Aanhef
Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Bergeijk, elk handelend voor zover het zijn eigen bevoegdheden betreft;
gelet op artikelen 59a, 160, 171 van de Gemeentewet en afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb);
overwegende dat:
-het Besluit mandaatverlening, volmacht en machtiging gemeente Bergeijk een inhoudelijke actualisatie vereist;
-uit oogpunt van efficiëntie en legaliteit in deze regeling publiekrechtelijke en privaatrechtelijke bevoegdheden aan personen werkzaam in de ambtelijke organisatie worden toegekend. Zo kunnen zij deze taken zelfstandig en rechtmatig uitvoeren;
-de werkbaarheid en duidelijkheid van gemandateerde bevoegdheden worden vergroot door gebruik te maken van een zogenoemde ‘omgekeerde’ mandaatverlening, waarbij het handelingsbereik wordt vergroot door alleen te benoemen welke bevoegdheden niet zijn gemandateerd;
-een omgekeerde mandaatverlening aansluit bij de organisatievisie en -cultuur door verantwoordelijkheden laag in de organisatie te leggen;
-de systematiek van een omgekeerde mandaatverlening minder onderhoudsgevoelig is.
besluiten:
vast te stellen het
Besluit mandaatverlening-, volmacht- en machtiging gemeente Bergeijk, (hierna: omgekeerde mandaatverlening)
Omgekeerde mandaatverlening gemeente Bergeijk
Artikel 1 Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a.afdelingshoofd:
de leidinggevende van één van de afdelingen met hiërarchische bevoegdheid over de medewerkers en lid van het managementteam;
b.behandelend ambtenaar:
degene die de betreffende werkzaamheden uitoefent op basis van diens functie, diens vervanger en degene die op incidentele basis, in opdracht van de gemeentesecretaris of het afdelingshoofd, de betreffende werkzaamheden verricht;
c.besluit:
een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb;
d.bestuursorgaan:
een bestuursorgaan in de zin van artikel 1:1, eerste lid van de Awb;
e.budgethouder:
degene die op basis van de budgethouderregeling gemeente Bergeijk (hierna: budgethouderregeling) een deel van de gemeentebegroting mag uitvoeren, een investering of project mag realiseren inclusief het sluiten van overeenkomsten, en middelen mag aanwenden die verband houden met het desbetreffende budget zoals nader uitgewerkt in de budgethouderregeling;
f.burgemeester:
de burgemeester van de gemeente Bergeijk als bestuursorgaan en als vertegenwoordiger van de gemeente Bergeijk in en buiten rechte;
g.het college:
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergeijk als bestuursorgaan;
h.coördinator:
medewerker met een coördinerende rol op de inhoud van het cluster;
i.mandaathouder:
de persoon die van de mandaatgever de bevoegdheid heeft gekregen om in naam van de mandaatgever besluiten te nemen en te ondertekenen;
j.gemeentesecretaris:
de functionaris die door het college is aangesteld en eindverantwoordelijk is voor de ambtelijke organisatie, die als secretaris zoals bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet functioneert en lid van het managementteam;
k.managementteam:
de afdelingshoofden en de gemeentesecretaris van de gemeente Bergeijk gezamenlijk;
l.mandaat:
de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Awb;
m.mandaatgever:
het bestuursorgaan dat aan een behandelend ambtenaar de bevoegdheid geeft om in naam van het bestuursorgaan besluiten te nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Awb;
n.machtiging:
de bevoegdheid feitelijke handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
o.portefeuillehouder:
een afzonderlijke lid van het college met betrekking tot diens portefeuille;
p.ondermandaat:
het verlenen van mandaat door de mandaathouder aan een ander, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Awb;
q.overeenkomst:
een afspraak tussen twee of meer partijen, daaronder tevens begrepen een daartoe strekkende intentieverklaringen;
r.volmacht:
de bevoegdheid om namens de burgemeester, zoals bedoeld in artikel 171 van de Gemeentewet, de rechtspersoon gemeente Bergeijk bij privaatrechtelijke rechtshandelingen, als bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet, te vertegenwoordigen;
s.volmachtgever:
degene die volmacht verleent.
Artikel 2 Reikwijdte
1Waar in de omgekeerde mandaatverlening wordt gesproken over mandaat dient, tenzij anders is bepaald, daaronder ook te worden begrepen volmacht en machtiging.
2De bevoegdheid om via mandaat besluiten te nemen geschiedt in de ruimste zin van het woord. De bevoegdheid om via mandaat besluiten te nemen omvat in ieder geval ook de bevoegdheid tot het stellen van voorschriften en beperkingen en het verrichten van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen. Daaronder valt in ieder geval ook (maar niet beperkt) het verstrekken van informatie en gegevens van feitelijke en objectieve aard, het verzenden van ontvangstbevestigingen en het voeren van overige correspondentie.
3Indien sprake is van tegenstrijdigheid tussen de omgekeerde mandaatverlening en de budgethouderregeling, prevaleert de omgekeerde mandaatverlening.
4Mandaat tot het uitoefenen van bevoegdheden en taken die aan een gemeenschappelijke regeling zijn opgedragen, vallen niet onder deze omgekeerde mandaatverlening.
5Mandaat tot het uitoefenen van taken en bevoegdheden die aan derden zijn overgedragen, vallen niet onder deze omgekeerde mandaatverlening.
Artikel 3 Algemeen mandaat
1Het college verleent aan de portefeuillehouder mandaat voor het ondertekenen van overeenkomsten namens de gemeente met betrekking tot zijn portefeuille voor zover daar een besluit van het college aan ten grondslag ligt in de zin van artikel 160, eerste lid, sub d van de Gemeentewet.
2Het college en de burgemeester verlenen afzonderlijk de gemeentesecretaris, de afdelingshoofden, de coördinatoren en de behandelend ambtenaar het mandaat om alle besluiten te nemen en overige (rechts-) handelingen te verrichten die nodig zijn om hun taken en bevoegdheden op een goede manier uit te voeren. Daaronder valt ook de (juridische) vertegenwoordiging van het college en de burgemeester in en buiten rechte.
3Indien het feitelijke handelingen betreffen is eenieder bevoegd om de feitelijke handelingen te verrichten die nodig zijn om hun taken en bevoegdheden op een goede manier uit te voeren.
4Het bepaalde in lid 1 en lid 2 van dit artikel geldt uitsluitend wanneer is voldaan aan de voorwaarden uit artikel 4 van de omgekeerde mandaatverlening en wanneer geen sprake is van een van de uitzonderingsgronden van dat artikel.
5Met betrekking tot het bepaalde in lid 1 en lid 2 van dit artikel kunnen het college en de burgemeester instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend.
Artikel 4 Voorwaarden en uitzonderingen mandaatverlening
1De mandaathouder mag van de aan hem verleende bevoegdheid slechts gebruikmaken als de uitoefening van die bevoegdheid past binnen zijn functiebeschrijving en de taken en verantwoordelijkheden van de afdeling of het team waarin hij werkt, past binnen de opdracht die hem is gegeven of binnen het specifieke programma of project waarvoor hij werkt. De mandaathouder neemt daarbij de gemaakte werkafspraken in acht.
2Van de mandaathouder wordt een zeker inschattingsvermogen en politieke- en bestuurlijke sensitiviteit verlangd.
3De gemandateerde budgethouder mag van de aan hem verleende bevoegdheid slechts gebruikmaken voor het specifieke doel waarvoor het budget is toegekend. Dit moet binnen de financiële grenzen van het budget gebeuren en het moet in overeenstemming zijn met de geldende budgethouderregeling.
4De mandaathouder kan enkel gebruik maken van zijn mandaat voor het aangaan van financiële verplichtingen voor zover in de begroting zelf of bij afzonderlijk raadsbesluit middelenautorisatie heeft plaatsgevonden en op het moment van besluit voldoende budget beschikbaar is.
5Wanneer de mandaathouder een persoonlijk belang heeft bij de uitoefening van de bevoegdheden vindt besluitvorming plaats door een directe collega of de hiërarchisch hoger geplaatste.
6Geen mandaat wordt verleend indien artikel 10:3 van de Awb van toepassing is.
7De gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die aan onder hem ressorterende werkzame personen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, te wijzigen of in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en bekendgemaakt.
8De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden zijn niet gemandateerd en blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester.
9De in bijlage 2 genoemde bevoegdheden zijn voorbehouden aan de gemeentesecretaris.
10De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden zijn voorbehouden aan het afdelingshoofd.
11De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden zijn voorbehouden aan de coördinator.
12Ondermandaat is slechts toegestaan als dit ondermandaat schriftelijk wordt vastgelegd.
13Het verlenen van mandaat aan ambten of personen, die niet werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van de mandaatgever, zoals bedoeld in artikel 10:4 van de Awb, is voorbehouden aan het bestuursorgaan.
Artikel 5 Vervanging mandaathouder
1Indien het mandaat aan een medewerker wordt verleend, wordt daarmee het mandaat ook geacht te zijn verleend aan de hiërarchisch hoger geplaatsten.
2Bij afwezigheid van de gemeentesecretaris wordt deze vervangen door de loco-secretaris zoals aangewezen door het college, tenzij uitdrukkelijk bij of krachtens deze omgekeerde mandaatverlening anders is bepaald.
3Bij afwezigheid van een afdelingshoofd kan een afdelingshoofd van een andere afdeling deze vervangen.
4Bij afwezigheid van een coördinator en deze kan niet worden vervangen door het betreffende afdelingshoofd, kan een coördinator van dezelfde afdeling deze vervangen.
5Bij afwezigheid van een behandelend ambtenaar kan een behandelend ambtenaar met een soortgelijke functie binnen hetzelfde cluster deze vervangen.
Artikel 6 Ondertekening
1Een krachtens mandaat genomen besluit omvat tevens de bevoegdheid om dat besluit en de daarbij behorende correspondentie te mogen ondertekenen.
2Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bestuursorgaan het besluit is genomen.
3Uitgaande stukken worden als volgt ondertekend:
Namens [het bestuursorgaan] van de gemeente Bergeijk, gevolgd door de naam, functieaanduiding en afdeling van de mandaathouder of diens vervanger die het besluit genomen heeft en de handtekening van deze persoon.
4Een krachtens mandaat verrichte privaatrechtelijke rechtshandeling vermeldt dat de gemeente in naam van de burgemeester wordt vertegenwoordigd, zoals bedoeld in artikel 171 van de Gemeentewet. Tevens wordt het daaraan ten grondslag liggende besluit vermeld, zoals bedoeld in artikel 160 van de Gemeentewet, op de volgende wijze:
De publiekrechtelijke rechtspersoon gemeente Bergeijk gevestigd te gemeente Bergeijk (5571 HB) aan de Burgemeester Magneestraat 1, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door [voorletters en achternaam medewerker], [functie titel] [naam afdeling], daartoe ingevolge artikel 171 van de Gemeentewet en artikelen 3 en 4 van de omgekeerde mandaatverlening gemeente Bergeijk bevoegd door de burgemeester van de gemeente Bergeijk, [handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. [datum collegebesluit]].
Artikel 7 Inwerkingtreding, citeertitel en intrekking
1Dit besluit treedt de dag na bekendmaking in werking.
2Dit besluit wordt aangeduid als ‘Omgekeerde mandaatverlening gemeente Bergeijk’.
3Met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit besluit wordt het ‘Besluit mandaat, volmacht en machtiging gemeente Bergeijk ’, zoals vastgesteld op 10 december 2024, ingetrokken.
Bijlage 1 Bevoegdheden van het college respectievelijk de burgemeester, welke ingevolge artikel 4, achtste lid niet zijn gemandateerd
Algemeen
1Het verlenen van mandaat aan externen (artikel 10:4 van de Awb);
Publiekrecht
1Het doen van voorstellen aan de raad (inclusief informatienota’s en raadsinformatiebrieven);
2Het vaststellen van het organisatiebesluit en van regels omtrent de ambtelijke organisatie;
3Het nemen van besluiten op bezwaarschriften, gericht aan het college dan wel de burgemeester, voor zover wordt afgeweken van ter zake uitgebrachte advies van de commissie bezwaarschriften;
4Het nemen van besluiten naar aanleiding van ingediende klachten gericht tegen medewerkers, die formeel zijn behandeld conform de Klachtenverordening gemeente Bergeijk 2023;
5Het formeel behandelen en het nemen van besluiten naar aanleiding van ingediende klachten die zijn gericht tegen een gedraging van de raad, het college, een lid van het college, de burgemeester en de gemeentesecretaris;
6Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels;
7Het nemen van besluiten om bezwaar, (administratief) beroep, hoger beroep of een verzoek om (wijziging of opheffing van) voorlopige voorziening namens de gemeente, het college, de burgemeester in bestuursrechtelijke procedures op grond van de Awb in te dienen;
8Het vaststellen van (voor-)ontwerp omgevingsplannen, en programma’s als bedoeld in afdeling 3.2 van de Omgevingswet;
9Het nemen van besluiten op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (buitenplanse afwijking bestemmingsplan met uitgebreide procedure) dan wel op grond van artikel 5.21, tweede lid, sub b van de Omgevingswet (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) en in geval van artikel 5.21, tweede lid, sub b van de Omgevingswet voor zover geen sprake is van aanvragen welke vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet onder artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2° van de Wabo vielen (voorheen zogenoemde kruimelgevallen);
10Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet open overheid, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s;
11Het nemen van besluiten op verzoeken om planschade en nadeelcompensatie;
12Het nemen van besluiten tot niet-invordering en kwijtschelden van bedragen hoger dan € 5.000 (tot invordering van belastingen is de invorderingsambtenaar bevoegd);
13Het nemen van besluiten waarbij wordt afgeweken van het beleid, richtlijnen en/of voorschriften, met uitzondering van de volgende omgevingsrechtelijke aangelegenheden: binnenplans afwijken van een bestemmingsplan dan wel omgevingsplan, en de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen (voorheen zogenoemde kruimelgevallen);
14Het nemen van besluiten, indien ter voorbereiding van deze besluiten een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3:4 van de Awb) is gevoerd en zienswijzen, bedenkingen of inspraakreacties zijn ingebracht;
15De verlening, intrekking, vaststelling en weigering van subsidies en wijziging van het subsidiebedrag die niet zijn opgenomen in het subsidiejaarprogramma inzake welzijnsubsidies;
16Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten in het kader van de openbare orde en veiligheid, daaronder begrepen de bevoegdheden ten aanzien van het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden en voor publiek toegankelijke gebouwen, alsmede op grond van de artikelen 151a, 151b, 151c en 151d van de Gemeentewet;
17Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten op grond van de Wet tijdelijk huisverbod, met uitzondering van het ondertekeningsmandaat aan de Hulpofficier van justitie voor huisverboden ;
18Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten op grond van de Opiumwet;
19Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van besluiten op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
20Het benoemen van de voorzitter en de leden van de Commissie Bezwaarschriften;
21Het benoemen van personen als vertegenwoordiger van de gemeente Bergeijk in bestuurs- en toezichthoudende organen van publiekrechtelijke- en privaatrechtelijke rechtspersonen;
22Het benoemen van personen in adviesorganen van het college;
23Het benoemen van personen in (bestuurs-)commissies als bedoeld in artikel 83 of artikel 84 van de Gemeentewet;
24Het nemen van beslissingen of het verstrekken van informatie die zijn neergelegd in een document, gericht tot:
a.de raad;
b.de Koning en andere leden van het Koninklijk Huis;
c.de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen;
d.de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie;
e.de vicepresident van de Raad van State; of
f.de president van de Algemene Rekenkamer.
Privaatrecht
Aanbestedingen
1Het nemen van besluiten in afwijking van het vastgestelde aanbestedingsbeleid;
2Het nemen van gunningsbesluiten door het college en het afsluiten van de daaruit voortvloeiende overeenkomsten door de burgemeester voor zover het aanbestedingen betreffen waarop de Europese richtlijn van toepassing is.
Overeenkomsten
1Het nemen van besluiten tot het aangaan van PPS-verhoudingen
1Een PPS-verhouding staat voor een publiek-private samenwerking waarbij bedrijven samen met overheden of maatschappelijke organisaties aan projecten werken.
, convenanten en bestuursovereenkomsten en tot daartoe strekkende intentieverklaringen;
2Het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten waarvan de financiële waarde de toegekende budgetten en/of vastgestelde kaders overstijgt, zoals opgenomen in de budgethouderregeling;
3Het nemen van besluiten tot het aangaan van overeenkomsten indien;
a.Op grond van de Gemeentewet de raad in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben;
b.De raad ter zake om informatie heeft gevraagd;
c.Het nemen van besluiten tot het afgeven van garanties, borgstelling en dergelijke, hoe ook genaamd;
d.Het nemen van besluiten tot weigering van de in dit artikel onder lid 1 tot en met lid 4 genoemde (rechts-)handelingen;
e.Het nemen van besluiten betreffende ontbinding van een overeenkomst;
f.Het vaststellen van tarieven voor commerciële dienstverlening aan derden.
Civiele procedures
1Het nemen van besluiten betreffende het al dan niet instellen van civielrechtelijke (spoed-)procedures, zoals beroep, hoger beroep en cassatie;
2Het nemen van besluiten betreffende alternatieve geschilbeslechting, zoals arbitrage en dergelijke.
Personeelsaangelegenheden
1Alle rechtshandelingen ten aanzien van de gemeentesecretaris (zoals het aangaan, wijzigen en beëindigen/opzeggen van een arbeidsovereenkomst, schorsing, het overeenkomen van salaris bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, het geven van extra salarisverhoging, het geven van persoonlijke toelage(n) en andere, uit regelingen voortkomende, rechtshandelingen);
2Het aanwijzen van de gemeentesecretaris als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet;
3Het vaststellen van de gedragscode als bedoeld in artikel 4, derde lid van de Ambtenarenwet 2017;
4Het vaststellen van het integriteitsbeleid en verantwoording als bedoeld in respectievelijk artikel 4, eerste en vierde lid van de Ambtenarenwet 2017;
5Het aanwijzen van ambtenaren en/of financiële belangen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en sub d van de Ambtenarenwet 2017;
6Het vaststellen van een regeling melden vermoeden misstanden als bedoeld in artikel 5, eerste lid, aanhef en sub e van de Ambtenarenwet 2017;
7Uitvoering geven aan artikel 8 van de Ambtenarenwet 2017 waar het nevenfuncties van de gemeentesecretaris betreft;
8Verzoek om vrijstelling aan het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden als bedoeld in artikel 1.3, eerste lid van de CAO Gemeenten;
9Het vaststellen van de conversietabel als bedoeld in artikel 3.1, derde lid van de CAO Gemeenten;
10Het vaststellen van een regeling voor toekenning inconveniëntentoelage, als bedoeld in artikel 3.14 van de CAO Gemeenten;
11Het vaststellen van een regeling voor toekenning bedrag voor uitstekend functioneren of bijzondere prestaties, als bedoeld in artikel 3.18 van de CAO Gemeenten;
12Het vaststellen van een regeling voor reis- en verblijfskostenvergoeding als bedoeld in artikel 3.21 van de CAO Gemeenten;
13Het vaststellen van een regeling voor reiskostenvergoeding woon-werk, als bedoeld in artikel 3.22, eerste lid van de CAO Gemeenten;
14Het toevoegen van bronnen en doelen aan het IKB als bedoeld in respectievelijk artikel 4.2, vijfde lid en artikel 4.3, tweede lid van de CAO Gemeenten;
15Het vaststellen van een werktijdenregeling als bedoeld in artikel 5.2 van de CAO Gemeenten;
16Het aanwijzen van dagen als bedoeld in artikel 5.3, vierde lid van de CAO Gemeenten;
17Het stellen van aanvullende regels ter uitvoering van artikel 5.4 van de CAO Gemeenten, als bedoeld in het twaalfde lid van dat artikel;
18Het vaststellen van een bijzondere regeling voor de werktijden, als bedoeld in artikel 5.5 van de CAO Gemeenten;
19Het stellen van aanvullende regels ter uitvoering van artikel 5.5 van de CAO Gemeenten, als bedoeld in het zevende lid van dat artikel;
20Het stellen van aanvullende regels met betrekking tot het niet mogen verrichten van betaald werk tijdens het betaalde ouderschapsverlof, als bedoeld in artikel 6.10, zesde lid van de CAO Gemeenten;
21Het stellen van aanvullende regels met betrekking tot politiek verlof als bedoeld in artikel 6.17, tweede lid van de CAO Gemeenten;
22Het stellen van aanvullende regels over het recht op doorbetalen van salaris en salaristoelage(n) tijdens arbeidsongeschiktheid, als bedoeld in artikel 7.1, vijfde lid van de CAO Gemeenten;
23Het vaststellen van een regeling van werk naar werk-traject als bedoeld in artikel 9.1, tweede lid van de CAO Gemeenten;
24Het vaststellen van een regeling over het geven, reinigen en herstellen van de kleding als bedoeld in artikel 11.1, vierde lid van de CAO Gemeenten;
25Het stellen van voorwaarden aan gebruik motorrijtuig door werknemer. Als bedoeld in artikel 11.3, tweede lid van de CAO Gemeenten;
26Het instellen van of aansluiten bij een geschillencommissie als bedoeld in artikel 11.5, derde lid van de CAO Gemeenten;
27Het aanwijzen van vertegenwoordiger(s) voor het lokaal overleg als bedoeld in artikel 12.1, vierde lid van de CAO Gemeenten;
28Het vaststellen van een sociaal statuut als bedoeld in artikel 12.2, vierde lid van de CAO Gemeenten;
29Het vaststellen van een sociaal plan als bedoeld in artikel 12.2, vijfde lid van de CAO Gemeenten;
30Het vastleggen van afspraken met de vakbonden over de werkwijze van het lokaal overleg in een reglement, als bedoeld in artikel 12.3, eerste lid van de CAO Gemeenten;
31Het stellen van aanvullende regels als bedoeld in artikel 12.4 van de CAO Gemeenten, als bedoeld in het achtste lid van dat artikel.
Overige privaatrechtelijke aangelegenheden
1Het nemen van besluiten tot oprichting van en deelneming van de gemeente in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, en tot fusie, omzetting en dergelijke van rechtspersonen;
2Het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen;
3Het nemen van besluiten tot aanvaarding of afwijzing van een aanbod tot sponsoring;
4Het nemen van besluiten tot het aanvragen van surseance van betaling en faillissement;
5Het nemen van besluiten met betrekking tot de koop en verkoop van grond en onroerende zaken, gelijk aan en hoger dan € 1.000.000,- .
Bijlage 2 Bevoegdheden welke ingevolge artikel 4, negende lid, zijn voorbehouden aan de gemeentesecretaris
Publiekrecht
1Het formeel behandelen van ingediende klachten gericht tegen werknemers, conform de Klachtenverordening gemeente Bergeijk 2023;
2Het nemen van besluiten waarbij personen die werkzaam zijn voor de gemeente Bergeijk worden aangewezen of benoemd, passende bij de functie, ongeacht de wettelijke grondslag waarop de aanwijzingsbevoegdheid is gebaseerd. Uitgezonderd het aanwijzen van de secretaris zoals bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. Deze bevoegdheid blijft voorbehouden aan het college.
Privaatrecht
Personeelsaangelegenheden
1Het aannemen en het beëindigen van de arbeidsovereenkomst van medewerkers, ongeacht de rechtsgrond en de wijze waarop (zoals het van rechtswege eindigen van de arbeidsovereenkomst en het overeenkomen van een vaststellingsovereenkomst);
2Het opleggen van een schorsing als ordemaatregel op grond van artikel 11.4 van de Cao Gemeenten;
3Het aanpassen van de arbeidsovereenkomst (zoals verlengen, functiewijziging en arbeidsomvang);
4Het vaststellen van de functiewaardering;
5Het besluiten en het vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van een mediation overeenkomst;
6Besluiten tot het doorbetalen van het loon in het tweede ziektejaar, zoals bedoeld in artikel 7.1, zesde lid van de CAO;
7Het uitbrengen van een stem ten aanzien van het eindresultaat van een Cao.
Bijlage 3 Bevoegdheden welke ingevolge artikel 4, tiende lid, zijn voorbehouden aan het afdelingshoofd
Publiekrecht
Algemeen
1Beslissen conform advies van de Commissie Bezwaarschriften;
2Het vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van een dwangsom op grond van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (artikel 4:17 en verder van de Awb);
3Het informeel behandelen van ingediende klachten conform de Klachtenverordening gemeente Bergeijk 2023 die gericht zijn tegen medewerkers;
4Het beslissen op een verzoek in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter, als bedoeld in artikel 7:1a van de Awb van de besluiten die vallen onder de Awb.
Bijzonder
1Het nemen van besluiten met betrekking tot alle bestuursrechtelijke sancties zoals beschreven in de Wet kinderopvang.
Privaatrecht
Civiele procedures
1Het aanwijzen van vertegenwoordigers van de gemeente in civiele procedures;
1Afwikkelen van niet-verzekerde schadeclaims (incl. WA), meer dan het eigen risico;
2Besluiten tot aansprakelijkstelling door de gemeente.
Contracten
1Het opleggen van sancties aan contractspartijen, daaronder in ieder geval begrepen het sturen van een ingebrekestelling en boetes;
2Het vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van besluiten waarbij de bevoegdheid om dat besluit te nemen niet is gemandateerd en dus de bevoegdheid ligt bij het college of de burgemeester om een dergelijk besluit te nemen.
Personeelsaangelegenheden
1Vaststellen van de beloning van medewerkers, het aanpassen van de beloning (anders dan de gebruikelijke verhoging van het loon) en het toekennen van extra beloningen. Dit is exclusief de mogelijkheid om het loon door te betalen in het tweede ziektejaar, zoals bedoeld in artikel 7.1, zesde lid van de CAO.
Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen
1Het nemen van besluiten en vertegenwoordigen van de gemeente met betrekking tot de koop en verkoop van grond en onroerende zaken tot € 1.000.000,-;
2Het nemen van besluiten en het vertegenwoordigen van de gemeente bij het vestigen van beperkte rechten;
3Besluiten tot en vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van een nadeelcompensatieovereenkomst, bedoeld in artikel 13.3c van de Omgevingswet;
4Besluiten tot en vertegenwoordigen van de gemeente bij het aangaan van een anterieure overeenkomst, bedoeld in artikel 13.13 van de Omgevingswet.
5Besluiten tot het aangaan en beëindigen van opdrachten tot het inhuren van uitzendkrachten en/of detacheren van medewerkers.
Bijlage 4 Bevoegdheden welke ingevolge artikel 4, elfde lid, zijn voorbehouden aan de coördinator
Publiekrecht
1Het verlenen van verlof opgraven/herbegraven stoffelijke overschotten;
2Het ter uitvoering van de vigerende Financiële verordening van de gemeente Bergeijk uitzetten van geld via callgeld deposito en spaarrekening;
3Het ter uitvoering van de vigerende Financiële verordening van de gemeente Bergeijk aantrekken van geld via callgeld of kasgeld;
4Het ter uitvoering van de vigerende Financiële verordening van de gemeente Bergeijk afsluiten van kredietfaciliteiten;
5Het ter uitvoering van de vigerende Financiële verordening van de gemeente Bergeijk aantrekken van gelden via onderhandse leningen;
6Het ter uitvoering van de vigerende Financiële verordening van de gemeente Bergeijk uitzetten van gelden via obligaties, onderhandse geldleningen;
7Het indienen van aanvragen en declaraties voor overheidsbijdragen;
8De verlening, intrekking, vaststelling en weigering van (project)subsidies en wijziging van het subsidiebedrag op grond van het subsidiejaarprogramma inzake wijlzijnssubsidies;
9Het opschorten van verplichting tot betaling bij voorgenomen intrekking of wijziging van subsidies als bedoeld in artikel 4:56 van de Awb;
10Het terugvorderen van onverschuldigd betaalde subsidiebedragen als bedoeld in artikel 4:57 van de Awb;
11Alle (primaire) besluiten met betrekking tot of verband houdend met toepassing last onder bestuursdwang en last onder dwangsom;
12Het toepassen van de hardheidsclausule leerlingenvervoer zoals opgenomen in de vigerende Verordening bekostiging leerlingenvervoer van de gemeente Bergeijk.