Wetboek van Strafrecht BES

Huidige tekst

Artikel 80a Wetboek van Strafrecht BES

Geldt sinds 10 oktober 2010

  1. 1

    Waar in dit wetboek de bevoegdheid wordt gegeven tot het horen, verhoren of ondervragen van personen, wordt daaronder, met uitzondering van bij algemene maatregel van bestuur te bepalen gevallen, mede begrepen horen, verhoren of ondervragen per videoconferentie, waarbij een directe beeld- en geluidsverbinding totstandkomt tussen de betrokken personen.

  2. 2

    De voorzitter van het college, de rechter, de rechter-commissaris of ambtenaar die met de leiding over het horen is belast, beslist of van videoconferentie gebruik gemaakt wordt, waarbij het belang van het onderzoek in aanmerking wordt genomen. Alvorens te beslissen wordt de te horen persoon of diens raadsman en in voorkomende gevallen de officier van justitie, in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken over de toepassing van videoconferentie. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen hierover nadere regels worden gesteld.

  3. 3

    Tegen de beslissing om van videoconferentie gebruik te maken staat geen afzonderlijk rechtsmiddel open.

  4. 4

    Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent: a.de eisen waaraan de techniek van videoconferentie dient te voldoen, onder meer met het oog op de onschendbaarheid van vastgelegde waarnemingen; b.de controle op de naleving van de eisen, bedoeld onder a.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2016:2248Hoge Raad, 4 oktober 2016 (strafrecht)

    Uitlevering. Antilliaanse zaken, Sint Maarten. 1. Verhoor opgeëiste persoon d.m.v. beeld- en geluidsverbinding. 2. Vermelding van feiten in de uitspraak. Ad. 1 De opvatting dat het horen, verhoren of…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.