Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement

Huidige tekst

Artikel 9 Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement

Geldt sinds 1 januari 2002

  1. 1

    Degenen die ingevolge de wet van 17 juli 1923 ( Stb. 364), additioneel artikel XVII van de Grondwet of artikel 3 van de Wet Incompatibiliteiten Europees Parlement ( Stb. 1978, 653) op non-activiteit zijn gesteld, blijven gedurende hun lidmaatschap van de kamer der Staten-Generaal waarin zij zijn gekozen, onderscheidenlijk van het Europees Parlement, op non-activiteit, doch uiterlijk tot het einde van de zittingsduur van de kamer waarin zij zijn gekozen, onderscheidenlijk van het Europees Parlement.

  2. 2

    Zij behouden gedurende die periode de aanspraken, omschreven in de artikelen 4 en 6 van de wet van 17 juli 1923. Gedurende die periode blijft artikel 5 van de wet van 17 juli 1923 voor de leden van de Tweede Kamer, onderscheidenlijk van het Europees Parlement van toepassing.

  3. 3

    Degenen die uiterlijk op het in het eerste lid bedoelde tijdstip hun lidmaatschap beëindigen behouden de aanspraken, omschreven in artikel 7 van de wet van 17 juli 1923.

  4. 4

    Degenen die bij inwerkingtreding van deze wet reeds aanspraken hebben als omschreven in artikel 7 van de wet van 17 juli 1923 behouden die aanspraken.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Er zijn nog geen uitspraken aan dit artikel gekoppeld.

Zoek op deze artikelverwijzing

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.