Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding

Wtlvhz

Huidige tekst

Artikel 2 Wtlvhz

Geldt sinds 1 april 2002

  1. 1

    De zorgvuldigheidseisen, bedoeld in artikel 293, tweede lid, Wetboek van Strafrecht, houden in dat de arts: a.de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van een vrijwillig en weloverwogen verzoek van de patiënt, b.de overtuiging heeft gekregen dat er sprake was van uitzichtloos en ondraaglijk lijden van de patiënt, c.de patiënt heeft voorgelicht over de situatie waarin deze zich bevond en over diens vooruitzichten, d.met de patiënt tot de overtuiging is gekomen dat er voor de situatie waarin deze zich bevond geen redelijke andere oplossing was, e.ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen, bedoeld in de onderdelen a tot en met d, en f.de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding medisch zorgvuldig heeft uitgevoerd.

  2. 2

    Indien de patiënt van zestien jaren of ouder niet langer in staat is zijn wil te uiten, maar voordat hij in die staat geraakte tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake in staat werd geacht, en een schriftelijke verklaring, inhoudende een verzoek om levensbeëindiging, heeft afgelegd, dan kan de arts aan dit verzoek gevolg geven. De zorgvuldigheidseisen, bedoeld in het eerste lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

  3. 3

    Indien de minderjarige patiënt een leeftijd heeft tussen de zestien en achttien jaren en tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake in staat kan worden geacht, kan de arts aan een verzoek van de patiënt om levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding gevolg geven, nadat de ouder of de ouders die het gezag over hem uitoefent of uitoefenen dan wel zijn voogd bij de besluitvorming zijn betrokken.

  4. 4

    Indien de minderjarige patiënt een leeftijd heeft tussen de twaalf en zestien jaren en tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake in staat kan worden geacht, kan de arts, indien een ouder of de ouders die het gezag over hem uitoefent of uitoefenen dan wel zijn voogd zich met de levensbeëindiging of hulp bij zelfdoding kan of kunnen verenigen, aan het verzoek van de patiënt gevolg geven. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2020:712Hoge Raad, 21 april 2020 (strafrecht)

    Cassatie in het belang der wet. Euthanasie op demente patiënt, strafzaak. Strafrechtelijke vervolging van arts die euthanasie heeft toegepast op patiënt die leed aan voortgeschreden dementie, art.…

  • ECLI:NL:HR:2020:713Hoge Raad, 21 april 2020 (strafrecht)

    Cassatie in het belang van de wet. Euthanasie op demente patiënt, tuchtzaak. Beslissing Centraal Tuchtcollege voor Gezondheidszorg over arts die euthanasie heeft toegepast op patiënt die leed aan…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1338Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2019 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang der wet. Euthanasietoepassing op patiënte met vergevorderde dementie op schriftelijk verzoek. Rechtbank ontsloeg de vervolgde arts van alle rechtsvervolging. De…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1339Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2019 (strafrecht)

    Vordering tot cassatie in het belang de wet betreffende een uitspraak van het Centraal tuchtcollege voor de gezondheidszorg (art. 75 wet BIG). Euthanasietoepassing op patiënte met vergevorderde…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:2437Gerechtshof Den Haag, 2 december 2025 (civiel recht)

    Is verbod op hulp bij zelfdoding (art. 294 lid 2 Sr.) in strijd met art. 8 EVRM? Bij toetsing formele wet aan EVRM is rechter gebonden aan rechtspraak EHRM. Ontvankelijkheid mede-eisers naast…

  • ECLI:NL:GHSHE:2025:2347Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 september 2025 (strafrecht)

    Opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam zijn en opzettelijk een ander de middelen tot zelfdoding verschaffen, terwijl de zelfdoding volgt.

  • ECLI:NL:GHSHE:2023:1414Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 4 mei 2023 (strafrecht)

    Hulp bij zelfdoding. Het hof is van oordeel dat bij het handelen van de verdachte geen sprake was van een conflict van plichten, zodat hem geen beroep op overmacht in de zin van noodtoestand toe…

  • ECLI:NL:RBOBR:2023:2040Rechtbank Oost-Brabant, 2 mei 2023 (strafrecht)

    Veroordeling voor: opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam zijn en opzettelijk een ander de middelen tot zelfdoding verschaffen, terwijl de zelfdoding volgt (art. 294 Sr.). Verweer…

20 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.