Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966

MRB

Huidige tekst

Artikel 13 MRB

Geldt sinds 1 januari 1995

  1. 1

    Ingeval de houder van een motorrijtuig dit door een ander vervangt, wordt de voor het vervangen motorrijtuig over de nog niet verstreken halve maanden van het lopende tijdvak betaalde belasting op zijn verzoek verrekend met de belasting over die halve maanden voor het vervangende motorrijtuig, met dien verstande dat, indien de laatstbedoelde belasting lager is dan de betaalde, teruggaaf van het verschil slechts plaats vindt over nog niet ingetreden halve maanden. Onder een halve maand wordt verstaan een periode van de eerste tot en met de vijftiende dan wel van de zestiende tot en met de laatste dag van een kalendermaand.

  2. 2

    Een motorrijtuig dat een zodanige verandering heeft ondergaan, dat de belasting hoger of lager is, wordt voor de toepassing van het eerste lid geacht te zijn vervangen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBNHO:2018:10033Rechtbank Noord-Holland, 7 november 2018 (belastingrecht)

    Aan eiser is een naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting opgelegd omdat hij op de Nederlandse weg in een auto met een Slowaaks kenteken rondreed terwijl hij in Nederland in de BRP stond…

  • ECLI:NL:GHARN:1997:AA1159Gerechtshof Arnhem, 10 december 1997 (belastingrecht)

    -

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.