Wetboek van Koophandel

WvK

Huidige tekst

Artikel 174 WvK

Geldt sinds 1 april 2002

Het orderbriefje behelst: 1°. hetzij de orderclausule, hetzij de benaming "orderbriefje" of "promesse aan order", opgenomen in den tekst zelf, en uitgedrukt in de taal, waarin de titel is gesteld; 2°. de onvoorwaardelijke belofte een bepaalde som te betalen; 3°. de aanwijzing van den vervaldag; 4°. die van de plaats, waar de betaling moet geschieden; 5°. den naam van dengene, aan wien of aan wiens order de betaling moet worden gedaan; 6°. de vermelding van de dagteekening, alsmede van de plaats, waar het orderbiljet is onderteekend; 7°. de handteekening van hem, die den titel uitgeeft (onderteekenaar).

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2002:AE2208Parket bij de Hoge Raad, 3 mei 2002 (insolventierecht)

    -

  • ECLI:NL:GHSHE:2021:2364Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 27 juli 2021 (verbintenissenrecht)

    Kwalificeren promissory notes als orderbriefjes? Dwingend bewijs van inhoud akte. Tegenbewijs toegelaten (art. 151 lid 2 Rv).

  • ECLI:NL:RBLIM:2020:3566Rechtbank Limburg, 13 mei 2020 (civiel recht)

    Promissory notes, orderbrieven, bewijsrecht.

  • ECLI:NL:GHSHE:2002:AD9155Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 10 januari 2002 (civiel recht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.