Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

WOBP

Huidige tekst

Artikel 20 WOBP

Geldt sinds 1 april 2001

  1. 1

    De vergunninghouder bemiddelt inzake de opneming van een buitenlands kind uitsluitend ten behoeve van de aspirant-adoptiefouders die beschikken over een geldige beginseltoestemming overeenkomstig het in die beginseltoestemming bepaalde.

  2. 2

    De vergunninghouder bemiddelt niet inzake de opneming van een buitenlands kind buiten Nederland.

  3. 3

    De vergunninghouder betaalt geen onevenredig hoge vergoedingen voor in verband met zijn bemiddeling verrichte diensten.

  4. 4

    De vergunninghouder knoopt geen betrekkingen aan met instellingen of organisaties in het buitenland die reeds met andere vergunninghouders betrekkingen onderhouden met het oog op bemiddeling inzake de opneming van buitenlandse kinderen met het oog op adoptie.

  5. 5

    Onze Minister stelt regels met betrekking tot de gegevens die door de vergunninghouder in verband met het toezicht op de naleving van het bepaalde in het derde en vierde lid van dit artikel moeten worden verstrekt betreffende zijn betrekkingen met instanties in het buitenland.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.