Wetboek van Strafvordering BES

Huidige tekst

Artikel 31 Wetboek van Strafvordering BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    In zaken betreffende minderjarige verdachten kan de vervolging worden geschorst, indien, gelijktijdig met de vervolging, aanhangig is: a.ten aanzien van beide of een van de ouders een verzoek of vordering tot ontheffing of tot ontzetting van de ouderlijke macht of van de voogdij; b.ten aanzien van de voogd een verzoek tot ontzetting van de voogdij; c.over de verdachte een verzoek of een vordering tot ondertoezichtstelling. De schorsing duurt voort totdat de beslissing daarop onherroepelijk zal zijn geworden.

  2. 2

    In zodanig geval wordt de schorsing geacht plaats te vinden wegens het bestaan van een geschilpunt van burgerlijk recht.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.