Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966

MRB

Huidige tekst

Artikel 4 MRB

Geldt sinds 1 januari 1995

  1. 1

    De belasting wordt geheven van de houder van het motorrijtuig.

  2. 2

    Met betrekking tot een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens, wordt, tenzij anders blijkt, als houder beschouwd degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken in dat register is ingeschreven.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2009:BI7044Parket bij de Hoge Raad, 29 september 2009 (strafrecht)

    Katvanger. “Tenzij anders blijkt” a.b.i. art. 1.3 WVW1994. Verweerin hoger beroep: een katvanger kan niet worden gelijkgesteld aan eigenaar of houder. HR: met zijn overweging “ dat de wettelijke…

  • ECLI:NL:HR:1996:AA1858Hoge Raad, 3 januari 1996 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:HR:1995:AA3177Hoge Raad, 25 oktober 1995 (belastingrecht)

    -

  • ECLI:NL:GHARN:2005:AV0162Gerechtshof Arnhem, 21 december 2005 (belastingrecht)

    Motorrijtuigenbelasting Het systeem van de zogenoemde houderschapsbelasting dat volledig aanknoopt bij het kentekenregister moet onder omstandigheden inbreuken dulden op grond van het…

  • ECLI:NL:GHAMS:2002:AF0425Gerechtshof Amsterdam, 30 oktober 2002 (belastingrecht)

    Kentekenhouder belastingplichtig ex art. 225 .5 Gemeentewet, ook als hij niet de feitelijke houder is en de auto uitsluitend bij wege van vriendendienst op zijn naam is gezet.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.