Huidige tekst
Artikel 1 Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement
- 1
Een lid van de Staten-Generaal kan niet tevens zijn: a.Nationale ombudsman of substituut-ombudsman; b.plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad.
- 2
De volgende ambten kunnen niet gelijktijdig worden uitgeoefend met het lidmaatschap van de Staten-Generaal: a.commissaris van de Koning; b.militair ambtenaar in werkelijke dienst; c.ambtenaar bij de Raad van State, de Algemene Rekenkamer of het bureau van de Nationale ombudsman; d.ambtenaar bij een ministerie, alsmede de daaronder ressorterende instellingen, diensten en bedrijven; e.lid van de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen of de Sociale verzekeringsbank, genoemd in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; f.lid van de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 97 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017; g.Rijksvertegenwoordiger voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; h.lid van de afdeling klachtbehandeling van de commissie van toezicht, bedoeld in artikel 97, tweede lid, onder b, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017; i.leden van de toetsingscommissie inzet bevoegdheden, bedoeld in artikel 32 van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017.
- 3
Onder ambtenaar als bedoeld in het tweede lid, onder d, wordt mede verstaan een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2 van de Politiewet 2012, een rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, sub 5° tot en met 7° en de officier in opleiding, genoemd in artikel 1, onderdeel b, sub 10°, van de Wet op de rechterlijke organisatie, alsmede een burgerlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet ambtenaren defensie.
- 4
Een lid van de Staten-Generaal kan niet tevens zijn dienstplichtige in werkelijke dienst of tewerkgestelde erkend gewetensbezwaarde.