Wet medezeggenschap op scholen

WMS

Huidige tekst

Artikel 32 WMS

Geldt sinds 1 januari 2017

Geschillen instemmingsbevoegdheid 1 Indien de medezeggenschapsraad aan een besluit van het bevoegd gezag de instemming onthoudt die is vereist ingevolge de artikelen 10, 12, 13 en 14 dan wel ingevolge de toepassing van artikel 24, tweede en derde lid, kan het bevoegd gezag de commissie binnen zes weken na de onthouding van de instemming toestemming vragen om het besluit te nemen. De commissie geeft slechts toestemming indien de medezeggenschapsraad niet in redelijkheid tot het onthouden van instemming heeft kunnen komen of indien sprake is van zwaarwegende omstandigheden die het te nemen besluit van het bevoegd gezag rechtvaardigen. 2 Het bevoegd gezag vraagt toestemming als bedoeld in het eerste lid onder overlegging van de door het bevoegd gezag gemaakte afweging van de belangen die daarbij voor het bevoegd gezag onderscheidenlijk de medezeggenschapsraad aan de orde zijn. De commissie stelt de medezeggenschapsraad in de gelegenheid, zijn argumenten voor het onthouden van zijn instemming bij de commissie naar voren te brengen. 3 Een besluit als bedoeld in het eerste lid dat is genomen zonder de instemming van de medezeggenschapsraad of zonder de toestemming van de commissie, is nietig indien de medezeggenschapsraad tegenover het bevoegd gezag schriftelijk een beroep op de nietigheid heeft gedaan. De medezeggenschapsraad kan een beroep op de nietigheid slechts doen binnen zes weken nadat het bevoegd gezag zijn besluit heeft genomen. Bij gebreke van een kennisgeving aan de medezeggenschapsraad van een door het bevoegd gezag genomen besluit gaat de termijn van zes weken pas in op het moment dat de medezeggenschapsraad is gebleken dat het bevoegd gezag uitvoering of toepassing geeft aan het besluit. 4 De medezeggenschapsraad kan de commissie verzoeken aan het bevoegd gezag de plicht op te leggen, zich te onthouden van handelingen die strekken tot uitvoering of toepassing van een nietig besluit als bedoeld in het derde lid. Het bevoegd gezag kan de commissie verzoeken te verklaren dat de medezeggenschapsraad ten onrechte een beroep heeft gedaan op nietigheid als bedoeld in het derde lid.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:GHAMS:2022:3696Gerechtshof Amsterdam, 28 december 2022 (ondernemingsrecht)

    WMS - afwijzing van het beroep van de medezeggenschapsraad tegen de uitspraak van de Landelijke Commissie van Geschillen WMS aangaande de sluiting van een school

  • ECLI:NL:RBMNE:2021:6197Rechtbank Midden-Nederland, 23 december 2021 (civiel recht)

    Fusiebesluit van overkoepelende stichting ten aanzien van twee scholen in het voortgezet onderwijs. De geleding van ouders en leerlingen van de medezeggenschapsraad van een van de scholen vordert…

  • ECLI:NL:GHAMS:2020:2466Gerechtshof Amsterdam, 13 augustus 2020 (ondernemingsrecht)

    afwijzing verzoek GMR

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.