Wet internationale misdrijven

WIM

Huidige tekst

Artikel 4 WIM

Geldt sinds 1 januari 2011

  1. 1

    Als schuldig aan een misdrijf tegen de menselijkheid wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste dertig jaren of geldboete van de zesde categorie, hij die een van de volgende handelingen begaat, indien gepleegd als onderdeel van een wijdverbreide of stelselmatige aanval gericht tegen een burgerbevolking, met kennis van de aanval: a.opzettelijk doden; b.uitroeiing; c.slavernij; d.deportatie of onder dwang overbrengen van bevolking; e.gevangenneming of andere ernstige beroving van de lichamelijke vrijheid in strijd met fundamentele regels van internationaal recht; f.marteling; g.verkrachting, seksuele slavernij, gedwongen prostitutie, gedwongen zwangerschap, gedwongen sterilisatie, of enige andere vorm van seksueel geweld van vergelijkbare ernst; h.vervolging van een identificeerbare groep of collectiviteit op politieke gronden, omdat deze tot een bepaald ras of een bepaalde nationaliteit behoort, op etnische, culturele of godsdienstige gronden, op grond van geslacht of op andere gronden die universeel zijn erkend als ontoelaatbaar krachtens internationaal recht, in verband met een in dit lid bedoelde handeling of enig ander misdrijf omschreven in deze wet; i.gedwongen verdwijning van een persoon; j.apartheid; k.andere onmenselijke handelingen van vergelijkbare aard waardoor opzettelijk ernstig lijden of ernstig lichamelijk letsel of schade aan de geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt veroorzaakt.

  2. 2

    In dit artikel wordt verstaan onder: a.aanval gericht tegen een burgerbevolking: een wijze van optreden die met zich brengt het meermalen plegen van in het eerste lid bedoelde handelingen tegen een burgerbevolking ter uitvoering of voortzetting van het beleid van een staat of organisatie, dat het plegen van een dergelijke aanval tot doel heeft; b.slavernij: de uitoefening op een persoon van een of alle bevoegdheden verbonden aan het recht van eigendom, met inbegrip van de uitoefening van dergelijke bevoegdheid bij mensenhandel, in het bijzonder handel in vrouwen en kinderen; c.vervolging: het opzettelijk en in ernstige mate ontnemen van fundamentele rechten in strijd met het internationaal recht op grond van de identiteit van de groep of collectiviteit; d.gedwongen verdwijning van een persoon: het arresteren, gevangen houden, afvoeren of elke andere vorm van vrijheidsontneming van een persoon door of met de machtiging, ondersteuning of bewilliging van een staat of politieke organisatie, gevolgd door een weigering een dergelijke vrijheidsontneming te erkennen of informatie te verstrekken over het lot of de verblijfplaats van die persoon of door verhulling van dat lot of die verblijfplaats, waardoor deze buiten de bescherming van de wet wordt geplaatst.

  3. 3

    Onder «uitroeiing» wordt in dit artikel mede verstaan: het opzettelijk opleggen van levensomstandigheden, onder andere de onthouding van toegang tot voedsel en geneesmiddelen, gericht op de vernietiging van een deel van een bevolking.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:PHR:2021:723Parket bij de Hoge Raad, 22 juli 2021 (civiel recht)

    Concusie P-G inzake verwijzing door hof Arnhem-Leeuwarden dat zich onbevoegd verklaarde inzake een beklag 12 Sv, op de voet van art. 13a Sv, omdat klager vervolging zoekt van bewindspersonen…

  • ECLI:NL:PHR:2019:1341Parket bij de Hoge Raad, 17 december 2019 (strafrecht)

    Conclusie AG. Vervolgingsuitlevering aan Rwanda wegens verdenking van betrokkenheid bij de genocide in 1994. Middel over het Genocideverdrag 1948 als vereiste verdragsbasis voor uitlevering. Middel…

  • ECLI:NL:HR:2017:574Hoge Raad, 4 april 2017 (strafrecht)

    OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale…

  • ECLI:NL:HR:2017:575Hoge Raad, 4 april 2017 (strafrecht)

    OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale…

  • ECLI:NL:RBDHA:2026:16115Rechtbank Den Haag, 15 juni 2026 (strafrecht)

    De rechtbank stelt vast dat de verdachte in 2013 en 2014 tijdens de Syrische opstand tegen het regime van president Bashar al-Assad in en rond de stad Salamiyah verhoorder van de National Defence…

  • ECLI:NL:GHDHA:2026:462Gerechtshof Den Haag, 25 maart 2026 (strafrecht)

    Onderzoek 26 Banning. Partiele verjaring van vervolging artikel 255 Sr. Veroordeling van Nederlandse vrouw voor slavernij als misdrijf tegen de menselijkheid tegen een Jezidi vrouw in Syrië, deelname…

  • ECLI:NL:GHDHA:2025:1715Gerechtshof Den Haag, 27 augustus 2025 (strafrecht)

    Verdachte heeft in Syrië als leider deelgenomen aan de criminele organisatie Liwa al Quds, een paramilitaire organisatie die tussen 2011 en 2017 in de burgeroorlog aan de kant van het Syrische…

  • ECLI:NL:RBDHA:2024:20594Rechtbank Den Haag, 11 december 2024 (strafrecht)

    Onderzoek 26 Banning. Veroordeling van Nederlandse uitreizigster voor slavernij als misdrijf tegen de menselijkheid tegen een Jezidi vrouw, deelname aan IS, bevorderen van misdrijven met een…

22 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.