Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

WOBP

Huidige tekst

Artikel 5 WOBP

Geldt sinds 1 januari 2009

  1. 1

    Onze Minister beslist op het verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan eerst nadat de raad voor de kinderbescherming een onderzoek heeft ingesteld naar de geschiktheid van de aspirant-adoptiefouders voor de verzorging en opvoeding van een buitenlands kind of, indien de aspirant-adoptiefouders hierom hebben verzocht, van twee buitenlandse kinderen tegelijk.

  2. 2

    Ter voorbereiding van het in het eerste lid bedoelde onderzoek ontvangen de aspirant-adoptiefouders, indien het de opneming van een eerste buitenlands kind betreft, algemene voorlichting omtrent de opneming en de adoptie van buitenlandse kinderen, welke voorlichting onder toezicht van Onze Minister zal worden verstrekt.

  3. 3

    Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ten aanzien van de organisatie, de inhoud en de bekostiging van de aan de aspirant-adoptiefouders te verstrekken algemene voorlichting.

  4. 4

    Het rapport van het onderzoek wordt met de aspirant-adoptiefouders besproken voordat het door de raad voor de kinderbescherming wordt uitgebracht. De raad voor de kinderbescherming verschaft de aspirant-adoptiefouders inzage in het uit te brengen rapport. In de gevallen waarin een beginseltoestemming wordt verleend of de geldigheidsduur ervan wordt verlengd, wordt het oorspronkelijke exemplaar van het rapport na daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de aspirant-adoptiefouders uitsluitend verstrekt aan de vergunninghouder wiens bemiddeling door de aspirant-adoptiefouders is ingeroepen. In geval van afwijzing van een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan wordt aan de aspirant-adoptiefouders op hun schriftelijk verzoek een afschrift van het rapport verstrekt.

  5. 5

    Onze Minister beslist afwijzend op een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming: a.indien hij een aspirant-adoptiefouder niet geschikt acht voor de verzorging en opvoeding van een buitenlands kind; b.indien een der aspirant-adoptiefouders op het tijdstip van de indiening van het verzoek de leeftijd van tweeënveertig jaren heeft bereikt, tenzij bijzondere omstandigheden inwilliging van het verzoek naar zijn oordeel wenselijk maken.

  6. 6

    Onze Minister beslist afwijzend op een verzoek tot verlening of verlenging van de geldigheidsduur van een beginseltoestemming indien te verwachten is dat op het tijdstip waarop een buitenlands kind zou kunnen worden opgenomen, het verschil in leeftijd tussen een der aspirant-adoptiefouders en het buitenlandse kind meer dan veertig jaren bedraagt, tenzij bijzondere omstandigheden inwilliging van het verzoek naar zijn oordeel wenselijk maken.

  7. 7

    Onze Minister kan met het oog op het vereiste dat het leeftijdsverschil tussen aspirant-adoptiefouders en buitenlands kind de veertig jaren niet te boven gaat, een voorwaarde stellen met betrekking tot de leeftijd van het buitenlandse kind.

  8. 8

    De afwijzing van een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming of tot verlenging van de geldigheidsduur ervan wordt met redenen omkleed schriftelijk ter kennis gebracht van de aspirant-adoptiefouders.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBARN:2012:BX2802Rechtbank Arnhem, 24 juli 2012 (bestuursrecht)

    Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie. Weigering beginseltoestemming voor het adopteren van een tweede buitenlands kind. Besluit in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb.…

  • ECLI:NL:RBZLY:2011:BR1608Rechtbank Zwolle-Lelystad, 14 juli 2011 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de man (verdachte B, LJN BR1615) en vrouw (verdachte A, LJN BR1608) die in 2008 in België een baby (baby J.) kochten voor valsheid in geschrifte en illegale adoptie. De…

  • ECLI:NL:RBZLY:2011:BR1615Rechtbank Zwolle-Lelystad, 14 juli 2011 (strafrecht)

    De rechtbank veroordeelt de man (verdachte B, LJN BR1615) en vrouw (verdachte A, LJN BR1608) die in 2008 in België een baby (baby J.) kochten voor valsheid in geschrifte en illegale adoptie. De…

  • ECLI:NL:RBDOR:2011:BQ2065Rechtbank Dordrecht, 20 april 2011 (civiel recht)

    adoptiezaak (Haïti); omzetting zwakke Haïtaanse adoptie naar sterke Nederlandse adoptie (door de vrouw); uitspreken adoptie naar het Nederlandse adoptierecht (door de man, hij is echtgenoot van de…

  • ECLI:NL:RBHAA:2009:BK8093Rechtbank Haarlem, 14 december 2009 (belastingrecht)

    Inkomstenbelasting. Eiser heeft geen recht op aftrek buitengewone uitgaven wegens adoptie omdat geen sprake is van adoptie als bedoeld in artikel 6.23 van de Wet IB 2001 maar van kosten gemaakt in…

  • ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6528Rechtbank 's-Gravenhage, 19 augustus 2009 (bestuursrecht)

    Verzoek om beginseltoestemming tot opneming van een buitenlands kind ter adoptie. Uit het rapport 'raadsonderzoek opneming buitenlands kind ter adoptie' heeft een raadsonderzoeker de mogelijke…

  • ECLI:NL:RBROE:2009:BG9485Rechtbank Roermond, 6 januari 2009 (strafrecht)

    Een uitspraak van de rb over een besluit tot ongegrondverklaring van de bezwaren tegen een afwijzing van een verzoek tot verlenging van de toestemming tot opneming ter adoptie van een buitenlands…

  • ECLI:NL:RBLEE:2005:AU2810Rechtbank Leeuwarden, 18 juli 2005 (belastingrecht)

    IB/PV 2003. Solidariteitsbijdrage voor verzorgingskosten voor adopteren kind geen aftrekbare uitgave wegens adoptie.

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.