Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland

Huidige tekst

Artikel 29 Zetelverdrag tussen het Internationaal Strafhof en het Gastland

Geldt sinds 7 juni 2007

Overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is 1 Aan de overige personen wier aanwezigheid op de zetel van Hof vereist is worden, voor zover nodig voor hun aanwezigheid op de zetel van het Hof, de in artikel 27 van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd. 2 Aan de in dit artikel bedoelde personen wordt door het Hof een document uitgereikt waaruit blijkt dat hun aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is en waarin het tijdsbestek wordt vermeld gedurende welk de aanwezigheid nodig is. Een dergelijk document wordt voor het verstrijken van de geldigheidsduur ervan ingetrokken indien hun aanwezigheid op de zetel van het Hof niet langer vereist is. 3 De in het eerste lid van dit artikel bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten houden op van toepassing te zijn na een tijdvak van vijftien aaneengesloten dagen na de datum waarop de aanwezigheid van de betrokken overige persoon niet langer door het Hof vereist is, op voorwaarde dat een dergelijke persoon de gelegenheid heeft gehad het Gastland in dat tijdvak te verlaten. 4 In dit artikel bedoelde personen die onderdaan of permanent ingezetene van het Gastland zijn, genieten geen voorrechten, immuniteiten en faciliteiten anders dan voor zover benodigd voor hun aanwezigheid op de zetel van het Hof, immuniteit van enigerlei rechtsvervolging met betrekking tot alle door hen tijdens hun aanwezigheid op de zetel van het Hof gesproken of geschreven woorden en verrichte handelingen. Deze immuniteit blijft ook gelden nadat hun aanwezigheid op de zetel van het Hof niet langer vereist is. 5 In dit artikel bedoelde personen worden door het Gastland niet aan enige maatregel onderworpen die hun aanwezigheid voor het Hof kan beïnvloeden.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2015:881Raad van State, 12 maart 2015 (vreemdelingenrecht)

    Verzoeker heeft de Afdeling bij brief verzocht de uitspraak van 15 oktober 2014 in zaak nr. 201405219/1/V1 te herzien. De brief en een afschrift van die uitspraak zijn aangehecht.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.