Wet hersteloperatie toeslagen

Huidige tekst

Artikel 4.1 Wet hersteloperatie toeslagen

Geldt sinds 15 juli 2023

Overneming of betaling privaatrechtelijke geldschulden gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag, partner en ex-partner van gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag 1 Onze Minister neemt op aanvraag de geldschulden en kosten over op grond van artikel 155 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanvrager van een kinderopvangtoeslag die in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 of diens partner, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, onderdelen b of c, of een ex-partner die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, en aan wie deze is toegekend, tenzij op die aanvrager, die partner of die ex-partner artikel 4.6 of 4.7 van toepassing is. 2 De geldschulden die worden overgenomen: a.zijn ontstaan na 31 december 2005; b.waren voor 1 juni 2021 opeisbaar; en c.zijn niet voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan. 3 Geldschulden en kosten die worden overgenomen, zijn: a.een geldschuld die is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser; b.een geldschuld die niet is ontstaan door een in de normale uitoefening van een beroep of bedrijf verrichte rechtshandeling van de schuldeiser indien deze is vastgelegd in een notariële akte die is verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021 of blijkt uit een rechterlijke uitspraak indien de daaraan voorafgaande ingebrekestelling of dagvaarding of het daaraan voorafgaande verzoekschrift dateert van voor 1 juni 2021, waarbij geldt dat de zaak bij de rechtbank binnen een redelijke termijn na de dagtekening van de ingebrekestelling aanhangig moet zijn gemaakt; c.een geldschuld die voortvloeit uit alimentatieverplichtingen; d.de bij een overgenomen of over te nemen opeisbare geldschuld bijkomende kosten; e.een geldschuld bij een krachtens publiekrecht ingesteld orgaan van een rechtspersoon in het buitenland; en f.bestuursrechtelijke geldschulden die niet voor kwijtschelding in aanmerking komen op grond van hoofdstuk 3. 4 Geldschulden en kosten die niet worden overgenomen zijn: a.de resterende hoofdsom van een hypothecaire lening, ook als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden, tenzij het een restschuld betreft na verkoop van of verhaal op de verhypothekeerde zaak; b.de resterende hoofdsommen van andere leningen, tenzij die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar zijn geworden; c.een geldschuld die voortvloeit uit een onrechtmatige daad; d.een percentage van de geldschuld aan een rechtspersoon, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of maatschap waarin de aanvrager van de schuldoverneming een belang heeft, dat gelijk is aan het percentage van dat belang van de aanvrager van de schuldoverneming; e.een geldschuld waarvoor aan de aanvrager van de schuldoverneming reeds compensatie of aanvullende compensatie als bedoeld in artikel 2.1 of een andere niet-forfaitaire vergoeding is toegekend; of f.een geldschuld die al is overgenomen van een aanvrager of diens partner of van een ex-partner. 5 Indien een schuldeiser geen toestemming geeft tot overneming van een geldschuld, voldoet Onze Minister de geldschuld en is de betreffende verbintenis nagekomen als bedoeld in artikel 30 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.

Bron: wetten.overheid.nl

Jurisprudentie bij dit artikel

Eerst de Hoge Raad, daarna de nieuwste uitspraken die naar dit artikel verwijzen.

  • ECLI:NL:RVS:2026:6215Raad van State, 21 oktober 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om een private schuld van [appellant] over te nemen. [appellant] heeft als gedupeerde van de toeslagenaffaire verzocht om…

  • ECLI:NL:RVS:2026:5148Raad van State, 2 september 2026 (bestuursrecht)

    Bij besluit van 17 november 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een schuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:6064Rechtbank Midden-Nederland, 28 augustus 2026 (bestuursprocesrecht)

    Wht. Private schulden ten onrechte niet overgenomen. De wet biedt geen grondslag voor het weigeren van overname van schulden die voorkomen hadden kunnen worden. Ook geen sprake van nalatigheid.…

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8481Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    Wht, beroep niet-ontvankelijk, adres eiser niet bekend, beroep te laat ingediend.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:8483Rechtbank Rotterdam, 14 juli 2026 (belastingrecht)

    Wht, beroep ongegrond, adres eiser niet bekend, weigering overname private schulden.

  • ECLI:NL:RBGEL:2026:5091Rechtbank Gelderland, 1 juli 2026 (bestuursprocesrecht)

    Uitspraak over afwijzing aanvraag voor persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het zorgkantoor moet de aanvraag weigeren als bij eerdere verstrekking pgb niet…

  • ECLI:NL:RBMNE:2026:5365Rechtbank Midden-Nederland, 12 juni 2026 (bestuursrecht)

    WHT. Overname private schulden. Beroep ongegrond. Niet voldaan aan het vereiste van opeisbaarheid.

  • ECLI:NL:RBROT:2026:6585Rechtbank Rotterdam, 10 juni 2026 (belastingrecht)

    Wht, beroep ongegrond, private schulden, niet voor referteperiode opeisbaar geworden.

65 uitspraken verwijzen naar dit artikel.

Geldende tekst uit de Legal Momo-wettenbank, een kopie van het BWB-wettenregister. Raadpleeg wetten.overheid.nl voor de authentieke versie. Dit is geen juridisch advies.