Wet verplichte beroepspensioenregeling

Huidige tekst

Artikel 78 Wet verplichte beroepspensioenregeling

Geldt sinds 1 januari 2026

Afkoop klein ouderdomspensioen 1 De pensioenuitvoerder heeft het recht om bij de ingang van het ouderdomspensioen een aanspraak op ouderdomspensioen en andere aanspraken ten behoeve van de gepensioneerde of zijn nabestaanden af te kopen, indien: a.de uitkering van het ouderdomspensioen op de ingangsdatum minder bedraagt dan € 632,63 per jaar; en b.de gepensioneerde geen bezwaar maakt tegen de afkoop indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2007 of de gepensioneerde instemt met de afkoop indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2007. 2 De pensioenuitvoerder heeft het recht om pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer af te kopen, indien: a.op basis van de tot het tijdstip van beëindiging van de deelneming opgebouwde aanspraak op ouderdomspensioen de uitkering van het ouderdomspensioen op jaarbasis op de reguliere ingangsdatum, getoetst per 1 januari van dat jaar, minder zal bedragen dan het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag; b.de gewezen deelnemer geen bezwaar maakt tegen de afkoop indien de deelneming is geëindigd voor 1 januari 2007 of de gewezen deelnemer instemt met de afkoop indien de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2007; en c.in geval de deelneming is geëindigd vanaf 1 januari 2018, de pensioenuitvoerder na beëindiging van de deelneming ten minste vijf maal tevergeefs heeft gepoogd de overdrachtswaarde van de pensioenaanspraken van een gewezen deelnemer over te dragen als bedoeld in artikel 81a en na de beëindiging van de deelneming of, indien de deelneming is geëindigd tussen 1 januari 2018 en 1 januari 2019, na 1 januari 2019, ten minste vijf jaar is verstreken. 3 Onverminderd het eerste en tweede lid, heeft de pensioenuitvoerder het recht tot afkoop indien: a.er sprake is van beëindiging van de verwerving van pensioenaanspraken bij de pensioenuitvoerder; b.wordt voldaan aan het eerste of tweede lid, met dien verstande dat in plaats van beëindiging van de deelneming wordt gelezen beëindiging van de verwerving; en c.geen sprake is van een pensioenaanspraak bij een verzekeraar in de vorm van een vastgestelde uitkering vanaf de pensioendatum. 4 De pensioenuitvoerder die gebruik wil maken van het in het eerste lid bedoelde recht informeert de gepensioneerde over zijn besluit hierover voor de ingang van het pensioen en gaat over tot uitbetaling van de afkoopwaarde binnen zes maanden na de ingang van het pensioen. Dit lid is van overeenkomstige toepassing bij afkoop bij ingang van het ouderdomspensioen op grond van het derde lid. 5 De pensioenuitvoerder stelt de afkoopwaarde ter beschikking aan de gepensioneerde dan wel de gewezen deelnemer, met uitzondering van de afkoopwaarde van een bijzonder partnerpensioen, die ter beschikking wordt gesteld aan de gewezen partner. 6 De pensioenuitvoerder betaalt de uitkering op de dag dat de aanspraken of rechten vervallen in verband met de afkoop. 7 Het in het eerste lid, onderdeel a, genoemde bedrag wordt telkens gewijzigd met ingang van 1 januari op basis van de consumentenprijsindex Alle Huishoudens, zoals berekend door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De wijziging wordt bepaald door de procentuele wijziging die dat indexcijfer over de maand oktober, voorafgaand aan de aanpassing, heeft ondergaan ten opzichte van de maand oktober van het daaraan voorafgaande jaar. Het gewijzigde bedrag wordt door of namens Onze Minister meegedeeld in de Staatscourant. 8 De pensioenuitvoerder waarborgt bij de vaststelling van de afkoopwaarde door vaststelling van een afkoopvoet dat geen onderscheid gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen waarbij voldaan wordt aan het vereiste van collectieve actuariële gelijkwaardigheid. 9 Elk beding strijdig met dit artikel is nietig. 10 Indien de pensioenuitvoerder wil afkopen op of na de reguliere ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het moment waarop de pensioenuitvoerder wil afkopen ligt voor of op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat, dan heeft de betrokkene het recht ervoor te kiezen dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft, ingaat op de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet ingaat. De pensioenuitvoerder koopt af op het moment dat het ouderdomspensioen waarop de afkoop betrekking heeft ingaat. Artikel 74, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing. 11 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het vaststellen van de afkoopwaarde.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:6950Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 27 juli 2026 (belastingrecht)

    Omzetbelasting, beleggingsrisico, beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1328Gerechtshof Den Haag, 24 juni 2025 (belastingrecht)

    Artikel 11, lid 1, onderdeel i, ten derde, Wet OB 1968: Lopen deelnemers aan beroepspensioenfonds beleggingsrisico? Aanspraak en uitkeringen zijn in de eerste plaats afhankelijk van het…

  • ECLI:NL:RBNNE:2025:3191Rechtbank Noord-Nederland, 10 juni 2025 (bestuursrecht)

    Definitieve berekening huurtoeslag over 2022 en de daarop gebaseerde terugvordering. Verweerder heeft terecht slechts het drempelbedrag over 2022 buiten beschouwing gelaten. Ook heeft verweerder zich…

  • ECLI:NL:CRVB:2024:672Centrale Raad van Beroep, 4 april 2024 (socialezekerheidsrecht)

    De aanvulling die appellant van zijn ex-werkgever ontvangt uit de activeringsregeling wordt in mindering gebracht op zijn IOW-uitkering. Deze aanvulling is overig inkomen als bedoeld in de Wet IOW en…

  • ECLI:NL:RBNHO:2024:3591Rechtbank Noord-Holland, 4 april 2024 (bestuursrecht)

    Huurtoeslag. Zorgtoeslag. Terugvordering. Uitbetaling levenslooptegoed. Besluit op de huurtoeslag. Geen afkoop van ouderdomspensioen. Geen nabetaling van inkomsten. Geen gehele of gedeeltelijke…

  • ECLI:NL:RBNNE:2024:632Rechtbank Noord-Nederland, 27 februari 2024 (bestuursrecht)

    Afkoop klein pensioen. Anders dan bij de huurtoeslag is er geen wettelijke bepaling die de mogelijkheid biedt om inkomensbestandsdelen buiten beschouwing te laten bij de zorgtoeslag. Beroep ongegrond.

  • ECLI:NL:RVS:2022:3380Raad van State, 23 november 2022 (bestuursrecht)

    De Belastingdienst/Toeslagen heeft bij besluit van 2 oktober 2020 het recht op huurtoeslag van [appellant] voor 2019 definitief berekend en vastgesteld op € 1.696,00 en een bedrag van € 928,00…

  • ECLI:NL:RBZWB:2022:6913Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 november 2022 (bestuursrecht)

    ZORG

38 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.