Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie

WOBP

Huidige tekst

Artikel 10 WOBP

Geldt sinds 1 januari 2015

  1. 1

    Indien is gehandeld in strijd met artikel 2 kan de kinderrechter een gecertificeerde instelling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet belasten met de voorlopige voogdij over de minderjarige, tenzij dit niet verenigbaar is met het belang van de minderjarige. In geval van voorlopige voogdij wendt de raad voor de kinderbescherming zich binnen zes weken tot de rechter ten einde een voorziening in het gezag over de minderjarige te verkrijgen. Artikel 241, vierde en vijfde lid alsmede artikel 306 a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 813, tweede lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

  2. 2

    De voorlopige voogdij eindigt, behoudens eerdere intrekking, op het tijdstip waarop hetzij de voogdij over de minderjarige, dan wel diens verblijf bij aspirant-adoptiefouders aan wie een beginseltoestemming is verleend, een aanvang neemt, hetzij de minderjarige in het land van herkomst wordt teruggeplaatst.

  3. 3

    De kosten die de stichting ten behoeve van de minderjarige moet maken, komen ten laste van degene die de minderjarige in strijd met artikel 2 heeft opgenomen. De artikelen 8.2.1 tot en met 8.2.7 van de Jeugdwet zijn van overeenkomstige toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:HR:2000:AA8715Hoge Raad, 1 december 2000 (personen- en familierecht)

    -

  • ECLI:NL:PHR:2000:AA8715Parket bij de Hoge Raad, 1 december 2000 (personen- en familierecht)

    -

  • ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ0828Gerechtshof 's-Gravenhage, 30 maart 2011 (personen- en familierecht)

    Voorlopige voogdij in het kader van een, naar aan te nemen valt, illegale adoptie.

  • ECLI:NL:RBSGR:2011:BP6086Rechtbank 's-Gravenhage, 27 januari 2011 (personen- en familierecht)

    Internationale kinderontvoering - Teruggeleidingsverzoek naar Frankrijk - In geschil is gewone verblijfplaats van de minderjarige: Frankrijk of Nederland. De rechtbank oordeelt op basis van de…

  • ECLI:NL:RBSGR:2010:BN1331Rechtbank 's-Gravenhage, 29 juni 2010 (personen- en familierecht)

    Voorlopige voogdij. Het verzoek strekt er toe Bureau jeugdzorg te belasten met de voorlopige voogdij over de minderjarige, primair op grond van artikel 10 Wet Opneming Buitenlandse Kinderen ter…

  • ECLI:NL:RBZLY:2008:BG5827Rechtbank Zwolle-Lelystad, 27 november 2008 (personen- en familierecht)

    Voorlopige voogdij; toepassing wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie.

  • ECLI:NL:RBHAA:2007:BB4416Rechtbank Haarlem, 11 september 2007 (personen- en familierecht)

    Vervolg adoptie Braziliaans rechter (eerdere tussenuitspraak LJN: BB4414).

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.