Wetboek van Koophandel

WvK

Huidige tekst

Artikel 175 WvK

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    De titel, waarin ééne der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als orderbriefje, behoudens in de hieronder genoemde gevallen.

  2. 2

    Het orderbriefje, waarvan de vervaldag niet is aangewezen, wordt beschouwd als betaalbaar op zicht.

  3. 3

    Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats van de onderteekening van den titel geacht te zijn de plaats van betaling en tevens de plaats van het domicilie van den onderteekenaar.

  4. 4

    Het orderbriefje, dat de plaats van zijne onderteekening niet vermeldt, wordt geacht te zijn onderteekend in de plaats, aangegeven naast den naam van den onderteekenaar.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:2364Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 juli 2021 (verbintenissenrecht)

    Kwalificeren promissory notes als orderbriefjes? Dwingend bewijs van inhoud akte. Tegenbewijs toegelaten (art. 151 lid 2 Rv).

  • ECLI:NL:RBLIM:2020:3566Rechtbank Limburg, 13 mei 2020 (civiel recht)

    Promissory notes, orderbrieven, bewijsrecht.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.