Wetboek van Strafvordering BES

Huidige tekst

Artikel 495 Wetboek van Strafvordering BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    De straf van berisping wordt tenuitvoergelegd door de rechter in eerste aanleg of door de voorzitter van de samenstelling van het Hof die de veroordeling heeft uitgesproken.

  2. 2

    De tenuitvoerlegging geschiedt in een niet openbare terechtzitting zodra mogelijk na het uitspreken van de veroordeling.

  3. 3

    De rechter kan daarbij de hulp inroepen van een door hem aan te wijzen ambtenaar.

  4. 4

    Bij die tenuitvoerlegging kunnen de ouders of de voogd van de veroordeelde desverlangd tegenwoordig zijn, waartoe zij door de griffier van het Hof of van het gerecht in eerste aanleg worden opgeroepen.

  5. 5

    Indien de verdachte bij de uitspraak van de veroordeling aanwezig is, kan de tenuitvoerlegging van de straf van berisping terstond plaats vinden. In dit geval geschiedt daarvan aantekening in het proces-verbaal van de terechtzitting en blijft de oproeping, bedoeld in het vierde lid, achterwege.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.