moet aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals ingeschreven staan bij het UWV of in het openbare beroepsregister van Noloc. Ook een relevant Hbo-diploma kan nodig zijn.

6Er zijn verschillende niveaus van begeleiding. Welk niveau u krijgt, hangt af van wat u nodig heeft. Voor elke werknemer wordt een maximumbedrag vastgesteld dat de gemeente vergoedt voor jobcoaching.

7Die maximumbedragen zijn gebaseerd op wat het UWV heeft bepaald. Als het UWV die bedragen aanpast, veranderen ook de vergoedingen vanaf het nieuwe jaar.

2.6.6 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

1Uw werkgever kan een subsidieaanvraag indienen bij de gemeente voor het organiseren van jobcoaching.

2De subsidie kan worden toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a.er een plan is gemaakt waarin staat welke activiteiten de jobcoach zal uitvoeren, hoe de voortgang wordt beoordeeld, en op welke manier;

b.de jobcoaching aansluit bij wat u nodig heeft.;

c.u op de hoogte bent van de jobcoaching en schriftelijk akkoord heeft gegeven voor het organiseren ervan door de werkgever.

2.6.7 Subsidie voor interne werkbegeleiding [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

1De gemeente kan extra geld geven aan een werkgever om medewerkers op de werkvloer extra te begeleiden als dat nodig is. Deze subsidie is bedoeld om de extra kosten te dekken die zijn gemaakt om een medewerker intern te begeleiden.

2De persoon die intern begeleidt, moet een training zoals 'Harrie Helpt' hebben gevolgd en meer dan de helft van de werktijd aanwezig zijn op de werkvloer, vooral als de werknemer een loonkostensubsidie krijgt.

3De gemeente kan werkgevers helpen met een training over hoe ze hun medewerkers intern beter kunnen begeleiden.

2.7 Overige Voorzieningen [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

2.7.1 Ondersteuning bij een motorische beperking[PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

Als u moeite met bewegen heeft, dan kunt u bij ons hulp of begeleiding aanvragen voor bepaalde taken die u door uw handicap niet goed zelf kunt doen. Deze hulp of begeleiding noemen wij ‘intermediaire diensten’. Denk hierbij aan aanpassing van het toilet of een automatische deuropener.

2.7.2 Ondersteuning door de inzet van een meeneembare voorziening [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

1Als u iets nodig heeft om te kunnen werken, kan de gemeente u een meeneembare voorziening geven. Meeneembare voorzieningen zijn hulpmiddelen die gemeenten aan mensen met een arbeidsbeperking moeten aanbieden als die nodig zijn om aan het werk te komen of te blijven. Het kan bijvoorbeeld gaan om speciale werkstoelen of orthopedisch schoeisel.

2Er is geen specifieke lijst van dingen die u kunt krijgen. Eigenlijk kan elk handig hulpmiddel als meeneembare voorziening worden overwogen, zolang u kunt laten zien dat het nodig is en helpt op uw werk.

3De meeneembare voorziening wordt normaal gesproken uitgeleend. Maar in bijzondere gevallen kan de gemeente beslissen dat u het mag houden en dus eigenaar wordt van de voorziening.

2.7.3 Ondersteuning door de inzet van een vervoersvoorziening [PW, IOAW, IOAZ, Wsw]

1Als u door een beperking niet zelfstandig naar uw werk, proefplaatsing of opleiding kunt reizen, kan de gemeente u helpen met vervoer.

2Een vervoersvoorziening van uw werkgever of het UWV wordt gezien als een voorliggende voorziening.

3Om hiervoor in aanmerking te komen, moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:

a.U kunt vanwege een beperking niet zelf reizen of gebruikmaken van het openbaar vervoer;

b.en het gaat om reizen van en naar uw werk.

4De hoogte van de vergoeding hangt af van het aantal dagen dat u moet reizen:

a.Reist u een of twee keer per week dan is de maximale vergoeding € 187 per maand;

b.Reist u drie keer per week of meer dan is de maximale vergoeding € 271 per maand.

2.8 Tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ,]

2.8.1 Waarom een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ]

Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen.

2.8.2 Voorbeelden van tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ]

1De tegenprestatie kan als volgt worden ingevuld:

a.vrijwilligerswerk doen;

b.het leveren van mantelzorg;

c.overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden;

d.door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen.

2De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan.

3U komt zelf met een voorstel hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel.

4Na het gesprek met de medewerker over de tegenprestatie, heeft u maximaal 1 maand de tijd om met een voorstel te komen.

5Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen wij deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie.

2.8.3 Wanneer doet u een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden.

2Ook wanneer u re-integratieactiviteiten doet, kunnen wij u aanvullend verplichten om een tegenprestatie te doen.

3Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met:

a.uw persoonlijke situatie en omstandigheden;

b.uw wensen en kwaliteiten.

4Als u niet op tijd met een voorstel komt of als het voorstel niet voldoet, kunnen wij een maatregel opleggen.

5Wij kunnen u ook een maatregel opleggen als u uw tegenprestatie niet of onvoldoende heeft uitgevoerd. Een voorbeeld van een maatregel is dat uw uitkering wordt verlaagd. Meer informatie over maatregelen vindt u in hoofdstuk 6.

2.8.4 Hoe lang en voor hoeveel uur doet u een tegenprestatie? [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij leggen een tegenprestatie naar vermogen op. Hierbij houden wij rekening met uw omstandigheden.

2Zolang u geen werk heeft of een re-integratietraject volgt, verwachten wij van u dat u de tegenprestatie blijft leveren.

Minimaregelingen

Gemeente Dronten biedt verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Wanneer u hier recht op heeft, kunt u vergoedingen ontvangen voor verschillende kosten die u maakt. In dit hoofdstuk leest u hier meer over. Binnen deze regelingen werken wij met uitkeringsnormen en vermogensgrenzen. Er zijn verschillende normen, denk aan normen voor alleenstaanden, alleenstaande ouders en gehuwden/ samenwonenden.

2.10 Individuele inkomenstoeslag [PW, IOAW, IOAZ]

2.10.1 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag [PW]

1De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar:

a.€ 300,00 voor een alleenstaande;

b.€ 500,00 voor een alleenstaande ouder;

c.€ 400,00 voor gehuwden of samenwonenden zonder ten laste komende kinderen;

d.€ 500,00 voor gehuwden of samenwonenden met ten laste komende kinderen;

e.€ 50,00 voor elk ten laste komend kind van 12 tot 18 jaar in het gezin.

2Bovenstaande bedragen kunnen wij jaarlijks indexeren.

2.13 Schuldhulpverlening [Wgs]

2.13.1 Doel [Wgs]

1Ons doel is het voorkomen en verminderen van het aantal inwoners met financiële problemen

2Om ons doel te bereiken, bieden wij integrale schuldhulpverlening. Dat is een samenhangend aanbod van preventie tot en met zorg gericht op zowel de financiële als psychosociale en andere oorzaken van schulden. De schuldhulpverlening wordt afgestemd op uw individuele situatie.

3Om ons doel te bereiken werken wij samen met andere organisaties.

4Wij stellen kwaliteitseisen aan de uitvoering van de schuldhulpverlening.

2.13.2 Toegang [Wgs]

1Wij zorgen er voor dat het voor u duidelijk is hoe en waar u op een eenvoudige manier hulp kunt vragen.

2In sommige gevallen kunnen wij besluiten de schuldhulpverlening (tijdelijk) te weigeren.

3Het eerste gesprek waarin de hulpvraag wordt vastgesteld vindt zo snel mogelijk plaats, maar in ieder geval binnen vier weken. Bij bedreigende situaties is dit drie werkdagen.

4In een uitvoeringsplan stellen wij aanvullende regels vast.

2.13.3 Besluit [Wgs]

1Als u hulp van ons kunt krijgen, informeren wij u, per brief, over de manier waarop de hulp wordt gegeven.

2Als u geen hulp van ons kunt krijgen, ontvangt u een brief waarom er geen hulp wordt gegeven.

3De brief ontvangt u binnen 8 weken nadat u een gesprek heeft gehad over uw hulpvraag.

Hoofdstuk 3. Opgroeien en opvoeden

3.1. Wanneer bieden wij ondersteuning [Jeugdwet]

3.2.1 Ondersteuning die vrij toegankelijk is: pedagogische basis [Jeugdwet]

1Wij zorgen ervoor dat kinderen en jongeren zoveel mogelijk gezond, kansrijk en veilig kunnen opgroeien. Om dit te bereiken, helpt de gemeente alle kinderen en jongeren, hun ouders en hun sociale netwerk met:

a.het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waarin gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen;

b.het geven van informatie, advies en trainingen;

c.het bieden van jeugdgezondheidszorg (GGD: consultatiebureau, schoolarts);

d.het organiseren van activiteiten voor jongeren die hun talenten ontwikkelen via het jongerenwerk;

e.het bieden van opvoedondersteuning; en

f.wij hebben een vertrouwenspersoon.

Deze ondersteuning is vrij toegankelijk. Je hebt hiervoor geen besluit nodig van de gemeente en ook geen verwijzing van een huisarts, medisch specialist of jeugdarts.

2Wij zorgen ervoor dat signalen bij opgroei- en opvoedingsproblemen zo vroeg mogelijk worden opgevangen en dat daar ook zo vroeg mogelijk ondersteuning wordt geboden.

3.2.2. Ondersteuning die vrij toegankelijk is: preventieve ondersteuning jeugd [Jeugdwet]

Opvoedondersteuning bij het jonge kind

Doel: Het doel is om gezinnen met jonge kinderen te ondersteunen bij de opvoeding en de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van ouders te vergroten.

Doelgroep: Gezinnen met minimaal één kind in de leeftijd van 0 t/m 7 jaar.

Individuele maatjes

Doel: Het bieden van een laagdrempelig maatjescontact aan jeugdigen om te werken aan het opbouwen/versterken van een eigen sociaal netwerk. Het zelfvertrouwen en de zelfredzaamheid van de jeugdige wordt versterkt, sociale vaardigheden (door)ontwikkeld en de jeugdige leert beter omgaan met een beperking. Zorg-intensieve gezinnen voelen zich gesteund, gehoord, bekrachtigd en ontlast met behulp van maatjes.

Doelgroep: Jeugdigen tussen de 8 tot 18 jaar.

Kortdurende ambulante begeleiding

Doel:Door kortdurende inzet van ambulante opvoedondersteuning komen tot duidelijkheid over de juiste hulpvraag en advisering welke ondersteuning hier het beste past bij in het gezinssysteem. Een ander doel is ondersteuning bieden aan ouders met kinderen met enkelvoudige opvoedingsproblematiek, bij wie de verwachting is dat zij met kortdurende ambulante hulp hun opvoedvaardigheden vergroten en zelf weer grip op de situatie verkrijgen.

Doelgroep: Gezinnen met kinderen tot 18 jaar, van normaal tot licht verstandelijk beperkt functioneringsniveau met enkelvoudige, of onduidelijke opvoedproblematiek.

Levensloopregie bij autisme

Doel:Een levensloopregisseur voorkomt dat iemand door autisme vastloopt of bij aanvang van een nieuwe levensfase opnieuw vastloopt. De levensloopregisseur geeft ondersteuning en advies, waardoor gezinnen weer grip krijgen op de situatie en zorgaanbieders elkaar versterken.

Doelgroep:gezinnen met een kind met autisme

Gezinsadviseur

Doel:het doel van de gezinsadviseur is om laagdrempelige ondersteuning te bieden aan gezinnen die een beetje hulp kunnen gebruiken.

Doelgroep: gezinnen met kinderen/jongeren tussen 0 tot 23 jaar.

Gezinscoach

Doel:Het doel van de gezinscoach is om gezinnen ondersteuning te bieden die te maken hebben met meervoudige problematiek.

Doelgroep:Gezinnen met kinderen/jongeren tussen 0 tot 23 jaar.

Schoolmaatschappelijk werk in het primair onderwijs

Doel:De ondersteuning van een schoolmaatschappelijk werker kan verschillende doelen hebben:

•Kortdurende hulpverlening aan leerlingen en/of ouders

•Bieden van ondersteuning aan docenten/IB’ers in het herkennen van en omgaan met veelvoorkomende problematiek.

•Toeleiding naar externe zorg/ondersteuning

Doelgroep:Kinderen in het primaire onderwijs

Twee huizen training

Doel:Het doel van deze training is om kinderen van gescheiden ouders onder begeleiding met elkaar in gesprek te laten gaan over de scheiding. Een scheiding tussen ouders is een ingrijpende gebeurtenis, juist ook voor de betrokken kinderen. In de gesprekken kunnen kinderen hun gevoelens en ervaringen delen, met als doel dat zij beter met de scheiding van hun ouders om kunnen gaan.

Doelgroep:kinderen van 8-12 van gescheiden ouders

PMT op het primair onderwijs

Doel: Psychomotorische therapie is lichaamsgerichte therapie voor kinderen met sociaal—emotionele hulpvragen. Het doel van de therapie om te ondersteunen bij de hulpvragen en kinderen te leren probleemsituaties anders te benaderen.

Doelgroep:kinderen in de basisschoolleeftijd, waarvan de zorgverzekering de kosten voor inzet van PMT niet (volledig) vergoedt en ouders deze kosten niet zelf kunnen dragen.

GGZ op het voortgezet onderwijs

Doel:Bieden van kortdurende en ondersteunende interventies bij leerlingen met lichte psychische problematiek, zodat de problemen verbeteren en/of voorkomen dat de problematiek verergerd en jeugdigen verwezen worden naar gespecialiseerde GGZ. Daarnaast geeft de GGZ op het voortgezet onderwijs ondersteuning en advies aan het onderwijsteam, door het geven van algemene voorlichting als het verlenen van praktisch hulp voor specifieke leerlingen.

Doelgroep:Jongeren in de leeftijd van 12 tot en met 20 jaar met lichte psychische of psychiatrische problematiek, zoals neerslachtigheid, paniek- en angstklachten, neerslachtigheid en emotieregulatie, etc.

Individuele ambulante ondersteuning op school

Doel:Het doel is om op een laagdrempelige manier ondersteuning te bieden aan kinderen, bijvoorbeeld op het gebied van sociale en emotionele vaardigheden of het omgaan met pesten of faalangst. Door laagdrempelig op school aanwezig te zijn kan problematiek in een vroeg stadium gesignaleerd en behandeld worden.

Doelgroep:0 tot 4 jaar (het voorschoolse), 4-12 jaar (primair en speciaal onderwijs) en 12 tot 18 jaar (voortgezet onderwijs).

Interculturele traumatraining in groepsverband

Doel:Kinderen van asielzoekers in groepsverband ondersteunen bij het verwerken vaningrijpende en/of traumatische gebeurtenissen en hierdoor voorkomen of verminderen van (ontwikkeling van) ernstige psychische klachten of (gedrags)problematiek.

Doelgroep: Getraumatiseerde kinderen van asielzoekers en/of vluchtelingen.

Ouderschapsbemiddeling

Doel:Ouders in complexe echtscheidingen te leren om beter met elkaar te communiceren, zodat zij duidelijke afspraken kunnen maken over de zorg van hun kinderen. Met die duidelijkheid ontstaat er een meer stabiele gezinssituatie voor de kinderen.

Doelgroep:ouders van jeugdigen van 0-18 jaar die in een complexe echtscheiding verwikkeld zijn.

Basis Jeugd-GGZ

Doel:kortdurende behandeling van licht tot matige psychische problemen, waarbij een vermoeden is van een DSM-benoemde stoornis in combinatie met een gemiddeld tot lage beperking van het functioneren. Een ander doel is om de problematiek in kaart te brengen, diagnostiek te verrichten en zo nodig een gerichte verwijzing te doen. Basis Jeugd GGZ biedt eveneens mogelijkheden voor afschaling vanuit de specialistische Jeugd-GGZ, of ondersteuning na behandeling en gestabiliseerde zwaardere problematiek. Naast dit alles biedt Basis Jeugd GGZ consultatie en advies aan de gemeente binnen lopende casuïstiek van lichte tot matige problematiek.

Doelgroep:jeugdigen tot en met 18 jaar met lichte tot matige psychische problematiek, waarbij er een vermoeden is van DSM-benoemde stoornis in combinatie met een gemiddeld tot lage beperking van het functioneren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om burn-out of stressklachten, somberheid, depressie, klachten veroorzaakt door rouw en verlies, een negatief zelfbeeld of angst- en lichte traumaklachten.

Hoofdstuk 4. Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden

4.3 Zelfstandig en veilig wonen

4.3.1. Geschikte woning [Wmo]

1U kunt een voorziening of aanpassing van uw woning krijgen als u door uw beperking niet meer in uw woning kunt wonen. Samen met u zoeken wij naar een passende oplossing.

2Een aanpassing in uw woning mag maximaal € 7.000,- kosten. Als het bedrag hoger is, onderzoeken wij of het beter is om te verhuizen naar een andere woning.

3Het kan ook zijn dat u geen woningaanpassing of - voorziening krijgt. Dit doen wij niet als:

a.uw beperkingen het gevolg zijn van materialen die in uw woning zijn gebruikt;

b.u verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoning, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADL-clusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen;

c.u een voorziening wilt die is bedoeld voor een gemeenschappelijke ruimte (in bijvoorbeeld een seniorencomplex);

d.het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden.

e.u bent verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning, tenzij wij hiervoor toestemming hebben verleend.

5Een woonvoorziening (een aanpassing in uw woning waarmee u zo lang mogelijk zelfstandig kunt blijven wonen) vervangen wij als:

a.deze technisch is afgeschreven; of

b.de woonvoorziening geen oplossing meer is voor uw woonproblemen.

4.3.2 Nieuw artikel Anti-speculatiebeding [Wmo]

1Als gemeente willen we bij grote verbouwingen (aanbouw woning en grondverwerving) voorkomen dat er bij verkoop van de woning gespeculeerd wordt met de meerwaarde van de woning. Als binnen tien jaar nadat de woning is aangepast tot verkoop van de woning wordt overgegaan, dan bent u verplicht om de meerwaarde aan de gemeente terug te betalen tot het maximale bedrag dat aan u is toegekend. U dient hierover de gemeente schriftelijk te informeren. Dit geldt alleen voor particuliere woningeigenaren. De bepaling van de meerwaarde vindt plaats zoals omschreven in lid 3.

2Voor wat de hoogte van het terug te betalen bedrag gelden de volgende regels:

a.Bij verkoop binnen 1 jaar na gereedmelding: 100 procent van de meerwaarde;

b.Bij verkoop binnen 2 jaar na gereedmelding: 90 procent van de meerwaarde;

c.Bij verkoop binnen 3 jaar na gereedmelding: 80 procent van de meerwaarde;

d.Bij verkoop binnen 4 jaar na gereedmelding: 70 procent van de meerwaarde;

e.Bij verkoop binnen 5 jaar na gereedmelding: 60 procent van de meerwaarde;

f.Bij verkoop binnen 6 jaar na gereedmelding: 50 procent van de meerwaarde;

g.Bij verkoop binnen 7 jaar na gereedmelding: 40 procent van de meerwaarde;

h.Bij verkoop binnen 8 jaar na gereedmelding: 30 procent van de meerwaarde;

i.Bij verkoop binnen 9 jaar na gereedmelding: 20 procent van de meerwaarde;

j.Bij verkoop binnen 10 jaar na gereedmelding: 10 procent van de meerwaarde.

3De vaststelling van de eventuele meerwaarde wordt bepaald door een beëdigd taxateur, die wordt aangewezen door de gemeenten.

4Het college kan nadere regels vaststellen.

4.3.3 Een schone en leefbare woning [Wmo]

1Wij zorgen ervoor dat u ondersteuning krijgt als u door uw beperking uw woning niet schoon en leefbaar kunt houden. Het is daarbij belangrijk dat u aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1.3.5 van deze verordening, voldoet.

2Wij werken met ‘het resultaat schoon en leefbaar huis.’ We gebruiken hierbij het normenkader huishoudelijke ondersteuning van HHM 2025. Dit houdt in dat u hulp kunt krijgen bij de lichte en/of zwaardere huishoudelijke taken. Een schoon en leefbaar huis houdt in dat het huis, met name de elementaire woonfunctie zoals woonkamer, keuken, hal, toilet, trap, slaapkamer en badkamer normaal bewoond kunnen worden. Dat u beschikt over schone kleding, dat er zorg is voor de kinderen en dat u kunt eten en drinken. Schoon betekent dat de basis hygiëne in orde is en dat vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s voor bewoners worden voorkomen. Leefbaar houdt in dat het huis opgeruimd en functioneel is, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. Samen met de gids wordt er gekeken welke onderdelen in uw situatie van toepassing zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt wat een hulp oppakt en wat u en het netwerk kan doen. U krijgt vervolgens een routeplan en een ondersteuningsplan Schoon en Leefbaar (S&L), waarin staat welke taken uzelf en welke taken door de hulp worden gedaan. Voor de wasverzorging kunnen mogelijk andere regels van toepassing zijn.

3Het college stelt daarvoor nadere regels vastgesteld.

4.3.4 Beschermd wonen [Wmo]

Als u een psychische aandoening heeft, kunnen wij onderdak en begeleiding bieden. Dit noemen wij beschermd wonen. Bij beschermd wonen kunt u begeleid worden om mee te doen in de samenleving.

1Beschermd wonen is:

a.wonen in een ruimte van een instelling;

b.met toezicht en begeleiding;

c.met als doel voor uzelf te kunnen zorgen en mee te doen in de maatschappij;

d.gericht op het verbeteren van het psychisch en psychosociaal functioneren;

e.gericht op het stabiel krijgen van uw psychiatrische aandoening;

f.gericht op het voorkomen van verwaarlozing of overlast;

g.gericht op het voorkomen van gevaarlijke situaties;

h.bestemd voor mensen met psychische of psychosociale problemen, die niet zelf in staat zijn zich staande te houden in de samenleving.

2Wij verlenen ‘beschermd wonen’ als:

a.u 18 jaar of ouder bent;

b.24-uurs toezicht en begeleiding noodzakelijk is;

c.u bij de aanmelding de diagnose heeft dat u een psychiatrisch probleem heeft;

d.de psychiatrische diagnose is gesteld en ondertekend door een bevoegde professional.

3Er zijn vier opties van beschermd wonen mogelijk. Van de zwaarste naar de lichtste vorm zijn de opties:

a.Beschermd wonen hoog. Bij deze vorm ontvangt u zeer intensieve zorg gericht op het (in de eerste instantie) overnemen van taken op alle levensgebieden zoals financiën en huishouden. Daarnaast leert u waar mogelijk omgaan met uw beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig;

b.Beschermd wonen midden. Bij deze vorm ontvangt u intensieve begeleiding gericht op het omgaan met de beperkingen (verstandelijk en/of psychisch), het beheersbaar houden en gaandeweg doen afnemen van gedragsproblematiek. Begeleiding is continu aanwezig; of

c.Beschut wonen. Bij deze vorm woont u gedeeltelijk weer op uzelf in een eigen woning. Deze woning is onderdeel van een wooncomplex waar u overdag begeleiding kunt krijgen. Het doel is om u weer zelfstandig te kunnen laten wonen.

d.Gewoon Thuis: Bij deze voorziening blijft u in uw eigen huis wonen. U krijgt ambulante begeleiding aan huis minimaal 6 uur in de week. Daarnaast kunt u 24 uur per dag beroep doen op contact met de begeleiding. Dit contact kan zowel digitaal, als telefonisch als face to face plaats vinden.

U kunt u voor beschermd wonen, optie 1 tot en met 3, aanmelden bij ‘Centrale Toegang’ via de websitewww.ggdflevoland.nl. De gemeente Dronten werkt samen met andere gemeenten in Flevoland op het gebied van beschermd wonen. Deze samenwerking staat beschreven in het Regionaal kader zorglandschap Wmo 2020 - 2026.

Centrumgemeente Almere voert per 1 januari 2026 de toegangsbepaling voor beschermd wonen uit. Het jaar 2025 geldt als overgangsjaar waarin GGD Flevoland stapsgewijs de toegangsbepaling zal overdragen. Voor meer informatie over de toegang wordt u verwezen naar de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 2025.

U kunt u voor beschermd wonen optie 4 melden bij de gemeente. Een Wmo-gids zal dan samen met u onderzoeken of dit een passende maatwerkvoorziening voor u is.

4Het college kan nadere regels vaststellen.

4.3.5 Maatschappelijke opvang en Vrouwenopvang [Wmo]

1Maatschappelijke opvang. De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner hulp-op-maat kan krijgen in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. Met opvang wordt de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang bedoeld. Deze opvang is bedoeld voor de inwoner die de thuissituatie heeft verlaten en zich niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk kan handhaven in de samenleving. Dit als gevolg van psychische of psychosociale problemen of de dreiging van huiselijk geweld.

2Voor meer informatie over de toegang tot de opvang (lees: hoe u bij de opvang terecht komt) wordt u verwezen naar de Nadere regels maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Dronten.

3Het college kan nadere regels vaststellen.

4.4 Meedoen in de samenleving

4.4.1 Individuele begeleiding [Wmo]

Als het u niet lukt om de normale dagelijkse activiteiten te doen, kunt u hier ondersteuning bij krijgen. Samen met de begeleider werkt u aan de gestelde resultaten genoemd in het routeplan zoals het aanbrengen van dagstructuur, uw sociale netwerk te versterken, samen op zoek te gaan naar iemand die u kan helpen bij uw administratie en het beheren van uw financiën. Als u individuele begeleiding wilt, moet u aan de voorwaarden uit deze verordening (zie 1.3.4) voldoen.

4.4.3 Contact met anderen [Wmo]

1Wij zorgen ervoor dat als u een beperking heeft of minder mobiel bent, u toch in contact met anderen kunt komen. Hiervoor bieden wij maatwerk. Als u hiervan gebruik wilt maken, moet u voldoen aan de voorwaarden genoemd in de artikelen 1.3.5 en 4.1 van deze verordening.

2De maatwerk-ondersteuning houdt in dat u gebruik kunt maken van vervoer, zodat u zich kunt verplaatsen rondom de woning, maar ook langere afstanden kunt afleggen.

3Deze ondersteuning is voor volwassenen, maar ook voor inwoners jonger dan 18 jaar.

4Voorbeelden van ondersteuning zijn:

a.collectief taxivervoer;

b.een scootmobiel; of

c.een speciale fiets, zoals een driewiel-fiets.

5Als u geen gebruik kunt maken van uw auto en het collectief taxivervoer niet voldoet, kunnen wij overwegen om een aanpassing aan uw auto te doen. Wij beoordelen of uw auto de investering waard is. U wordt dan verzocht uw auto te laten keuren. Uit deze keuring moet blijken dat uw auto nog minimaal 5 tot 7 jaar meegaat.

6Om collectief taxivervoer voor iedereen die dit nodig heeft beschikbaar en betaalbaar te houden, kijken wij eerst of uw vervoersprobleem kan worden opgelost met uw netwerk, vrijwilligers of door gebruik te maken van openbaar vervoer, zoals een bus of trein.

4.4.4 Rolstoel [Wmo]

Als u uzelf niet of nauwelijks kunt verplaatsen in en om uw woning, kunt u ondersteuning krijgen door middel van een (maatwerk) rolstoel. Deze ondersteuning is voor volwassenen, maar ook voor inwoners jonger dan 18 jaar.

4.4.5 Vervanging vervoermiddel en rolstoel [Wmo]

Het is mogelijk dat u uw huidige rolstoel of vervoermiddel wilt vervangen. Dit is mogelijk als uw vervoermiddel of de rolstoel:

a.technisch is afgeschreven;

b.verloren is gegaan en u hier niks aan kunt doen; of

c.er geen oplossing meer is voor de problemen die u ervaart bij het verplaatsen in en om de woning of het vervoer dicht bij huis.

4.5 Mantelzorg

4.5.1 Ondersteuning mantelzorger [Wmo]

1Een mantelzorger is iemand die voor een ander zorgt. Wij zorgen ervoor dat u als mantelzorger, maatwerk kunt krijgen als u niet meer in staat bent om de mantelzorg vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt.

2De ondersteuning houdt in dat een professionele hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt. Dit noemen we respijtzorg. Dit kan zowel thuis, als door het inzetten van dagbesteding als door het inzetten van kortdurend verblijf.

3Het college kan nadere regels vaststellen.

4.5.2 Mantelzorgcompliment [Wmo]

1Wij waarderen de inzet van mantelzorgers. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om te laten zien hoe belangrijk mantelzorgers zijn voor de samenleving.

2Het mantelzorgcompliment is een bedrag van € 100. Mantelzorgers krijgen dit bedrag als tegoed op de Pas van Dronten.

4.5.3 Voorwaarden mantelzorgcompliment [Wmo]

1Wilt u een mantelzorgcompliment aanvragen? Dat kan! De aanvraag moet voldoen aan deze voorwaarden:

b.de mantelzorg wordt minimaal drie maanden aansluitend verleend voor tenminste acht uur per week;

c.de mantelzorg wordt verleend door iemand die geen betaalde ondersteuning aan zijn naaste geeft;

d.de zorgvragers woont in de gemeente Dronten. De mantelzorger mag buiten de gemeente Dronten wonen.

U kunt een mantelzorgcompliment aanvragen door (of namens degene die mantelzorg ontvangt) een aanvraagformulier in te vullen. Dit formulier is verkrijgbaar bij het Informatiepunt Mantelzorg van de Meerpaal.

Hoofdstuk 5. De financieringsvorm van de ondersteuning

5.3 Persoonsgebonden budget (pgb)

5.3.1. Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo]

1In sommige gevallen kunt u in plaats van ondersteuning in natura een persoonsgebonden budget (pgb)krijgen. Dat kan als het om Wmo- of jeugdondersteuning gaat en uw aanvraag voldoet aan de voorwaarden die de Wmo, de Jeugdwet en deze verordening stellen.

2Als u een pgb wilt, kunt u of iemand anders het budget beheren. Wij kennen een pgb alleen toe als wij vinden dat deze budgetbeheerder in staat is uw belangen voldoende te behartigen. De budgetbeheerdermoet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. De budgetbeheerder is verplicht om mee te werken aan de beoordeling van zijn pgb-vaardigheden als de gemeente daarom vraagt.

3Het pgb kan niet worden beheerd door de volgende personen of instanties:

a.de persoon die de hulp gaat bieden;

b.iemand die op hetzelfde adres woont als de persoon die de hulp gaat bieden;

c.door een administratiekantoor.

4Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan:

a.kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;

b.het voeren van een pgb-administratie;

c.bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie;

d.kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s);

d.bijkomende zorgkosten, zoals o.a. een cursus voor de zorgverlener, entreegelden, maaltijden/consumpties van de zorgverlener bij overwerk;

e.eenmalige uitkering, bij opname of overlijden van inwoner die het pgb ontvangt.

5De gemeente verstrekt geen pgb als:

a.de kosten zijn gemaakt vóórdat u de aanvraag heeft ingediend en het niet meer mogelijk is om na te gaan of de ondersteuning nodig was;

b.het pgb wordt gevraagd voor vervoerskosten, terwijl u gebruik kunt maken van het collectieftaxivervoer;

c.uit het plan dat u heeft ingediend niet blijkt dat de ondersteuning die u met het pgb wilt inkopen van goede kwaliteit is; of

d.als er eerder sprake is geweest van oneigenlijk gebruik van het pgb.

6De hulpverlener kan een professional zijn of iemand uit uw sociale netwerk. Een professionele hulpverlener:

a.staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (kvk) of is aangesloten bij een brancheorganisatie;

b.beschikt over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG);

c.voldoet aan kwaliteitseisen die worden geëist voor dat type hulpverlening;

d.is geen 1e of 2de graads familie of onderdeel van uw huishouden; en

e.als een zzp-er de zorg levert, moet hij of zij een actuele verklaring ‘inkomen uit eigen onderneming’ van de boekhouder aanleveren bij de gemeente. Deze verklaring is maximaal 3 maanden oud. Wanneer de zzp-er geen eigen boekhouder heeft, dan moet een verklaring van de belastingdienst worden aangeleverd, waaruit blijkt dat de financiële verplichtingen worden voldaan.

7Uitzondering op de combinatie budgetbeheerder en hulpverlener:

a.In afwijking van de hoofdregel dat een budgetbeheerder en de hulpverlener niet dezelfde persoon mogen zijn, kan het college in bijzondere situaties toestaan dat beide rollen door dezelfde persoon worden vervuld.

b.Een uitzondering als bedoeld in het eerste lid is uitsluitend toegestaan indien:

1Aannemelijk is gemaakt dat geen alternatief netwerk of geschikte derde beschikbaar is, of sprake is van een uitzonderlijke mantelzorgsituatie;

2De budgethouder aantoonbaar voldoet aan de voorwaarden voor het beheer van een persoonsgebonden budget, zoals vastgelegd in deze verordening en de nadere regels; en

3Geen sprake is van belangenverstrengeling of de schijn daarvan.

c.Het college kan een verleende uitzondering weigeren of intrekken indien:

1Niet langer aan de voorwaarden van het tweede lid wordt voldaan; of

2De onafhankelijkheid, kwaliteit of doelmatigheid van de ondersteuning niet langer is geborgd.

8Het college kan nadere regels stellen.

5.3.2 Hoogte en tarief pgb [Jeugdwet, Wmo]

1U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-uitvoeringsplan. Hiervoor gebruikt u het standaardformulier van de gemeente. In het pgb-uitvoeringsplan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en door wie de ondersteuning wordt gegeven. De gemeente moet het plan goedkeuren en zal daarna het pgb vaststellen.

2Wij stellen een pgb vast waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunt inkopen.

3Nadat het pgb is toegekend, moet de budgetbeheerder met de hulpverlener een zorgovereenkomst sluiten. Deze zorgovereenkomst moet gebaseerd zijn op de beschikking van de gemeente.

4Voor behandeling, kortdurend verblijf, begeleiding, schoon en leefbaar huis en dagbesteding geldt het volgende: u bepaalt welk vast bedrag u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen. Het pgb is niet hoger dan de volledige kostprijs van het product of de dienst (100%) en is niet hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning in te kopen. De kostprijs bestaat o.a. uit loonkosten, verzekering, materiële kosten en reiskosten. Extra kosten voor overhead en innovatie/ontwikkeling (10%) worden alleen vergoed in het Zorg in Natura tarief (110%). Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan het maximumbedrag van 100%, of hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning, betaalt u dit zelf.

5In het pgb voor behandeling, kortdurend verblijf, begeleiding, schoon en leefbaar huis en dagbesteding is vervoer inbegrepen bij het budget. In uw beschikking staat aangegeven hoeveel uur zorg u dient in te kopen. Bijvoorbeeld als u beschikking aangeeft dat er 4 uur zorg nodig is om de resultaten te behalen, dan zijn dit de uren waarin u zorg krijgt van de zorgverlener. De reistijd van de zorgverlener valt buiten deze 4 uur. U maakt zelf of met behulp van uw netwerk afspraken over het vervoer met de aanbieder. Wanneer dit niet lukt, krijgt u niet een hoger Pgb.

6Bij het bepalen van de hoogte van het pgb hanteren wij de volgende regels:

a.Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb maximaal 100% van de kostprijs.

b.Als iemand uit uw sociale netwerk de persoonlijke verzorging, hulp in het huishouden en/of individuele begeleiding gaat bieden, is de hoogte van het pgb afhankelijk van de daartoe geldende CAO VVT, inclusief vakantiebijslag bij een 36-urige werkweek.

c.Als iemand uit uw sociale netwerk het kortdurend verblijf, groepsbegeleiding of dagbesteding gaat bieden, is het pgb maximaal €141 per maand. In artikel 5.3.3 staat onder welke voorwaarden iemand uit uw sociale netwerk deze hulp mag bieden.

7Als u een pgb krijgt voor een product, dan houden wij bij het vaststellen van de hoogte van het pgb rekening met de afschrijvingstermijn, onderhouds- en verzekeringskosten.

8Voor pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. De gemeente bepaalt aan de hand van deze offertes of u in aanmerking komt voor een vergoeding en zo ja, de hoogte van het pgb.

9Het pgb voor hulpmiddelen wordt als volgt vastgesteld: de hoogte van het pgb is gelijk aan de kosten die gemeente moet maken als zij het hulpmiddel moeten aanschaffen. U kunt gevraagd worden om 2 offertes aan te leveren.

10Het college kan nadere regels stellen.

5.3.3 Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk [Jeugdwet, Wmo]

1U mag iemand uit uw sociale netwerk inschakelen om de ondersteuning te geven. Dat mag alleen als wij vinden dat deze persoon:

a.met goede argumenten heeft aangegeven dat hij door het geven van de ondersteuning niet overbelast raakt;

b.in staat is om ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de wet, deze verordening en de regels die wij daarover stellen;

c.betere, effectievere en doelmatigere ondersteuning kan bieden dan een professionele hulpverlener;

d.in staat is planmatig te werken.

2Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning van iemand uit uw sociale netwerk als het gaat om:

a.kortdurend verblijf bij een familielid in de eerste, tweede of derde graad;

b.kortdurend verblijf specialistisch;

c.behandeling;

d.behandeling in groep;

e.behandeling specialistisch; of

f.behandeling specialistisch jGGZ.

3Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door personen uit het sociale netwerk als wij vinden dat het noodzakelijk is dat de ondersteuning wordt geboden door een professionele hulpverlener.

4Wij verstrekken geen pgb voor ondersteuning door een persoon uit het sociale netwerk als blijkt dat hij of zij de ondersteuning zonder het pgb ook kan bieden.

5Ondersteuning door een bloed-of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien.

6Het college kan nadere regels stellen.

5.3.4 Verantwoording pgb [Jeugdwet, Wmo]

1Wij kunnen u op elk moment vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke resultaten de ondersteuning voor u hebben gehad. De budgetbeheerder zal daarom een duidelijke en volledige administratie moeten bijhouden.

2Het pgb dient te worden uitbetaald aan de hand van een factuur op basis van de geleverde uren.

3Het pgb voor hulpmiddelen en woningaanpassingen wordt uitbetaald wanneer de gemeente de factuur van u heeft ontvangen. Wanneer de factuur hoger is dan het vastgestelde pgb dient u zelf de resterende kosten te betalen.

4Het college kan nadere regels stellen.

5.3.5 Opschorten pgb [Jeugdwet, Wmo]

1Wij kunnen aan de Sociale verzekeringsbank (SVB) vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen wij doen als:

a.u en/of de budgetbeheerder ons onjuiste of onvolledige informatie heeft verstrekt, als de juiste of volledige informatie zou hebben geleid tot een andere beslissing;

a.u niet voldoet aan de voorwaarden die bij een pgb horen;

b.u het pgb niet heeft gebruikt;

c.u het pgb voor een ander doel heeft gebruikt dan waarvoor het was afgegeven; of

d.u niet voldoet aan de eisen uit artikel 5.3.4.

2Het college kan nadere regels stellen.

Hoofdstuk 6. Afspraken tussen inwoner en gemeente

6.1 Afspraken en verplichtingen

6.1.1Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij kunnen uw uitkering verlagen, als u zich niet aan afspraken en verplichtingen houdt.

2Als wij uw uitkering verlagen, laten wij u weten:

a.waarom wij uw uitkering verlagen;

b.hoe lang wij uw uitkering verlagen;

c.met hoeveel procent wij uw uitkering verlagen of om welk bedrag het gaat; en

d.als dat van toepassing is, waarom wij hiervan afwijken.

3Als wij een beslissing nemen om uw uitkering te verlagen, houden wij rekening met:

a.hoe ernstig de gedraging is;

b.of u er iets aan kunt doen (valt u iets te verwijten?);

c.uw persoonlijke situatie.

4Voordat wij uw uitkering verlagen, geven wij u de mogelijkheid om uw reactie te geven. Dit kan via een (telefonisch) gesprek of schriftelijk (bijvoorbeeld per e-mail).

5Wij kunnen besluiten om u niet de gelegenheid te geven een reactie te geven (bedoeld in lid 4). Dit doen wij als:

a.er sprake is van spoed en er dus geen tijd voor is;

b.u al eerder uw reactie heeft kunnen gegeven en de feiten en omstandigheden sindsdien niet zijn veranderd;

c.wij uw reactie niet nodig hebben om te oordelen over uw gedraging of dat u iets te verwijten valt; of

d.u zelf aangeeft dat u geen reactie wilt geven.

6.1.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ]

Wij verlagen uw uitkering niet als:

a.blijkt dat u er niks aan kunt doen (de verwijtbaarheid ontbreekt);

b.uw gedraging meer dan een jaar nadat wij het opmerkten plaatsvond; of

wij vinden dat er belangrijke redenen zijn om uw uitkering niet te verlagen. Als dit het geval is, sturen wij u hierover een brief.

6.1.3. Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij verlagen uw uitkering of bijzondere bijstand over de kalendermaand nadat deze gedraging heeft plaatsgevonden.

2Wij kunnen uw uitkering ook verlagen over de kalendermaand na de maand waarop wij hierover een besluit hebben genomen en wij u hierover een brief hebben gestuurd. Dat kan als de uitkering over die periode al is uitbetaald. Wij houden hierbij rekening met de op dat tijdstip geldende uitkeringsnorm.

3Wij kunnen uw uitkering ook met terugwerkende kracht verlagen over de periode waarop de gedraging betrekking heeft gehad of heeft plaatsgevonden. Dit geldt wanneer lid 1 van dit artikel niet kan worden toegepast omdat de uitkering is beëindigd of ingetrokken, zolang de uitkering nog niet is uitbetaald.

4Wij kunnen uw uitkering verlagen met ingang van de ingangsdatum van uw uitkering. Dit kan in afwijking van lid 1 van dit artikel. Dit kan op het moment dat de gedraging heeft plaats gevonden in de periode tussen de uitkeringsaanvraag en het besluit op die aanvraag.

6.1.4 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ]

1De verlaging is een percentage van de voor u geldende uitkeringsnorm.

2Als u maandelijks bijzondere bijstand ontvangt, kunnen wij deze bijstand met een percentage verlagen.

6.1.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen [PW, IOAW, IOAZ]

1Als u de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet niet nakomt, verlagen wij uw uitkering met 100 procent voor een maand. Dit betekent dat u een maand geen uitkering krijgt.

2Als wij vinden dat er bijzondere omstandigheden zijn, kunnen wij de verlaging in gelijke stukken verdelen over die maand en de twee maanden erna.

3Wij verdelen uw verlaging niet in gelijke stukken over meerdere maanden, als u werk niet heeft aanvaard of heeft behouden (artikel 18, lid 4 onderdeel a Participatiewet).

6.1.6 Te weinig inzet of besef van verantwoordelijkheid [PW]

Wij kunnen de verlaging herzien of stoppen als u alsnog de afspraken uit artikel 18, lid 4 Participatiewet nakomt. Is dit het geval? Dan dient u een verzoek tot stoppen van de verlaging bij ons in. Dit kan per brief of e-mail, binnen drie maanden nadat wij het besluit om de uitkering te verlagen hebben genomen.

6.1.7 Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep van de gemeente voor re-integratie of participatie.

2Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u:

a.niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak;

b.de verplichtingen zoals arbeidsinschakeling (artikel 9 Participatiewet) en nadere verplichtingen (artikel 55 Participatiewet) niet nakomt;

c.een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet) is ingetrokken;

d.niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie;

e.niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets (artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet).

3Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te verkrijgen.

4Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm als u zonder tegenbericht niet of te laat verschijnt op een oproep voor re-integratie of participatie.

5Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u:

a.niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen;

b.niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening;

c.een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken;

d.niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie.

6Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u:

a.niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen;

b.een baan afwijst;

c.er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt;

d.niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening.

7Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).

8In tegenstelling tot lid 1, 2, 4 en 5 kunnen wij u een schriftelijke waarschuwing geven. Dit kunnen wij doen als u in de afgelopen 12 maanden niet eerder een schriftelijke waarschuwing of verlaging opgelegd heeft gekregen. Of als wij vinden dat een verlaging gezien uw omstandigheden een te zware sanctie is.

6.1.8 Te weinig inzet of besef van verantwoordelijkheid [PW]

1Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor een maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden.

2Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onei heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag.

3De verlaging, zoals genoemd in lid 2, duurt 10 maanden en is:

a.10 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag tot € 5.000,00 of als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld;

b.20 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag vanaf € 5.000,00 tot € 10.000,00;

c.30 procent van de uitkering bij een benadelingsbedrag hoger dan

d.€ 10.000,00.

4Wij stemmen de verlaging (zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 2 van dit artikel) af op het benadelingsbedrag.

5Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 3 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.

6.1.9 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij verlagen uw uitkering als u zich op een onacceptabele manier gedraagt (zoals agressie) tegenover medewerkers van de gemeente en/of instanties die de Participatiewet, IOAW en IOAZ uitvoeren. Wij verlagen uw uitkering met:

a.100 procent bij (een poging tot) fysiek geweld tegen de genoemde medewerkers;

b.40 procent bij bedreiging (mondeling, met gebaren of schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers of bij fysiek geweld tegen spullen;

c.20 procent bij belediging (mondeling en schriftelijk) tegen de genoemde medewerkers.

6.1.10 Niet-nakomen van andere verplichtingen [PW]

Wij verlagen uw uitkering als u de afspraken en verplichtingen (bedoeld in artikel 55 en 56a van de Participatiewet) niet voldoende nakomt. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met:

a.20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling;

b.20 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand, waaronder het niet willen meewerken aan de verplichte ontzorging volgens artikel 56a van de wet;

c.40 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand;

d.100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet-voldoende nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.

6.1.11 Samenloop van gedragingen [PW, IOAW, IOAZ]

1Wij leggen u één verlaging op, op het moment dat één gedraging schending van meerdere verplichtingen van dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet oplevert. Wij leggen u de grootste verlaging op, inclusief de duur van de verlaging die daarbij hoort.

2Wij leggen u afzonderlijke verlagingen op, op het moment dat meerdere gedragingen leiden tot het niet nakomen van één of meerdere verplichtingen. Deze verlagingen worden gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar opgelegd.

3Wij leggen geen verlaging op, als er sprake is van een gedraging waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Dan wordt er een bestuurlijke boete opgelegd.

4Wij leggen u meerdere verlagingen op, als er sprake is van meerdere gedragingen waarbij u niet voldoet aan de artikelen in dit hoofdstuk of artikel 18, lid 4 Participatiewet in combinatie met artikel 17, lid 1 Participatiewet. Wij doen dit niet als dit niet verantwoord is. Wij houden hierbij rekening met de ernst van de gedraging, of u er iets aan had kunnen doen (mate van verwijtbaarheid) en uw persoonlijke omstandigheden.

5Bij samenloop tussen artikel 18 en 18b Participatiewet met de Wet Inburgering 2021, kiezen wij ervoor om uw uitkering te verlagen en geen boete op te leggen.

6.1.12 Herhaling (recidive) [PW,IOAW, IOAZ]

1Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 6.1.6, lid 1, 2, 4 en 5, artikel 6.1.8, lid 3, artikel 6.1.9 en artikel 6.1.10.

2Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarin een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm is toegepast, opnieuw schuldig maakt aan een zelfde gedraging.

3Wij verlagen uw uitkering met 100 procent gedurende drie maanden als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee een verlaging is opgelegd opnieuw schuldig maakt aan een gedraging zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 Participatiewet én er toepassing is gegeven aan lid 1 en 2 van dit artikel.

4Wij tellen een schriftelijke waarschuwing niet mee voor de beoordeling van recidive (herhaling), als deze is gegeven voor een gedraging zoals genoemd in dit hoofdstuk.

6.1.13 Terugvorderen uitkering en incasso [PW, IOAW, IOAZ, GW]

Wij vorderen gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven.

6.2. Beëindigen en terugvorderen voorziening

6.2.1. Beëindiging voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs]

1Wij kunnen een voorziening beëindigen als:

a.de voorziening niet langer passend of nodig is;

b.u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die verbonden zijn aan deze voorziening;

c.de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste of onvolledige gegevens door u;

d.wij niet langer kunnen vaststellen of een voorziening kan worden voortgezet, omdat u niet voldoende meewerkt aan een onderzoek of u (nog) recht heeft op deze voorziening;

e.de voorziening voor een ander doel wordt gebruikt dan bedoeld;

f.u binnen 3 maanden geen gebruik maakt van de voorziening, tenzij u hier niks aan kunt doen.

2Wij kunnen de voorziening beëindigen en/of intrekken (met terugwerkende kracht).

6.2.2. Terugvordering voorziening [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wko, Gw, BW]

Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de in artikel 6.3.1 opgesomde redenen. Wij kunnen Wmo-voorzieningen alleen terugvorderen als die voorzieningen zijn ingetrokken, omdat u onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.

6.3 Hoe controleert de gemeente of de afspraken worden nagekomen?

6.3.1 Controle [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

1Wij controleren regelmatig of u recht heeft op een uitkering of voorziening en of u de juiste uitkering of voorziening heeft aangevraagd of ontvangen. Wij controleren dit onder andere door huisbezoeken te doen, aanbieders van hulp te bezoeken, gegevens te vergelijken met andere instanties en signalen en tips uit te zoeken.

2Wij doen de controles ook om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en om te kijken of de voorziening op de juiste manier wordt gebruikt.

3Bij de controle van uitkeringen en voorzieningen zorgen wij ervoor dat de regels die horen bij de opsporing van strafbare feiten worden nageleefd.

4Als u de uitkering of voorziening wilt stoppen of intrekken, onderzoeken wij wat de reden daarvan is. Daarnaast controleren wij of de uitkering of voorziening tot de einddatum terecht is verstrekt.

6.3.2. Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

1Wij voeren een actief beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Een onderdeel hiervan is dat wij u vroegtijdig informeren over de rechten en plichten die verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven wij u informatie over de gevolgen van onjuist of oneigenlijk gebruik.

2ls u een verzoek of aanvraag heeft gedaan, kunnen wij gebruik maken van alle gegevens die wij tot onze beschikking hebben, hieronder vallen ook bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de daaruit voorkomende signalen.

3Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd in artikel 6.4.1, lid 1.

4Als wij hebben vastgesteld dat er sprake misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke boete opleggen. Deze bestuurlijke boete geldt alleen voor de Participatiewet, IOAW en IOAZ.

5In geval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald.

6Bij herhaald en ernstig wangedrag bij het ontvangen van diensten dan wel herhaalde onzorgvuldige omgang met verstrekte voorzieningen, kunnen wij al dan niet tijdelijke maatregelen ten aanzien van de cliënt treffen ter bescherming van de medewerker van een aanbieder dan wel voorkomen van (verdere) schade. Als de ‘Aanwijzing sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen voor Participatiewet, IOAW en IOAZ.

6.3.3. Privacy [Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

1Wij maken gebruik van het Protocol huisbezoeken Wmo 2015 en handreiking Huisbezoek Participatiewet van VNG Naleving.

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Awb]

2Wij wijzen een of meerdere medewerkers aan als toezichthouder. Zij hebben de taak erop toe zien dat wetten en bijbehorende regels worden nageleefd.

Verordening sociaal domein gemeente Dronten 2025

Geldende tekst uit de Centrale Voorziening Decentrale Regelgeving (CVDR, open data van de overheid). Raadpleeg lokaleregelgeving.overheid.nl voor de officiële versie. Dit is geen juridisch advies.