Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Wmo

Huidige tekst

Artikel 2.3.6 Wmo

Geldt sinds 19 juli 2014

  1. 1

    Indien de cliënt dit wenst, verstrekt het college hem een persoonsgebonden budget dat de cliënt in staat stelt de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, van derden te betrekken.

  2. 2

    Een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, indien: a.de cliënt naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat is te achten tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger, in staat is te achten de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; b.de cliënt zich gemotiveerd op het standpunt stelt dat hij de maatwerkvoorziening als persoonsgebonden budget wenst geleverd te krijgen; c.naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren, veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.

  3. 3

    Bij het beoordelen van de kwaliteit als bedoeld in het tweede lid, onder c, weegt het college mee of de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen in redelijkheid geschikt zijn voor het doel waarvoor het persoonsgebonden budget wordt verstrekt.

  4. 4

    Bij verordening kan worden bepaald onder welke voorwaarden betreffende het tarief, de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.

  5. 5

    Het college kan een persoonsgebonden budget weigeren: a.voor zover de kosten van het betrekken van de diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen van derden hoger zijn dan de kosten van de maatwerkvoorziening of; b.indien het college eerder toepassing heeft gegeven aan artikel 2.3.10, eerste lid, onderdeel a, d en e.

  6. 6

    Op een persoonsgebonden budget is titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:CRVB:2017:3443Centrale Raad van Beroep, 4 oktober 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Pgb (op grond van de WMO) voor huishoudelijke hulp door college terecht ingetrokken. Het Zorgkantoor heeft op grond van de Regeling langdurige zorg voor het jaar 2015 een pgb heeft verleend met een…

  • ECLI:NL:RBROT:2017:6068Rechtbank Rotterdam, 8 augustus 2017 (bestuursrecht)

    Wmo 2015. Met uitdraai van registratiesysteem ‘Octopus’ heeft verweerder de verzending van het bestreden besluit niet aannemelijk gemaakt. Wmo 2015 biedt aan gemeenten de ruimte om een verschillend…

  • ECLI:NL:RBROT:2017:2935Rechtbank Rotterdam, 20 april 2017 (socialezekerheidsrecht)

    Herindicatie voor Begeleiding Individueel op grond van de Wmo 2015. Eisers beroepsgrond dat hij in bezwaar door verweerder ten onrechte niet is gehoord slaagt. Reeds hierom komt het bestreden besluit…

  • ECLI:NL:CRVB:2017:17Centrale Raad van Beroep, 11 januari 2017 (socialezekerheidsrecht)

    De Raad concludeert dat de hulp van de dochter niet kan worden aangemerkt als mantelzorg, zodat betrokkene niet in staat was tot het zelf (met behulp van haar dochter) doen van het huishouden. Zij…

  • ECLI:NL:GHARL:2016:3617Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 10 mei 2016 (civiel recht)

    Overheidsaanbesteding. Intrekken aanbesteding hangende appel. Ontvankelijkheid. Procesbelang in verband met proceskostenveroordeling. Aanbesteding zorg in natura in het kader van de WMO 2015.…

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.