Wet veiligheidsonderzoeken

Wvho

Huidige tekst

Artikel 13 Wvho

Geldt sinds 1 juli 2026

  1. 1

    Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, naar aanleiding van een verzoek van een andere mogendheid of van een volkenrechtelijke organisatie dat wordt gedaan in verband met de door die mogendheid of volkenrechtelijke organisatie gehanteerde beveiligingsmaatregelen, over een in dat verzoek aangeduide persoon mededelingen doen.

  2. 2

    Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, naar aanleiding van een verzoek van Onze Minister van Economische Zaken dat wordt gedaan voor zover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames en de in dat kader door de Minister van Economische Zaken gehanteerde beveiligingsmaatregelen, over een in dat verzoek aangeduide persoon, niet zijnde een vertrouwensfunctionaris, mededeling doen.

  3. 3

    De mededelingen, bedoeld in het eerste of tweede lid, worden slechts gedaan over personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten dan wel, indien zij een andere nationaliteit bezitten, die in Nederland verblijven of daar recentelijk verblijf gehouden hebben. De desbetreffende personen worden schriftelijk in kennis gesteld van de zakelijke inhoud van deze mededelingen. Deze kennisgeving geldt als een beschikking.

  4. 4

    Indien Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voornemens is mededelingen als bedoeld in het eerste of tweede lid te doen, wordt ten aanzien van de betrokken persoon door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst een veiligheidsonderzoek ingesteld, mits de betrokkene daarmee schriftelijk heeft ingestemd.

  5. 5

    Het veiligheidsonderzoek omvat het instellen van een onderzoek naar gegevens die uit het oogpunt van de nationale veiligheid of de veiligheid of andere gewichtige belangen van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie van belang zijn. Hierbij wordt uitsluitend gelet op: a.justitiële en strafvorderlijke gegevens als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en gegevens als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag BES alsmede van gegevens als bedoeld in de Wet politiegegevens en van gegevens verwerkt in het kader van de uitvoering van de politietaak op Bonaire, Sint Eustatius en Saba; b.gegevens betreffende deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid en van de verzoekende mogendheid of volkenrechtelijke organisatie kunnen schaden; c.gegevens betreffende lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde; d.gegevens betreffende overige persoonlijke gedragingen en omstandigheden die in verband met het doel van het verzoek van belang kunnen zijn.

  6. 6

    De mededelingen, bedoeld in het eerste of tweede lid, bevatten de conclusies die uit het ingestelde veiligheidsonderzoek kunnen worden getrokken, dan wel de vaststelling dat het onderzoek onvoldoende gegevens heeft opgeleverd om op basis daarvan conclusies te kunnen trekken of dat de betrokken persoon niet heeft ingestemd met het instellen van een veiligheidsonderzoek.

  7. 7

    Indien een verzoek als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een persoon ten aanzien van wie een verklaring is afgegeven, wordt op het verzoek beslist door Onze Minister die de verklaring heeft afgegeven. In zulke gevallen kan een veiligheidsonderzoek achterwege worden gelaten. De mededelingen, bedoeld in het eerste lid, bevatten in zulke gevallen de vaststelling dat ten aanzien van de betrokken persoon een verklaring is afgegeven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:4571Rechtbank Midden-Nederland, 15 augustus 2025 (bestuursrecht)

    Weigering afgifte van Personell Security Clearance Certificates. Minister heeft onjuiste grondslag gebruikt. Besluit is niet deugdelijk gemotiveerd en vorobereid. Beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBDHA:2021:9541Rechtbank Den Haag, 20 mei 2021 (bestuursrecht)

    weigering afgifte van een Personal Security Clearance - artikel 4:84 Awb - beroep gegrond

  • ECLI:NL:RVS:2015:1659Raad van State, 27 mei 2015 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 10 december 2013 heeft de minister geweigerd ten behoeve van [wederpartij] een Personnel Security Clearance te verlenen.

  • ECLI:NL:RVS:2011:BP7183Raad van State, 9 maart 2011 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 16 april 2009 heeft de minister [appellant] in kennis gesteld van mededelingen in de zin van artikel 13 van de Wet veiligheidsonderzoeken, inhoudende dat er onvoldoende waarborgen…

  • ECLI:NL:RVS:2008:BD3635Raad van State, 11 juni 2008 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 26 februari 2007 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de minister) aan [appellante] te kennen gegeven dat er onvoldoende waarborgen zijn om haar…

  • ECLI:NL:RVS:2006:AW3961Raad van State, 18 april 2006 (bestuursrecht)

    Bij brief van 27 mei 2005 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: de Minister) appellant in kennis gesteld van zijn conclusie, dat er onvoldoende waarborgen zijn om…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.