Huidige tekst
Artikel 31 Wetboek van Strafvordering BES
- 1
In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is: a.ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij; b.ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij; c.over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling. De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.
- 2
In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.