Wet inburgering 2021

Huidige tekst

Artikel 6 Wet inburgering 2021

Geldt sinds 1 januari 2022

De inburgeringsplicht 1 De inburgeringsplicht bestaat uit: a.het afronden van het participatieverklaringstraject; b.het afronden van de module Arbeidsmarkt en Participatie; en c.het behalen van het inburgeringsexamen, de onderwijsroute of de zelfredzaamheidsroute. 2 De inburgeringsplichtige die voldaan heeft aan de inburgeringsplicht ontvangt een diploma indien deze het inburgeringsexamen dan wel de onderwijsroute heeft behaald, en een certificaat indien deze de zelfredzaamheidsroute heeft behaald. 3 Het college biedt het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt en Participatie aan. 4 Het participatieverklaringstraject behelst een inleiding in de kernwaarden van de Nederlandse samenleving en wordt afgesloten met het ondertekenen van de participatieverklaring. 5 Deze verklaring bevat de volgende slotformule: Ik verklaar dat ik kennis heb genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en dat ik deze respecteer, en dat ik de universele mensenrechten eerbiedig en niet daarmee in strijd zal handelen. Ik verklaar dat ik actief een bijdrage wil leveren aan de Nederlandse samenleving en reken erop dat ik daarvoor ook de ruimte krijg van mijn medeburgers. 6 De module Arbeidsmarkt en Participatie behelst in ieder geval een kennismaking met en voorbereiding op de Nederlandse arbeidsmarkt. 7 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het diploma en certificaat, bedoeld in het tweede lid, en de inhoud en vormgeving van het participatieverklaringstraject en de module Arbeidsmarkt en Participatie. 8 Onverminderd het vijfde lid wordt de tekst van de participatieverklaring bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RBDHA:2025:13820Rechtbank Den Haag, 28 juli 2025 (vreemdelingenrecht)

    Aanvraag verblijfsvergunning EU-langdurig ingezetene en regulier onbepaalde tijd is afgewezen. De rechtbank komt tot het oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser…

  • ECLI:NL:RVS:2025:1257Raad van State, 26 maart 2025 (vreemdelingenrecht)

    Bij besluit van 11 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning…

  • ECLI:NL:RVS:2024:3580Raad van State, 4 september 2024 (bestuursrecht)

    Bij brief van 2 maart 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] laten weten dat hij moet inburgeren. [appellant] heeft de Turkse nationaliteit. Op 5 november 2021 heeft…

  • ECLI:NL:RBDHA:2023:16718Rechtbank Den Haag, 7 november 2023 (vreemdelingenrecht)

    zp Groningen. Inburgeringsvereiste -diploma. Taalniveau. Evenredigheidsbeginsel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.