Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Wmo

Huidige tekst

Artikel 8.3 Wmo

Geldt sinds 1 januari 2020

  1. 1

    Indien voor een verzekerde in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een indicatiebesluit is afgegeven waarin is vastgesteld dat hij is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, onderdelen a, b, d en e, heeft belanghebbende met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden, jegens het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, de rechten en verplichtingen met betrekking tot het tot gelding brengen van de aanspraak op zorg die aan het indicatiebesluit waren verbonden, gedurende de looptijd van het indicatiebesluit, doch ten hoogste tot de eerste dag van het tweede kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden.

  2. 2

    Indien de uit een indicatiebesluit als bedoeld in het eerste lid voortvloeiende aanspraak op zorg op de eerste dag van het kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden, nog niet tot gelding is gebracht, kan betrokkene de aanspraak in afwijking van het eerste lid slechts tot gelding brengen nadat hij het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, in de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze ter zake kenbaar te maken.

  3. 3

    Indien aan een verzekerde als bedoeld in het eerste lid tot de eerste dag van het kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden, op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, een persoonsgebonden budget werd verstrekt, heeft belanghebbende met ingang van die dag jegens het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, recht op een persoonsgebonden budget overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens genoemd artikelonderdeel, gedurende de looptijd van het indicatiebesluit, doch ten hoogste tot de eerste dag van het tweede kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden.

  4. 4

    Indien ten aanzien van een verzekerde in de zin van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten door of namens de zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 1, onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in artikel 40 van die wet, een besluit is genomen als bedoeld in artikel 8.2, tweede lid, heeft belanghebbende met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden, jegens het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, de rechten en verplichtingen met betrekking tot het tot gelding brengen van de aanspraak op zorg die aan dat besluit waren verbonden, gedurende de looptijd van dat besluit, doch ten hoogste tot de eerste dag van het tweede kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden.

  5. 5

    Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid, treedt het college in de plaats van de zorgverzekeraar, bedoeld in artikel 1 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, onderscheidenlijk de rechtspersoon, bedoeld in artikel 40 van die wet.

  6. 6

    Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid, is betrokkene een bijdrage in de kosten van de zorg aan het college verschuldigd. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot deze bijdrage, waaronder in ieder geval regels overeenkomstig de regels die zijn gesteld over de bijdrage, bedoeld in hoofdstuk 2, paragraaf 1, van deze wet ten aanzien van de hoogte en invordering van die bijdrage. Artikel 2.3.8 is van overeenkomstige toepassing.

  7. 7

    Indien een in het buitenland wonende persoon op het tijdstip van inwerkingtreding van enig artikel van deze wet op grond van artikel 3.1.2 van de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet aanspraak heeft op een vergoeding dan wel op grond van artikel 1.22 van het Aanpassingsbesluit Zorgverzekeringswet aanspraak heeft op een uitkering ter zake van de kosten van zorg als bedoeld in artikel 8.1, behoudt die persoon jegens het Zorginstituut Nederland, bedoeld in artikel 58 van de Zorgverzekeringswet die aanspraak gedurende de looptijd van het indicatiebesluit, doch ten hoogste tot de eerste dag van het tweede kalenderjaar na dat waarin enig artikel van deze wet in werking is getreden.

  8. 8

    Het eerste tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een persoon die in het buitenland woont of verblijft en die in geval van behoefte aan zorg hetzij krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, hetzij met toepassing van een verordening van de Raad van de Europese Gemeenschappen dan wel met toepassing van zodanige verordening krachtens de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een verdrag inzake sociale zekerheid aanspraak heeft op zorg als bedoeld in artikel 8.1, eerste lid, onderdelen a, b, d of e, of vergoeding van de kosten daarvan, met dien verstande dat: a.voor de overeenkomstige toepassing van het eerste, derde en vierde lid in plaats van «verzekerde» telkens wordt gelezen: persoon; b.voor de overeenkomstige toepassing van het eerste tot en met vierde lid in plaats van «het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is» telkens wordt gelezen: het Zorginstituut Nederland; en c.voor de overeenkomstige toepassing van het vijfde en zesde lid in plaats van «het college» telkens wordt gelezen: het Zorginstituut Nederland.

  9. 9

    De vergoedingen en uitkeringen, bedoeld in het zevende en achtste lid, komen ten laste van het Fonds langdurige zorg, bedoeld in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2025:963Centrale Raad van Beroep, 26 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Afkeuring zorgovereenkomst terecht in stand gelaten. Terecht geoordeeld dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 5.22, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rlz en dat voor hem…

  • ECLI:NL:CRVB:2025:964Centrale Raad van Beroep, 26 juni 2025 (socialezekerheidsrecht)

    Aanvraag pgb op grond van de Wlz. Appellant is een zogenaamde "nieuwe instromer" en voor hem geldt het niet-professionele tarief en niet de hogere vergoeding.

  • ECLI:NL:CRVB:2018:2532Centrale Raad van Beroep, 15 augustus 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2018:2533 en komt in de plaats van ECLI:NL:CRVB"2018:1754. Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang.

  • ECLI:NL:CRVB:2018:1754Centrale Raad van Beroep, 6 juni 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Deze uitspraak is gerectificeerd met ECLI:NL:CRVB:2018:2533. De gerectificeerde tekst is opgenomen in ECLI:NL:CRVB:2018:2532, onderstaande tekst is niet meer geldig.

  • ECLI:NL:RBNHO:2018:589Rechtbank Noord-Holland, 25 januari 2018 (socialezekerheidsrecht)

    Artikel 8.4, eerste lid, van de Wmo is in het onderhavige geval niet van toepassing. Die bepaling ziet naar het oordeel van de voorzieningenrechter op de situatie dat betrokkene met een indicatie…

  • ECLI:NL:RBZWB:2018:278Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17 januari 2018 (bestuursrecht)

    Het overgangsrecht van artikel 8.3, derde lid, van de Wmo ziet alleen op het persoonsgebonden budget en niet op de indicatie voor beschermd wonen. Het college is niet bevoegd om voor afloop van de…

  • ECLI:NL:RBOVE:2017:4729Rechtbank Overijssel, 21 december 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Overgangsrecht AWBZ-WMO 2015 bij begeleid wonen; voor periode vanaf 22 maart 2017 zal raad een nieuwe verordening moeten vaststellen; beroep gegrond.

  • ECLI:NL:RBOBR:2017:3478Rechtbank Oost-Brabant, 29 juni 2017 (socialezekerheidsrecht)

    “Gezien de psychogeriatrische aandoening waaraan eiser lijdt (Alzheimer), de ruis in zijn oren en de uit de buikholte verwijderde tumor, gaat de rechtbank er van uit dat de door het CIZ afgegeven…

9 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.